oproep van een kwetsbaar en oud mens

Jongelui, zeg luister even
naar een kwetsbaar en oud mens.
Alles moet weer heel gauw open,
dat is jou, maar ook mijn wens.
‘t  Virus brengt alleen ellende
ik ben het ontzettend zat,
net als jullie mis ik vrijheid,
‘k heb het helemaal gehad.

Ik besef best dat ik oud ben,
dat ik niet zo lang meer leef.
Maar dat wil beslist niet zeggen,
ik niet om vrijheid geef.
Ik houd ook heel veel van feestjes
en wil naar mijn kind’ ren toe.
Wij zijn  ‘t eens dat het te lang duurt,
wie is niet Coronamoe?

Ik begrijp jullie frustratie,
want ik ben ook jong geweest
Ik heb gesport en ging naar school toe
en heb heel wat afgefeest.
Ja, wij kenden geen Corona
geen lockdown, we voelden vrij.
Ja, dat is nu echt wel anders
Maar heus waar, het gaat voorbij

Heb geduld, al is het moeilijk
tot we zijn gevaccineerd.
Er gloort licht, maar wees zo wijs nu
dat je regels accepteert.
En als alles straks voorbij is,
is het feest voor allemaal.
en we dansen en we drinken,
‘t kost je niks, want ik betaal.

© Hans Cieremans

jouw ‘ik’, mijn ‘ik’

Is je ‘ík’ bedreigd, verborgen,
diep verzonken of verdwaald.
Dan wordt de regie van ‘t leven,
niet meer door je ‘ik’ bepaald.
Mijn ‘ik’ neemt het stokje over,
liefdevol en goed bedoeld.
Maar ’t is moeilijk te doorgronden,
wat jouw ‘ik’  beweegt en voelt.

Jouw ‘ik’ kan slechts iets vertellen,
met gezicht- en lichaamstaal.
Daarmee toont je ‘ik’ emoties
en mijn ’ik’ volgt dat signaal.
In een wereld van vergeten,
van verdwalen in  de mist.
Waar de tijd, plaats en personen
langzaam worden uitgewist.

In die wonderlijke wereld,
neemt mijn ‘ik’ jou bij de hand,
om jouw ‘ik’ te begeleiden
tot ginds aan de overkant.
Waar je ‘ik’ niet zal verdwalen,
niet verzinkt, niet wordt bedreigd.
Plek in het geheim verborgen,
waar jouw ‘ik’ zijn rust verkrijgt.

© Hans Cieremans

in mijn schemerige wereld

In mijn schemerige wereld,
waar mijn ‘ík’ wordt opgejaagd
door de tijd die wijzers terugdraait
die mijn toekomstdroom vervaagt.
Waar mijn spiegel  beelden oproept,
uit een lang vervlogen tijd.
Daar leef ik met de verwarring
in angst en vergetelheid.

In mijn schemerige wereld
waar mijn ‘ík’ constant verdwaalt,
in de mist van het vergeten
waar herinnering verschraalt.
Waar door mij vergeten namen,
resultaatloos wordt gezocht.
Daar leef ik met de verwarring
van paniek en achterdocht.

In mijn schemerige wereld,
waar mijn ‘ik’ leeft in ‘t moment
Waar mijn thuis een vreemde plek is,
die door mij niet wordt herkend.
Waar geliefden mij ontglippen,
die er zijn, maar die ik mis.
Daar leef ik in de verwarring
van wat ‘was’, maar niet meer ‘is’.

In mijn schemerige wereld
waar mijn ‘ik’ jou treurig maakt.
Waar de onmacht overal is,
alle hoop lijkt opgeraakt.
Maar waar jij me wilt bereiken,
door mijn wereld in te gaan.
Daar voel ik ondanks verwarring:
‘Onze liefde blijft bestaan’.

© Hans Cieremans

ode aan de verzorgende

Je kunt mij  niet beter maken,
maar je bent van groot belang.
door de aandacht die je mij geeft,
door jouw zorg die ik ontvang.
De regie over mijn leven,
ben ik langzaam kwijt geraakt,
En ik vraag me daarom soms af,
wat mijn leven zinvol maakt.

