Ondanks de beperkingen

Ik was zo trots op hem toen we trouwden,
trots wie hij was, wat hij deed.
Trots op het nestje, dat wij samen bouwden.
Maar ‘t lijkt of hij ‘t nu niet meer weet.
Want als ik praat over onze twee zonen,
de zaak waarvoor  hij heeft gewerkt,
de zomervakanties en van onze dromen,
dan heeft hij daar niks van gemerkt.

Ik praat daarom niet meer over ‘t verleden,
dat heeft langzaamaan weinig zin.
Ik zoek nu naar andere mogelijkheden,
daar zet ik me heel graag voor in.
Alles is anders dan vroegere jaren.
Alzheimer kwam op zijn pad.
Maar ik zal het ‘vroeger’ van samen bewaren,
we hebben het prachtig gehad.

Nu neem ik hem aan de hand mee naar buiten
en praat lieve woordjes tot hem.
‘Hoor nou eens hoe alle vogeltjes fluiten,
ruik eens de bloeiende brem.
Kom naast me zitten, hier op dit bankje,
je wordt veel te moe van dat staan’.
Ik pak uit een tasje zijn lievelingsdrankje,
dan kijkt hij me liefdevol aan.

Ik vraag me soms af: ‘wat voor zin heeft dit leven?’
Maar ik wil hem echt nog niet kwijt.
Soms kan ik hem toch iets vreugdevols geven,
gewoon maar iets kleins op zijn tijd.
Wandelen, zingen, naar zus op visite.
’t Is anders dan vroeger bestaan.
Maar zo kunnen wij soms toch samen genieten.
Daar wil ik nog heel lang voor gaan.

© Hans Cieremans

 

 

De ouderwetse kamer

Foto’s uit vervlogen jaren
staan gerangschikt naast elkaar.
Daar omheen waxinelichtjes
op een eikenhout dressoir.
Op een oud Perzisch tapijtje
staat een vaas met plastic roos
en wat Droste chocolaatjes,
in een nog gesloten doos.

Naast het bed staat in de kamer
een brocante oude stoel
en een paar versleten meubels,
tussen ouderwetse boel.
Voor het raam de glasgordijntjes,
een cyclaam in het kozijn.
Het spionnetje hangt buiten
met het uitzicht op een plein

Een antieke Friese staartklok
hangt al jaren aan de muur.
’t Is een kostbare pendule,
hij slaat  om het hele uur.
Alles is behoorlijk stoffig,
niet zo fris meer en heel oud.
In het kamertje van oma
en dat voelt zo fijn, vertrouwd.

Kom ik bij haar op visite,
staan de chocolaatjes klaar
Opent zij het Droste doosje,
zegt ze: ‘Neem er maar een paar’.
Samen drinken we een theetje,
praten over vroeger tijd.
In die ouderwetse kamer,
toppunt van gezelligheid.

© Hans Cieremans

Storm in het hoofd

Storm in het hoofd,
zal mist niet verdrijven,
die zicht op het leven beperkt.
Storm in het hoofd,
zal levenslang blijven,
terwijl hij vernietigend werkt.
Storm in het hoofd
zal zelden gaan luwen,
ondanks veel troost en advies.
Storm in het hoofd
zal wanhoop niet schuwen,
die leidt tot verdriet en verlies.

Storm in het hoofd,
door aandacht te geven,
lijkt soms wat rust te ontstaan.
Storm in het hoofd,
die rust duurt maar even,
dan wakkert de stormwind weer aan.
Storm in het hoofd,
met stoten en vlagen,
rukt het geluk uit elkaar.
Storm in het hoofd
met talloze vragen,
maakt leven ontluisterend zwaar.

Storm in het hoofd,
je zult ‘t niet te geloven,
maar eens verlies je beslist.
Storm in het hoofd,
jouw stormkracht zal doven,
de stilte verdrijft dan de mist.
Storm in het hoofd,
de pijn zal verdwijnen,
woede en onmacht die zwicht.
Storm in het hoofd,
de zon zal gaan schijnen
en maakt ruime plaats voor het licht.

