onmisbaar

Wie kan mij helpen, wie kan me verzorgen
als jij er niet voor mij bent?
Bij wie voel ik mij nog veilig geborgen,
als jij er niet voor mij bent?
Bij wie kan ik warmte en aandacht ontvangen,
als jij er niet voor mij bent?
Op wie kan ik hopen of waar naar verlangen,
als jij er niet voor mij bent?

Wie kan mijn leegte van eenzaamheid vullen,
als jij er niet voor mij bent?
Wie kan mij nog met de liefde omhullen,
als jij er niet voor mij bent?
Wie kan mij troostend vertrouwen nog geven,
als jij er niet voor mij bent?
Wie vertelt mij nog de zin van mijn leven,
als jij er niet voor mij bent?

Maar gelukkig……..

Jij wil me helpen, jij wil me verzorgen,
want jij bent er voor mij.
Ik voel jouw warmte, ik voel me geborgen,
want jij bent er voor mij.
Jij geeft de aandacht die ik wil ontvangen,
want jij bent er voor mij.
Jij geeft me hoop, ik kan nog verlangen,
want jij bent er voor mij.

Jij vult mijn leegte op eenzame dagen,
want jij bent er voor mij.
Jij geeft mij liefde zonder te klagen,
want jij bent er voor mij.
Jij geeft mij onvoorwaard’ lijk vertrouwen.,
want je bent er voor mij.
Jij geeft levenszin, ik kan op jou bouwen,
jij bent onmisbaar voor mij.

© Hans Cieremans

de stagiaire

Er is iemand overleden,
‘t was volledig onverwacht.
‘k Hielp haar gist’ ren nog met eten ,
‘k heb haar zelfs naar bed gebracht.
Ja, ze voelde zich niet lekker
en haar eetlust was niet groot,
Maar ze at toch wel een beetje
en nu is ze ineens dood.

Nou, ik ben echt wel geschrokken,
‘k had dit nog nooit meegemaakt’.
Ik ben achttien en loop stage
en dit heeft me diep geraakt.
Ik moest echt een beetje huilen,
dit was zo definitief.
’t Was een opgewekte dame
en ik vond haar heel erg lief.

Ze vertelde over vroeger,
dat ze in een winkel stond,
van haar allereerste vriendje,
dat ze bang was voor zijn hond.
Ik was echt van haar gaan houden
en ik hielp haar daarom graag.
ik moet aldoor aan haar denken,
werken hier is vreemd vandaag.

Maar ik kan niet blijven treuren,
want het werk gaat gewoon door.
’k Moet er zijn voor and’ re mensen,
daar ben ik hier immers voor.
Dus ‘k ging and’ re mensen troosten,
waarbij zij aan tafel zat.
Want ik zag daar ook haar buurvrouw,
die het heel erg moeilijk had.

Ik ben toen naast haar gaan zitten
en dat werkte echt perfect
En toen heb ik door te troosten
werkelijk iets moois ontdekt.
‘Ik kan mensen niet genezen
van hun ziekte en hun pijn.
Maar ik kan heel veel beteek’nen
door er steeds voor hen te zijn’.

© Hans Cieremans

 

 

gelukkig Nieuwjaar

Gelukkig Nieuwjaar
voor alle mensen.
Dat zou ik graag
iedereen wensen.
Alleen mooie dagen,
geen tegenslagen,
het hele jaar door
als dat eens kon.
Niet te veel regen,
bovenal zon.
Ik wens dat de zon,
de mist kan verdrijven.
Maar dichte mist
kan hardnekkig blijven

Gelukkig Nieuwjaar voor jou en voor mij,
het goede dat is je gegund.
Maak tranen tot glimlach, de tijd vliegt voorbij.
Vier ’t leven zolang als je kunt.

Gelukkig Nieuwjaar
voor alle mensen.
Dat zou ik graag
iedereen wensen.
Dat tranen verdampen,
geen ziekte of rampen.
Niemand verliezen
en geen verdriet.
Maar voor veel mensen
gebeurt dat niet.
Wat alle mensen
zullen beseffen
is dat ook onheil
de mensen kan treffen.

Gelukkig Nieuwjaar voor jou en voor mij,
het goede dat is je gegund.
Maak tranen tot glimlach, de tijd vliegt voorbij.
Vier ’t leven zolang als je kunt

Gelukkig Nieuwjaar
voor alle mensen.
Dat wil ik  graag
iedereen wensen.
Probeer niet te klagen,
maar pluk de dagen.
Wees blij met de aandacht,
die je ontvangt,
waardeer de rust,
die je verlangt.
Geniet van de dingen
die jij kunt waarderen.
Geef anderen liefde,
die liefde ontberen.

