lastig probleem

Mijn moeder kan niet omgaan
met het ziek zijn van mijn pa.
Vandaar dat ik wat vaker
naar mijn ouwelui toe ga.
De sfeer is om te snijden,
pa krijgt steeds op zijn kop.
Ma blijft maar kissebissen
en houdt daar nooit mee op.

Dan zeg ik tot mijn moeder:
‘Pa kan er niets aan doen’.
Maar als pa weer de fout ingaat,
dan krijgt hij van katoen.
Dan zegt ze dat het luiheid is
en dat hij niks meer kan.
Maar dat het door zijn ziekte komt,
gelooft zij echt niks van.

‘Maar vader heeft toch dementie’
zeg ik tot moederlief.
Maar dat accepteert ze niet,
pa was altijd actief.
Dus wordt ze nu voortdurend boos
en wijst hem steeds terecht.
Zij ontkent en hij scheldt terug,
een eindeloos gevecht.

Toch willen ze niet uit elkaar,
maar niemand houdt dit vol.
Toch zegt ma: ‘Pa gaat niet weg,
‘k heb alles in control.
En pa zegt ook: ‘Ik blijf hier thuis,
want ik ben toch niet gek’.
Zo ga ik steeds weer moedeloos
t’ rug naar mijn eigen stek.

De situatie wordt kritiek,
onhoudbaar op den duur.
Maar ik sta met mijn brede rug
tegen een dikke muur.
Als je ouders oud worden,
is dat een groot cadeau.
Ik ben het met die stelling eens,
maar liever toch niet zo.

© Hans Cieremans

 

 

antwoord in de mist

Geschreven op de melodie van: ‘Blowin in the wind’

Waar is de tijd, waar het licht, waar ben jij,
waar is je liefde van toen?
Waarom gaat alles wat mooi is voorbij,
waarom lijkt het gras minder groen?
Waar is je humor, je sprank’ lende lach,
waar is nu ‘het samen iets doen’?

Het antwoord mijn lief, verdwijnt in de mist,
het antwoord verdwijnt in de mist.

Waar is je trots, je vertrouwen in mij,
waarom ben jij zo vaak boos?
Waar is je warmte, begrip voor elkaar,
waarom is de liefde zo broos?
Waarom ken jij onze wereld niet meer,
waarom ben jij zo machteloos?

Het antwoord mijn lief, verdwijnt in de mist,
het antwoord verdwijnt in de mist.

Waarom ben je angstig, herken je me niet,
waar loop je heen zonder doel?
Waarom kijk je wel, maar zie je me niet
en snap je niet wat ik bedoel?
Waarom huil ik niet, hoewel ik het wil,
omdat ik zoveel tranen voel?

Het antwoord mijn lief, verdwijnt in de mist,
het antwoord verdwijnt in de mist.

© Hans Cieremans

 

De ouderdom komt met gebreken

Je toekomst wordt korter,
je wereld wordt kleiner.
Want je wordt ouder
en pijntjes die zijn er.
Je bent geen klager,
maar het gaat trager.
Je kunt niet meer alles,
geef dat maar toe.
Je moet meer gaan rusten,
je bent sneller moe.
Je kracht die vermindert,
je krijgt in de gaten:
‘De leeftijd verplicht je
om los te gaan laten.’

Je moet daardoor vaker
je grenzen verleggen.
Je moet noodgedwongen
leuke dingen ontzeggen.
Je kunt niet ontkennen,
je moet er aan wennen.
Het hoort bij het leven,
dat valt soms niet mee.
De kwaaltjes die komen
van lieverlee.
Zo lever je in
bij ’t klimmen der jaren.
De tol van het oud zijn
is niet te besparen.

Je kijkt achterom
en minder naar voren.
Je denkt aan geliefden,
die jij hebt verloren.
Je kent hun verhalen,
hun ouderdomskwalen.
Als jij zoiets krijgt,
dan hoop je vooral,
dat je verstand
goed blijven zal.
Zo pieker je voort,
maar stop toch met klagen.
Blijf positief
en pluk al je dagen’.

