verwondering

‘Komt verwondert u hier mensen’
is het kerstlied dat hier klinkt.
Kerstviering in het verpleeghuis
wie meezingen kan, die zingt.
De liedtekst die is zo veelzeggend,
want ‘t verwondert me steeds hier,
door de sfeer en door de mensen
met wie ik het Kerstfeest vier.

Terwijl d’ ene zit te slapen,
zingt de ander dapper mee.
En een zuster naast de kerstboom,
leest ’t verhaal uit Lucas twee.
Kaarsen worden aangestoken,
dan nog een kort kerstverhaal.
Ook een koortje komt er zingen:
’t Kindje kwam voor allemaal’.

Er zijn veel familieleden,
dat geeft veel saamhorigheid.
Kerstfeest, feest met veel herkenning,
het raakt mensen haast altijd.
Nog een hapje en een drankje,
als afsluiting van het feest.
Feest dat altijd weer verwondert
voor wie daar is bij geweest.

‘Komt verwondert u hier mensen’
is het kerstlied dat hier klinkt.
Het is Kerst in het verpleeghuis
wie meezingen kan, die zingt.
Feest van de licht, feest van de vrede,
van verbinding onderling
Van ontroering en herkenning
en van de verwondering.

© Hans Cieremans

Clichés

Soms zijn goed bedoelde woorden
ook een bron van ergernis:
‘Ja, je mag me altijd bellen,
ik weet dat het moeilijk is.
De tijd zal je wonden helen,
ik weet goed hoe jij je voelt.
Je moet ermee leren leven,
ik snap best wat je bedoelt.

Je moet het een plekje geven,
jij bent sterk, jij redt het wel.
Als je afleiding gaat zoeken,
kom je beter in je vel.
Het is zwaar soms, dat begrijp ik,
laat het los al doet het pijn,
er is ook voldoende reden
om heel dankbaar voor te zijn’.

Het zijn goedbedoelde woorden,
maar ik kan er weinig mee.
Het is uiting van veel onmacht
en het is vooral cliché.
Mensen zullen het goed menen,
wat kunnen ze anders doen?
‘t Is een blijk medeleven,
’t is een kwestie van fatsoen.

Maar met goedbedoelde woorden
sla je soms de plank flink mis
want ze dekken niet de lading
van gevoelens van gemis.
Misschien kun je beter zwijgen,
als een blijk van sentiment.
Woorden hoef je niet te vinden
als je er maar voor me bent.

© Hans Cieremans

Kerstster in de mist

Geschreven op de melodie van ‘Mary’s boy child’ (je zou de zwarte coupletten solo kunnen zingen, de rode refreinen in samenzang)

Ergens schijnt een ster met Kerst,
die helder licht verspreidt.
Maar ik zie slechts dichte mist,
ik ben die Kerstster kwijt.

Ik wil zo graag de Kerstster zien,
ik zoek hem overal.
Het enige dat ik nog weet,
’t is ergens bij een stal.

Wie helpt hem de Kerstster zoeken,
hij kan hem niet meer zien.
Komt het door de dichte mist,
is hij verdwaald misschien?

Schijnt die Kerstster ook voor mij?
wie brengt me daar dan heen?
Het is misschien een zware tocht
dat kan ik niet alleen.

Help hem mee de Kerstster zoeken,
met hoop dat hij hem vindt.
Waar die ster zou kunnen zijn?
Hij zegt:’ ‘t is bij een kind’.

Kom. laten wij samen gaan,
of is jou dat te ver?
Nee toch zeker, pak mijn hand
en zoek met mij die ster.

Samen naar de Kerstster zoeken,
een mooie naastenplicht. 
Hand in hand door dichte mist,
samen naar dat licht!

Samen naar de Kerstster zoeken,
een mooie naastenplicht. 
Hand in hand door dichte mist,
samen naar dat licht!

© Hans Cieremans

 

Kerst zonder jou

Ik mis je waar ik ga of sta,
dag en nacht, altijd.
En nu komt er het kerstfeest aan
met zijn gezelligheid.
Daar zie ik reuze tegenop,
want kerst is samenzijn.
En jij bent er nu niet meer bij,
zo doet kerst extra pijn.

Ik ga wel naar mijn kinderen,
waar moet ik anders heen?
De kinders hebben ‘t gevraagd,
zo ben ik niet alleen.
Ach ja, dat geeft ook afleiding
en het verdrijft de tijd.
De kleinkinderen die zijn ook leuk,
het breekt de somberheid.

Mijn kinderen doen vast hun best,
ook zij zijn van de kook.
Zij begrijpen wat ik voel,
zij missen jou toch ook.
Je zult in hun gedachten zijn,
net zoals bij mij.
En zo ben jij, ondanks ‘t gemis
er met de kerst toch bij.

© Hans Cieremans

 

Mijn beleving

Kon je door mijn ogen kijken,
dan zag jij vergetelheid,
in een zonderlinge wereld,
zonder houvast, zonder tijd.
Dan zag jij een mistig doolhof,
waar je zoekend in verdwaalt,
met slechts schemerige paden,
waar je d’ uitgang nooit behaalt.

Kon jij door mijn oren horen,
zou je weinig meer verstaan.
Zijn de zinnen onbegrepen,
zal betekenis ontgaan.
Slechts muziek zou je begrijpen,
want dat raakt de juiste snaar.
Ja, de taal die de muziek spreekt,
die verbindt ons met elkaar.

Kon je mijn emoties vatten,
dan zag jij heel veel gevoel.
Lichaamstaal zou dan vertellen,
hoe ik denk, wat ik bedoel.
Dan zou ik je graag omarmen
en als ik een knuffel geef,
dan voel jij iets van geluk soms ,
dan besef je dat ik leef.

