Zwemmen

Elke week gingen we zwemmen
met de afdeling pg.
En ik ging als begeleider
altijd met de oudjes mee.

Heerlijk in het warme water,
speciaal op temp’ ratuur,
konden mensen vrij bewegen
en ontspannen voor een uur.

Zo zwom ik met een bewoner,
hij was stevig en vrij groot.
Stond hij op de zwembadbodem
dan waren zijn schouders bloot.

Hij genoot met volle teugen,
want dat merkte ik echt wel.
Maar op beide blote schouders
zag ik bij hem kippenvel.

Dus ik spetterde wat water
op zijn blote schouderblad.
En meneer zei: ‘Wil je stoppen,
want zo word ik ook nog nat’.

© Hans Cieremans

 

Vakantie

Het was een mooi vakantiehuis,
niet ver van de zee.
Geschikt gemaakt voor ouderen
en ook voor de pg.
We waren er naartoe gegaan,
met een man of zes.
Begeleiding één op één,
het werd een groot succes.

Ik was gekoppeld aan een vrouw,
ze bloeide reuze op.
Leuk, ze was op mij gesteld
en ze genoot volop.
We gingen overal naar toe,
het weer dat zat ook mee.
Terrasje pikken, babbelen
en kijken naar de zee.

Mevrouw noemde me steeds bij naam,
wat heel bijzonder was.
Ze stopte alle foldertjes
in haar zwarte tas.
‘Dat is als herinnering’,
zei mevrouw, ‘je weet,
dat ik juist de laatste tijd
heel gauw zoveel vergeet’.

De tijd ging snel, de week vloog om,
we moesten weer naar huis.
En doodvermoeid, maar ook voldaan,
kwam iedereen goed thuis.
Mevrouw ging naar de huiskamer,
weer naar haar eigen stoel.
Ze zat nog na te glunderen,
dat gaf een goed gevoel.

Ik ruimde haar bagage op
en toen was alles klaar.
Ik ging nog even naar mevrouw
en nam afscheid van haar.
‘Dank u voor de fijne week,
het was voor ons een feest’.
Maar mevrouw zei stomverbaasd:
‘Ik ben niet weg geweest’.

Ik zei: ‘Jawel. we zijn net terug,
we waren aan de zee’.
Maar mevrouw zei resoluut:
‘Ik was met jou niet mee.
Ik ga nooit op vakantie,
ik weet niet wie je bent.
En als ik op vakantie ga,
dan vast niet met een vent’.

© Hans Cieremans

Dementie is niet het einde

Dementie is niet te keren,
ermee leven moet je leren,
als je dat kunt accepteren,
rest er nog een mooie tijd.
Tijd om samen te besteden,
delen van een lang verleden
en genieten van het heden,
liefde en intimiteit.

Samen de momenten pakken
en de moed niet laten zakken,
ondanks alle ongemakken,
er gewoon zijn voor elkaar.
Samen dansen, samen zingen,
delen van herinneringen,
Er zijn zoveel mooie dingen,
ook al is het soms best zwaar.

Als je dementie kunt dragen,
ondanks al die ‘waarom’ vragen
en maar niet alleen blijft klagen,
dan heeft verder leven zin.
Dementie kan niks beginnen,
als we liefde laten winnen
en elkaar blijven beminnen,
daar geloof ik heilig in.

© Hans Cieremans

 

Zorgniveau

Het niveau van de zorg
moet niet stijgen,
maar weer dalen,
om te voorkomen
dat het verder zal verschralen.
Misschien klinkt dat wat apart.
Maar ik bedoel:
Het niveau weer moet dalen
van het hoofd
terug naar het hart.

© Hans Cieremans

Wondermooi moment

Fysiek was ze nog aanwezig,
maar contact was er niet meer.
’t Was een kasplantje geworden,
ogen dicht, kwetsbaar en teer.
Voedsel kreeg ze door een sonde,
vocht kreeg zij door een infuus.
Ze had ook nog doorligwonden,
heel haar leven leek diffuus.

Ik probeerde door te dringen,
maar ze had, dacht ik, niks door.
Toch ging ik zacht voor haar zingen,
en dacht: ‘Waar doe ik het voor?’
Ik zong wat Christelijke liedjes,
haar geloof was vroeger groot.
Maar ook nu kwam geen reactie,
op de aandacht, die ik bood.

Toen heb ik het opgegeven,
het leek zinloos wat ik deed.
En dacht: ‘Wat is het ontluist’rend,
als je niets, echt niets meer weet’.
En ik aaide door haar haren
en zei toch gedag tot slot.
Toen sprak zij ineens één woordje
en dat woordje, dat was ‘God’.

Het leek bijna op een wonder,
ik bleef even bij haar staan.
Want ineens na zoveel maanden,
zag ‘k haar ogen opengaan.
’t Duurde maar een paar seconden,
maar toch had ze iets herkend.
Ook al was het een paar tellen,
’t was een wondermooi moment.

© Hans Cieremans

Omgedraaide rol

Als ik vroeger wel eens bang was
of ik had iets stouts gedaan.
Als ik ik daarom dan moest huilen,
kroop ik dicht tegen je aan.
Dan ging jij me altijd troosten,
sloeg je armen om mij heen.
En dan droogde jij mijn tranen,
liefdevol en een voor een.

