Corona-ruzie

Het bezoek mag weer naar binnen,
mondjesmaat één vast persoon.
Wie dat is, leidt tot discussie,
eindigt soms op ruzietoon.
‘Heb jij soms de meeste rechten?
Denk jij dat? Ach, houd je kop’.
Er ontstaat Corona-ruzie
en zo loopt de spanning op.

Ruzie vanwege Corona
weg is de saamhorigheid
Want wie moeder mag bezoeken,
zorgt voor flinke woordenstrijd.
Altijd was in de familie,
een vertrouwde, warme band.
Maar door de Coronacrisis,
loopt het danig uit de hand.

Moederlief in het verpleeghuis,
neemt niet aan de ruzie deel.
Zij mist al zo lang haar kind ’ren
houdt van ieder evenveel,
Maar geen kind voelt zich echt schuldig,
iedereen wijst naar elkaar.
Iedereen zegt:  ’’k Ben zorgvuldig,
want wat ‘ik’ zeg dat is waar’.

Ruzie vanwege Corona,
ligt soms zomaar op de loer
Want wie moeder mag bezoeken,
ben jij dat? je zus? je broer?
Moeder kijkt naar het bezoek uit,
wie er komt maakt geen verschil.
Maar een ruzie bij de kind’ ren,
is beslist niet wat ze wil.

 © Hans Cieremans

zomerbloemen

Korenbloemen en margrietjes,
klaprozen en duizendschoon,
ereprijs, vergeet-me-nietjes,
fluitenkruid en anemoon.
Ereprijs en gladiolen,
zonnebloem, begonia,
lathyrus, rozen, violen,
pinksterbloem, hortensia.

Brem en lelietjes-van-dalen,
madeliefjes en sering,
zomerbloemen met verhalen,
bron van veel herinnering.
Bloemen laten liefde spreken,
geven lach op je gezicht.
Ik geef jou zo’n liefdesteken,
bloemenpracht in een gedicht.

Een gedicht van zomerbloemen,
die ik voor je heb geplukt.
Waarin bijen jouw naam zoemen,
aan vergetelheid ontrukt.
Straks zal ik  weer tastbaar komen,
gaat de eenzaamheid weer weg,
heb ik liefde meegenomen,
wat ik dan met bloemen zeg.

Zo zal ik je laten weten,
hoeveel ik nog van je houd.
Liefde kan je nooit vergeten,
zelfs al zijn we kwetsbaar, oud.
Ik omhels je zonder gêne,
bloemen spreken van geluk.
Geen lockdown, geen quarantaine,
krijgt ooit onze liefde stuk.

© Hans Cieremans

Bezoek niet toegestaan

De deur zit potdicht
en hij gaat pas open,
als jij op bezoek komt
en met me gaat  lopen.
Dan kan ik weer even,
vrijheid beleven.
Jij bent mijn code,
mijn sleutel die past.
Zolang je weg blijft,
zit ik hier vast.
Wanneer kom je weer,
neem jij me  naar buiten?
Dan vluchten we weg
van deuren die sluiten.

De deur zit potdicht
hermetisch gesloten.
Rampzalig voor mij
en mijn lotgenoten
Kom met me praten,
‘k voel me verlaten.
Kom door die deur,
haal hem van ‘t slot.
Jij hebt de sleutel,
ik ga zo kapot.
Het mist in mijn brein,
kom me nou halen.
Jij wijst mij de weg,
als ik ga verdwalen.

De deur blijft potdicht,
maar ik blijf waken.
Tot jij er bent
om open te maken.
Dan delen we samen
vergeten namen.
Dan lopen we dansend
weg bij die deur.
Op onze muziek,
weg van de sleur.
Kom, pak mijn hand,
neem mij mee naar buiten.
Op weg naar de vrijheid,
waar deuren nooit sluiten.

© Hans Cieremans

het vleermuisje Corona

Het vleermuisje Corona
leefd’ in de stad Wuhan.
Waar hij is gestorven
in een grote snelkookpan.
Hij pruttelde en rochelde,
in ’t vieze, hete vocht.
Hij werd op een  consumptiemarkt
als lekkernij verkocht.

Het vleermuisje Corona
was  helemaal niet gaar,
toen hij werd hij opgegeten
daardoor smaakte hij  raar.
Maar toch werd hij verorberd,
als een rauw stukje vlees,
zo kwam hij in de maag terecht
van een Wuhan-Chinees.