Gelukkig Nieuwjaar voor jou en voor mij,
het goede dat is je gegund.
Maak tranen tot glimlach, de tijd vliegt voorbij.
Vier ’t leven zolang als je kunt.

© Hans Cieremans

oud en nieuw in het verpleeghuis

Het is tien uur, oudejaarsavond,
de mensen liggen op bed.
De televisie, die heel de tijd aanstond
wordt voor de nacht uitgezet.
De nachtdienst komt zo, er staan oliebollen
bij de zusterpost klaar.
De avonddienst doet nog een laatste controle,
de laatste van het oude jaar.

Het is elf uur, oudejaarsavond,
er wordt veel gekucht en gesnurkt.
Een fles champagne die bij ook de post staat
wordt door de nachtdienst ontkurkt.
Dan gaat een bel, er moet iemand plassen,
de zuster helpt haar naar ’t toilet.
‘Welterusten mevrouw, weer lekker gaan slapen’,
de zuster brengt haar weer naar bed.

Het is twaalf uur, oudejaarsavond,
buiten knalt het op straat.
De zuster belt dan mobiel met het thuisfront,
hetgeen de bewoners ontgaat.
Zij slapen door, het blijft rustig binnen,
de nachtzuster schrijft overdracht.
Om zeven uur gaat de dagdienst beginnen,
het einde van oudejaarsnacht

Het is half acht, het is Nieuwjaarsmorgen,
de vroege dienst staat weer klaar
om liefdevol voor de mensen te zorgen,
zo gaat oud en nieuw ieder jaar.
Zo was het, zo is het, zo zal het ook blijven,
verzorgers gaan dag en nacht door.
Waardering is met geen pen te beschrijven,,
tekort schieten woorden daarvoor.

© Hans Cieremans

 

kerst met oma

Dierbare herinneringen,
hoogtepunten, kleine dingen,
lijken niet meer door te dringen,
maar hoe anders is dat nu.
Want het ‘Nu sijt wellecome’
en de lichtjes in de bomen
worden gretig opgenomen
in haar helder déjà-vu.

Zo blijkt kerst in haar beleven
toch herinnering te geven
en al is het maar voor even,
’t is een wondermooi moment.
Ze zingt: ‘Komt allen tesamen’,
van de koningen die kwamen,
toen ze van de ster vernamen,
het was allemaal bekend.

Ze had een gezellig praatje,
genoot van een advocaatje,
onze lieve grootmamaatje,
ze was af en toe ad rem.
Dit moment, niet te betalen,
door haar mooie kerstverhalen
en ik zag haar werk’ lijk stralen
als de ster van Bethlehem.

Ook dit zijn herinneringen,
ogenschijnlijk kleine dingen,
die haar nooit verloren gingen,
hoe bijzonder toch is dit.
’t Was genieten, zeker weten,
morgen is ze vast versleten,
zal ze kerst weer zijn vergeten,
als ze in haar bubbel zit.

© Hans Cieremans

 

 

ik kan jou niet meer vertellen

Ik kan jou niet meer vertellen
hoe ontzettend ik jou mis.
Maar geloof me als ik jou zeg,
dat de waarheid anders is.
Ik lijk jou dan wel vergeten,
maar ik ben mezelf ook kwijt.
Toch wat kwijt is en vergeten
zit diep in me voor altijd.

Ik kan jou niet meer vertellen
hoeveel ik nog van je hou.
Maar geloof me als ik jou zeg,
dat mijn hart nog klopt voor jou.
Al lijk ‘k jou niet te herkennen,
‘k herken mezelf ook niet meer.
En dat doet jou niet alleen pijn,
ook bij mij doet dat veel zeer

Ik kan jou niet meer vertellen,
wat ik denk en wat ik voel.
Maar geloof me als ik jou zeg,
dat ik alles goed bedoel.
Al lijk ik steeds te verdwalen
in de mist van mijn bestaan.
in mijn hart zit je verankerd,
waar je nooit meer weg zult gaan.

Ik kan jou niet meer vertellen,
wat ik jou vertellen wil.
Maar geloof me als ik jou zeg:  ‘
liefde maakt hier het verschil’.
Al laat ik jou dat niet merken,
lijk ik soms de liefde kwijt,
liefde is niet stuk te krjgen,
liefde blijft in eeuwigheid

© Hans Cieremans

 

op bezoek gaan

Ik vind het telkens weer zo moeilijk,
bij jou op bezoek te gaan.
Want je bent intens verdrietig
en dat trek ik me zo aan.
Ik dacht eerst: ‘je moet nog wennen’,
maar dat wennen duurt te lang.
Hoewel de zusters echt hun best doen,
went het echt nooit, ben ik bang.