Dan zie ik het niet meer zitten,
en ben ik ten einde raad,
totdat jij  mij troost komt bieden
als je mij verzorgen gaat.
Troost die bied je door je glimlach,
door er simpelweg te zijn.
En al maak je mij niet beter,
jij bent ’t beste medicijn.

‘’t Is mijn werk’, zeg je bescheiden,
maar je doet veel meer dan dat.
Wat jij werkelijk betekent,
wordt nog te vaak onderschat.
Het is niet slechts eten geven,
wassen, kleden enzovoort.
Je geeft ook zin aan mijn leven,
ik voel mij door jou gehoord.

Daarom ben ik jou zo dankbaar,
ben ik blij als ik je zie
Zelfs al ga ik je vergeten,
al verlies ik mijn regie.
Je kunt mij  niet beter maken,
maar je blijft van groot belang.
Dank je wel voor al je aandacht
en de zorg  die ik ontvang.

© Hans Cieremans

als hier een pot met bonen staat

Haar aard was altijd opgewekt,
vrolijk en goed geluimd.
Zoals ze heel haar leven was,
gezellig, opgeruimd.
Zij was daardoor ook populair
bij al het personeel.
Ze zong constant hetzelfde lied,
een daag’ lijks ritueel.

‘Als hier een pot met bonen staat
en daar een pot met brie,
dan laat ik brie en bonen staan
en dans met jou Marie’.
Soms zongen and’ re mensen mee,
soms werd er van gebaald,
omdat ze tot het gaatje ging,
‘t werd eindeloos herhaald.

‘Als hier een pot met bonen staat
en daar een pot met brie,
dan laat ik brie en bonen staan
en dans met jou Marie’.
Soms werden er ook mensen boos.
‘Mens houd toch je kop’.
Maar zij zong van vroeg tot laat
en hield er nooit mee op.

Plotseling zong zij niet meer,
geen bonen en geen brie,
omdat zij was overleden was,
’t gevolg van dementie.
En bij de uitvaart klonk haar lied,
‘t klinkt nu nog altijd na:
‘Marie Marra, mijn troelala,
Marie mijn troelala’.

© Hans Cieremans

hoogbejaarde ouders

‘k Maak me zorgen om mijn ouders,
beiden zijn ze hoogbejaard.
De gevolgen van het oud zijn,
wordt mijn ouders niet bespaard.
Moeder heeft geheugenstoornis,
ze is redelijk ver heen,
Vader heeft fysieke klachten,
daardoor is hij slecht ter been.

Toch wonen ze nog zelfstandig,
in steeds meer een gespannen sfeer.
‘t Kon zolang dankzij de thuiszorg,
maar het gaat niet langer meer.
Moeder is te zorgafhank’ lijk,
vader kan het niet meer aan.
Moeder hoort in een verpleeghuis,
maar mijn pa laat haar niet gaan.

Daarom kwam de huisarts praten,
maar dat bleek verspilde tijd.
Pa zei: ‘Ik blijf voor haar zorgen
tot de dood mij van haar scheidt’.
En ik wil mijn pa niet dwingen,
ook al heeft hij weinig keus
Er moet worden ingegrepen,
zelfs al is dat rigoureus

Ik kan pa niet overtuigen,
‘k wil geen ruzie met die man,
Ik heb zorgverlof genomen,
omdat hij het niet aan kan.
Ouders wil je nooit verliezen
ook al zijn ze hoog bejaard,
Maar gevolgen van hun oud zijn,
wordt ook kind’ ren niet bespaard.

© Hans Cieremans

kijken, horen, voelen

Kon ik kijken door jouw ogen,
wat zou ik dan kunnen zien?
Beelden die zijn bijgebleven
uit je jeugdjaren misschien?
Of je vader en je moeder,
of je vrienden van weleer?
‘k Zie je kijken, maar wat zie je?
Zie je mij of dat niet meer?

Kon ik horen met jouw oren,
wat zou dan te horen zijn?
Zijn het stemmen uit ’t verleden,
in een mistig rookgordijn?
Is het treurig, is het angstig
of word je er vrolijk van?
Is je horen nog wel luist’ ren
en zo ja, wat snap je dan?

