onrechtvaardigheidsgevoel

Rijlessen, de pedicure,
kappers, nagels manicuren,
fysio voor je blessure,
het wordt nu weer toegestaan.
Weer naar school, een tatoeage,
binnen zwemmen, een massage,
‘t is een aardig percentage,
wat nu weer zijn  gang mag gaan.

BSO, een potje tennis,
en we gaan uit quarantaines.
Dankzij managers met kennis
krijgt straks alles weer zijn loop.
En als wij dan niet verslappen,
nemen wij vervolgstappen.
En ook iedereen zal snappen:
‘Die verruiming geeft ons hoop’.

Toch maakt het me ook wel nijdig,
want ik vind het tegenstrijdig,
waarom wordt niet gelijktijdig,
het bezoek weer toegestaan?
Ja, ik weet: je moet eerst testen
en het is niet om te pesten,
men bedoelt het allerbeste,
echt, daar twijfel ik niet aan

Maar ik zie ook zielenpijnen,
ik zie levensvreugd verdwijnen,
ouderen die weg gaan kwijnen,
eenzaam starend in een hoek.
Ik bedoel het niet onaardig,
maar het voelt als onrechtvaardig,
zo  verdrietig, niet menswaardig:
‘Wel een tattoo, geen bezoek’.

© Hans Cieremans

 

versoepeling

Hoewel regels zijn versoepeld,
is de toestand niet gezond.
’t Virus is niet opgehoepeld,
waart nog steeds de wereld rond.
Toch gaat alles langzaam open.
Fijn,  maar ‘t voelt ambivalent.
Want hoe of het straks gaat lopen
is naast hoopvol: ‘onbekend’.

Dus voorzichtigheid geboden,
ook al lijkt er perspectief.
’t Virus eist nog altijd doden,
zorgt voor angst en ongerief.
Hoe gevuld is nu de beker?
Half vol of half leeg?
Er is zoveel nog onzeker.
’t Virus brengt nog veel teweeg.

Men verruimt de hindernissen,
van  ’houd vol’ en ‘blijf toch thuis’.
Toch blijf je geliefden missen,
eenzaam in ‘t verpleegtehuis.
’t Water stijgt nog naar de lippen
in ’t verpleeghuisbastion.
Ook al zien we kleine  stippen
ergens aan de horizon.

’t Duurt zo lang  om je te schikken,
het dilemma is zo groot
en alleen wat speldenprikken
brengt geen einde aan de nood.
Zo blijft dus de twijfel hangen.
Laat je het bezoek weer vrij?
Geef je ruimte aan ’t verlangen,
ook al is het niet voorbij?

© Hans Cieremans

Moederdag 2020

Op Moederdag verras je moeder
met veel bloemen en bonbons,
met een geurtje, een bezoekje,
heel gezellig ‘onder ons’.
Moederdag wordt niet vergeten,
Moederdag is heel speciaal,
zit het huis vol met visite,
komen kind’ ren allemaal.

Maar dit jaar is alles anders,
stuur je moeder maar een kaart,
Zit je thuis aan haar te denken,
met je stukje appeltaart.
Je mag moeder niet bezoeken,
‘voor haar bestwil’ wordt gezegd.
Maar als moeder dementie heeft
krijg je dat niet uitgelegd.

Dit jaar kun je online skypen
of gaan zwaaien voor het raam,
kun je handkusjes gaan gooien
met de hele santenkraam.
Want zo blijft het virus buiten
maar voelt Moederdag alleen.
Toch: ‘de liefde komt wel binnen,
gaat door alle muren heen’.

Maar we gaan moeder verrassen
op een dag dat het weer mag.
Doe het eenentwintig juni,
want dan is het Vaderdag.
‘Ouderdag’ gaat het dan heten,
feest voor ouder en voor kind.
Dan laten we de liefde winnen,
als de zomer weer begint.

©  Hans Cieremans

houd toch vol

Mensenmassa’s zijn weer mega,
bij de Hornbach en IKEA,
Intratuin en bij de HEMA,
in de drukke winkelstraat
Mensen gaan met reuzestappen,
regels aan de laarzen lappen
en ze lijken niet te snappen,
dat het straks wellicht fout gaat.

