Moeders verjaardag

Gist’ ren was mijn moeder jarig,
al haar kind’ ren zijn geweest.
Met cadeautjes, taart en bloemen,
een intiem, gezellig feest.
Maar vanmorgen belde moeder,
ongeveer om kwart voor tien.
En ze vroeg: ‘Waar zijn mijn kind’ ren?
‘k Heb ze zolang niet gezien’.

Ik zei: ‘Moeder, u was jarig.
Gisteren, weet u nog wel?
Iedereen kwam op de koffie,
u genoot van ’t hele stel.
Kijk maar eens naar al die bloemen,
die nu in uw kamer staan.
En we bleven bij u lunchen,
daarna zijn we weg gegaan’.

Moeder was meteen verdrietig
en vroeg huilend naar haar zoon.
‘Ma, hij heeft u toegesproken,
dus hij was er ook gewoon’.
‘O, wat vind ik dat vervelend,
dat ik dat nou niet meer weet.
Ik moet maar eens naar de dokter,
omdat ik zo snel vergeet’.

Moeder hing de telefoon op,
belde weer op tien voor vijf.
Ze zei dat ze op me wachtte,
vraagt zich af waar ik nu blijf.
‘Wij hadden toch afgesproken
en weet jij ook heel misschien,
waar mijn kind’ ren zijn gebleven?
‘k Heb ze zolang niet gezien’.

© Hans Cieremans

 

 

 

Familieruzie

Ruzie over moeders spullen,
waar haar gouden ring nou is?
Ruzie over zakken vullen
of de hele erfenis.
Over wat is afgesproken,
onbegrip en misverstand.
De familieband gebroken,
zo loopt alles uit de hand

Ruzie over de verpleging
of een ziekenhuisbezoek.
Wie er nou met moeder meeging,
een verdwenen fotoboek.
Ruzie over de sedatie
of een giro-envelop.
Ruzie over de crematie
en zo loopt de spanning op.

Moederlief zal weldra sterven,
houdt van ieder evenveel.
En wie wat van haar zal erven?
Iedereen krijgt toch zijn deel?
En als moeder is gestorven,
aan het einde van haar strijd,
wordt de plechtigheid bedorven,
door iemands afwezigheid.

Toch voelt niemand zich echt schuldig,
iedereen wijst naar elkaar.
Vindt zichzelf ook heel zorgvuldig,
want wat ‘ik’ zeg dat is waar.
Moeder heeft dit nooit geweten,
blijft gevrijwaard van die straf.
En o ja, niet te vergeten:
Haar ring draagt ze in het graf.

© Hans Cieremans

Spreken is zilver, maar zwijgen is ………….

Hoe vertellen wij,
wat wij bedoelen.
Wat zij niet begrijpen,
maar wel kunnen voelen.
Spreken voldoet niet,
taal die tekortschiet.
Woorden verdwijnen
zonder effect.
Tot onze glimlach
door hen wordt ontdekt.
Dan breken wij door
in hun onvermogen.
Want zie, zij verstaan
onze sprekende ogen.

Hoe vertellen wij,
wat wij bedoelen.
Wat zij niet begrijpen,
maar wel kunnen voelen.
Zinnen verbleken,
bij al ons spreken.
Het zijn holle klanken,
zonder affect.
Tot onze warmte
door hen wordt ontdekt.
Dan breken wij door
in hun eenzaam leven.
Verstaan zij de sfeer,
die warmte kan geven.

Zo vertellen wij,
wat wij bedoelen.
Wat zij niet begrijpen,
dat laten we voelen.
Taal van het lichaam,
zichtbaar en heilzaam.
Taal van muziek,
de taal van de sfeer.
Taal van de aandacht,
dat daalt bij hen neer.
Zo breken wij door
zelfs als je niets zegt
en kiest voor de taal,
waarmee je contact legt.

© Hans Cieremans

Het is wat het is

Al jouw woorden die me troosten,
zijn heel lief en goed bedoeld.
Maar als jij dit zelf niet meemaakt,
weet je echt niet hoe het voelt.
Maar ik neem je dat niet kwalijk,
want het is zoals het is.
Woorden kunnen niet beschrijven,
hoe het voelt dat ik  hem mis

Nachtenlang lig ik soms wakker
en dan pieker ik me suf.
Ik slaap weinig, doodvermoeiend,
op de dag dan ben ik duf.
Mijn lief ligt in een verpleeghuis,
want thuis ging het echt niet meer.
Maar soms voel ik me ook schuldig.
Dat hij daar is, dat doet zeer.

Maar jouw woorden die me troosten,
die verzachten wel de pijn.
Dat jij mijn verdriet wilt delen,
dat waardeer ik, dat is fijn.
En als ik dan ’s nachts weer pieker,
denk ik ook aan wat je zei:
‘Het gemis zal altijd blijven,
maar de pijn gaat ooit voorbij’.

Dat wil ik heel graag geloven,
maar zover ben ik nog niet.
Jij zegt: ‘Tijd heelt alle wonden,
dus ook wonden van verdriet’.
Ach, de tijd zal het me leren,
troost ik and’ ren goed bedoeld.
Maar het litteken zal blijven,
want ik weet nu hoe het voelt.

© Hans Cieremans

 

Tijdloos

Niets meer om naar uit te kijken,
plannen maken lukt niet meer.
En de tijd, die heelt geen wonden,
tijd verdwijnt en dat doet zeer.

’t Leven kent nog slechts momenten,
een beleven, hier en nu.
Een herinnering aan het verleden,
passeert soms vaag de revue.

