Alles wat we vroeger deelden

Alles wat we vroeger deelden
heeft zoveel betekenis.
Daarom moet ik heel vaak huilen,
omdat ik ons ‘vroeger’ mis.
Wat gaat komen is onzeker,
plannen maken doen we niet.
Wat we nu nog samen delen
is gezamenlijk verdriet.

Het is dealen met het heden,
met het nu van het moment.
Soms zie ik nog iets van vroeger,
als je mij ineens herkent.
Maar dat is dan maar heel even,
die momenten zijn maar kort.
En de toekomst voor ons samen?
Ach, we zien wel wat het wordt.

Alles wat we vroeger deelden,
deel ik nu niet meer met jou.
Maar wat vroeger was verdwijnt niet,
want ik houd nog steeds van jou.
En al is nu alles anders,
alles anders dan voorheen:
De herinnering zal blijven,
vroeger samen, nu alleen.

© Hans Cieremans

 

Voor haar

Zij zit aan tafel, haar ogen gesloten,
haar wereld lijkt somber en leeg.
Ontelbare tranen heeft ze vergoten,
nadat ze Alzheimer kreeg.
Haar man pakt haar hand, dan kijkt ze een fractie,
een glimlach komt op haar gezicht.
Maar na wat tellen verdwijnt haar reactie,
de wereld en ogen gaan dicht.

Zij zit aan tafel, haar ogen gesloten,
haar man denkt terug aan de tijd
van hun verliefdheid, waarvan ze genoten,
hij wil zijn geliefde niet kwijt.
Maar al is het anders, hij blijft voor haar zorgen,
hij huilt en streelt zachtjes haar wang.
Zijn angst voor de toekomst, die houdt hij verborgen,
maar diep in zijn hart is hij bang.

Zij zit aan de tafel, haar ogen gesloten,
dan draait hij hun lievelingsplaat.
Plotseling doet ze haar ogen dan open,
terwijl ze mee neuriën gaat.
Vroeger zong hij: ‘Voor haar’ en dat liedje
brengt haar even terug naar het ‘toen’.
Het blije gevoel van dat piepjonge grietje,
ze glimlacht, haar man krijgt een zoen.

© Hans Cieremans

‘Voor haar’: Frans Halsema https://www.youtube.com/watch?v=0uFlZRBIS_U

 

Het luisterend oor

Het luisterend oor,
dat mensen veel troost geeft
is vaak ver te vinden,
omdat het geen tijd heeft.
Dat oor, dat is zonde,
werkt tijdgebonden.
Dus vraag je verdrietig
om ’t luisterend oor.
Dan is daar helaas vaak
geen tijd zomaar voor.
Het luisterend oor
is heus wel aanwezig,
maar is veel te druk,
geen tijd, het is bezig.

Het luisterend oor
moet vliegen en rennen.
Je kunt het in nood vaak
nergens bekennen.
Je weet van tevoren:
‘Je mag het niet storen’.
Het oor heeft geen tijd,
het is drukbezet.
Het vliegt door de gangen
van bed naar het bed.
Ja, dat is triest,
het lachen vergaat je.
Het luisterend oor,
geen tijd voor een praatje.

Het luisterend oor
moet poetsen en wassen,
bedden verschonen,
jou laten plassen.
Geen tijd verspillen,
delen van pillen.
Het luisterend oor,
geen tijd voor jouw traan.
‘Heeft u gebeld?
Ik kom er straks aan.’
Als ’t luisterend oor
dan eind’ lijk in staat is.
Is ‘t niet meer nodig
omdat het te laat is.

© Hans Cieremans

Zijn ogen spreken boekdelen

Zijn ogen spreken boekdelen,
waarmee hij op zijn tijd,
met een gulle twinkeling,
het vrouw’ lijk schoon verleidt.
Zijn ogen gaan dan stralen,
heel schalks, heel subtiel.
Zijn ogen zijn het toonbeeld
van de spiegel van zijn ziel.

Zo brengt hij in ’t verpleegtehuis,
waar hij woont wat kleur.
Ondeugend en vertederend,
meestal met  goed  humeur.
Hij is in huis het zonnetje
en met zijn zomerhoed,
strooit hij zijn wulpse blikken rond,
maar zonder overmoed.

