Zijn ogen spreken boekdelen

Zijn ogen spreken boekdelen,
waarmee hij op zijn tijd,
met een gulle twinkeling,
het vrouw’ lijk schoon verleidt.
Zijn ogen gaan dan stralen,
heel schalks, heel subtiel.
Zijn ogen zijn het toonbeeld
van de spiegel van zijn ziel.

Zo brengt hij in ’t verpleegtehuis,
waar hij woont wat kleur.
Ondeugend en vertederend,
meestal met  goed  humeur.
Hij is in huis het zonnetje
en met zijn zomerhoed,
strooit hij zijn wulpse blikken rond,
maar zonder overmoed.

Zo is hij zusters’ oogappel,
toch kent ook hij verdriet.
Maar dat houdt hij voor zichzelf,
dat weet een ander niet.
Ook al voelt hij tranen soms,
dat sluit zijn lach niet uit.
Huilen om wat niet meer is,
dat helpt immers geen fluit.

Zijn ogen spreken boekdelen,
waarmee hij op zijn tijd,
met een gulle twinkeling,
de zustertjes verleidt.
Soms vragen zusters plagerig:
‘Zeg, waarom doe  je dat?’
Dan is zijn antwoord duidelijk:
‘Het oog wil ook wel wat.’

© Hans Cieremans

Rollercoaster

Rood is de secondewijzer,
die zich wegtikt in de tijd.
‘k Volg minutenlang zijn rondjes,
maar de tel die ben ik kwijt.
Ik zit naast je bed te waken,
uit je ooghoek rolt een traan.
‘k Houd je vast, terwijl ik loslaat
en ik wacht tot je zult gaan.

En die wijzer blijft maar draaien
in een eindeloze sleur.
In een klok met zwarte cijfers,
boven een gesloten deur.
En ik stoei met mijn gevoelens,
vol van tegenstrijdigheid.
Ik zit in een rollercoaster
die zich voortsleept in de tijd.

Dan neem ik een beker koffie
uit de koffieautomaat.
Lauwe koffie, niet te drinken
en intussen wordt het laat.
Maar ik wacht, je bent onrustig,
dus ik spreek je troostend toe.
Steeds voel ik weer tranen branden
en ik ben ontzettend moe.

Buiten wordt het langzaam donker,
binnen gaan de lichten aan.
En ik staar weer naar die wijzer,
die oneindig door blijft gaan.
Dan zie ik je ogen breken
en je slaakt je laatste zucht.
Ook al ben ik heel verdrietig,
het voelt ook heel opgelucht.

Rood is de secondewijzer,
die zich wegtikt in de tijd.
‘k Volgde urenlang zijn rondjes,
maar de tel die was ik kwijt.
En terwijl jij nu je rust vindt,
ga ik huiswaarts, heel verward.
‘k Laat je los, maar houd je ook vast,
in het diepste van mijn hart.

© Hans Cieremans

‘Gelukkig Nieuwjaar’

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
De tijd die zal resten,
dat is niet je beste.
Geluk is te vinden
in het moment,
Soms als je glimlacht,
de wereld herkent.
De tijd zal steeds meer
jouw geheugen gaan wissen,
maar voor geen goud
wil ik je ooit missen.

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch.
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
Soms zijn er vlagen,
heldere dagen.
Dan kun je genieten
van de muziek.
Net zoals vroeger,
het liefste klassiek.
Ik zie dan je zorgen
heel even verdwijnen,
Je neuriet het mee
en zit mee te deinen.

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch.
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
Vroeger en nu
niet vergelijkbaar
Vroeger dichtbij
en nu onbereikbaar.
En toch wens ik jou
‘gelukkig Nieuwjaar’
al klink het dubbel
en is het ook zwaar.
We gaan naar het licht
van de vrolijke lente.
Dan gaan we genieten
van mooie momenten

© Hans Cieremans

 

Licht (melodie: The rose)

Pak mijn hand, laat mij je leiden
door jouw mistig labyrint.
Tot het licht je zal bevrijden
bij het wonder van een kind.
Het symbool van licht en vrede,
waardoor duisternis verdwijnt.
Een verhaal uit het verleden
van een licht dat eeuwig schijnt

Pak mijn hand, laat mij je leiden,
want misschien is het nog ver.
Kom, we lopen die weg beiden
tot het uitkomt bij een ster.
’t Is een weg vol hindernissen
door het mistig kreupelbos,
maar de ster is niet te missen,
daar laat ik jou pas weer los.

