Naar huis

Pak mijn hand, ik moet gaan lopen,
houd mij vast, laat mij niet los.
Ik ben bang en zo onzeker
in dit onheilspellend bos.
Paden zijn hier onherkenbaar,
help me door dit oerwoud heen.
Sta niet stil, want ik moet verder,
maar dat wil ik niet alleen.

Help me als ik in paniek raak,
troost me als ik huilen moet.
Ik moet verder, ‘k kan niet stoppen,
’t is zo donker. Ga ik goed?
Kom ga mee, blijf naast mij lopen,
alles is zo grijs, zo grauw.
Houd me vast, want anders val ik,
‘t is zo eng, waar ben ik nou?

Loop nou mee, houd mij niet tegen,
hoe kom ik hier ooit vandaan ?
Laat niet los, we zijn toch samen?
Loop nou verder, blijf niet staan.
‘k Heb je nodig, ‘k kan niet stoppen.
O, ik ben zo moe, zo moe.
‘k Moet naar huis, omdat ze wachten,
breng me daar nou toch naar toe.

© Hans Cieremans

de zorgsector

Managers en farmaceuten,
die slechts uit zijn op veel duiten,
waardoor ziekenhuizen sluiten
door de zorgverzekeraar.
Mensen die veel geld ontvangen,
dat aan strijkstokken blijft hangen,
met persoonlijke belangen,
daarin dreigt een groot gevaar.

Op de werkvloer moet men hollen,
dankzij regels, protocollen,
voor citroenen en wat knollen,
waardoor burn-out ontstaat.
Niet iets extra, geen cadeautje,
de verzorging legt het loodje
en op ’t allerhoogst niveautje,
wordt er enkel maar gepraat.

Geen geld meer voor medicijnen
en voorzieningen verdwijnen,
ouderen die weg gaan kwijnen,
het is bijna twaalf uur.
En de oorzaak van de hinder
is de grote geldverslinder,
overhead kan stukken minder,
bij de top en het Bestuur.

Laat spontaniteit terug keren,
zonder regels te dicteren,
ga weer met plezier presteren,
’t zit niet in een paar miljard.
Zorgen voor zieke patiënten,
dat past echt niet bij regenten,
doe je ook niet voor de centen,
maar dat doe je met je hart.

© Hans Cieremans

het Alzheimercafé

Praten met je lotgenoten,
delen van het wel en wee,
heel begripvol, in vertrouwen
in het Alzheimercafé.
Een ontmoetingsplek voor velen,
heel ontspannen, familiaar,
waar men de ervaring wisselt,
waar men luistert naar elkaar.

De emoties zijn herkenbaar,
van je lach tot aan je traan.
In een veilige omgeving,
waar je niet alleen zult staan.
Mensen zullen je begrijpen,
door hun ziek familielid.
Omdat iedereen die meedoet
in hetzelfde schuitje zit.

Je ontvangt veel informatie
in het Alzheimercafé.
Troost en steun en inspiratie
en je krijgt adviezen mee.
En ook maak je daar contacten,
in een turbulente tijd,
een plek om verdriet te delen,
in een lotsverbondenheid.

© Hans Cieremans

gemengde gevoelens

Als je vraagt hoe ik me voel,
weet ik het antwoord niet.
Het is een bonte mengeling
van twijfel, schuld, verdriet.
Ik bracht je naar ’t verpleegtehuis,
heb ik me niet vergist?
Jij wilde niet, ik zette door,
heb ik wel goed beslist?

Jij ziet niet hoe ik me voel,
omdat je dat ontgaat.
Alles voelt zo dubbel nu,
het voelt soms als verraad.
Dan krijg ik ook een schuldgevoel:
‘Ik heb je laten gaan’.
Maar lieverd, ik kon echt niet meer,
ik kon het niet meer aan.