Die Chinees kreeg hoge koorts
en werd ontzettend ziek.
Hij bleek toen heel besmettelijk
dat zorgde voor paniek.
Een virus was de oorzaak dat
Corona had verspreid,
dat uitgroeide tot pandemie
met doden wereldwijd.

Het vleermuisje Corona
vervloekte men intens.
Maar hij was niet de schuldige,
want echt, dat is de mens.
De mens eet heel veel dieren,
totaal gedachteloos.
Daarbij eet hij zelfs vleermuisjes
met heel veel risico’s.

Dus eet geen vreemde dieren,
want dan gaat het verkeerd,
behalve in de uitvaartbranche,
die explosief floreert.
Dat willen we niet hebben,
dat maakt ons ongerust.
Leer  daarom van het vleermuisje:
‘Leef en eet bewust’.

© Hans Cieremans

vrienden van vroeger

Waar zijn de vrienden van vroeger gebleven
sinds dat jij  Alzheimer hebt?
Sommigen hebben een kaartje geschreven,
maar veel vriendschap is weggeëbd.
Ach ja, ze hebben hun eigen problemen,
ze krijgen het ook niet cadeau.
Maar kunnen ze nou niet de moeite eens nemen
om eens te bellen ofzo?

In het begin kwamen ze nog wel bij mij thuis,
maar dat gebeurt nu niet meer.
Na jouw opname in het verpleeghuis,
werd het eenrichtingsverkeer.
Ik belde hen, ze zouden terug bellen,
maar het bleef akelig stil.
Vrienden van vroeger, die mij teleur stellen
Alzheimer maakt dat verschil.

Waar zijn de vrienden van vroeger gebleven,
ik wil mijn verhaal aan hen kwijt.
Ze hebben ons samen veel vreugde gegeven,
het was zo’n gezellige tijd.
Maar nu is het anders, wij zijn niet meer samen,
daardoor wordt het nooit meer als toen,
vrienden verdwijnen, die altijd langs kwamen,
ik zal het alleen moeten doen.

© Hans Cieremans

het eerste stapje

Het bezoek mag weer naar binnen,
ook al is het nog summier.
Nee, de deur staat niet wijd open,
maar hij staat wel op een kier.
Dat klinkt ‘hoopvol’, zou je zeggen
en natuurlijk is dat fijn.
Maar ’t gevoel dat ook blijft hangen,
is dat wij er nog niet zijn.

Eén bezoeker mag er komen,
alleen maar één vast gezicht.
En zo blijft voor veel geliefden
de deur nog hermetisch dicht.
En je moet ook afstand houden
en vooraf word je getest.
Nee, niet zoenen, niet omhelzen,
want dat is misschien funest.

Ook blijft het bepaald onzeker
wat het virus zal gaan doen.
Gaat het zich opnieuw verspreiden,
in ‘t komend herfstseizoen?
Of blijft ‘t virus in controle,
zodat het zich niet verspreidt?
Laten we dat laatste hopen,
zodat bezoek wordt uitgebreid.

Zo zijn er nog heel veel vragen,
over ‘t  verdere verloop.
Toch, al is het maar een beetje,
gloort er nu wel weer wat hoop.
‘t is een heel klein eerste stapje
in het lange stappenplan,
naar wijd openstaande deuren,
waardoor je naar binnen kan.

© Hans Cieremans

de uitvaart

Mensen gingen stil naar binnen
en ze staakten hun gesprek.
D’ afscheidsdienst zou gaan beginnen,
ieder kreeg een vaste plek.
Strikt gescheiden stonden  stoelen,
er klonk soms een snik of  kuch.
Het verdriet was goed te voelen,
het ging achteraf zo vlug.

‘Jesu joy of men’s desiring’
klonk zacht in de lege zaal.
‘t Stemde mensen tot ontroering,
afscheid in het ‘nieuw normaal’.
Toen werd er heel mooi gesproken
in een fraaie afscheidsspeech.
”t Leven dat is afgebroken,
was heel mooi en niet voor niets.’

De familie diep bewogen
bedankten het bezoek en God.
‘Wat de toekomst brengen moge’,
was het lied voor aan het slot.
Daarna liepen toen de gasten
voor het afscheid langs de baar.
Zoals ’t volgens regels paste,
op een afstand van elkaar.

