De geranium

Bent u zorgafhankelijk
oud, ziek of verward.
De politiek belooft ineens
‘U krijgt nu twee miljard’.
Dat geld is niet voor bobo’s,
maar het wordt ingezet,
voor heel veel nieuwe zustertjes,
voor handen aan het bed.

Daar wilt u vast voor stemmen,
maar dat gaat niet zo.
Want hoe gaat u 15 maart
naar het stembureau?
Is dat dan met de rolstoelbus
van het vervoer op maat?
Of heeft u een rollator soms,
waarmee het ook nog gaat?

En staat u in het stemhokje,
dan bent u mooi de klos.
Want wie ziet door zo’n lange lijst
nog bomen door het bos?
Wie geeft nou die twee miljard,
wie heeft u dat beloofd?
Ach, kleur het vakje nu maar rood
wie u het meest gelooft.

Bent u dan weer in uw huis,
dan heeft u veel beleefd.
Vertel het de geranium,
die u wat water geeft.
Kunt u hem straks weg gooien
kan hij worden gemist?
Of komt die twee miljard toch niet
en ligt hij op uw kist?

© Hans Cieremans

 

Genieten met moeder

Moeder krijgt een schoonheidsbeurtje,
op haar wangen een fris kleurtje
en ze krijgt een lekker geurtje
en haar haar gaat in de plooi.
Op haar nagels gaat een lakje,
draagt een keurig mantelpakje,
schoenen met bescheiden hakje.
Zuster maakt mijn moeder mooi.

Als ik haar dan op ga halen,
loopt ze als de zon te stralen
en vertelt ze trots verhalen
over hoe het vroeger was.
Dat ze met vriendinnen speelde
en zich bijna nooit verveelde.
Dat ze ulevellen deelde
met de kind’ ren uit haar klas.

Dan gaan wij een rondje maken
langs bekende modezaken
en ze weet me steeds te raken,
als ze toch nog veel herkent.
Moe zegt zij: ‘Ik ben versleten,
kom we gaan gezellig eten’.
Straks is zij dat weer vergeten,
langzaamaan wordt zij dement.

Ze geniet van kleine dingen,
samen shoppen, samen zingen
terend op herinneringen
van een lang vervlogen tijd.
’t Is ontroerend hoe ’t verleden
nu een rol speelt in het heden,
want het maakt haar mild, tevreden
en dat stemt tot dankbaarheid.

Maar de Alzheimer blijft dreigen,
zal vat op haar toekomst krijgen.
Laat herinneringen zwijgen,
in ontluisterend bestaan
‘k Wil dit toekomstbeeld verdringen
‘Kom op moeder, we gaan zingen’.
Ik zie nu nog twinkelingen,
in haar ogen als we gaan.

© Hans Cieremans

 

De liefde wint altijd

Als herinneringen dwalen
in een doolhof van de tijd,
in een mistig brein verschralen,
zwevend in vergetelheid.
Als herinnering verschrompelt,
ben je van je trots berooid,
word je door angst overrompeld,
dan vergeet ik je toch nooit.

Als herkenning gaat bezwijken,
in een zware levenslast,
waarin waardigheid gaat wijken,
het decorum aangetast.
Als herkenning gaat verdwijnen
in dat mistig labyrint.
Zelfs al lijk je weg te kwijnen,
weet dat onze liefde bindt.

Liefde heeft ons steeds verbonden,
niets wat ons van liefde scheidt.
Liefde heelt de diepste wonden,
zelfs al ben ik je haast kwijt.
Liefde zal het altijd winnen,
ondanks mijn verdriet en rouw.
Altijd zal ik je beminnen,
omdat ik zo van je hou.

© Hans Cieremans

 

Het hoofddoekje

Zij komt uit het ver Marokko
en zorgt voor een oude man.
Ze neemt stof af, zeemt zijn ramen,
ja, ze doet echt wat ze kan.
Doet de vaten, wast zijn kleding
en zorgt voor zijn boterham.
En daarbij draagt zij een hoofddoek,
want ze hoort bij de Islam.

Zij werkt hard bij de bejaarden,
dat geeft haar een goed gevoel.
’t Is soms moeilijk hier te aarden,
want ze komt uit Istanbul.
En soms wordt ze uitgescholden,
als ze loopt door Rotterdam,
dat komt meestal door haar hoofddoek,
want ze hoort bij de Islam.