Kon ik voelen, wat jij voelde,
wat er omgaat in je hart?
Heb je daar nog wel een plekje,
speciaal voor mij apart?
Of ben ik daar nu verdwenen,
is die tijd voorgoed voorbij?
Hoe dan ook, ik wil je zeggen:
‘Jij zit wel voorgoed in mij’.

Want ik zie je en ik luister,
ook al spreek je non-verbaal,
omdat woorden je ontbreken
en je spreekt in lichaamstaal.
Ik probeer je te begrijpen
en al zal me veel ontgaan,
‘k hoop zo bij je door te dringen,
jouw gevoelens te verstaan.

© Hans Cieremans

De avondklok van dementie

De avondklok van dementie
is continu van kracht.
Wat niet meer kan en niet meer mag,
bepaalt hij dag en nacht.
Zomaar even wandelen,
dat is niet toegestaan,
behalve als er iemand is,
die met je mee wil gaan.

De avondklok van dementie
luidt voor je veiligheid,
vierentwintig uur per dag
voor onbepaalde tijd.
Die avondklok die houdt pas op,
als jij er niet meer bent.
Soms duurt dat lang, soms duurt dat kort,
dat is dus onbekend.

De avondklok van dementie,
noodzakelijke straf.
Want het geeft veel beperkingen
en neemt veel vrijheid af.
De avondklok van dementie,
die luidt met grote dwang,
niet voor 3 weken of zoiets,
Maar die luidt levenslang

© Hans Cieremans

Bestaat ‘vroeger’ nog?

‘Vroeger’, dat bestaat niet meer,
want ‘vroeger’ is voorbij.
Alleen in de herinnering
zit het in jou en mij.
Je ziet het nog op fotootjes
of het komt op tv.
Maar ‘vroeger’ dat komt nooit meer terug
Vroeger is passé.

Maar voor de mens met dementie,
leeft ‘vroeger’ in het ‘nu’.
‘Vroeger’ is hun werk’ lijkheid
in helder déjà vu.
Hun ‘vroeger’ is weer levensecht
legt hun beleving bloot.
Ze vragen waar hun ouders zijn,
die zijn voor hen niet dood.

Hun ‘vroeger’ is hun veiligheid,
warmte en houvast.
Maar wij noemen hun gedrag,
verward, onaangepast.
We nemen zo hun ‘vroeger’ af,
en zeggen: ‘Dat was toen’,
En door ze te verbeteren,
denken we ‘t goed te doen.

Totdat wij het in gaan zien,
dat dat niet langer gaat.
Dat voor de mens met dementie,
het ‘vroeger’ wel bestaat.
’t Is meer dan hun herinnering,
het is hun levenszin.
Erken hun ‘vroeger’ als een feit,
en stap hun wereld in.

Daar vind je zoveel waardevols,
zoveel wat er toe doet,
verstopt in hun herinnering,
een mens van vlees en bloed.
Niet verward, onaangepast,
of levend zonder doel.
Maar een mens zo mooi, uniek,
een mens met veel gevoel.

© Hans Cieremans

steeds meer……..

Steeds meer ‘kleine beetjes afscheid’,
steeds meer ‘stapjes achteruit’,
steeds meer ‘zoeken zonder vinden’,
steeds meer ‘angst waarop je stuit’.
Steeds meer ‘levensgrip verliezen’,
steeds meer ‘instabiliteit’,
steeds meer ‘onbegrip en onmacht’,
steeds meer ‘zorgafhank’ lijkheid’.

Steeds meer ‘achterdocht en wanen’,
steeds meer ‘wie ben ik en pijn’,
steeds meer ‘minder interesse’,
steeds meer ‘niet jezelf meer zijn’.
Steeds meer ‘niet meer samen delen’
steeds meer ‘samen is alleen’,
steeds meer ‘vragen onbeantwoord’,
steeds meer: ‘Waar gaat dit toch heen?’

Steeds meer ‘vrijheid ingeleverd’,
steeds meer ‘vroeger uitgewist’,
steeds meer ‘minder gaan herkennen’,
steeds meer ‘dwalen in de mist’.
Steeds meer ‘alles gaan herhalen’,
steeds meer ‘minder perspectief’,
steeds meer ‘zoveel ingeleverd’,
steeds meer: ‘Toch heb ik je lief’.

© Hans Cieremans