Zo is hij zusters’ oogappel,
toch kent ook hij verdriet.
Maar dat houdt hij voor zichzelf,
dat weet een ander niet.
Ook al voelt hij tranen soms,
dat sluit zijn lach niet uit.
Huilen om wat niet meer is,
dat helpt immers geen fluit.

Zijn ogen spreken boekdelen,
waarmee hij op zijn tijd,
met een gulle twinkeling,
de zustertjes verleidt.
Soms vragen zusters plagerig:
‘Zeg, waarom doe  je dat?’
Dan is zijn antwoord duidelijk:
‘Het oog wil ook wel wat.’

© Hans Cieremans

Rollercoaster

Rood is de secondewijzer,
die zich wegtikt in de tijd.
‘k Volg minutenlang zijn rondjes,
maar de tel die ben ik kwijt.
Ik zit naast je bed te waken,
uit je ooghoek rolt een traan.
‘k Houd je vast, terwijl ik loslaat
en ik wacht tot je zult gaan.

En die wijzer blijft maar draaien
in een eindeloze sleur.
In een klok met zwarte cijfers,
boven een gesloten deur.
En ik stoei met mijn gevoelens,
vol van tegenstrijdigheid.
Ik zit in een rollercoaster
die zich voortsleept in de tijd.

Dan neem ik een beker koffie
uit de koffieautomaat.
Lauwe koffie, niet te drinken
en intussen wordt het laat.
Maar ik wacht, je bent onrustig,
dus ik spreek je troostend toe.
Steeds voel ik weer tranen branden
en ik ben ontzettend moe.

Buiten wordt het langzaam donker,
binnen gaan de lichten aan.
En ik staar weer naar die wijzer,
die oneindig door blijft gaan.
Dan zie ik je ogen breken
en je slaakt je laatste zucht.
Ook al ben ik heel verdrietig,
het voelt ook heel opgelucht.

Rood is de secondewijzer,
die zich wegtikt in de tijd.
‘k Volgde urenlang zijn rondjes,
maar de tel die was ik kwijt.
En terwijl jij nu je rust vindt,
ga ik huiswaarts, heel verward.
‘k Laat je los, maar houd je ook vast,
in het diepste van mijn hart.

© Hans Cieremans

‘Gelukkig Nieuwjaar’

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
De tijd die zal resten,
dat is niet je beste.
Geluk is te vinden
in het moment,
Soms als je glimlacht,
de wereld herkent.
De tijd zal steeds meer
jouw geheugen gaan wissen,
maar voor geen goud
wil ik je ooit missen.

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch.
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
Soms zijn er vlagen,
heldere dagen.
Dan kun je genieten
van de muziek.
Net zoals vroeger,
het liefste klassiek.
Ik zie dan je zorgen
heel even verdwijnen,
Je neuriet het mee
en zit mee te deinen.

‘Gelukkig Nieuwjaar’
klinkt eufemistisch.
‘De beste wensen’
is niet realistisch.
Vroeger en nu
niet vergelijkbaar
Vroeger dichtbij
en nu onbereikbaar.
En toch wens ik jou
‘gelukkig Nieuwjaar’
al klink het dubbel
en is het ook zwaar.
We gaan naar het licht
van de vrolijke lente.
Dan gaan we genieten
van mooie momenten

© Hans Cieremans

 

Licht (melodie: The rose)

Pak mijn hand, laat mij je leiden
door jouw mistig labyrint.
Tot het licht je zal bevrijden
bij het wonder van een kind.
Het symbool van licht en vrede,
waardoor duisternis verdwijnt.
Een verhaal uit het verleden
van een licht dat eeuwig schijnt

Pak mijn hand, laat mij je leiden,
want misschien is het nog ver.
Kom, we lopen die weg beiden
tot het uitkomt bij een ster.
’t Is een weg vol hindernissen
door het mistig kreupelbos,
maar de ster is niet te missen,
daar laat ik jou pas weer los.