© Hans Cieremans

 

Alles wat we vroeger deelden

Alles wat we vroeger deelden
heeft zoveel betekenis.
Daarom moet ik heel vaak huilen,
omdat ik ons ‘vroeger’ mis.
Wat gaat komen is onzeker,
plannen maken doen we niet.
Wat we nu nog samen delen
is gezamenlijk verdriet.

Het is dealen met het heden,
met het nu van het moment.
Soms zie ik nog iets van vroeger,
als je mij ineens herkent.
Maar dat is dan maar heel even,
die momenten zijn maar kort.
En de toekomst voor ons samen?
Ach, we zien wel wat het wordt.

Alles wat we vroeger deelden,
deel ik nu niet meer met jou.
Maar wat vroeger was verdwijnt niet,
want ik houd nog steeds van jou.
En al is nu alles anders,
alles anders dan voorheen:
De herinnering zal blijven,
vroeger samen, nu alleen.

© Hans Cieremans

 

Voor haar

Zij zit aan tafel, haar ogen gesloten,
haar wereld lijkt somber en leeg.
Ontelbare tranen heeft ze vergoten,
nadat ze Alzheimer kreeg.
Haar man pakt haar hand, dan kijkt ze een fractie,
een glimlach komt op haar gezicht.
Maar na wat tellen verdwijnt haar reactie,
de wereld en ogen gaan dicht.

Zij zit aan tafel, haar ogen gesloten,
haar man denkt terug aan de tijd
van hun verliefdheid, waarvan ze genoten,
hij wil zijn geliefde niet kwijt.
Maar al is het anders, hij blijft voor haar zorgen,
hij huilt en streelt zachtjes haar wang.
Zijn angst voor de toekomst, die houdt hij verborgen,
maar diep in zijn hart is hij bang.

Zij zit aan de tafel, haar ogen gesloten,
dan draait hij hun lievelingsplaat.
Plotseling doet ze haar ogen dan open,
terwijl ze mee neuriën gaat.
Vroeger zong hij: ‘Voor haar’ en dat liedje
brengt haar even terug naar het ‘toen’.
Het blije gevoel van dat piepjonge grietje,
ze glimlacht, haar man krijgt een zoen.

© Hans Cieremans

‘Voor haar’: Frans Halsema https://www.youtube.com/watch?v=0uFlZRBIS_U

 

Het luisterend oor

Het luisterend oor,
dat mensen veel troost geeft
is vaak ver te vinden,
omdat het geen tijd heeft.
Dat oor, dat is zonde,
werkt tijdgebonden.
Dus vraag je verdrietig
om ’t luisterend oor.
Dan is daar helaas vaak
geen tijd zomaar voor.
Het luisterend oor
is heus wel aanwezig,
maar is veel te druk,
geen tijd, het is bezig.

Het luisterend oor
moet vliegen en rennen.
Je kunt het in nood vaak
nergens bekennen.
Je weet van tevoren:
‘Je mag het niet storen’.
Het oor heeft geen tijd,
het is drukbezet.
Het vliegt door de gangen
van bed naar het bed.
Ja, dat is triest,
het lachen vergaat je.
Het luisterend oor,
geen tijd voor een praatje.

Het luisterend oor
moet poetsen en wassen,
bedden verschonen,
jou laten plassen.
Geen tijd verspillen,
delen van pillen.
Het luisterend oor,
geen tijd voor jouw traan.
‘Heeft u gebeld?
Ik kom er straks aan.’
Als ’t luisterend oor
dan eind’ lijk in staat is.
Is ‘t niet meer nodig
omdat het te laat is.

© Hans Cieremans

Zijn ogen spreken boekdelen

Zijn ogen spreken boekdelen,
waarmee hij op zijn tijd,
met een gulle twinkeling,
het vrouw’ lijk schoon verleidt.
Zijn ogen gaan dan stralen,
heel schalks, heel subtiel.
Zijn ogen zijn het toonbeeld
van de spiegel van zijn ziel.

Zo brengt hij in ’t verpleegtehuis,
waar hij woont wat kleur.
Ondeugend en vertederend,
meestal met  goed  humeur.
Hij is in huis het zonnetje
en met zijn zomerhoed,
strooit hij zijn wulpse blikken rond,
maar zonder overmoed.

