Eendjes voeren

Bij mijn oma en mijn opa
heb ik heel vaak gelogeerd.
Oma bakte pannenkoeken,
daarop werd ik getrakteerd.
Met mijn opa ging ik altijd,
eendjes voeren in de sloot.
Daarbij vochten eendjes kwakend
om de kleine stukjes brood.

In de avond las mijn opa
altijd voor het slapen gaan
steeds weer uit hetzelfde boekje
van ‘de spin Sebastiaan’.
Oma bracht me dan naar bed toe,
stopte mij heel lekker in.
Daarna ging ik lekker dromen
van Sebastiaan de spin.

Nu denk ik veel jaren later,
aan die ‘goeie ouwe tijd’.
Opa is niet meer als vroeger,
is de weg volledig kwijt.
Daarom ga ik hem soms halen,
en dat maakt mijn oma blij.
Komt ze eventjes op adem
en heeft zij haar handen vrij.

‘k Ga met opa eendjes voeren,
hij strooit kleine stukjes brood.
Hij moet lachen om de eendjes,
die daar vechten in de sloot.
We gaan samen terug bij oma,
pannenkoeken staan dan klaar.
Oma zegt: ’Voor jou gebakken,
er is zat, dus eten maar’.

Dan zit ik bij hen aan tafel,
net zoals het vroeger was,
toen mijn oma mij instopte
en mijn opa voor mij las.
Dan besef ik aan die tafel
in dit dierbaar déjà-vu:
‘Eens zijn dit herinneringen
geniet daarom HIER en NU’.

© Hans Cieremans

pa

Ik zie je blik,
hulploos, ontredderd.
Een vlek op je trui,
Je kliedert, je kleddert.
Je handen trillen,
wat zou je willen?
Je murmelt wat woorden,
je confabuleert.
Ik snap je niet,
begrijp je verkeerd.
Dan geef je het op,
je ogen die sluiten.
Je leeft in jouw wereld
en ik sta daar buiten.

Maar ik blijf bij je,
ik blijf naar je kijken.
Hoe kan ik jou
in jouw wereld bereiken?
Je zit daar gevangen,
een traan op je wangen.
Ik veeg wat speeksel
weg van je kin.
Wat is dit voor leven?
Wat heeft dit voor zin?
Ken je me nog?
Ik zou het niet weten.
Ik denk aan vroeger,
jij lijkt mij vergeten.

Dan stap ik op,
een zoen op je wagen.
Ik ben verdrietig,
door weemoed bevangen.
Nog één keer omdraaien
nog eventjes zwaaien.
Dan ga ik verder,
jij bent me kwijt.
Kon ik maar even
terug in de tijd.
Dat jij nog één keer
die vader zou wezen,
die stoeide en speelde
en voor zat te lezen.

Ik ben weer thuis,
mijn kinderen komen.
Gezellig eten,
gezellig bomen.
Dan zie ik de beelden
hoe zij met me speelden.
Toen ik met ze stoeide,
ik las ze vaak voor.
Het maakt me gelukkig,
ik heb het nog door
Dan denk ik: ‘Pa,
de zin van jouw leven,
is dat ik jouw liefde
mijn kind’ ren kan geven.

© Hans Cieremans

bevoorrecht

Ik ben zo trots op mijn kind’ren,
ze staan altijd voor mij klaar.
Sinds mijn man zijn dementie kreeg
heb ik het ontzettend zwaar.
Maar mijn kinderen die helpen
echt geweldig, waar het kan.
Waardoor ik het vol kon houden
om te zorgen voor mijn man.

Ook de kleinkinderen zijn schatjes,
zij laten mij niet alleen.
Want ze zijn bezorgd om oma
en dat houdt me op de been.
Ook zijn zij heel lief voor opa,
al weet hij niet wie ze zijn.
Dat vind ik wel heel verdrietig,
’t is niet anders, maar ’t doet pijn.

Mijn man wordt nu wordt opgenomen,
thuis gaat het niet langer meer.
Ik heb eerst wel lang getwijfeld,
maar ik leg me er bij neer.
Ik besprak het met de kind’ ren
ze begrepen het heel goed
Heerlijk om die steun te voelen
ook al is het bitterzoet.

Mijn man gaat naar het verpleeghuis,
dan woon ik hier heel alleen.
Maar mijn trots, mijn lieve kind’ ren,
die slepen mij hier doorheen.
Ja ik weet, ik ben bevoorrecht
dat ik ondanks mijn verdriet,
op mijn  kinderen kan bouwen,
waar ik zoveel van geniet.