En de toekomst? Ach je weet niet,
wat je nog aan toekomst hebt.
Maar de hoop op plannen maken,
die is langzaam weg geëbd.

En daar moet je maar mee dealen,
met zo’n leven zonder tijd.
Met zijn vluchtige momenten,
dierbaar, maar ook zo weer kwijt.

Dus die vluchtige momenten,
kennen maar heel weinig tijd.
Maar als jij ze zult bewaren,
blijven ze in eeuwigheid.

© Hans Cieremans

 

Leven in de schemering

Als het schemert in je leven,
waardoor werk’ lijkheid vervaagt
en de mist in flarden opduikt,
die vergeten in zich draagt.
Als je leven moet met angsten,
met verwarring, zielenpijn.
Dan zit ik me af te vragen,
wat jouw levenszin kan zijn?

Als de duisternis slechts toeneemt,
bij ’t verstrijken van de tijd.
Waardoor zorgen zich vergroten,
net als je afhank’ lijkheid.
Als geliefden jou omringen,
terwijl jij ze niet herkent.
Dan zit ik me af te vragen,
waarom jij nog bij ons bent?

Maar toch wil ik je niet missen,
want soms door die dichte mist,
zie ik ook wat zonnestraaltjes,
die ik al had uitgewist.
Dan zie ik ineens jouw glimlach,
ondanks diepe duisternis.
En dan voel ik dat jouw ‘hier zijn’
toch nog van veel waarde is.

© Hans Cieremans

 

 

De deur

De deur zit potdicht
en hij gaat pas open.
Als jij bereid bent
met mij mee te lopen.
Laat mij dan even,
vrijheid beleven.
Jij bent mijn code,
mijn sleutel die past.
Als je straks weg bent,
dan moet ik weer vast.
Kom, pak mijn hand,
neem mij mee naar buiten.
Dan vluchten we weg
van deuren die sluiten.

De deur zit potdicht,
hermetisch gesloten.
Dat jij hier was,
is me ontschoten.
Kom met me praten,
ik voel me verlaten.
Kom door die deur,
haal hem van ‘t slot.
Jij bent de sleutel,
die deur moet kapot.
Het mist in mijn brein,
kom me nou halen.
Ik wil bij jou zijn,
als ik ga verdwalen.

De deur blijft potdicht,
maar ik blijf waken.
Tot jij er bent
om open te maken.
Deel met mij samen
vergeten namen.
Haal me dan weg,
weg bij die deur.
waarachter ik huil,
in droefheid en sleur.
Kom, pak mijn hand,
neem mij mee naar buiten.
Leid mij naar de vrijheid,
waar deuren nooit sluiten.

© Hans Cieremans

.

 

 

 

Kalverliefde

Liefdevol kamt hij haar haren
en denkt hoe het vroeger was.
Wapperende bruine lokken,
achttien jaar en groen als gras.
Zachtjes streelt hij dan haar wangen,
net zoals hij vroeger deed.
In hun tijd van kalverliefde,
de tijd die zij niet meer weet.

Af en toe zag hij een glimlach,
zomaar even een moment.
Heeft zij met gesloten ogen,
iets van dat gevoel herkend?
Misschien was het maar verbeelding,
want wat weet ze nog van toen?
Zij geeft op die vraag geen antwoord,
hij geeft haar ontroerd een zoen.

Liefdevol kamt hij haar haren
en denkt hoe het vroeger was.
Wapperende bruine lokken,
nu van zilver, dun als vlas.
Zachtjes streelt hij dan haar wangen,
net zoals hij vroeger deed.
In hun tijd van kalverliefde,
die hij nimmermeer vergeet.

© Hans Cieremans

 

Waanzin?

Paranoia en narcisten,
drugsverslaafden en autisten,
bipolairen, masochisten
hebben geestelijk gebrek.
Schizofrenen met psychose,
diep dementen met neurose,
hun beladen diagnose,
noemt met simpelweg vaak ‘gek’.

Hypochonders, kleptomanen,
‘Korsakovjes’, pyromanen,
mensen met hun grootheidswanen,
zijn ‘afwijkend, abnormaal’.
De dwangmatig obsessieven,
pathologisch agressieven
en de manisch depressieven,
ach, wie hoort naar hun verhaal?

De Alzheimers, necrofielen,
zwakbegaafden, randdebielen,
het zijn psychisch zieke zielen
met een lijden heel intens.
Al die geestelijk gestoorden
opgesloten in hun oorden,
ze  zijn soms te gek voor woorden,
maar waanzinnig mooi als mens.

© Hans Cieremans

Gescheiden afscheid

Steeds meer kleine stapjes afscheid,
langzaamaan raak ik je kwijt.
Jij bent niet meer zoals vroeger,
dat is een voldongen feit.
En dat moet ik accepteren,
maar het voelt als een gevecht.
En hoewel de mensen lief zijn,
’t is zo makkelijk gezegd.

Steeds meer kleine stapjes afscheid,
langzaamaan raak jij mij kwijt.
Jij gaat mij steeds meer vergeten,
dat is een voldongen feit.
En jij moet dat accepteren,
in jouw ongelijk gevecht.
En hoewel de mensen lief zijn,
’t is zo makkelijk gezegd.

Zo verliezen wij elkander,
beiden op een eigen wijs.
Ons verlies verschillend delen,
dat kost ons een hoge prijs.
Eens deelden wij  alles samen,
de beleving op één lijn.
Maar dit afscheid voelt gescheiden,
daarom doet het extra pijn.

© Hans Cieremans