Soms vind ik het schaamteloos,
dat ik ben opgelucht.
Heb ik door jouw opname,
de waarheid niet ontvlucht?
Heb ik niet gewoon gefaald,
doe ik je niet tekort?
Verdriet heb ik, omdat het nu
nooit meer als vroeger wordt.

Als je vraagt hoe ik me voel,
weet ik het antwoord niet.
Het is een bonte mengeling
van twijfel, schuld, verdriet.
Eens beloofden wij elkaar:
‘We worden samen oud’
Geloof je nu het anders is,
dat ik toch van je houd?

© Hans Cieremans

 

belevingsgerichte zorg

Zorg gericht op de beleving,
is vaak een verpleeghuistrend.
Je creëert dan een omgeving,
die de oudere herkent.
Je benadert de cliënten
met respect en empathie,
voor gelukkige momenten.
’t Is een mooie theorie.

Zorg gericht op de beleving,
is echter een probleem.
Een herkenbare omgeving
is niet haalbaar in ‘t systeem.
Aan de wil zal het niet schorten,
maar de theorie loopt stuk,
door de personeelstekorten
en de te grote werkdruk.

Tijd gaat op aan rapporteren
en aan veel vergadertijd.
Roosters maken, innoveren,
met als doel: ‘meer kwaliteit’.
Zo gaat dure tijd verloren,
haalt men niet ‘de zorg op maat’.
Zie je bordjes; ‘hier niet storen’,
en wordt heel wat afgepraat.

Zorg gericht op de beleving,
is een mooie theorie:
‘Geef herkenbare omgeving
aan de mens met dementie’.
Laten wij het tij weer keren,
geef je tijd weer aan hun ‘toen’.
Niet door al dat rapporteren,
niet vergaderen, maar ‘doen’.

© Hans Cieremans

 

 

Alzheimerland

Slecht begaanbaar zijn de paden
in het schemerige land.
Paden waarop men blijft steken,
vast komt zitten in het zand.
Er ontbreken richtingborden
en een vakbekwame gids,
met veel kans op misverstanden
in een continue spits.

Op die paden is de loopdrang
van de wandelaars heel groot.
Paden lopen vaak in rondjes
en tenslotte loopt het dood.
Onderweg zijn mensen talrijk,
maar toch loopt men er alleen.
En het pad dat men bewandelt,
leidt ze naar ‘het nergens’ heen.

Op de schemerige paden
is het angstig en men hoopt,
dat er iemand op komt dagen,
die dan samen met hen loopt.
Iemand om op te vertrouwen
met een uitgestoken hand,
die de mensen daar wil helpen,
los haalt uit het mulle zand.

Paden blijven slecht begaanbaar
schemering blijft ook bestaan.
Maar misschien wil jij die gids zijn,
die het pad met hen wil gaan.
Het pad kun je niet plaveien,
maar als jij hen begeleidt,
wordt hun pad toch meer begaanbaar
en je loon is ‘dankbaarheid’.

© Hans Cieremans

het tasje

Haar tasje neemt ze altijd mee,
het ziet er niet meer uit.
Ze stopt er echt van alles in,
kaas, worst, stukjes fruit.
Ze hamstert alles bij elkaar
en stopt het in haar tas.
Chocolade, pepermunt,
brood en ananas.

Dat haar tas vol vlekken zit,
is dus niet zo raar.
Maar zij verzamelt rustig door,
vooral veel etenswaar.
Haar tasje laat ze echt niet los
en gaat zelfs mee naar bed.
Daar wordt het naast haar hoofdkussen,
veilig neergezet.

Opeens was ze haar tasje kwijt,
het huis dat was te klein.
Ze was volledig in paniek,
waar zou haar tasje zijn?
Ze zocht de hele kamer door,
gaf iedereen de schuld,
dat haar tas gestolen was,
het gaf heel veel tumult.