© Hans Cieremans

de vicieuze cirkel

‘Heb je klachten, laat je testen,
blijf thuis voor de zekerheid’.
Want dat is het allerbeste,
dat zegt onze overheid
Ben je grieperig, verkouden,
of totaal ineen gestort.
Blijf je aan de regels houden,
ondanks personeelstekort.

Maar zo blijft de werkdruk stijgen,
en kan jij het niet meer aan.
Niemand wil Corona krijgen,
maar hoe moet je verder gaan?
Als collega’s niet gaan werken
en jij er alleen voor staat.
Nou, dan zal je het snel merken,
dat het zo niet langer gaat.

Er komt onrust bij de mensen,
want hun ritme wordt verstoord.
Je voldoet niet aan hun wensen,
ook al heb je ze gehoord.
Want je tijd moet je verdelen,
en de basiszorg gaat voor.
Je doet slechts het essentiële
en zo zwoeg je de dag door.

Tot je ‘t zelf niet meer aan kan,
want het werk word je te veel
En hoe moet het verder gaan dan
met nog minder personeel?
Want als jij ook af moet haken
en die kans is serieus
zal de zorg het hard raken,.
is de cirkel vicieus.

© Hans Cieremans

Ingrid, Henk, Fatima en Mohammed

Ingrid, Henk, Rob, Gijs, Martine
Jan, Piet, Klaas, Ria, Christine,
Anton, Fred, Nel, Jacqueline,
werken hard op de IC
Abdul, Bilal, Badra, Hayam
Fazid, Selma, Hisham, Hassan,
Kadir, Mukthar, Naja, Taram,
werken daarbij keihard mee.

Peter, Bas, Tom, Marianne
Ans, Babette, Joop, Suzanne,
Karin, Aad, Bep, Riet, Lisanne,
zijn de handen aan het bed
Fatimah, Mohammed, Hayat,
Ilham, Rabi, Aznar, Souad,
Badra, Rabih, Nasim, Rashad,
zijn dit ook heel nauwgezet.

Frans, Youssef, Marleen, Abida,
Omar, Barend, Dahab, Frieda,
Thijs, Wasim, Odette, Rihda,
denken niet in ‘wij’ en ‘zij’.
Kees, Aludra, Esther, Anbar
Udabah, Louise, Almar,
Banan, Gerrit, Wakil, Dagmar,
klaren samen dit karwei.

Geven eten, wassen billen,
zijn deskundig, delen pillen
met elkaar, zonder verschillen,
van geloof, van ras of aard.
Deze mensen zijn een zegen,
zij verzorgen en verplegen
en dat doen ze heel gedegen,
zijn onmisbaar en goud waard.

© Hans Cieremans

Moed

Het vraagt moed om te aanvaarden
wat je niet aanvaarden kunt.
Als je leeft in een impasse,
een ondraaglijk  dieptepunt .
Als je niets meer op kunt lossen
en verzet geen zin meer heeft
Als verdriet je drijft tot wanhoop,
je ontredderd verder leeft.

Leer dan feiten te aanvaarden
dat biedt  tranen tegenspel.
Want aanvaarding geeft berusting,
dat bevordert je herstel.
Dat kost kracht en dat is knokken,
daarvoor moet je moedig zijn.
Deel die moed met je geliefden,
die meeleven met jouw pijn.

Laat geliefden je dan troosten,
juist als het ontroostbaar lijkt.
Stel je open voor hun liefde,
die door hen wordt aangereikt.
Met hun steun leer je aanvaarden,
wat zo onaanvaardbaar is.
Vind je moed, gloort er weer toekomst
en verzacht je het gemis.

Het gemis wordt dan verweven
in je dagelijks bestaan.
Krijg je kracht om te aanvaarden,
kan je leven verder gaan.
Met berustende aanvaarding
zie je ondanks je gemis,
door je moed en kracht van liefde
opnieuw licht in duisternis.

© Hans Cieremans

Nu we weer bijna bij ‘af’ zijn

Ik moet eerst een afspraak maken,
als ik op bezoek wil gaan.
Ik moest doorgeven: ‘Geen klachten’
en een mondkapje aan.
Dan moet ik mij eerst aanmelden
aan de desk bij de portier.
En ik moet mijn naam invullen
op het bezoekersformulier.

‘k Word gewezen op de pijlen,
die ik op de grond zie staan.
En die pijlen moet ik volgen,
om naar moeder toe te gaan.
Bij de lift moet ik toen wachten,
een vrijwilliger zegt daar:
‘Maximaal met twee naar boven
en op afstand van elkaar’.

