De man van mijn leven

Waar is je lach,
je ogen die stralen,
je humor, je trots,
je mooie verhalen?
Jouw interesse,
jouw levenslessen?
Waar is je liefde,
je troostende arm?
jouw stoere lichaam,
veilig en warm?
Jouw zelfbewustheid,
waar is het gebleven?
Waar ben je nou toch,
jij man van mijn leven?

Ik zie je staan,
onrustig, apathisch,
niet te verstaan,
verdrietig, afatisch.
Angstig, gespannen,
geen toekomstplannen.
Jij kijkt me aan,
terwijl mijn hart schreit
Je kent me niet meer,
jij bent me kwijt.
Waar is de troost,
die jij me kon geven?
Jij werd zo anders,
jij man van mijn leven.

Ik geef een zoen,
en voel tranen wellen.
‘Ik houd van jou’,
wil ik je vertellen.
De blik in je ogen,
koel, onbewogen,
het droevig bewijs
dat jij niet herkent.
Dat jij ver heen,
niet meer bij mij bent.
Maar één belofte,
die ik je wil geven:
‘Je blijft ondanks alles
de man van mijn leven’.

© Hans Cieremans

 

 

Regendruppels op de ramen

Regendruppels op de ramen,
in een wereld grijs en grauw
Druppels met vergeten namen,
in een zwart gat op de schouw.
Waar wat was lijkt te verdwijnen
waar het ‘toen’ in tijd verdwaalt.
Waar de flarden mist verschijnen
waar herinnering verschraalt.

Daar zijn regendruppels tranen
daar is angst in ‘t zwarte gat.
Daar zijn schemerige wanen
op een duister levenspad.
Daar is pijn niet meer te keren,
is het donker als de nacht.
Daar wordt angst van dementeren,
door de liefde nog verzacht.

Als de striemen regenvlagen
al het uitzicht doen ontgaan
Als het gat met duizend vragen
zonder antwoord blijft bestaan.
Waardoor tranen in je ogen
blijven stromen in de strijd.
Zal de liefde ze weer drogen,
want de liefde wint altijd.

© Hans Cieremans

 

De dag van de verpleging

Jouw warme zorg
aan mensen gegeven.
Verzacht heel veel pijn,
de pijn in hun leven.
Even onthaasten,
tijd voor je naasten.
Tijd met jouw liefde,
jouw aandacht, geduld.
Tijd die jou zelf
met voldoening vervult.
Tijd om verdriet
en hun tranen te delen.
Tijd voor jouw glimlach,
die troostend kan helen.

Dat is de tijd,
die jou vaak ontbeert,
je hebt het haast altijd te druk.
Maar jij draagt bij zieken,
hoewel tijd frustreert,
toch bij aan hun levensgeluk

Jouw warme zorg
aan mensen gegeven.
Maakt mensen dankbaar,
geeft zin aan hun leven.
Jij bent hun maatje,
maakt soms een praatje.
Tijd voor een ‘bakkie’,
wat lekkers erbij.
Het lijkt zo eenvoudig,
het maakt mensen blij.
Jouw helpende handje
kan mensen diep raken.
Wat zou je daar graag
meer tijd voor maken.

Jij zet de mensen,
nooit  ik de kou,
al is tijd niet altijd je vriend.
Daarom deze dag,
die is nu voor jou,
de dag die je heel dik verdient

© Hans Cieremans

Mist

Zo dichtbij, zo onbereikbaar,
bij elkaar en toch alleen.
Toen en nu onvergelijkbaar,
in een toekomst, die verdween.
‘k Houd je vast, terwijl ik loslaat
in de mist die ons omgeeft
Tijd die stopt, maar toch ook doorgaat,
onbegrip dat in ons leeft.

Mist als een gordijn van tranen
in onmetelijk verdriet,
met steeds meer vergeten namen.
Je kijkt me aan, maar ziet me niet.
Mist, die al het licht verduistert
van ’t gelukkig toekomstbeeld
en de levensvreugd ontluistert,
die door samen werd gedeeld.

Weg zijn alle toekomstdromen,
weg in de vergetelheid.
Door de mist aan ons ontnomen,
in een niet te winnen strijd.
Lopend op gescheiden wegen,
loop ik hier en jij loopt daar.
Eens dan kom ik je weer tegen,
gaan we nooit meer uit elkaar.

