De trein naar Alzheimer

Er rijdt een trein naar Alzheimer,
wie ooit die reis begon,
reed flink door en stopte pas
op het eindstation.
De reis ging door een dichte mist
en door een heel diep dal.
En niemand wist meer waar hij was
tot in de aankomsthal.

‘Dit is het einde van de reis’
zei dan de machinist.
Met lege handen stond je daar
omringd door dichte mist.
De uitgang was er niet te zien,
er was geen terug-vervoer.
Want voor de reis naar Alzheimer
bestond er geen retour.

Er was geen balie, geen loket,
geen informatiebron
Er heerste overal paniek
op een druk perron.
Al de mensen die je zag,
die waren onbekend.
Niemand die het antwoord gaf,
op waar je hier toch bent.

Maar toch, als je heel goed kijkt,
dan zie je langs het spoor,
een hoopvol lichtje door de mist,
daar breekt de zon weer door.
Daar staat de nieuwe trein weer klaar,
de mensen stappen in.
Alzheimer geen eindstation,
maar reis naar nieuw begin.

© Hans Cieremans

De wijzers van jouw klokken

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
voert het toekomstplannen maken
een vergeefs, verloren strijd.
Soms, heel kort maar in het heden,
staan die wijzers even stil.
Maar dan draaien ze weer verder,
naar de kant die ik niet wil.

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
zijn er slechts herinneringen,
als een bron van vastigheid.
’t Is een reis naar het verleden,
hoever zal die reis nog gaan?
Ik probeer wel mee te reizen,
tot de wijzers stil gaan staan.

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
zijn die wijzers niet de mijne,
raak ik jou en jij mij kwijt.
‘k Zou die wijzers willen stoppen,
draaien naar de goede kant.
Want ik kan soms niet meer volgen,
waar jouw reis is aanbeland.

Nu de wijzers van jouw klokken
linksom draaien in de tijd,
voel ik onmacht, soms berusting,
soms ook woede, soms ook spijt.
Maar als straks jouw wijzers stil staan,
gaan de mijne weer rechtsom.
Blijf ik hopen dat je rust krijgt
en blijft wachten tot ik kom.

© Hans Cieremans

Leegte

Ondoordringbaar is de leegte
van de holtes in het brein.
Schemerige zwarte gaten,
in een labyrint vol pijn.
Daar is vroeger weg, verdwenen
en is toekomst gecastreerd.
Daar is zelfs het ‘ik‘ vergeten
en herinnering geamputeerd.

In met niets gevulde leegte
van de holtes in het brein,
vullen gaten zich met tranen
tot een nevelig gordijn.
Daar tikt uitzichtloos de tijd door,
tijd die ook al niet meer is.
Daarin leef jij, maar ook niet meer,
in een wereld van gemis.

In de volheid van de leegte,
van de holtes in het brein,
zitten gaten met veel vragen
van wat levenszin mag zijn.
Maar het antwoord blijft verborgen
in de leegte van de mist.
Niemand kan het mij vertellen,
o, ik wou dat ik het wist.

© Hans Cieremans

Alles wat is opgebouwd

Alles wat is opgebouwd,
brokkelt langzaam af.
Bijna niets blijft overeind
van wat het leven gaf.
Het verdwijnt in flarden mist,
met gaten in de tijd.
Wat overblijft, dat is een schim
gevuld met eenzaamheid.

Alles wat is opgebouwd,
is slechts herinnering,
Een vaag herkennen af en toe,
in kille schemering.
Het uitzichtloze dwalen,
een zoeken naar houvast.
Het beetje dat nog over is,
weegt als een zware last.

Alles wat is opgebouwd,
glipt door de vingers heen.
Het samen wat er altijd was,
dat is nu heel alleen.
Een onomkeerbaar ziektebeeld,
zonder perspectief.
Het enige wat troostend is:
‘Ik heb je nog steeds lief’.

© Hans Cieremans

 

De dans

Ze danste vrolijk door het leven,
maar de muziek is uitgespeeld.
En de nieuwe partituren,
worden niet meer uitgedeeld.
In de oude vallen gaten,
klanken zijn nu zonder kleur.
Af en toe klinkt een vals deuntje,
met zijn tonen in mineur.

Ze danste vrolijk door het leven,
een Weense wals of een ballet.
maar de jukebox van haar leven,
is versleten, stilgezet.
Al haar platen zijn vol krassen,
onverstaanbaar, vol met ruis.
Soms dan draait ze er nog eentje,
bij haar in ’t verpleegtehuis.

Ze danste vrolijk door het leven,
ze was geliefd bij iedereen.
Maar nu zij niet meer kan dansen,
voelt ze zich wel heel alleen.
Nog één dans zal zij ooit dansen,
aan het einde van haar tijd,
‘t is getiteld ‘danse macabre’,
eenzaam in vergetelheid.