Want ze zeggen ‘het verveelt zo,
het is een ver van mijn bed show’ .
En als jij zegt: ‘Dat is  aso’,
zie je heel veel ergernis.
Ja, natuurlijk mag je hopen,
gaat straks alles gewoon open,
maar dan moet het wel zo lopen,
dat gevaar geweken is.

Dus laat kwetsbaren niet stikken,
denk niet alleen ‘ikke. Ikke’,
probeer in je lot te schikken,
heb geduld en houd toch vol.
Denk soms toch, al is ’t maar even
aan hen die hun zorgen geven,
vechten voor een mensenleven,
breng het eerst onder control.

Wees nou even geen betweter,
langzaamaan wordt het echt beter,
blijf bij anderhalve meter.
ga niet weg als het niet moet.
Laten we nu eerst gaan praten
om bezoek weer toe te laten,
dan pas over winkelstraten
en dan komt het vast weer goed.

© Hans Cieremans

 

Zorgkwaliteit

’t Gaat om kwaliteit van leven
als je ziek of kwetsbaar bent.
En dat loffelijke streven,
wordt door iedereen erkend.
Door de zorgmedewerkers
wordt daar alles aan gedaan,
maar er moet ook kwaliteit zijn,
als je waardig dood wilt gaan.

En die waardigheid van sterven,
dat hoort vredig en sereen,
zonder enige reserve
met geliefden om je heen.
Want geen enkele instantie,
die voelt zelf jouw afscheidspijn
Heel dichtbij, zonder distantie,
zo hoort afscheid echt te zijn.

Door de regels overkoepelt
schiet die kwaliteit tekort.
Zorg dat dit snel versoepelt,
zodat sterven waardig wordt.
Ook al geeft het soms problemen,
geeft het twijfel, angst of spijt:
‘Laat geliefden afscheid nemen,
want juist dat is kwaliteit’.

© Hans Cieremans

 

broodje kroket

Vroeger liep ik op sandaaltjes,
in mijn veel te korte broek,
met een stuiver in mijn handje
naar de winkel op de hoek.
Daar mocht ik wat uit gaan zoeken,
zure lappen of zoethout
of zwart-wit om op te likken,
grote droppen, dubbelzout.

’t Winkeltje, de waterstoker,
werd gerund door een meneer
in een lange beige stofjas,
’t winkeltje bestaat niet meer.
Daar is nu al lang een snackbar,
waar de jeugd zich samen klit.
Maar nog steeds, als ik er langs loop,
denk ik weer aan mijn zwart-wit.

‘k Zie mezelf weer als die jongen,
mijn met snoep gevulde mond.
Blij met de Bazooka plaatjes,
die ik bij de kauwgom vond.
Het zijn mijn herinneringen,
als een toverbal gekleurd.
En nu denk ik jaren later:
‘Wat is er toch veel gebeurd’.

Met mijn vader in de rolstoel
loop ik samen door die straat.
Het geeft hem herinneringen,
als hij over vroeger praat.
Hij weet van de waterstoker,
van de drop en de zoethout.
En dan voel ik diep van binnen,
dat ik heel veel van hem houd.

Ach, hij is het ‘nu’ vergeten,
van het ‘toen’ weet  hij nog veel.
Daarom loop ik vaak die straat door,
waar ik ‘vroeger’ met hem deel.
Dan vertelt hij steeds hetzelfde,
maar dat drukt dan niet de pret.
Ik geniet van zijn verhalen
en ons broodje met kroket.

© Hans Cieremans

 

kindergebedje

Als ik vroeger in het bad ging,
was dat in een zinken teil.
Moeder ging me dan inzepen
en zong liedjes onderwijl.
Lekker fris voor ik ging slapen,
maar voordat het zover was.
pakte ik een kinderboekje,
waar moeder mij voor uit las

Ik luisterde in mijn pyjama,
kroop dicht tegen moeder aan.
Tot ze zei; ‘Nu moet je slapen,
’t is tijd om naar bed toe gaan’
Moeder zong dan een gebedje:
‘Ik ga slapen, ik ben moe’,
In mijn armen lag mijn knuffel
en mijn ogen vielen toe.