Zo is hij zusters’ oogappel,
toch kent ook hij verdriet.
Maar dat houdt hij voor zichzelf,
dat weet een ander niet.
Ook al voelt hij tranen soms,
dat sluit zijn lach niet uit.
Huilen om wat niet meer is,
dat helpt immers geen fluit.

Zijn ogen spreken boekdelen,
waarmee hij op zijn tijd,
met een gulle twinkeling,
de zustertjes verleidt.
Soms vragen zusters plagerig:
‘Zeg, waarom doe  je dat?’
Dan is zijn antwoord duidelijk:
‘Het oog wil ook wel wat.’

© Hans Cieremans

Rollercoaster

Rood is de secondewijzer,
die zich wegtikt in de tijd.
‘k Volg minutenlang zijn rondjes,
maar de tel die ben ik kwijt.
Ik zit naast je bed te waken,
uit je ooghoek rolt een traan.
‘k Houd je vast, terwijl ik loslaat
en ik wacht tot je zult gaan.

En die wijzer blijft maar draaien
in een eindeloze sleur.
In een klok met zwarte cijfers,
boven een gesloten deur.
En ik stoei met mijn gevoelens,
vol van tegenstrijdigheid.
Ik zit in een rollercoaster
die zich voortsleept in de tijd.

Dan neem ik een beker koffie
uit de koffieautomaat.
Lauwe koffie, niet te drinken
en intussen wordt het laat.
Maar ik wacht, je bent onrustig,
dus ik spreek je troostend toe.
Steeds voel ik weer tranen branden
en ik ben ontzettend moe.

Buiten wordt het langzaam donker,
binnen gaan de lichten aan.
En ik staar weer naar die wijzer,
die oneindig door blijft gaan.
Dan zie ik je ogen breken
en je slaakt je laatste zucht.
Ook al ben ik heel verdrietig,
het voelt ook heel opgelucht.

Rood is de secondewijzer,
die zich wegtikt in de tijd.
‘k Volgde urenlang zijn rondjes,
maar de tel die was ik kwijt.
En terwijl jij nu je rust vindt,
ga ik huiswaarts, heel verward.
‘k Laat je los, maar houd je ook vast,
in het diepste van mijn hart.

© Hans Cieremans

‘Gelukkig Nieuwjaar’

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
De tijd die zal resten,
dat is niet je beste.
Geluk is te vinden
in het moment,
Soms als je glimlacht,
de wereld herkent.
De tijd zal steeds meer
jouw geheugen gaan wissen,
maar voor geen goud
wil ik je ooit missen.

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch.
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
Soms zijn er vlagen,
heldere dagen.
Dan kun je genieten
van de muziek.
Net zoals vroeger,
het liefste klassiek.
Ik zie dan je zorgen
heel even verdwijnen,
Je neuriet het mee
en zit mee te deinen.

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch.
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
Vroeger en nu
niet vergelijkbaar
Vroeger dichtbij
en nu onbereikbaar.
En toch wens ik jou
‘gelukkig Nieuwjaar’
al klink het dubbel
en is het ook zwaar.
We gaan naar het licht
van de vrolijke lente.
Dan gaan we genieten
van mooie momenten

© Hans Cieremans

 

Licht (melodie: The rose)

Pak mijn hand, laat mij je leiden
door jouw mistig labyrint.
Tot het licht zich zal verspreiden
bij het wonder van een Kind.
Het symbool van licht en vrede,
waardoor duisternis verdwijnt.
Een verhaal uit het verleden
van een licht dat eeuwig schijnt.

Pak mijn hand, laat mij je leiden,
want misschien moet je nog ver.
Kom, we lopen die weg beiden
bij het eindpunt schijnt een ster.
’t Is een weg langs diepe dalen
door een schimmig kreupelbos,
pas als jij de ster ziet stralen,
laat ik in vertrouwen los.

Pak mijn hand, laat mij je leiden
want nu is de mist nog dicht.
Totdat onze wegen scheiden
bij dat wonderlijke licht.
Dan wordt alle mist verdreven,
door dat licht dat nimmer dooft,
dan begint een heel nieuw leven.
‘t Werd ons door een Kind beloofd.

© Hans Cieremans