de rotonde

Met dementie loop je op een rotonde,
die is gehuld in de mist
op zoek naar een afslag,
die niet wordt gevonden,
de mist belemmert het zicht.
De terugweg is bovendien afgesloten,
geen rechtdoor, geen links- of rechtsaf
zo loop  je dwangmatig je talloze rondjes,
uiteindelijk ben je bekaf.

Op de rotonde zie je geen uitweg,
het maakt je verdrietig en bang.
Desondanks blijf je maar lopen,
je hebt nu eenmaal die drang.
En de mist, die wordt alsmaar dikker
de afslagen blijven potdicht.
Je hoopt tevergeefs dat het beter zal worden,
al kwam er maar één sprankje licht.

Maar als je goed kijkt, dan zijn er wel sprankjes
en soms komen die dichterbij.
Zomaar ineens via een afslag,
zo’n sprankje licht, zoals jij.
Want als jij meeloopt op de rotonde,
hoewel de mist niet verdwijnt,
gaan afslagen bij dementie even open,
omdat dan jouw lichtje daar schijnt.

© Hans Cieremans

herinneringen van vroeger zijn parels voor later

Een parel in de dichte mist
wordt als een schat bewaard,
die verstopt aanwezig is,
herinneringen spaart.
Herinnering aan ‘toen’,
door dementie vervaagd,
die desondanks in volle glans
veel wijsheid in zich draagt.

Een parel houdt haar glinstering,
hoe dicht de mist ook is.
Herinnering in helderheid,
stralend in duisternis.
Soms is ze wit, soms mat
soms met oneffenheid.
’t Is hoe dan ook een pronkjuweel,
die kleurenpracht verspreidt.

Een parel in de dichte mist
is als herinnering,
die in de toekomst levend wordt
in fraaie schittering.
Bewaar die parel goed,
als je haar hebt geërfd.
Want zij kleurt herinnering,
die nooit te nimmer sterft.

©Hans Cieremans

sfeer

Ik verlang soms naar wat aandacht,
naar een knuffel of een zoen,
een omhelzing of een glimlach
’t is zo simpel om te doen.
‘t Maakt mijn dag een beetje vrolijk
en geloof me: ‘Dat is fijn’.
’t Kost geen geld, geen tijd, geen moeite
door er simpelweg te zijn.

En dan hoef je niets te zeggen,
zet maar een muziekje aan
Geef me koffie met een koekje,
dan kun jij weer verder gaan,
met verzorgen van de  and’ren,
ja ik weet: Je hebt het druk’ .
Maar als jij de  sfeer hier goed maakt,
dan kan mijn dag niet meer stuk.

En ben ik toch chagrijnig,
doe ik boos of obstinaat,
Stel me dan gerust en troost me,
waardoor het weer beter gaat.
En dat kan vaak zonder woorden,
geef een knuffel of een zoen,
een omhelzing of een glimlach,
’t is zo simpel om te doen.

© Hans Cieremans

Zelfbeschikking

Ik ga steeds minder bevatten,
van de wereld om mij heen.
Heel mijn hoofd zit vol met watten
‘k voel me angstig, boos, alleen.
Flarden van herinneringen
uit een ver verleden tijd,
vullen zich met hersenschimmen,
in een niet te winnen strijd.

Ik probeer me vast te klampen
aan het ‘nu’ dat pijn gaat doen,
maar dat ‘nu’ lijkt te verdampen
in een dichte mist van ‘toen’.
‘k Moet dit leven wel aanvaarden,
het wordt overhoop gegooid.
Maar ik wil mijn eigenwaarde
dus berusten doe ik nooit.

Daarom ben ik vaak opstandig
juist als ik het niet meer weet
‘k Wil het zelf doen, eigenhandig
zoals ik het altijd deed.
Help me dus, alleen waar nodig
ook al heb ik dementie.
Al is hulp niet overbodig
ik behoud mijn zelfregie.

Kijk niet slechts naar mijn tekorten
maar kijk wat ik zelf nog kan.
Ook al zal er iets aan schorten
grijp niet in, maar laat me dan.
Help mij mijn regie te houden
ook al gaat het mis of traag.
Want mijn ‘ik’ die ik vertrouwde
die behoud ik meer dan graag.

© Hans Cieremans

Vergeten namen

Zoveel namen zijn verdwenen
in de gaten van haar brein.
Waar ze niet zijn terug te vinden,
hoewel ze er nog altijd zijn.
Want soms zijn er die momenten
helder in herinnering,
waaruit blijkt dat in die gaten
niet alles verloren ging.

Namen komen soms naar boven,
niet van nu, maar juist van toen.
Van haar vader, van haar moeder,
namen die haar zoveel doen.
Namen die haar leven kleurden,
waarin zoveel liefde zat.
Namen die dus nooit verdwijnen,
zelfs niet in een donker gat.

‘k Praat met haar over haar moeder,
over wie ze was of deed.
Ik vertel niet dat ze dood is,
maar ik vraag wat zij nog weet.
En dan gaat ze mij vertellen,
moeder  is dan niet passé.
Haar verleden wordt haar heden,
daarin ga ik met haar mee.

En zo wordt ze minder droevig,
komt ze los van haar gemis.
Moeder is de allerliefste,
net of moeder er nog is.
Moeder zit dan niet gevangen
in de gaten van haar brein.
moeders naam is terug te vinden,
zal er altijd voor haar zijn.

© Hans Cieremans

vroeger is niet dood

Ik adem in het ‘hier en nu’,
maar leef in vroeger tijd.
dat doe ik met herinnering,
en in vergetelheid
Daar leef ik in verwarring,
die dementie mij geeft.
In ’t ‘hier en nu’ is moeder dood,
terwijl ik denk: ‘Zij leeft’.