Nu zit ik hier naast mijn moeder,
‘k legde haar zojuist in bed.
Ik hielp haar in haar pyjama,
elke avond strijk en zet.
En voordat ze dan gaat slapen,
lees ik altijd even voor.
Een verhaaltje of gedichtje,
al heeft zij het vaak niet door.

‘k Zie mijn moeder achteruitgaan,
wat ze moeilijk accepteert.
Alzheimer is zo ingrijpend,
heeft de rollen omgekeerd.
Soms denk ik: ‘Ach, lieve moeder,
doe nu maar je ogen toe’.
En ik zing  voor haar ‘t gebedje:
‘Ga maar slapen, je bent moe’.

© Hans Cieremans

duivels dilemma

Achter de gesloten deuren
zitten mensen op een stoel
aan een houten ronde tafel.
zonder perspectief of doel.
Daar volgen ze het vaste ritme
van de dagelijkse sleur.
Zo verslijten ze hun dagen
achter de gesloten deur.

Achter de gesloten deuren
is bezoek niet toegestaan.
Om het virus te weerhouden,
zijn de deuren dicht gedaan.
’t Personeel moet alles klaren,
lopen zelf ook risico
En de werkdruk die al hoog was,
stijgt nu naar het top niveau.

Achter de gesloten deuren
zijn de mensen zoveel kwijt.
Een man roept steeds om zijn moeder,
zijn symbool van veiligheid.
Als hij rammelt aan de deurknop,
met de angst op zijn gezicht,
komt de zuster hem wel troosten,
maar de deur die blijft potdicht.

Achter de gesloten deuren
lijken regels arbitraal.
Want is ‘t middel ‘sluit de deuren’,
soms niet erger dan de kwaal?
Het dilemma is echt duivels,
meningen die zijn verdeeld.
Slechts de tijd kan ons ooit leren
of het echt de wonden heelt.

© Hans Cieremans

 

anderhalve meter liefde

Anderhalve meter liefde,
dat is wat ik met jou deel.
Liefde is nu afstand houden,
toch is het oneindig veel.
Liefde is niet bij je komen,
het is zwaaien voor het raam.
Volhouden is nu ook liefde,
maar hoe lang in vredesnaam?

Want ik wil weer echte liefde,
onvoorwaardelijk, dichtbij.
Waarbij deuren zijn geopend,
vol met passie, toegangsvrij.
Waar alleen maar tranen vloeien,
van intens geluk en vreugd.
Ik wil liefde zonder grenzen,
waar een mens zich op verheugt.

Anderhalve meter liefde,
dat is wat ik met jou deel.
Liefde is nu afstand houden,
toch is het oneindig veel.
Het is moeilijk te bevatten
in een wereld van gemis.
Toch is dit nu echte liefde,
tot de dreiging over is.

© Hans Cieremans

 

Coronaleed

Op een kamer in ’t verpleeghuis,
stierf hij moederziel alleen,
in  de strikte isolatie,
geen geliefden om hem heen.
Want hij mocht geen afscheid nemen,
’t was een tomeloos verdriet
voor zijn vrouw en voor zijn kind’ ren,
die hij eenzaam achterliet.

Met maar dertig nabestaanden,
werd zijn uitvaart begeleid.
Dat vond plaats volgens de regels
van het overheidsbeleid.
Online konden mensen kijken,
naar zijn kind’ ren en zijn vrouw.
En zo konden ze de kist zien
in het lege kerkgebouw.

Op de kist lagen veel bloemen
en er was een afscheidsspeech.
De muziek was heel ontroerend,
maar daarna was verder niets.
De verbinding werd verbroken
en het beeld ging weer op zwart.
En zo raakt Corona mensen
wreed, genadeloos, keihard.

© Hans Cieremans