© Hans Cieremans

Laat me niet alleen

Als ik zoveel ben vergeten,
dat ik jou zelfs niet herken.
Als ik steeds maar weer blijf vragen,
hoe jij heet en waar ik ben.
Als ik niets meer kan begrijpen,
van de wereld om me heen.
Dan heb ik je keihard nodig,
dus laat mij dan niet alleen.

Als ik wartaal uit ga spreken,
naar je kijk, maar je niet zie.
Als ik niet weet hoe te hand’ len
en verlies ik mijn regie.
Als ik boos word en opstandig
of van angsten haast versteen.
Dan heb ik je keihard nodig,
dus laat mij dan niet alleen.

Als ik alsmaar een beroep doe
op je eindeloos geduld.
Als het jou wel eens teveel wordt,
geef dan Alzheimer de schuld.
Want ik kan het zelf niet helpen,
Alzheimer is zo gemeen.
Ook jij lijdt, dat doen het samen,
laat mij daarom nooit alleen.

© Hans Cieremans

 

Verstand en gevoel

Mijn verstand zegt: ‘Het is goed zo’,
maar het botst met mijn gevoel.
Want ik mis je haast in alles
en dat is een heleboel.
Ondanks dat je ging vergeten,
stond ik altijd voor je klaar.
Dat was moeilijk, zeker weten,
maar we waren bij elkaar.

En we deelden onze tranen
en zo deelden we je strijd.
Nu heb jij je rust gevonden,
dat is goed, maar ‘k ben je kwijt.
Tranen kan ik niet meer delen,
alleen moet ik verder gaan.
Maar jou zal ik nooit vergeten,
onze liefde blijft bestaan.

Ik praat altijd met je foto,
steeds voordat ik slapen ga.
En ik wens je ‘goede morgen’,
als ik ’s morgens vroeg op sta.
En dan zeg ik: ‘Het is goed zo’,
maar het botst met mijn gevoel.
Want ik mis je haast in alles,
jij weet vast wat ik bedoel.

© Hans Cieremans

 

Onvoorwaardelijke liefde

Ter ere van Wereld Alzheimer Dag een ode aan de liefde die nooit vergaat.

Onvoorwaardelijke liefde

Onvoorwaardelijke liefde
die bestaat in eeuwigheid.
Zelfs al ben je veel vergeten,
ware liefde raakt nooit kwijt.

Niets is sterker dan de liefde,
sterker dan geloof en hoop.
Alles wijkt voor onze liefde,
staat los van je levensloop.

Liefde kun je niet begraven,
niet cremeren, niet verslaan.
Zelfs al lijkt de toekomst somber,
onze liefde blijft bestaan.

© Hans Cieremans

 

Tegenstrijdig

Door je glimlach wil je vluchten
voor de tranen die je voelt.
Die pas in het donker komen,
als je piekert, als je woelt.
‘Jij bent sterk’ zeggen mensen,
‘jij slaat je er wel doorheen’.
En je glimlacht en zegt ‘Dank je’,
maar je voelt je toch alleen.

Door je glimlach wil je stoer zijn,
zodat iedereen dan ziet,
dat je heel de wereld aan kan.
Wat je voelt, dat zien ze niet.
Je gedrag is tegenstrijdig,
met emoties die je hebt.
En de buitenwereld weet niet,
dat je zo verwarring schept.

Door je glimlach worden tranen,
in het daglicht weggeduwd,
want je wilt niet zielig wezen,
omdat jij je tranen schuwt.
Maar door kwetsbaarheid te tonen,
zien ze wat de waarheid is.
Want jouw tranen die vertellen,
jouw gevoel van groot gemis.

© Hans Cieremans

Tot gauw

Jij bent niet alleen veranderd,
ook de wereld om mij heen.
Vrienden bellen af en toe wel,
maar ik zie er haast geen een.
En als zij dan met me spreken,
gaat het altijd over jou
En dan wensen ze me sterkte
en dan zeggen ze: ‘Tot gauw’.

Maar dat ‘gauw’ dat duurt steeds langer
en de eenzaamheid slaat toe.
En ik ga steeds vroeg naar bed toe,
want dit leven maakt me moe.
Maar ik kan de slaap niet vatten,
ik denk aldoor maar aan jou.
Dat jij net als ik alleen bent
en dan zeg ik zacht: ’Tot gauw’.

‘k Ga je elke dag bezoeken,
meestal met een stukje fruit,
dat je bijna niet meer weg krijgt,
want je gaat hard achteruit.
Ach, het zal niet lang meer duren,
’t is geen leven zo voor jou.
Het is goed als het voorbij is
en dan hoop ik maar: ‘Tot gauw’.

‘k Schrijf een kaart aan al de vrienden,
als jij overleden bent.
En als wij dan afscheid nemen
is hun opkomst ongekend.
Al de vrienden die me zeggen:
‘Echt, we denken veel aan jou,
‘k wens je sterkte met verwerken.
Houd je taai hoor en tot gauw’.

© Hans Cieremans