Pak mijn hand, laat mij je leiden
naar het nieuwe vergezicht.
Totdat onze wegen scheiden
bij dat wonderlijke licht.
Kerst geeft troost met zijn verhalen
of je ‘t wel of niet gelooft,
van de ster die staat te stralen,
van een licht dat nooit meer dooft.

© Hans Cieremans

 

Na het bezoek

Het is koud en ongezellig
als ik thuis kom na ’t bezoek.
Het is donker, doe het licht aan
en ik zie die lege hoek.
Daar las hij altijd zijn krantje
en dronk hij zijn glaasje wijn.
Nu zit hij bij onbekenden
en ik zit ‘alleen’ te zijn.

Ik ga maar wat eten koken,
maar ‘k heb eigenlijk geen trek.
Stukje vlees, een beetje groente,
waarvoor ik geen tafel dek.
Soms heb ik geen zin in koken,
dan eet ik een sneetje brood.
En dan zet ik de tv aan,
met een bordje op mijn schoot.

‘k Zet de vaten in de keuken,
‘k was niet af, ik ben te moe.
Dat wacht wel tot morgenochtend,
daarna ga ik naar hem toe.
Kom, ik kijk maar televisie
zo verstrijkt de tijd vanzelf,
tot het tijd is om te slapen,
meestal om een uur of elf.

‘k Luister naar ‘het oog op morgen’
op de wekkerradio.
Anders lig ik maar te piek’ren,
want dan mis ik hem toch zo.
‘k Ga hem dagelijks bezoeken
al herkent hij mij niet goed.
Maar ik doe wat ik beloofde:
Trouw in voor- en tegenspoed.

Welterusten

© Hans Cieremans

 

 

De erfenis

Het komt best vaak voor,
ruzies, conflicten.
de één doet iets raars
wat and’ ren niet pikten.
Heel veel frustraties,
verstoorde relaties,
de ene vond dit
en de andere dat.
En altijd was ‘t ‘ik’,
die gelijk had.
‘Ik maak het niet goed,
het spijt me ten zeerste.
Als ze dat willen,
zijn zij maar de eerste’.

Het gaat om het geld,
het materiële.
De ruzie ontstaat
bij het verdelen.
De armband, de ringen,
persoonlijke dingen.
‘Kijk dat horloge,
die is voor mij’.
‘Dat is niet waar,
hoe kom je daarbij?’
In een moment
verdampen de jaren,
dat zij als gezin
gelukkiger waren.

Moeder is dood,
maar zou ze dit horen,
dan gaf ze haar kinders
een draai om de oren.
‘‘t Gaat niet om spullen,
om zakken te vullen.
Het gaat om mijn liefde,
verdeel die nou maar.
Die blijft bestaan,
dus blijf bij elkaar!!
Er is geen ring
die een ruzie kan sussen
Zoek liever je troost,
bij broers en bij zussen.’

© Hans Cieremans

 

Kerstkaarsje in de schemering (melodie: O, little town of Bethlehem)

Een kaarsje in de schemering
brand ik met kerst voor jou,
omdat ik zoveel van je mis,
maar ook veel van je hou.
Dan denk ik aan de kerst,
zoals het vroeger was
en aan het mooie kerstverhaal,
dat jij toen altijd las.

Een kaarsje in de schemering
brengt licht in duisternis
en geeft ons de herinnering
wanneer het Kerstmis is.
Toen jij jezelf nog was
deed jij de kaarsjes aan.
Nu dreigt het kaarsje in jezelf
heel langzaam uit te gaan.

Een kaarsje in de schemering,
kaarsje van liefdestrouw,
met een eeuwig vlammetje
brandt in mijn hart voor jou.
Dat vlammetje geeft licht,
ook als jouw kaarsje dooft.
Zelfs als jouw schemer donker wordt,
dat heb ik jou beloofd.

Een kaarsje in de schemering
brand ik met kerst voor jou,
omdat ik zoveel van je mis,
maar ook veel van je hou.
De kerstmis van dit jaar
brengen wij samen door
en luist’ ren naar het kerstverhaal,
ik lees het je graag voor.

© Hans Cieremans