’t Was een moeilijke beslissing,
toen het thuis niet langer ging.
Daarom ben je hier gekomen,
het voelt als een echtscheiding.
‘k Voel me schuldig en ik schaam me,
dat zegt steeds weer mijn gevoel.
Mijn verstand zegt: ‘Het is goed zo’,
omdat ik het goed bedoel.

Met veel lood in beide schoenen
kom ik daag’ lijks op bezoek.
Dan zit jij alsmaar te mokken,
noemt je hier-zijn ‘lariekoek’.
Daarom vind ik het zo moeilijk
bij jou op bezoek te gaan.
Want je neemt het mij nu kwalijk
ik heb alles fout gedaan.

Maar schat, het ging echt niet langer,
’t werd te zwaar voor allebei.
Jij zit in je eigen wereld,
niet de wereld meer van mij.
Het gaf constant misverstanden,
met verwijten heen en weer.
Lang heb ik het vol gehouden,
maar ik kon niet langer meer.

Toch voel ik nu steeds die twijfel.
Heb ik het toch fout gedaan?
Maar je terug naar huis toe halen,
dat kan ik beslist niet aan.
Ik hoopte nu rust te krijgen
en ook meer begrip van jou.
Maar nu weet ik niets meer zeker,
behalve dat ik van je hou.

© Hans Cieremans

verdwaalde tijd

Als de dagen gaan verdwalen
in ’t mysterie van de tijd.
Waar de uren zich gaan mengen
in mist van vergetelheid.
Als verleden, heden, toekomst,
zijn gehusseld door elkaar,
geeft ‘t verwarring in beleving,
ook bij ‘t wiss’ len van het jaar.

De kalender geeft de dag aan
en de klok bepaalt het uur.
Maar als tijd is gaan verdwalen,
raakt het ritme overstuur.
Dag en nacht worden verwisseld,
jaarwisseling wordt niet herkend.
Tijd wordt langzaam steeds meer tijdloos,
is alleen maar ‘het moment’.

Met Nieuwjaar wensen wij mensen
allemaal een goede tijd.
’t Is de tijd die zal gaan komen,
maar zovelen zijn tijd kwijt.
Ik noem het Nieuwjaar niet gelukkig
voor d’ in mist gehulde mens.
Maar ‘veel kostbare momenten’,
dat is wat ik hem van harte wens.

© Hans Cieremans

Plassen

‘Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet?’
‘Nee, u hoeft niet meer te plassen,
want  u plaste nog daarnet’.

‘Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet?’
‘Nee, u ziet toch, ik ben bezig,
ik ben nu te druk bezet.

’Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet?’
‘Nee, over een half uurtje,
dan breng ik u gelijk bed’.

‘Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet?’
‘Nee, plast u maar in  uw luier,
‘k heb geen tijd nu, nood breekt wet’.

‘Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet?’
‘Nee, zit nou niet constant te zeuren,
u bent een lastig oud portret’.

‘Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet?’
Nee, houd op met dat herhalen,
met dat eindeloos gebed’.

‘Zuster, ik moet nodig plassen,
helpt u mij naar het toilet…………?
O jee, zuster, ’t is te laat hoor,
k heb het niet óp tijd gered’.

‘Bah, nou moet ik u verschonen,
had toch beter opgelet.
Zeg op tijd dat u moet plassen,
dan breng ik u naar ’t toilet’.

© Hans Cieremans

 

 

verwondering

‘Komt verwondert u hier mensen’
is het kerstlied dat hier klinkt.
Kerstviering in het verpleeghuis
wie meezingen kan, die zingt.
De liedtekst die is zo veelzeggend,
want ‘t verwondert me steeds hier,
door de sfeer en door de mensen
met wie ik het Kerstfeest vier.

Terwijl d’ ene zit te slapen,
zingt de ander dapper mee.
En een zuster naast de kerstboom,
leest ’t verhaal uit Lucas twee.
Kaarsen worden aangestoken,
dan nog een kort kerstverhaal.
Ook een koortje komt er zingen:
’t Kindje kwam voor allemaal’.

Er zijn veel familieleden,
dat geeft veel saamhorigheid.
Kerstfeest, feest met veel herkenning,
het raakt mensen haast altijd.
Nog een hapje en een drankje,
als afsluiting van het feest.
Feest dat altijd weer verwondert
voor wie daar is bij geweest.

‘Komt verwondert u hier mensen’
is het kerstlied dat hier klinkt.
Het is Kerst in het verpleeghuis
wie meezingen kan, die zingt.
Feest van de licht, feest van de vrede,
van verbinding onderling
Van ontroering en herkenning
en van de verwondering.

© Hans Cieremans