Ik word door het hoofd ontvangen,
aan mij word de vraag gesteld
of ik echt wel klachtenvrij was
of ik mij had aangemeld.
Daarna word ik naar de kamer
van mijn moeder begeleid.
‘Blijf op afstand, niet omhelzen,
u krijgt drie kwartier tijd’..

Als de drie kwartier voorbij is,
valt het afscheid moeder zwaar.
Zonder zoen, zonder een handdruk,
maar slechts zwaaien naar elkaar.
Ik mag moeder weer bezoeken
dat is mooi, maar doet toch pijn
Zonder knuffel, kil op afstand,
wat warm en dichtbij moet zijn.

© Hans Cieremans

Als het niet meer is vol te houden

Waarom doe jij nu zo lelijk,
achterdochtig, agressief?
Je was altijd zo aimabel,
opgewekt en positief.
Ik heb jou nooit horen schelden,
vloeken was voor jou taboe.
Waarom  ben je zo ontremd nu,
werp je mij verwijten toe.

Je hebt echt totaal geen inzicht
in je impulsief gedrag.
Zo ontremd, zo onherkenbaar,
het maakt mij totaal van slag.
Als er volgens jou iets fout gaat,
dan krijg ik de volle laag.
En onlangs werd ik heel bang hoor,
toen gaf jij me een pak slaag.

Ik probeer het steeds te sussen,
maar je toont weinig respect.
Wat ik ook maar blijf proberen,
het heeft nauwelijks effect.
Ach, ik weet het is je ziekte,
maar het maakt me horendol,
machteloos en heel verdrietig.
Zo houd ik het niet lang vol.

Maar ik kan de stap niet nemen,
jou uit huis te laten gaan.
Hoewel alles was geregeld,
heb ik het toch niet gedaan.
Want toen ik je trouw beloofde,
was ’t tot de dood ons scheidt.
Ik houd van jou, maar denk soms lelijk:
‘’t Wordt wat mij betreft wel tijd’.

© Hans Cieremans

Op de koffie

‘Ja, ik weet je bent mijn dochter,
maar je naam ben ik soms kwijt.
Ik moet zo vaak aan je denken,
want waar was je al die tijd?
Wat zeg jij? Was jij hier maandag?
En wat is het nu voor dag vandaag?
Nou je ’t zegt, het is nu dinsdag
ik herinner me dat vaag.

O, het lijkt zo lang geleden.
Stom, ik weet het soms niet meer.
Zeg ga zitten, wil je koffie?
O, ik heb geen koffie meer.
Wat zeg jij, ’t verkeerde kastje?
Nou zeg, staat de koffie hier?
Dat is raar zeg, sinds wanneer dan
staat ’t naast toiletpapier?

Lust je ook een lekker koekje?
Kijk ik heb een Weespermop.
Die vind jij toch altijd lekker,
eet hem maar gezellig op.
Maar je naam, wat is je naam toch?
‘k Heb je lang niet meer gezien,
Nou je ’t zegt, je bent mijn dochter,
ja, ik zie het: ‘Jacquelien’.

Zit mijn rok achterstevoren?
Nou dat is wel slordig, zeg.
Wat zeg jij, heb jij een afspraak,
moet je daarom nu al weg?
O wat jammer, ’t was gezellig,
wanneer zie ik je nou weer?
Elke dag? Nou is vaak zeg,
soms dan weet ik het niet meer’.

© Hans Cieremans

de doolhof van ‘t vergeten

In de doolhof van ’t vergeten,
wijst het hart de juiste weg.
Daarbij zijn geen woorden nodig,
geen gesprek, geen overleg.
Daar laat je de liefde spreken,
die zich uit in lichaamstaal.
In de doolhof van ’t vergeten,
is het spreken niet verbaal.

In de doolhof van ’t vergeten
vindt verdriet een eigen plek.
Daar kun je de liefde voelen,
in het zwijgende gesprek.
Troost zit daar in de omhelzing,
acceptatie, in een zoen.
Woorden hoef je niet te zoeken,
omdat woorden niet voldoen.

In de doolhof van ’t vergeten,
zullen woorden je ontgaan.
Met je glimlach, met je tranen,
kun je daar elkaar verstaan.
In de doolhof van ’t vergeten
daar bestrijd je angst en pijn,
door het hart te laten spreken,
door er simpelweg te zijn.

© Hans Cieremans