Pak mijn hand, laat mij je leiden
naar het nieuwe vergezicht.
Totdat onze wegen scheiden
bij dat wonderlijke licht.
Kerst geeft troost met zijn verhalen
of je ‘t wel of niet gelooft,
van de ster die staat te stralen,
van een licht dat nooit meer dooft.

© Hans Cieremans

 

Na het bezoek

Het is koud en ongezellig
als ik thuis kom na ’t bezoek.
Het is donker, doe het licht aan
en ik zie die lege hoek.
Daar las hij altijd zijn krantje
en dronk hij zijn glaasje wijn.
Nu zit hij bij onbekenden
en ik zit ‘alleen’ te zijn.

Ik ga maar wat eten koken,
maar ‘k heb eigenlijk geen trek.
Stukje vlees, een beetje groente,
waarvoor ik geen tafel dek.
Soms heb ik geen zin in koken,
dan eet ik een sneetje brood.
En dan zet ik de tv aan,
met een bordje op mijn schoot.

‘k Zet de vaten in de keuken,
‘k was niet af, ik ben te moe.
Dat wacht wel tot morgenochtend,
daarna ga ik naar hem toe.
Kom, ik kijk maar televisie
zo verstrijkt de tijd vanzelf,
tot het tijd is om te slapen,
meestal om een uur of elf.

‘k Luister naar ‘het oog op morgen’
op de wekkerradio.
Anders lig ik maar te piek’ren,
want dan mis ik hem toch zo.
‘k Ga hem dagelijks bezoeken
al herkent hij mij niet goed.
Maar ik doe wat ik beloofde:
Trouw in voor- en tegenspoed.

Welterusten

© Hans Cieremans

 

 

De erfenis

Het komt best vaak voor,
ruzies, conflicten.
de één doet iets raars
wat and’ ren niet pikten.
Heel veel frustraties,
verstoorde relaties,
de ene vond dit
en de andere dat.
En altijd was ‘t ‘ik’,
die gelijk had.
‘Ik maak het niet goed,
het spijt me ten zeerste.
Als ze dat willen,
zijn zij maar de eerste’.

Het gaat om het geld,
het materiële.
De ruzie ontstaat
bij het verdelen.
De armband, de ringen,
persoonlijke dingen.
‘Kijk dat horloge,
die is voor mij’.
‘Dat is niet waar,
hoe kom je daarbij?’
In een moment
verdampen de jaren,
dat zij als gezin
gelukkiger waren.

Moeder is dood,
maar zou ze dit horen,
dan gaf ze haar kinders
een draai om de oren.
‘‘t Gaat niet om spullen,
om zakken te vullen.
Het gaat om mijn liefde,
verdeel die nou maar.
Die blijft bestaan,
dus blijf bij elkaar!!
Er is geen ring
die een ruzie kan sussen
Zoek liever je troost,
bij broers en bij zussen.’

© Hans Cieremans

 

Kerstkaarsje in de schemering (melodie: O, little town of Bethlehem)

Een kaarsje in de schemering
brand ik met kerst voor jou,
omdat ik zoveel van je mis,
maar ook veel van je hou.
Dan denk ik aan de kerst,
zoals het vroeger was
en aan het mooie kerstverhaal,
dat jij toen altijd las.

Een kaarsje in de schemering
brengt licht in duisternis
en geeft ons de herinnering
wanneer het Kerstmis is.
Toen jij jezelf nog was
deed jij de kaarsjes aan.
Nu dreigt het kaarsje in jezelf
heel langzaam uit te gaan.

Een kaarsje in de schemering,
kaarsje van liefdestrouw,
met een eeuwig vlammetje
brandt in mijn hart voor jou.
Dat vlammetje geeft licht,
ook als jouw kaarsje dooft.
Zelfs als jouw schemer donker wordt,
dat heb ik jou beloofd.

Een kaarsje in de schemering
brand ik met kerst voor jou,
omdat ik zoveel van je mis,
maar ook veel van je hou.
De kerstmis van dit jaar
brengen wij samen door
en luist’ ren naar het kerstverhaal,
ik lees het je graag voor.