Zij werkt in de linnenkamer
van een groot verpleegtehuis.
In Irak is zij geboren,
maar ons land dat is haar thuis.
Ondanks vele vieze klusjes,
werkt ze hier al jaren lang.
En daarbij draagt zij een hoofddoek,
want ze hoort bij de Islam.

Wie zorgt straks voor onze oudjes,
want de zorg schiet tekort.
Iedereen die zou toch willen,
dat de zorg weer beter wordt?
Maar gelukkig zijn er mensen,
die ons helpen als het kan.
En die dragen soms een hoofddoek,
want ze zijn van de Islam.

© Hans Cieremans

 

 

De hond

Klik op deze link om ‘de hond ‘ te beluisteren
https://soundcloud.com/hans-cieremans/10-de-hond

Het was een hele trouwe hond
van bijna negen jaar.
Hij en zijn lief bazinnetje
behoorden bij elkaar.
Ze woonden al die jaren saam
in een kleine flat.
Hij deelde met haar eten
en sliep bij haar in bed.

Ze waren heus niet eenzaam zo,
al kwam er nooit bezoek.
Alleen kwam er zo nu en dan
een juffrouw van de hoek.
Die deed dan alle boodschappen
en nam het hondje mee.
Maar pas als hij weer thuis was,
dan was hij pas tevree.

Opeens werd toen het vrouwtje ziek,
ze kwam niet uit haar stoel.
Het hondenbeest gaf dat alras
een heel erg raar gevoel.
Hij sprong steeds naar haar benen op
en kefte telkens luid.
‘t Was alsof het diertje zeggen wou:
‘Kom ga nou met me uit.’

Het vrouwtje moest toen weg uit huis,
ze kon niet meer alleen.
Waar moest ze met haar trouwe hond
nu toch eig’ lijk heen.
Ze vroeg het aan de juffrouw,
maar die zei: ‘Arme ziel,
ik kan die hond niet hebben.
Hij moet naar het asiel’.

Het vrouwtje in ‘t verpleegtehuis
werd steeds meer depressief.
Al waren alle zustertjes
toch wel heel erg lief.
Maar ja, zonder haar trouwe hond
was ze alles kwijt.
En in ’t asiel daar werd het dier
van zijn lot bevrijd.

© Hans Cieremans

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als het begint te haperen

Ach lieve jongen, ik zou het niet weten,
steeds vaker zoek ik naar jouw naam.
Het lijkt of ik steeds vaker meer ga vergeten,
waarvoor ik mezelf diep schaam.
Soms gaat het heel simpel om daag’ lijkse zaken,
soms ben ik de dag gewoon kwijt.
Je kunt haast met mij ook geen afspraak meer maken,
ik heb geen benul meer van tijd.

Soms laat ik mijn eten ook domweg aanbranden
of heb ik geen gas aangezet.
Dan word ik heel boos, ik vind het een schande,
dat ik er niet op heb gelet.
Om te onthouden, schrijf ik vaak een briefje,
dat leg ik dan op het dressoir.
Ik ben in de war, ach help me toch liefje
Ik vind het verschrikkelijk naar.

Soms laat ik ook domweg het eten aanbranden.
O, heb ik je dat al gezegd?
Zie je nou wel, een schande, een schande,
wat wordt mij geheugen toch slecht.
Fijn, dat je voor mij wat tijd hebt genomen
want ik ben behoorlijk van streek.
Zo lang ben je al niet meer bij me gekomen
Wat zeg je? Drie keer deze week?

Dat is toch niet waar, was jij hier ook zondag?
Wat zeg je me daar, lieve man?
Dat ik was gevallen en op het balkon lag?
‘k Herinner me niks meer daarvan.
Zeg wil je koffie, dan zal ik het maken
Waar staan de kopjes ook weer?
Ik kan hier toch zo ontmoedigd van raken,
ik weet het gewoon echt niet meer.

© Hans Cieremans

De druppel (op de gloeiende plaat)

Hij was maar een druppel
en was hard gevallen
op een gloeiende plaat.
Hij siste heel hard
verdween als een malle,
zoals dat met druppels dan gaat.
Dat druppeltje ach,
dat hielp wel een beetje,
maar hij verdampte te vlug
Het gaf wel wat lucht,
maar meer niet en dat weet je:
De pijn komt dan razendsnel terug.