© Hans Cieremans

de open wond

Als de band is doorgesneden,
die  je jaren hebt gedeeld.
Als het voelt of in gebeden,
de geslagen wond niet heelt.
Als je ’t liefst zou willen grienen,
maar je tranen komen niet.
Als de eeuwig ongeziene,
volgens jou zijn troost niet biedt.

Als de eenzaamheid blijft knagen,
door verdriet en het gemis.
Als geen antwoord komt op vragen,
omdat er geen antwoord is.
Als je niet weet waar te zoeken,
als je droevig bent gestemd.
Als je soms zou willen vloeken,
als de  stilte je beklemt.

Dan…ja dan, ik zou niet weten,
hoe ik jou dan troosten kan.
Het geloof kan ik vergeten,
daar verwacht jij niet veel  van.
’t Heeft geen zin om veel te praten,
woorden schieten toch tekort.
‘k Moet het even maar zo laten,
totdat jij jezelf  weer wordt.

Want de tijd heelt ook jouw wonden,
als je leven open bloeit.
Eens wordt levenskracht hervonden,
als de wond is dicht gegroeid.
En dan zal je gaan ervaren:
‘Toen de open wond genas,
dat wij steeds er voor jou  waren
en God er misschien ook was’.

© Hans Cieremans

Zondagmorgen

Jij bracht elke zondagmorgen
een ontbijtje op mijn bed,
een beschuitje, een vers broodje
en je had ook thee gezet.
Daarna ging ik warm douchen,
dan was ik weer lekker fris.
Het zijn zulke kleine dingen,
die ik nu ontzettend mis.

Want is het nu zondagmorgen,
dan is het zo stil, zo gek.
Ik maak zelf dan mijn ontbijtje,
maar ik heb totaal geen trek.
Daarna ga ik dan maar douchen,
doodgewoon omdat dat moet.
En dan drink ik alleen koffie,
‘k ben verdrietig, ‘t voelt niet goed.

Nu krijg jij op zondagmorgen
een ontbijtje op je bed.
En een zuster maakt je wakker,
heeft ze thee voor je gezet.
En daarna gaat ze je douchen,
want dan ben je lekker fris,
als ik jou straks kom bezoeken.
als het weer bezoektijd is.

Dus ga ik nu zondagmorgen,
na de koffie met de tram.
Dan ga ik naar het verpleeghuis,
want dan ben ik weer bij hem.
En dan denk ik aan ons leven,
dat het nu zo anders gaat.
Geluk draait om kleine dingen,
dat besef komt vaak te laat.

© Hans Cieremans

 

Lichaam en geest

In je lichaam opgesloten,
zit je teruggetrokken geest.
Neem je afstand van het leven,
waar je zolang bent geweest.
Leef je verder in een wereld,
waar de tijd niet meer bestaat.
Waar het alledaags gebeuren,
je als werk’ lijkheid ontgaat.

Daar wordt steeds meer het verleden
als jouw waarheid herbeleefd.
Al het heden lijkt vergeten,
alsof dat geen zin meer heeft.
Want een pop dat is je kindje,
en je zoon is nu je man,
die al lang is overleden.
Maar jij weet daar niets meer van.

Terwijl klokken verder tikken,
loopt jouw klokje achteruit.
Totdat eens jouw klokje stilstaat,
wanneer jij je ogen sluit.
Dan verlaat je geest je lichaam,
als een allerlaatste groet.
Zit het niet meer opgesloten,
vliegt het vrijheid tegemoet.

© Hans Cieremans

 

Hoe het leven kan lopen

Ach, wat loopt het leven anders,
anders dan ik had bedacht.
Door de dingen die gebeuren,
zo volkomen onverwacht.
Want we maakten wilde plannen,
je ging bijna met pensioen.
En we wilden in de toekomst,
samen leuke dingen doen.

