Stilte

Ik sta hier alleen,
niemand om me heen,
in de stilte van de natuur.
Ondanks mijn verdriet,
voel ik kilte niet,
’t is juist warm, ook al is het guur.

‘k Laat de stilte spreken,
‘k hoor de boodschap die het zendt,
als een hoopvol liefdesteken,
dat je hier dichtbij mij bent.

Ik sta hier alleen,
starend naar jouw steen,
‘t zachte briesje is waterkoud.
Toch blijf ik hier staan,
steek een kaarsje aan,
als bewijs dat ik van je houd.

‘k Laat de stilte spreken,
‘k hoor de boodschap die het zendt,
als een hoopvol liefdesteken,
dat je hier dichtbij mij bent.

Ik ga weg alleen
en ik voel meteen,
dat stilte verbroken wordt.
’t Leven raast voorbij,
maar heel diep in mij,
weet ik ook: ‘Dat duurt nog maar kort’.

Dan zal stilte spreken,
met de boodschap die het zendt,
als een hoopvol liefdesteken,
dat je snel weer bij mij bent.

© Hans Cieremans

Ouderdom

Ouderdom komt met gebreken,
pijntje hier en pijntje daar.
Zere knieën, vreemde steken,
slechter horen, stijfheid, staar.
‘Daarmee moet je leren leven’,
dat is dokters wijze raad.
Wat de ouderdom zal geven,
dat zijn kwaaltjes vroeg of laat.

Ouderdom is afscheid nemen,
doet herinnering soms pijn.
Zijn er psychische problemen,
die vaak niet oplosbaar zijn.
Eenzaamheid, angst en depressie,
zonder toekomstperspectief.
Ouderdom doet geen concessie
en is soms heel destructief.

Maar juist ouderdom kent vreugde,
begrip, wijsheid, dankbaarheid.
Wat er vroeger echt niet deugde,
is nu relativiteit.
Door ervaring mild geworden
en door ouderdom ontplooit,
wordt het leven goed op orde,
in berusting ooit voltooid.

© Hans Cieremans

Op bezoek

Ik zit naast je, maar waar ben je,
want je lijkt zo heel ver weg?
Ik praat met je en verwen je,
maar je snapt niet wat ik zeg.
‘k Zie je kijken, maar je ziet niet,
dat je eigen kind hier zit.
Ik probeer contact te maken,
maar het lukt niet, wat een ‘shit’.

Ik zit naast je en wil vloeken,
maar dat helpt geen ene zier.
Jij leeft in je eigen bubbel,
desondanks ben ik toch hier.
Want steeds hoop ik op herkenning,
ook al heeft het weinig zin.
Toch blijf ik het maar proberen,
tegen beter weten in.

Ik zit naast je, maar waarom dan?
Je herkent me toch niet meer.
Het lijkt zinloos om te komen
en het doet alleen maar zeer.
Toch blijf ik hier naast je zitten,
ook al doet het me verdriet.
Jij bent mij dan wel vergeten,
jij mij wel, maar ik jou niet.

© Hans Cieremans

 

 

 

 

 

De trein naar Alzheimer

Er rijdt een trein naar Alzheimer,
wie ooit die reis begon,
reed flink door en stopte pas
op het eindstation.
De reis ging door een dichte mist
en door een heel diep dal.
En niemand wist meer waar hij was
tot in de aankomsthal.

‘Dit is het einde van de reis’
zei dan de machinist.
Met lege handen stond je daar
omringd door dichte mist.
De uitgang was er niet te zien,
er was geen terug-vervoer.
Want voor de reis naar Alzheimer
bestond er geen retour.

Er was geen balie, geen loket,
geen informatiebron
Er heerste overal paniek
op een druk perron.
Al de mensen die je zag,
die waren onbekend.
Niemand die het antwoord gaf,
op waar je hier toch bent.

Maar toch, als je heel goed kijkt,
dan zie je langs het spoor,
een hoopvol lichtje door de mist,
daar breekt de zon weer door.
Daar staat de nieuwe trein weer klaar,
de mensen stappen in.
Alzheimer geen eindstation,
maar reis naar nieuw begin.

© Hans Cieremans

De wijzers van jouw klokken

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
voert het toekomstplannen maken
een vergeefs, verloren strijd.
Soms, heel kort maar in het heden,
staan die wijzers even stil.
Maar dan draaien ze weer verder,
naar de kant die ik niet wil.

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
zijn er slechts herinneringen,
als een bron van vastigheid.
’t Is een reis naar het verleden,
hoever zal die reis nog gaan?
Ik probeer wel mee te reizen,
tot de wijzers stil gaan staan.

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
zijn die wijzers niet de mijne,
raak ik jou en jij mij kwijt.
‘k Zou die wijzers willen stoppen,
draaien naar de goede kant.
Want ik kan soms niet meer volgen,
waar jouw reis is aanbeland.

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
voel ik onmacht, soms berusting,
soms ook woede, soms ook spijt.
Maar als straks jouw wijzers stil staan,
gaan de mijne weer rechtsom.
Blijf ik hopen dat je rust krijgt
en blijft wachten tot ik kom.