Meer druppels zijn nodig
om pijn te verzachten,
maak ook de plaat minder heet.
Dan kun je veel meer
van de druppels verwachten.
Hun lot wordt meteen minder wreed.
Een handwarme plaat,
dat biedt veel meer kansen,
gewoon goed op temperatuur
Geen sissende druppels,
maar druppels die dansen.
Dat lost veel meer op, op den duur.

De gloeiende plaat
waarop druppeltjes vallen
is momenteel nog te heet.
Dat blijft het plezier
van de druppels vergallen
en maakt de misère compleet
Dansende druppels
op handwarme platen.
die maken de plaat lekker nat.
Die druppels die vullen
zo allemaal samen
een vol en een lekker warm bad.

© Hans Cieremans

 

Verpleeghuiszorg van nu

Jij kleedt ze aan,
jij geeft soms injecties,
jij deelt medicijnen,
bestrijdt de infecties.
jij moet rapporteren
jij moet activeren.
Jij helpt bij ’t eten,
jij helpt naar ’t toilet.
Jij helpt bij ‘t opstaan
en brengt weer naar bed.
En als het moet, dan plaats je een sonde,
maar doe het snel, want het is tijdgebonden.

Hier vijf minuten, daar misschien acht,
persoonlijke aandacht: ‘Geen tijd’.
Daar gaat een bel, de volgende wacht,
dat is nu ons oud ’renbeleid.

Jij rent je rot,
maar wacht eens heel even.
Wat weet jij nu
van de zieken hun leven?
Wat zijn de wensen
van deze mensen?
Wat was hun hobby,
wat was hun werk?
Hebben ze kind ’ren,
gaan zij naar een kerk?
Wat is de muziek waar ze van houden?
Wat is de plek, waar zij toekomst bouwden?

Hier vijf minuten, daar misschien acht,
persoonlijke aandacht: ‘Geen tijd’.
Daar gaat een bel, de volgende wacht,
dat is nu ons oud ’renbeleid.

De dagbesteding
plezier in hun leven,
raakt ondergeschikt
en is afgeschreven.
Zieken, dementen,
het draait om de centen
De sfeer is verdwenen,
weg activiteit
Werken met schema’s,
heet nu ‘kwaliteit’.
Verpleeghuis van nu, waar ik geen geluk zie
Verpleeghuis van nu, een sterfhuisconstructie.

Hier vijf minuten, daar misschien acht,
persoonlijke aandacht: ‘Geen tijd’.
Daar gaat een bel, de volgende wacht,
dat is nu ons oud ’renbeleid.

© Hans Cieremans

 

 

Het ‘plascontract’

De werkdruk in ’t verpleegtehuis
wordt drastisch aangepakt.
De cliënten allemaal
krijgen een ‘plascontract’.
En de plasjes tussendoor
laat je maar rustig gaan.
Want preventief heeft iedereen
daarvoor een luier aan.

Drie keer daags naar het toilet,
eerst voor het ontbijt.
Om twee uur, da’s na de prak,
is weer plasronde tijd.
Daarna duurt het dan tot zes uur
soms haal je dat maar net.
Je krijgt een luier voor de nacht,
daarna kan je naar bed.

Geweldig dat een luier veel
urine absorbeert.
En luiers zijn vandaag de dag
ook goed geparfumeerd.
Dus oudjes blijven lekker droog,
geen geurtje wordt verspreid.
Plassen mag, natuurlijk wel.
Maar alles op zijn tijd.

Want veiligheid dat staat voorop,
dat zegt het protocol.
Dus rapporteer de hele dag
en plas de luiers vol.
Het personeel wil zorgzaam zijn,
dat treft geen enk ‘le blaam.
Het is het overheidsbeleid,
waar ik me diep voor schaam.

Want zij legt steeds meer regels op,
bezuinigt er op los,
geeft de schuld aan het tehuis,
de oudjes zijn de klos.
De regelgeving slaat ver door,
weg is gezelligheid.
‘Zuster, ik moet plassen nu’.
‘Mevrouw ik heb geen tijd’.

© Hans Cieremans