© Hans Cieremans

 

Gesprek met een foto

Vroeger zei ik je ‘welterusten’
en dan gingen we naar bed
waarbij wij elkander kusten,
‘k doe dat nu op je portret.
Ik praat daag ‘lijks tot die foto,
dan wens ik je goede nacht.
Weet je nog, ach je genoot zo.
Hé, het lijkt wel of je lacht.

Ja, ik moet het me verbeelden,
want een foto lacht toch niet.
In het bed dat wij eens deelden,
huil ik tranen van verdriet
Vroeger ja, toen was het anders,
want jij was mijn stoere vent.
Maar ik voel nu waterlanders,
omdat jij hier niet meer bent.

‘k Woon alleen nog in ons flatje
dat is echt niet wat ik wou
Ik verlang zo naar dat bedje,
waar ik veilig lig naast jou.
Maar daar kan ik slechts van dromen,
want je komt nooit meer terug.
Nee, je zult nooit meer thuis komen,
het gaat allemaal zo vlug.

Lieve schat, ik zeg: ‘Slaap lekker,
kom ik geef je nog een zoen,
op jouw foto naast de wekker,
op je lippen, net als toen.
Ik zal straks weer liggen woelen,
omdat ik de slaap niet vat.
‘k Zou je zo graag naast me voelen,
Welterusten, lieve schat.

© Hans Cieremans

Samen

Ik denk vaak aan de tijd,
dat jij jezelf nog was.
Dat je op de bank zat
en je ochtendkrantje las.
Samen aan de koffie,
je was net met pensioen,
ik wou die mooie tijd
graag eens over doen.

Samen aan de wijn
met een stukje kaas.
Samen lekker fietsen.
het kan niet meer helaas
Samen vroeg naar bed
of naar een leuk hotel.
Wat hebben we genoten,
die tijd ging veel te snel.

We hebben het zo lang
samen goed gehad.
Tot het op ging vallen,
dat jij zoveel vergat.
Samen naar de dokter,
al had je weinig zin.
Toen de uitslag kwam,
stortte de wereld in.

We zijn niet samen meer,
ik zit hier, jij daar.
Je ging hard achteruit
in het afgelopen jaar.
En zijn we nu dan samen,
dan breng ik je naar bed.
Ik help je bij het eten,
en ook op het toilet.

Dan denk ik aan de tijd,
dat jij jezelf nog was.
Dat je op de bank zat
en je ochtendkrantje las.
Ik wil nu voor je zorgen,
dus ik blijf op de been.
Maar als we samen zijn,
voelt samen zijn alleen.

© Hans Cieremans

Waar is het verzorgingshuis?

De overheid die heeft beslist
dat het verzorgingshuis
niet meer past in het beleid,
dus blijft men langer thuis.
Als hulp dan geboden is,
dan komt de thuiszorg aan.
Zorg op maat, zo noemt men dat
zo gaat dat nu voortaan.

Daar zit achter geraniums
een hoogbejaarde vrouw
In haar veel te grote huis,
waar blijft de thuiszorg nou?
Het is al bijna kwart voor tien
en in haar nachtjapon,
vraagt zij zich af in eenzaamheid
of dit niet anders kon.

Ha, daar is de thuiszorg dan,
het is nu kwart voor elf.
Ze zegt: ‘ik kam uw haren uit,
de rest dat kunt u zelf’
En mevrouw is weer alleen
na amper een kwartier.
Een ideale oplossing,
maar dan slechts op papier.

Mevrouw, die plaste in haar broek
op weg naar het toilet.
Toen trok ze een verschoning aan,
die lag nog op haar bed
Maar helaas ze struikelde
daar lag ze heel alleen.
Zo lag ze uren op de grond
met een gebroken been.

Ze drukte op haar noodsignaal,
die was waarschijnlijk stuk.
Of haar bel werd niet gehoord
of was het veel te druk.
Zij moest naar ’t verpleegtehuis
kreeg daar een eigen bed.
En eindelijk kreeg zij weer rust
Er werd op haar gelet.

De overheid die heeft beslist
dat het verzorgingshuis
niet meer past in het beleid,
dus blijft men langer thuis.
Met risico voor vallen,
voor brand, voor eenzaamheid
Bedacht vanachter een bureau
ons ouderenbeleid.