Ze riep heel boos: ‘Wie heeft mijn tas
en ook mijn port’monnee?’
Tot haar tas gevonden werd,
hij stond op de wc.
Toen zei ze:  ‘Ach, wat raar is dat,
hoe komt dat tasje hier?’
Verbaasd maakte ze hem open toen,
’t zat vol wc-papier.

Maar zij zei: ‘Ik heb alles nog’,
het gaf een goed gevoel.
Haar tas zette ze uitgeput,
naast haar in haar stoel.
Ze sputterde een beetje na:
‘Bah, wat een geklier,
ik houd mijn tasje nu goed vast,
ze stelen alles hier’.

© Hans Cieremans

 

missen

Als de zon schijnt, maar ’t blijft donker,
buiten warm, maar binnen kil.
Als de klok niet meer wil tikken,
en de tijd staat zwijgend stil.
Als het jij en ik verandert,
dichtbij onbereikbaar is.
Als je niets meer kunt herkennen,
dan voel ik hoe ik je mis.

Als het vasthouden toch loslaat,
als het brandend kaarsje dooft.
Als een wonder stopt met hopen,
omdat niemand het gelooft.
Als de deuren zijn gesloten,
vrijheid bruut ontnomen is.
Als de liefde niet herinnert,
dan voel ik hoe ik je mis.

Als het eind een nieuw begin is
in het onbekende land.
Als een droom opnieuw mag dromen,
ergens aan de overkant.
Als de zon tranen zal drogen
en tijd onbelangrijk is.
Als er nooit meer wordt vergeten,
voel ik troost in mijn gemis.

© Hans Cieremans

 

de kleine dingen

Het gaat niet om grote zaken,
waar de hersens bij gaan kraken,
waardoor mensen af gaan haken,
met een dementiesyndroom.
Het gaat juist om kleine dingen,
vrolijke herinneringen,
samen lachen, samen zingen,
advocaatje met veel room.

Zomaar een spontaan bezoekje,
bij de thee een lekker koekje,
lees de krant voor of een boekje,
maak een mooie wandeling.
Pik gezellig een terrasje,
neem een lekker hassebasje,
dat is toch een wissewasje,
een gewoon eenvoudig ding.

En probeer je in te leven,
door een luist’ rend oor te geven,
want ze zijn niet afgeschreven,
te vaak denkt men dat helaas.
Laat ze daarom toch niet schieten,
zoek mee naar hun favorieten,
waarvan zij kunnen genieten,
dementie is niet de baas.

© Hans Cieremans

zelfbeschikking

Zelfbeschikking over mijn leven,
verdwijnt met mijn geest in de tijd.
De zin van mijn leven lijkt afgeschreven,
eigen regie ben ik kwijt.
De deur zit op slot om mij te beschermen,
dat is voor mijn bestwil, zegt men.
Vreemden die zich over mij nu ontfermen,
terwijl ik daar niemand van ken.

Het maakt me woest, omdat deuren sluiten.
Ik voel het, ‘t is hier niet pluis.
Ik snap er niks van, want ik wil naar buiten,
mijn moeder wacht op me thuis.
Open die deur, want zij zit te wachten,
ze pesten mij hier heel bewust.
Ik zit hier gevangen al dagen en nachten,
mijn moedertje is ongerust.

Soms kan ik niet meer, dan ga ik maar zitten,
mensen hier maken me ziek.
De meesten zijn oud en zitten te pitten,
mijn moeder is vast in paniek.
Maar vecht hier door, tot mijn laatste snikken.
Dat deert niet, al word ik doodmoe.
Ik wil over mijn eigen leven beschikken,
ik moet naar mijn moedertje toe.

Moedertje lief, ik word niet begrepen,
jij was er altijd in nood.
Kun jij mij door die deuren heen slepen?
Ze zeggen, je bent allang dood.
Moeder ik word hier tot wanhoop gedreven,
maar ik kom naar jou door die deur.
Geen ander bepaalt dat moment in mijn leven,
want ik ben dan zelf regisseur.

© Hans Cieremans