© Hans Cieremans

herkennen

Ik zou jou direct omhelzen,
als ik jou herkennen zou.
Dan zou ik je laten voelen,
hoeveel ik nog van je hou.
Ik zou ‘t van de daken schreeuwen,
ik zou alles voor je doen,
als ik jou weer mocht herkennen,
één momentje, net als toen.

Wil je mij niet kwalijk nemen,
als ik jou niet meer herken?
Het komt door die rotte ziekte,
ik weet zelfs niet wie ik ben.
’t Maakt me angstig en verdrietig,
’t maakt me achterdochtig, boos.
Ik ben zoveel kwijt, vergeten
en dat maakt me radeloos.

Had ik nog maar één momentje,
met gevoelens zoals  toen.
Dan gaf ik je mijn omhelzing
met de aller dikste zoen.
Maar het is helaas zo anders,
mijn geheugen is berooid.
Desondanks moet jij beseffen,
echte liefde, die roest nooit.

Als ik afscheid moet gaan nemen,
hoop ik dat je bij me bent
en me vast houdt als ik loslaat
op mijn weg naar ‘onbekend’.
Eens zal ik jou daar omhelzen,
ergens ver van hier vandaan.
Dan zal ik jou vast herkennen,
echte liefde blijft bestaan.

© Hans Cieremans

 

 

het Alzheimerwoud

In de troosteloze bossen
van het groot Alzheimerwoud,
staan alleen maar dode bomen,
is het somber en ijskoud.
Planten kunnen niet meer groeien
en het mist er elke dag.
Kaal gevreten struikgewassen,
zitten vol met spinnen rag.

Het woud lijkt door God verlaten,
’t is een bos dat wordt gehaat.
En ik vraag daarom mezelf af
of er wel een God bestaat?
Want geen mens laat je daar wonen,
’t is een plek waar je van rilt.
Waarom wonen er toch mensen,
angstig, eenzaam, ongewild?

Maar kijk nou, er zijn ook bloempjes,
klein, opvallend, hemelsblauw.
Tedere vergeet-me-nietjes,
die me zeggen: ‘’k Houd van jou’.
Zijn die bloempjes soms een teken,
dat er hoop op leven is,
zelfs in troosteloze bossen,
leven ondanks duisternis?

Ook al zijn vergeet-me-nietjes
eenzaam, kwetsbaar, en heel broos.
Als wij ook van hen gaan houden,
blijft het bos niet troosteloos.
Komen bomen weer tot leven,
verdwijnt kou en spinnen rag
Bloeien de vergeet-me-nietjes,
breekt de zon door op een dag.

© Hans Cieremans

 

 

dat ene plekje

Als ik jou ooit ga vergeten,
als het leven mij verwart
en ik jou niet zal herkennen,
dan zit jij toch in mijn hart.
Daar zal jij nimmer verdwijnen,
zolang als mijn hart nog klopt
en ik neem je mee naar boven,
als mijn hart zal zijn gestopt.

In mijn hart zit al mijn liefde,
die ik ooit heb opgespaard.
Met het speciale plekje,
dat ik voor jou heb bewaard.
Al ga ik mijzelf verliezen,
in angst en vergetelheid,
dan blijft daar dat ene plekje,
daardoor raak ik jou nooit kwijt.

Ook al doe ik achterdochtig,
ben ik angstig, doe ik boos.
Ook al maak ik jou verdrietig,
ongerust of radeloos.
Dan heb ik mijn ‘ik’ verloren,
weet ik niet meer wat mij drijft.
Denk dan steeds weer aan dat plekje,
dat bestaat en altijd blijft.

© Hans Cieremans

Dementie

Jij bent er wel, maar toch ook niet,
je bent dichtbij, ver heen.
Toekomst is herinnering,
samen is alleen.
Je kijkt me aan, maar ziet me niet,
’t vertrouwde dat is vreemd,
je horen is geen luisteren,
thuiszijn is ontheemd.

Oplossen is aanpassen,
contact is geen bereik,
houden van is eenzaamheid,
gelijk is ongelijk.
Al het ‘vroeger’ dat is ‘nu’,
jouw tijd die draait staat stil,
naast je is afstandelijk,
je warmte die is kil.

Maar de liefde blijft bestaan,
is sterk, al is ze broos
De liefde is hoe kwetsbaar ook,
tijd-  en grenzeloos.
‘t Is sterker dan geloof en hoop
en blijft onaangetast.
Liefde dat is loslaten,
maar liefde houdt ons vast,

© Hans Cieremans

 

 

gaten in het brein

Als je verstand gaat haperen
door gaten in je brein.
Dan heb je recht als iedereen
volwaardig mens te zijn.
Niet alleen verstand bepaalt
jouw mens’ lijk levensdoel.
Want jij hebt een kloppend hart,
dat vol zit met gevoel.

Als jouw hart wordt afgeremd,
dan komt dat door je brein.
Maar wat altijd belangrijk is:
‘Dat jij er ook mag zijn’.
Dus laat je hart maar spreken,
toon ons je ware ‘ik’,
jouw pure zelf, zo vol gevoel,
jouw warme rikketik.

Jouw emoties zijn oprecht,
sfeer voel je prima aan.
Jouw hart spreekt via lichaamstaal,
leer ons die te verstaan.
Dan gaan we accepteren,
dat jij jezelf mag zijn.
En blijf je een volwaardig mens,
met gaten in je brein.

© Hans Cieremans