© Hans Cieremans

Lichaamstaal

Wat je denkt en voelt,
zegt, begrijpt, bedoelt,
is ongrijpbaar en dat doet pijn.
Slechts je lichaamstaal,
vertelt jouw verhaal
en ik moet de vertaler zijn.
Soms dan kun je vrolijk zijn,
soms dan ben je boos,
soms kun je onrustig zijn,
soms lijk je emotieloos.

Zie ik jouw gezicht,
met je ogen dicht
zonder één helder ogenblik.
Dan lijk jij heel ver,
uitgedoofde ster,
diep verborgen in je ‘ik’.
Dan ineens herken je mij,
‘k zie je ogen open slaan.
En dan laat je mij heel blij
jouw wereld even binnen gaan.

Dan krijg ik een zoen,
even net als toen
een moment van gelukkig zijn.
Met jouw lichaamstaal,
prikt een zonnestraal
in mij door uit jouw mistig brein.
Dat maakt dan mijn dag weer goed,
als je even bij me bent.
En samen dan genieten we,
al is het maar voor één moment.

© Hans Cieremans

De sneeuwbal

Dementie is als een sneeuwbal,
smeltend in een warme hand.
Waterdruppels vormen tranen,
die verdwijnen in ‘t zand.
Druppels vol herinneringen,
die verdampen in gemis.
Tot ze allen opgedroogd zijn
en de sneeuwbal niet meer is.

Dementie is als een sneeuwbal,
eerst verdwijnt de buitenkant.
Smelt de allerlaatste druppel,
dan rest slechts de lege hand.
Maar voordat het echt zo ver is
geeft de sneeuwbal ook veel vreugd
en is vol herinneringen
aan momenten uit een jeugd.

Dementie is als een sneeuwbal,
smeltend tot een waterplas.
Maar wordt eens de sneeuwbal kleiner,
nou dan zie je weer het gras.
Waarop bloemen zullen bloeien,
zal het leven verder gaan.
‘t Is te danken aan de sneeuwbal,
als een bron van nieuw bestaan.

© Hans Cieremans

Martha de vrijwilligster

Martha deed vrijwillig werk
in een nieuw verpleeghuis.
‘t Was gevraagd vanuit de kerk,
Martha voelde zich er thuis.
Zij bezocht er de cliënten,
dronk een kopje koffie mee.
Dankbaar en het kost geen centen
en stemt menigeen tevree.

Wat een vrouw, wat een prachtig mooi voorbeeld
van wat aan veel mensen ontbreekt.
Ja, zo’n vrouw dat is nu een toonbeeld,
waarvan elke dominee preekt.
Biedt warmte en ook naastenliefde,
want daarom draait het nu net.
En het hoeft ook niets meer te kosten,
dan eens per jaar een kerstpakket.

Martha hielp bij ‘t eten geven,
etenstijd was altijd druk.
Bracht wat vreugde in het leven,
en dat gaf ook wat geluk.
Bingo spelen, Bijbelkringen,
Martha deed het allemaal.
Voorlezen en liedjes zingen,
Martha vond het heel normaal.

Wat een vrouw, wat een prachtig mooi voorbeeld
van wat aan veel mensen ontbreekt.
Ja, zo’n vrouw dat is nu een toonbeeld,
waarvan elke dominee preekt.
Biedt warmte en ook naastenliefde,
want daarom draait het nu net.
En het hoeft ook niets meer te kosten,
dan eens per jaar een kerstpakket.

Nu is Martha tachtig jaren
en voelt zich nog reuze sterk.
Zij is niet meer te bedaren,
doet nog steeds vrijwil’ gerswerk.
Iedereen is haar erg dankbaar,
maar toch wordt ze slecht beloond.
Tochstaat zij voor iedereen klaar,
in het huis waar zij nu woont

Wat een vrouw, wat een prachtig mooi voorbeeld
van wat aan veel mensen ontbreekt.
Ja, zo’n vrouw dat is nu een toonbeeld,
waarvan elke dominee preekt.
Biedt warmte en ook naastenliefde,
want daarom draait het nu net.
En het hoeft ook niets meer te kosten,
zelfs niet eens meer …………een  kerstpakket.

© Hans Cieremans