© Hans Cieremans

 

 

Het verborgen ik

Zij verdwaalt in tijd
is de weg steeds kwijt.,
in haar diep verborgen ik.
Schuifelt door de gang
vol bewegingsdrang
geen herkenning in haar blik.
Ik raak zacht haar wangen aan,
wat gaat in haar om?
Zij is niet meer te verstaan
en ik vraag: ‘Waarom?’

Kom maar heel dicht bij me schuilen,
voel mijn warmte, mijn gezicht.
Proef de tranen van ons huilen.
Wanneer slaat dit boek nou dicht?

Het vergankelijke,
het afhankelijke,
komt haar redding God van U?
In haar hersenschim
zoekt ze levenszin,
alleen in het hier en nu.
Neuriet vaak de melodie
van ‘Blijf bij mij Heer’.
Hoort dat bij haar dementie
of zegt het iets meer?

Kom maar heel dicht bij me schuilen,
voel mijn warmte, mijn gezicht.
Proef de tranen van ons huilen.
Wanneer slaat dit boek nou dicht?

Wankel evenwicht,
zoekend naar het licht.
Heeft ze toch nog iets herkend?
Tot haar laatste snik
telt ‘het ogenblik’.
Voelt zij dat U bij haar bent?
Schrikbeeld van vergeten,
radeloos verdriet.
Zou ze dan toch weten?
‘God vergeet haar niet’.

Kom maar heel dicht bij me schuilen,
voel mijn warmte, mijn gezicht.
Proef de tranen van ons huilen.
Straks dan gaat dit boek echt dicht.

© Hans Cieremans

De geranium

Bent u zorgafhankelijk
oud, ziek of verward.
De politiek belooft ineens
‘U krijgt nu twee miljard’.
Dat geld is niet voor bobo’s,
maar het wordt ingezet,
voor heel veel nieuwe zustertjes,
voor handen aan het bed.

Daar wilt u vast voor stemmen,
maar dat gaat niet zo.
Want hoe gaat u 15 maart
naar het stembureau?
Is dat dan met de rolstoelbus
van het vervoer op maat?
Of heeft u een rollator soms,
waarmee het ook nog gaat?

En staat u in het stemhokje,
dan bent u mooi de klos.
Want wie ziet door zo’n lange lijst
nog bomen door het bos?
Wie geeft nou die twee miljard,
wie heeft u dat beloofd?
Ach, kleur het vakje nu maar rood
wie u het meest gelooft.

Bent u dan weer in uw huis,
dan heeft u veel beleefd.
Vertel het de geranium,
die u wat water geeft.
Kunt u hem straks weg gooien
kan hij worden gemist?
Of komt die twee miljard toch niet
en ligt hij op uw kist?

© Hans Cieremans

 

Genieten met moeder

Moeder krijgt een schoonheidsbeurtje,
op haar wangen een fris kleurtje
en ze krijgt een lekker geurtje
en haar haar gaat in de plooi.
Op haar nagels gaat een lakje,
draagt een keurig mantelpakje,
schoenen met bescheiden hakje.
Zuster maakt mijn moeder mooi.

Als ik haar dan op ga halen,
loopt ze als de zon te stralen
en vertelt ze trots verhalen
over hoe het vroeger was.
Dat ze met vriendinnen speelde
en zich bijna nooit verveelde.
Dat ze ulevellen deelde
met de kind’ ren uit haar klas.

Dan gaan wij een rondje maken
langs bekende modezaken
en ze weet me steeds te raken,
als ze toch nog veel herkent.
Moe zegt zij: ‘Ik ben versleten,
kom we gaan gezellig eten’.
Straks is zij dat weer vergeten,
langzaamaan wordt zij dement.

Ze geniet van kleine dingen,
samen shoppen, samen zingen
terend op herinneringen
van een lang vervlogen tijd.
’t Is ontroerend hoe ’t verleden
nu een rol speelt in het heden,
want het maakt haar mild, tevreden
en dat stemt tot dankbaarheid.

Maar de Alzheimer blijft dreigen,
zal vat op haar toekomst krijgen.
Laat herinneringen zwijgen,
in ontluisterend bestaan
‘k Wil dit toekomstbeeld verdringen
‘Kom op moeder, we gaan zingen’.
Ik zie nu nog twinkelingen,
in haar ogen als we gaan.

© Hans Cieremans