Daarom wil ik naar haar toe,
symbool van veiligheid,
omdat haar liefde tijdloos is,
waarvan geen mens me scheidt.
Ik roep haar naam in ‘t ‘hier en nu’
omdat ik haar zo mis.
Maar zij leeft voort in mijn ‘toen’,
waar zij voor altijd is.

Het ‘hier en nu’ dat maakt me bang
het ‘toen’ is daar voorbij.
Maar het ‘toen’ is juist mijn ‘nu’,
met moeder diep in mij.
Aanvaard dat als je bij me bent,
dat zal er echt toedoen.
Haal mij niet steeds naar ‘hier en nu’
ga met mij mee naar ‘toen’.

© Hans Cieremans

Mijn verdriet dat is de vreugde

Mijn  verdriet dat is de vreugde
die jij mij in ‘t leven bracht.
‘k Zie je , hoor je, voel je, mis je
in gedachten dag en nacht.
Daar ben jij verborgen tastbaar,
in een wereld zonder tijd.
Ik leef met herinneringen
in de rauwe werk’ lijkheid.

En in die herinneringen
zit gemis, liefde en dood.
Liefdesvreugde is het sterkste,
onvoorwaardelijk en groot.
Grenzeloos in mij verweven,
daarop krijgt de dood nooit vat.
Mijn verdriet is daarom vreugde,
dat ik jou heb lief gehad.

Mijn verdriet is naast jouw heengaan
dus jouw liefde die ik mis,
diep in mij veilig verborgen,
waar ze voor mij tastbaar is.
Dat geeft troost als ik moet huilen,
het geeft moed, het geeft me kracht.
‘k Zie je, hoor je, voel je, mis je,
in gedachten dag en nacht.

© Hans Cieremans

De bedreigde ‘ik’

Vroeger was ik levenslustig,
vrolijk, warm en toegewijd
Nu ben ik vooral onrustig
heel verward, van alles kwijt.
Ik lijk zelfs mijn ‘ik’ verloren,
dat ontken ik, ’t maakt me boos
En deskundige doctoren,
staan volkomen machteloos.

‘U moet er mee leren leven,
pluk de dag zolang het kan’.
Dat advies werd mij gegeven
en nou ja, wat moet ik dan?
Ik zoek nu naar leuke dingen
maar die zie ik zelden meer,
‘k vind ze in herinneringen,
toekomst kijken, dat doet zeer.

Steeds vaker ga ik vergeten
namen die ik niet herken,
dingen die ik eigenlijk moet weten,
soms weet ik niet waar ik ben.
Steeds meer lijkt me niet te lukken,
dingen die ik vroeger deed.
Hoe moet ik de dag dan plukken,
als ik dat zelfs niet meer weet?

Steeds vaker denk ik gelaten:
‘’t Is een harde levensles.
Boos ontkennen zal niet baten
in mijn dementieproces.
Wat mijn leven niet bespaarde,
is een toekomst vol gemis.
Ik moet daarom wel aanvaarden
wat zo onaanvaardbaar is’.

© Hans Cieremans

moeizaam bezoek

Mijn moeder frutselt aan een kleed,
dwangmatig en verzwakt.
Wat steeds vaker aan me vreet:
‘We hebben geen contact’.
Haar hersenen verschrompelen,
het is zo inhumaan.
Ze kan alleen nog mompelen,
ik kan haar niet verstaan.

Ze kijkt naar mij, maar ziet me niet,
ze frutselt rustig door.
Het doet me pijn en veel verdriet,
waar leeft ze nu nog voor?
Mijn bezoek lijkt zinloos zo,
’t lijkt nergens op te slaan
dus sta ik steeds in dubio
of ik nog wel zal gaan.

Toch ga ik wel, al doet het zeer
maar niet meer zo frequent.
Want moeder is het echt niet meer,
zo ik haar heb gekend.
Ik ga met schoenen vol met lood
het lijkt zo zonder doel.
Dan denk is soms; : ’Was zij maar dood’.
Dat geeft weer schuldgevoel.

Want ik wil haar ook niet kwijt
als ik die indruk wek.
Maar al die tegenstrijdigheid,
maakt me langzaam gek.
Ik blijf naar mijn moeder gaan,
voordat het me berouwt.
‘Moedertje ik kom eraan,
omdat ik van je houd’.

© Hans Cieremans

dankbaarheid

Jij bent nog jong,
een heel leven voor je,
het mijne is bijna voorbij
want ik ben al oud,
ziek en verward vaak
en toch kies je voor mij.
Jij wilt me helpen,
verzorgen, verplegen,
jij wilt er gewoon voor me zijn
en dat waardeer ik,
jij bent echt een zegen,
jij verlicht zo mijn pijn.

Ik ben onrustig,
ik vraag steeds hetzelfde,
en de weg ben ik kwijt.
Dan ben jij daar
je helpt me geduldig,
ook al heb je geen tijd.
Er zijn er zovelen
die jouw aandacht vragen,
maar dat zie ik niet meer.
Daarom lukt het mij niet
om je te zeggen,
dat ik jou reuze waardeer.

Ik ben nu oud,
het einde komt nader,
jij bent nu nog piepjong
Jij bent levenslustig
en kijkt naar de toekomst,
ik kijk alleen achterom.
Maar ‘nu’ momenten,
die delen we samen,
dat is belangrijk voor mij
Jij hebt de toekomst
en ik het verleden
maar ‘nu’ is voor ons allebei.

Dank je wel

© Hans Cieremans