© Hans Cieremans

Leegte

Ondoordringbaar is de leegte
van de holtes in het brein.
Schemerige zwarte gaten,
in een labyrint vol pijn.
Daar is vroeger weg, verdwenen
en is toekomst gecastreerd.
Daar is zelfs het ‘ik‘ vergeten
en herinnering geamputeerd.

In met niets gevulde leegte
van de holtes in het brein,
vullen gaten zich met tranen
tot een nevelig gordijn.
Daar tikt uitzichtloos de tijd door,
tijd die ook al niet meer is.
Daarin leef jij, maar ook niet meer,
in een wereld van gemis.

In de volheid van de leegte,
van de holtes in het brein,
zitten gaten met veel vragen
van wat levenszin mag zijn.
Maar het antwoord blijft verborgen
in de leegte van de mist.
Niemand kan het mij vertellen,
o, ik wou dat ik het wist.

© Hans Cieremans

Alles wat is opgebouwd

Alles wat is opgebouwd,
brokkelt langzaam af.
Bijna niets blijft overeind
van wat het leven gaf.
Het verdwijnt in flarden mist,
met gaten in de tijd.
Wat overblijft, dat is een schim
gevuld met eenzaamheid.

Alles wat is opgebouwd,
is slechts herinnering,
Een vaag herkennen af en toe,
in kille schemering.
Het uitzichtloze dwalen,
een zoeken naar houvast.
Het beetje dat nog over is,
weegt als een zware last.

Alles wat is opgebouwd,
glipt door de vingers heen.
Het samen wat er altijd was,
dat is nu heel alleen.
Een onomkeerbaar ziektebeeld,
zonder perspectief.
Het enige wat troostend is:
‘Ik heb je nog steeds lief’.

© Hans Cieremans

 

De dans

Ze danste vrolijk door het leven,
maar de muziek is uitgespeeld.
En de nieuwe partituren,
worden niet meer uitgedeeld.
In de oude vallen gaten,
klanken zijn nu zonder kleur.
Af en toe klinkt een vals deuntje,
met zijn tonen in mineur.

Ze danste vrolijk door het leven,
een Weense wals of een ballet.
maar de jukebox van haar leven,
is versleten, stilgezet.
Al haar platen zijn vol krassen,
onverstaanbaar, vol met ruis.
Soms dan draait ze er nog eentje,
bij haar in ’t verpleegtehuis.

Ze danste vrolijk door het leven,
ze was geliefd bij iedereen.
Maar nu zij niet meer kan dansen,
voelt ze zich wel heel alleen.
Nog één dans zal zij ooit dansen,
aan het einde van haar tijd,
‘t is getiteld ‘danse macabre’,
eenzaam in vergetelheid.

© Hans Cieremans

Laat me niet alleen

Als ik zoveel ben vergeten,
dat ik jou zelfs niet herken.
Als ik steeds maar weer blijf vragen,
hoe jij heet en waar ik ben.
Als ik niets meer kan begrijpen,
van de wereld om me heen.
Dan heb ik je keihard nodig,
dus laat mij dan niet alleen.

Als ik wartaal uit ga spreken,
naar je kijk, maar je niet zie.
Als ik niet weet hoe te hand’ len
en verlies ik mijn regie.
Als ik boos word en opstandig
of van angsten haast versteen.
Dan heb ik je keihard nodig,
dus laat mij dan niet alleen.

Als ik alsmaar een beroep doe
op je eindeloos geduld.
Als het jou wel eens teveel wordt,
dan is dat echt niet mijn schuld.
Want ik kan het zelf niet helpen,
Alzheimer is zo gemeen.
Ook jij lijdt, we doen het samen,
laat mij daarom nooit alleen.

Als Corona ooit weer terug komt,
blijf dan niet weer zo lang weg,
Nee, niet zwaaien voor de ramen,
maar bezoek in overleg.
Want de eenzaamheid is fnuikend,
dat gaat echt door merg en been.
Als Corona ooit weer terugkomt,
laat me juist dan niet alleen.

© Hans Cieremans

 

Verstand en gevoel

Mijn verstand zegt: ‘Het is goed zo’,
maar het botst met mijn gevoel.
Want ik mis je haast in alles
en dat is een heleboel.
Ondanks dat je ging vergeten,
stond ik altijd voor je klaar.
Dat was moeilijk, zeker weten,
maar we waren bij elkaar.

En we deelden onze tranen
en zo deelden we je strijd.
Nu heb jij je rust gevonden,
dat is goed, maar ‘k ben je kwijt.
Tranen kan ik niet meer delen,
alleen moet ik verder gaan.
Maar jou zal ik nooit vergeten,
onze liefde blijft bestaan.

Ik praat altijd met je foto,
steeds voordat ik slapen ga.
En ik wens je ‘goede morgen’,
als ik ’s morgens vroeg op sta.
En dan zeg ik: ‘Het is goed zo’,
maar het botst met mijn gevoel.
Want ik mis je haast in alles,
jij weet vast wat ik bedoel.

© Hans Cieremans