Online heb ik zitten kijken.
‘k Maakte zo het afscheid mee.
Medeleven liet ik blijken
vanuit thuis voor de tv.
Ik dacht aan de nabestaanden,
’t afscheid was wel heel apart.
‘k  Voelde dat mijn ogen traanden,
de tv ging weer op zwart.

© Hans Cieremans

 

onrechtvaardigheidsgevoel

Rijlessen, de pedicure,
kappers, nagels manicuren,
fysio voor je blessure,
het wordt nu weer toegestaan.
Weer naar school, een tatoeage,
binnen zwemmen, een massage,
‘t is een aardig percentage,
wat nu weer zijn  gang mag gaan.

BSO, een potje tennis,
en we gaan uit quarantaines.
Dankzij managers met kennis
krijgt straks alles weer zijn loop.
En als wij dan niet verslappen,
nemen wij vervolgstappen.
En ook iedereen zal snappen:
‘Die verruiming geeft ons hoop’.

Toch maakt het me ook wel nijdig,
want ik vind het tegenstrijdig,
waarom wordt niet gelijktijdig,
het bezoek weer toegestaan?
Ja, ik weet: je moet eerst testen
en het is niet om te pesten,
men bedoelt het allerbeste,
echt, daar twijfel ik niet aan

Maar ik zie ook zielenpijnen,
ik zie levensvreugd verdwijnen,
ouderen die weg gaan kwijnen,
eenzaam starend in een hoek.
Ik bedoel het niet onaardig,
maar het voelt als onrechtvaardig,
zo  verdrietig, niet menswaardig:
‘Wel een tattoo, geen bezoek’.

© Hans Cieremans

 

versoepeling

Hoewel regels zijn versoepeld,
is de toestand niet gezond.
’t Virus is niet opgehoepeld,
waart nog steeds de wereld rond.
Toch gaat alles langzaam open.
Fijn,  maar ‘t voelt ambivalent.
Want hoe of het straks gaat lopen
is naast hoopvol: ‘onbekend’.

Dus voorzichtigheid geboden,
ook al lijkt er perspectief.
’t Virus eist nog altijd doden,
zorgt voor angst en ongerief.
Hoe gevuld is nu de beker?
Half vol of half leeg?
Er is zoveel nog onzeker.
’t Virus brengt nog veel teweeg.

Men verruimt de hindernissen,
van  ’houd vol’ en ‘blijf toch thuis’.
Toch blijf je geliefden missen,
eenzaam in ‘t verpleegtehuis.
’t Water stijgt nog naar de lippen
in ’t verpleeghuisbastion.
Ook al zien we kleine  stippen
ergens aan de horizon.

’t Duurt zo lang  om je te schikken,
het dilemma is zo groot
en alleen wat speldenprikken
brengt geen einde aan de nood.
Zo blijft dus de twijfel hangen.
Laat je het bezoek weer vrij?
Geef je ruimte aan ’t verlangen,
ook al is het niet voorbij?

© Hans Cieremans

Moederdag 2020

Op Moederdag verras je moeder
met veel bloemen en bonbons,
met een geurtje, een bezoekje,
heel gezellig ‘onder ons’.
Moederdag wordt niet vergeten,
Moederdag is heel speciaal,
zit het huis vol met visite,
komen kind’ ren allemaal.

Maar dit jaar is alles anders,
stuur je moeder maar een kaart,
Zit je thuis aan haar te denken,
met je stukje appeltaart.
Je mag moeder niet bezoeken,
‘voor haar bestwil’ wordt gezegd.
Maar als moeder dementie heeft
krijg je dat niet uitgelegd.

Dit jaar kun je online skypen
of gaan zwaaien voor het raam,
kun je handkusjes gaan gooien
met de hele santenkraam.
Want zo blijft het virus buiten
maar voelt Moederdag alleen.
Toch: ‘de liefde komt wel binnen,
gaat door alle muren heen’.

Maar we gaan moeder verrassen
op een dag dat het weer mag.
Doe het eenentwintig juni,
want dan is het Vaderdag.
‘Ouderdag’ gaat het dan heten,
feest voor ouder en voor kind.
Dan laten we de liefde winnen,
als de zomer weer begint.

©  Hans Cieremans