Maar je voelde je niet lekker,
je ging naar de dokter toe.
je was helemaal de weg kwijt
en je was ontzettend moe.
Ik dacht: ‘Jij bent overspannen,
’t is misschien wel een burn out’.
Maar de uitslag was veel erger,
mijn vermoeden bleek toch fout.

Want na vele onderzoeken
stortte onze wereld in.
Dokter zei: ’U heeft Alzheimer,
maar nog wel in het begin.
Dus ga samen toch genieten
en doe alles wat nog kan’.
Maar voor deze diagnose
hadden wij geen toekomstplan.

Ach, wat loopt het leven anders,
anders dan ik had bedacht.
Door de dingen die gebeuren,
zo volkomen onverwacht.
Daar gingen de toekomstplannen,
domper op ’t verdiend pensioen.
Nu ga jij naar dagbesteding
en daar moeten we ’t mee doen.

© Hans Cieremans

Parel

Een parel in de dichte mist,
wordt als een schat bewaard,
die verstopt aanwezig is,
herinneringen spaart.
Herinnering aan toen,
door dementie vervaagd,
die desondanks in volle glans
veel wijsheid in zich draagt.

Een parel houdt haar glinstering,
hoe dicht de mist ook is.
Herinnering in helderheid,
stralend in duisternis.
Soms is ze wit of mat
of met oneffenheid.
Maar meestal is ze spiegelglad,
wordt kleurenpracht verspreidt.

Een parel in de dichte mist
is als herinnering,
die in de toekomst levend wordt
in fraaie schittering.
Bewaar die parel goed,
zodra je hem ooit erft.
Want hij kleurt  herinnering,
die nooit te nimmer sterft.

© Hans Cieremans

goedbedoeld cliché

‘‘k Wil je hierbij condoleren,
tja, dit afscheid doet veel pijn.
Kop op hoor, ik wens je sterkte,
‘k zal er altijd voor je zijn’.
In de aula, na de uitvaart,
is dit vaak een standaardzin,
maar de waarheid is zo anders,
er komt bijna niks van in.

O, er zijn veel lieve mensen,
woorden zijn heel goed bedoeld.
Maar als alles dan voorbij is,
merk je dat het anders voelt.
Af en toe een telefoontje,
af en toe een schouderklop
en sporadisch een bezoekje,
verder houdt het dan wel op.

Maar ik kan het wel begrijpen,
ik ben niet teleurgesteld.
Mensen hebben eigen sores,
het is fijn als iemand belt.
Ik moet zelf de draad oppakken,
al valt dat beslist niet mee.
En de woorden bij het afscheid?
Waren lief, maar een cliché.

Maar ja………….

Sta ik straks zelf bij een afscheid,
zeg ik ook vast: ‘Dit doet pijn,
kop op hoor, ik wens je sterkte,
‘k zal er altijd voor je zijn’.
Want wat kan ik anders zeggen,
dan die ene standaardzin?
Een belofte uit mijn onmacht,
tegen beter weten in’.

© Hans Cieremans

 

 

Jouw wereld

Waar is de liefde die wij elkaar gaven,
de liefde die jij niet meer geeft?
Waar is mijn maatje, mijn veilige haven,
waarmee ik zolang heb geleefd?
Waar is zijn humor, zijn lach en zijn tranen,
zijn armen verliefd om me heen?
Waar is ons leven, de wereld van samen?
Nu voelt ons samen  alleen.

Jouw wereld is verward, onherkenbaar,
je bent nog een schim van weleer.
Je bent er nog wel, maar zo onbereikbaar,
dus ben je er bijna niet meer .
Jouw wereld is niet langer de mijne,
al zitten we dicht bij elkaar .
Dan zie ik je in jouw wereld verdwijnen,
dan ben ik hier en jij daar.

Kon ik maar even jouw wereld in stappen,
heel even zien wat je voelt.
Kon ik maar even dat wereldje snappen,
begrijpen wat jij dan bedoelt.
Kon ik maar even die wereld ervaren,
achter dat dicht rookgordijn.
Heel even zijn zoals wij vroeger waren,
eventjes echt samen zijn.

© Hans Cieremans