Zorgniveau

Het niveau van de zorg
moet niet stijgen,
maar weer dalen,
om te voorkomen
dat het verder zal verschralen.
Misschien klinkt dat wat apart.
Maar ik bedoel:
Het niveau weer moet dalen
van het hoofd
terug naar het hart.

© Hans Cieremans

Wondermooi moment

Fysiek was ze nog aanwezig,
maar contact was er niet meer.
’t Was een kasplantje geworden,
ogen dicht, kwetsbaar en teer.
Voedsel kreeg ze door een sonde,
vocht kreeg zij door een infuus.
Ze had ook nog doorligwonden,
heel haar leven leek diffuus.

Ik probeerde door te dringen,
maar ze had, dacht ik, niks door.
Toch ging ik zacht voor haar zingen,
en dacht: ‘Waar doe ik het voor?’
Ik zong wat Christelijke liedjes,
haar geloof was vroeger groot.
Maar ook nu kwam geen reactie,
op de aandacht, die ik bood.

Toen heb ik het opgegeven,
het leek zinloos wat ik deed.
En dacht: ‘Wat is het ontluist’rend,
als je niets, echt niets meer weet’.
En ik aaide door haar haren
en zei toch gedag tot slot.
Toen sprak zij ineens één woordje
en dat woordje, dat was ‘God’.

Het leek bijna op een wonder,
ik bleef even bij haar staan.
Want ineens na zoveel maanden,
zag ‘k haar ogen opengaan.
’t Duurde maar een paar seconden,
maar toch had ze iets herkend.
Ook al was het een paar tellen,
’t was een wondermooi moment.

© Hans Cieremans

Omgedraaide rol

Als ik vroeger wel eens bang was
of ik had iets stouts gedaan.
Als ik ik daarom dan moest huilen,
kroop ik dicht tegen je aan.
Dan ging jij me altijd troosten,
sloeg je armen om mij heen.
En dan droogde jij mijn tranen,
liefdevol en een voor een.

Jij verzorgde mij vol warmte
en had voor mij altijd tijd.
Onvoorwaardelijke liefde,
bracht mij naar volwassenheid.
Op de dag dat ik uit huis ging,
heb je mijn jeugd uitgezwaaid.
Nu de Alzheimer jou teistert,
zijn de rollen omgedraaid.

Als jij nu soms wel eens bang bent
of je hebt iets vreemds gedaan.
Als je daarom dan moet huilen,
kruip ik dicht tegen je aan.
Dan probeer ik je te troosten,
sla mijn armen om jou heen.
En dan droog ik al je tranen,
liefdevol en een voor een

© Hans Cieremans

De laatste bladzij

Eens schrijf jij de laatste bladzij
van je eigen levensboek.
Is je inkt op, is je pen leeg,
gaat het licht uit, valt het doek.

In jouw boek zal jij steeds schrijven
tot je allerlaatste snik.
Soms wordt het een heel dun boekje,
soms wordt het juist superdik?

In jouw boek schrijf je verhalen,
vol met jouw herinnering.
Soms dan blijft je boek gesloten,
soms dan leest er iemand in.

Jij beschrijft de laatste bladzij,
’t einde van jouw levensspoor.
Een verhaal met open einde,
daarmee geef je leven door.

Dus……

Eens schrijft hij/zij de eerste bladzij
van zijn/haar nieuwe levensboek.
Nieuwe inkt en nieuwe pennen,
’t licht gaat aan, open het doek.

© Hans Cieremans

 

Dilemma

We zijn beiden oud
en wonen nog samen,
maar ik houd het niet langer vol.
Mijn man doet zo vreemd,
ik moet me soms schamen,
daarom gaf de dokter Haldol.
Maar nu trilt hij steeds,
huilt tranen met tuiten.
Haldol maakt mijn man depressief.
Ik ga nu beslist niet
meer wandelen buiten.
want laatst werd hij zelfs agressief.

Nu moet hij uit huis,
ik wil hem niet missen,
maar thuis gaat het bijna niet meer.
Het valt me zo zwaar,
om dat te beslissen,
ik stel het maar uit telkens weer.
De dokter die vindt
het thuis niet verantwoord.
De Alzheimer eist nu zijn tol.
Hij zegt dat mijn man
nu in een tehuis hoort.
Niets helpt, zelfs ook niet Haldol.

We zijn beiden oud
en wonen nog samen.
Maar ‘t samen zijn voelt zo alleen.
En toen zondag hier
onze kinderen kwamen,
vroegen zij: ‘Waar gaat pa heen?’
Zestig jaar samen
ik heb niks te kiezen,
de scheiding is haast een feit.
‘t Geluk dat we deelden,
dat gaan we verliezen.
Maar blijft in ons hart voor altijd.

© Hans Cieremans

 

Oma’s achterkleinkind

Mijn over-oma, doet soms raar,
ze is al heel erg oud.
Maar toch ga ik graag naar haar,
omdat ik van haar houd.
Mijn moeder zegt: ‘Oma is ziek,
maar houdt ook nog van ons’
Vroeger was mijn oma sjiek,
maar nu is zij een slons.

Soms ga ik met mijn moeder mee,
bij oma op bezoek.
Dan slaapt ze vaak bij de tv,
soms plast ze in haar broek.
En als ik dan hard ‘oma’ roep,
dan lijkt ze niet meer blij.
Vroeger gaf ze mij steeds  snoep,
maar dat is nu voorbij.