Jij verzorgde mij vol warmte
en had voor mij altijd tijd.
Onvoorwaardelijke liefde,
bracht mij naar volwassenheid.
Op de dag dat ik uit huis ging,
heb je mijn jeugd uitgezwaaid.
Nu de Alzheimer jou teistert,
zijn de rollen omgedraaid.

Als jij nu soms wel eens bang bent
of je hebt iets vreemds gedaan.
Als je daarom dan moet huilen,
kruip ik dicht tegen je aan.
Dan probeer ik je te troosten,
sla mijn armen om jou heen.
En dan droog ik al je tranen,
liefdevol en een voor een

© Hans Cieremans

De laatste bladzij

Eens schrijf jij de laatste bladzij
van je eigen levensboek.
Is je inkt op, is je pen leeg,
gaat het licht uit, valt het doek.

In jouw boek zal jij steeds schrijven
tot je allerlaatste snik.
Soms wordt het een heel dun boekje,
soms wordt het juist superdik?

In jouw boek schrijf je verhalen,
vol met jouw herinnering.
Soms dan blijft je boek gesloten,
soms dan leest er iemand in.

Jij beschrijft de laatste bladzij,
’t einde van jouw levensspoor.
Een verhaal met open einde,
daarmee geef je leven door.

Dus……

Eens schrijft hij/zij de eerste bladzij
van zijn/haar nieuwe levensboek.
Nieuwe inkt en nieuwe pennen,
’t licht gaat aan, open het doek.

© Hans Cieremans

 

Dilemma

We zijn beiden oud
en wonen nog samen,
maar ik houd het niet langer vol.
Mijn man doet zo vreemd,
ik moet me soms schamen,
daarom gaf de dokter Haldol.
Maar nu trilt hij steeds,
huilt tranen met tuiten.
Haldol maakt mijn man depressief.
Ik ga nu beslist niet
meer wandelen buiten.
want laatst werd hij zelfs agressief.

Nu moet hij uit huis,
ik wil hem niet missen,
maar thuis gaat het bijna niet meer.
Het valt me zo zwaar,
om dat te beslissen,
ik stel het maar uit telkens weer.
De dokter die vindt
het thuis niet verantwoord.
De Alzheimer eist nu zijn tol.
Hij zegt dat mijn man
nu in een tehuis hoort.
Niets helpt, zelfs ook niet Haldol.

We zijn beiden oud
en wonen nog samen.
Maar ‘t samen zijn voelt zo alleen.
En toen zondag hier
onze kinderen kwamen,
vroegen zij: ‘Waar gaat pa heen?’
Zestig jaar samen
ik heb niks te kiezen,
de scheiding is haast een feit.
‘t Geluk dat we deelden,
dat gaan we verliezen.
Maar blijft in ons hart voor altijd.

© Hans Cieremans

 

Oma’s achterkleinkind

Mijn over-oma, doet soms raar,
ze is al heel erg oud.
Maar toch ga ik graag naar haar,
omdat ik van haar houd.
Mijn moeder zegt: ‘Oma is ziek,
maar houdt ook nog van ons’
Vroeger was mijn oma sjiek,
maar nu is zij een slons.

Soms ga ik met mijn moeder mee,
bij oma op bezoek.
Dan slaapt ze vaak bij de tv,
soms plast ze in haar broek.
En als ik dan hard ‘oma’ roep,
dan lijkt ze niet meer blij.
Vroeger gaf ze mij steeds  snoep,
maar dat is nu voorbij.

Soms weet ze niet meer hoe ik heet,
vraagt zij: ‘Ben jij Jeroen?’.
Gek toch, dat ze dat vergeet,
maar ik krijg wel een zoen.
Dan geef ik haar een tekening,
met hartjes en een paard.
Ze geeft me de verzekering,
dat zij hem goed bewaart.

Oma is heel anders nou,
dan ik het was gewend
Vroeger gaf ze nooit een snauw,
ze noemen haar dement.
Mijn over-oma doet soms raar,
maar ook al is ze oud.
Ik kom altijd graag bij haar,
omdat ik van haar houd.

© Hans Cieremans

 

Personeelbeleid

Zij had haar handen aan het bed,
toch zei haar nieuwe baas:
‘Je wordt op non-actief gezet,
het gaat niet meer helaas.
Je werkt hier nu wel dertig jaar,
maar ’t is niet meer als toen.
Het is genoeg, je bent nu klaar,
ga maar iets anders doen.

O ja, je bent vermakelijk,
omdat je vrolijk bent.
Maar je bent niet zakelijk
en werkt niet efficiënt.
Vroeger werkte dat heel goed,
maar da’s voor nu te traag,
Als je werkt zoals jij doet
is d’ opbrengst veel te laag.

De harde cijfers wijzen uit:
Je kunt het niet meer aan.
En daarom neem ik dit besluit.
Tot ziens, je kunt nu gaan’.
Zo stond de zuster op de straat,
dat deed haar reuze zeer.
Geld bepaalt het resultaat
en aandacht telt niet meer.

De werkdruk is huizenhoog
door ’t personeelstekort.
Wie nu in de zorg werkt
krijgt te veel op zijn bord.
Het is zo treurig, dit verhaal,
alles moet vlug, vlug.
En de zuster zit nu thuis,
komt zij ooit nog eens terug?

© Hans Cieremans