Soms weet ze niet meer hoe ik heet,
vraagt zij: ‘Ben jij Jeroen?’.
Gek toch, dat ze dat vergeet,
maar ik krijg wel een zoen.
Dan geef ik haar een tekening,
met hartjes en een paard.
Ze geeft me de verzekering,
dat zij hem goed bewaart.

Oma is heel anders nou,
dan ik het was gewend
Vroeger gaf ze nooit een snauw,
ze noemen haar dement.
Mijn over-oma doet soms raar,
maar ook al is ze oud.
Ik kom altijd graag bij haar,
omdat ik van haar houd.

© Hans Cieremans

 

Personeelbeleid

Zij had haar handen aan het bed,
toch zei haar nieuwe baas:
‘Je wordt op non-actief gezet,
het gaat niet meer helaas.
Je werkt hier nu wel dertig jaar,
maar ’t is niet meer als toen.
Het is genoeg, je bent nu klaar,
ga maar iets anders doen.

O ja, je bent vermakelijk,
omdat je vrolijk bent.
Maar je bent niet zakelijk
en werkt niet efficiënt.
Vroeger werkte dat heel goed,
maar da’s voor nu te traag,
Als je werkt zoals jij doet
is d’ opbrengst veel te laag.

De harde cijfers wijzen uit:
Je kunt het niet meer aan.
En daarom neem ik dit besluit.
Tot ziens, je kunt nu gaan’.
Zo stond de zuster op de straat,
dat deed haar reuze zeer.
Geld bepaalt het resultaat
en aandacht telt niet meer.

De werkdruk is huizenhoog
door ’t personeelstekort.
Wie nu in de zorg werkt
krijgt te veel op zijn bord.
Het is zo treurig, dit verhaal,
alles moet vlug, vlug.
En de zuster zit nu thuis,
komt zij ooit nog eens terug?

© Hans Cieremans

de weg

De weg loopt dood,
die ik nu bewandel,
een weg die ik niet meer herken.
Terwijl ik de weg vraag,
word ik vreemd behandeld,
waardoor ik niet weet waar ik ben.
Als ik dan boos word
en terug wil gaan lopen,
dan vang ik telkens weer bot.
Dan is daar een deur,
die gaat niet meer open.
De t’ rugweg zit stevig op slot.

Achter die weg
verbranden mijn schepen,
de weg voelt onveilig en kil.
Wat ik ook doe,
ik word niet begrepen,
de weg wordt beangstigend stil.
Ik kom niemand tegen,
ik moet verder lopen,
geluid van het leven verstomt.
Zo ben ik heel eenzaam
en mag ik slechts hopen,
dat er een mens naast mij komt.

De weg loopt dood,
kom jij naast me lopen?
Geef mij een stevige  hand.
Dan verdwijnt regen,
en breekt de lucht open,
op weg naar een onbekend land.
je brengt me niet terug,
maar helpt de weg wijzen,
misschien loopt de weg toch niet dood.
Misschien dat ik daar
in het licht zal herrijzen.
Blijf tot daar mijn reisgenoot.

© Hans Cieremans

Magere Hein

Ouderdom kent vele kwalen,
waarbij lichaamsfuncties falen.
Eens komt maag’re Hein je halen,
waardoor jij niet verder mag.
Maar voor hij bij je langs zal komen
en door hem wordt meegenomen,
mag je hopelijk lang dromen
van een mooie oude dag.

Maar…..

Reuma, apathie, artrose,
staar en osteoporose,
longontsteking en psychose,
CVA  en Parkinson.
Botbreuken en obstipatie,
contracturen en luxaties,
scoliose, operaties
zijn als wolken voor de zon.

Falend hart, incontinentie,
diabetes en dementie,
Slikstoornissen, maagretentie,
zware benen, stijf gewricht.
Een prostaat dat vaak vergroot is,
lever, nieren met een stoornis,
soorten kanker, hepatitis,
maag’re Hein komt in het zicht.

Dus….

Ga genieten in het heden,
denk alleen in moog’ lijkheden,
wordt niet bang, maar wees tevreden,
voor je ’t weet dan ben je dood.
Eenmaal ben je echt verslagen,
dan komt maag’re Hein opdagen.
Je moet mee mee, stel hem geen vragen,
maar zeg hem, dat je genoot.

© Hans Cieremans

Herinneringen

Herinneringen
kun je bewaren.
Je krijgt er steeds meer,
bij ’t klimmen der jaren.
Goede of slechte,
valse, oprechte.
Dingen in ‘t leven,
die zijn gebeurd.
Somber of vrolijk,
zwart-wit, gekleurd.
Herinneringen,
nieuwe of oude,
om te vergeten
of om te onthouden.

Herinneringen
kwamen en gingen.
vaak om te koest’ren,
soms om te verdringen.
Het zijn levenslessen,
missers, successen.
Herinneringen
zijn meestal fijn.
Maar af en toe,
doen ze ook pijn.
Herinneringen
verbonden ons samen.
Totdat er scheuren,
in ’t samen zijn kwamen.

Herinneringen,
we konden ze delen,
schrijven, vertellen,
bellen of mailen.
Nu moeten we dragen,
dat ze vervagen
Het samen delen
lukt ons niet meer.
Jij bent zo veel kwijt
en dat doet me zeer.
Herinneringen,
je weet er haast geen.
Ons samen delen,
doe ik nu alleen.

© Hans Cieremans