Hoe het leven kan lopen

Ach, wat loopt het leven anders,
anders dan ik had bedacht.
Door de dingen die gebeuren,
zo volkomen onverwacht.
Want we maakten wilde plannen,
je ging bijna met pensioen.
En we wilden in de toekomst,
samen leuke dingen doen.

Maar je voelde je niet lekker,
je ging naar de dokter toe.
je was helemaal de weg kwijt
en je was ontzettend moe.
Ik dacht: ‘Jij bent overspannen,
’t is misschien wel een burn out’.
Maar de uitslag was veel erger,
mijn vermoeden bleek toch fout.

Want na vele onderzoeken
stortte onze wereld in.
Dokter zei: ’U heeft Alzheimer,
maar nog wel in het begin.
Dus ga samen toch genieten
en doe alles wat nog kan’.
Maar voor deze diagnose
hadden wij geen toekomstplan.

Ach, wat loopt het leven anders,
anders dan ik had bedacht.
Door de dingen die gebeuren,
zo volkomen onverwacht.
Daar gingen de toekomstplannen,
domper op ’t verdiend pensioen.
Nu ga jij naar dagbesteding
en daar moeten we ’t mee doen.

© Hans Cieremans

Parel

Een parel in de dichte mist,
wordt als een schat bewaard,
die verstopt aanwezig is,
herinneringen spaart.
Herinnering aan toen,
door dementie vervaagd,
die desondanks in volle glans
veel wijsheid in zich draagt.

Een parel houdt haar glinstering,
hoe dicht de mist ook is.
Herinnering in helderheid,
stralend in duisternis.
Soms is ze wit of mat
of met oneffenheid.
Maar meestal is ze spiegelglad,
wordt kleurenpracht verspreidt.

Een parel in de dichte mist
is als herinnering,
die in de toekomst levend wordt
in fraaie schittering.
Bewaar die parel goed,
zodra je hem ooit erft.
Want hij kleurt  herinnering,
die nooit te nimmer sterft.

© Hans Cieremans

goedbedoeld cliché

‘‘k Wil je hierbij condoleren,
tja, dit afscheid doet veel pijn.
Kop op hoor, ik wens je sterkte,
‘k zal er altijd voor je zijn’.
In de aula, na de uitvaart,
is dit vaak een standaardzin,
maar de waarheid is zo anders,
er komt bijna niks van in.

O, er zijn veel lieve mensen,
woorden zijn heel goed bedoeld.
Maar als alles dan voorbij is,
merk je dat het anders voelt.
Af en toe een telefoontje,
af en toe een schouderklop
en sporadisch een bezoekje,
verder houdt het dan wel op.

Maar ik kan het wel begrijpen,
ik ben niet teleurgesteld.
Mensen hebben eigen sores,
het is fijn als iemand belt.
Ik moet zelf de draad oppakken,
al valt dat beslist niet mee.
En de woorden bij het afscheid?
Waren lief, maar een cliché.

Maar ja………….

Sta ik straks zelf bij een afscheid,
zeg ik ook vast: ‘Dit doet pijn,
kop op hoor, ik wens je sterkte,
‘k zal er altijd voor je zijn’.
Want wat kan ik anders zeggen,
dan die ene standaardzin?
Een belofte uit mijn onmacht,
tegen beter weten in’.

© Hans Cieremans

 

 

Jouw wereld

Waar is de liefde die wij elkaar gaven,
de liefde die jij niet meer geeft?
Waar is mijn maatje, mijn veilige haven,
waarmee ik zolang heb geleefd?
Waar is zijn humor, zijn lach en zijn tranen,
zijn armen verliefd om me heen?
Waar is ons leven, de wereld van samen?
Nu voelt ons samen  alleen.

Jouw wereld is verward, onherkenbaar,
je bent nog een schim van weleer.
Je bent er nog wel, maar zo onbereikbaar,
dus ben je er bijna niet meer .
Jouw wereld is niet langer de mijne,
al zitten we dicht bij elkaar .
Dan zie ik je in jouw wereld verdwijnen,
dan ben ik hier en jij daar.

Kon ik maar even jouw wereld in stappen,
heel even zien wat je voelt.
Kon ik maar even dat wereldje snappen,
begrijpen wat jij dan bedoelt.
Kon ik maar even die wereld ervaren,
achter dat dicht rookgordijn.
Heel even zijn zoals wij vroeger waren,
eventjes echt samen zijn.

© Hans Cieremans

 

 

jaarwisseling

Het jaar is oud,
moe en versleten.
Er blijft wel iets hangen,
veel wordt vergeten.
Een nieuw jaar geboren,
de blik is naar voren.
Achterom kijken
heeft weinig zin.
Het jaar is weer fris,
een nieuw begin.
Een knallend vuurwerk
wordt er ontstoken,
we gaan minder eten,
we stoppen met roken.

Met oud en nieuw zijn wij bij elkaar,
weemoedig, verdrietig of blij.
We wensen elkaar: ’Gelukkig nieuwjaar ‘,
het oude jaar is weer voorbij.

Zij is al oud,
moe en versleten.
Veel uit haar leven
is ze vergeten.
Ze kan nog slecht horen,
tijd gaat verloren.
Ze leeft in het heden,
geen vroeger of dan.
Alleen het moment,
zolang het nog kan.
Dat geeft wat zin,
wat zin aan haar leven.
Het nieuwe jaar,
wat zal het haar geven?

Met oud en nieuw ligt zij in haar bed
om twaalf uur denk ik aan haar.
Met een glas wijn, een appelbeignet
wens ik haar: ‘gelukkig nieuwjaar’.

© Hans Cieremans

Sombere gezelligheid

Sombere gezelligheid,
kende de kerst dit jaar.
De boom versierd,
een feestdiner,
maar ook gemis was daar.
Weemoedige herinnering
aan hoe het vroeger was.
Voor het eerst
naast jouw portret,
een leeg champagneglas.

Sombere gezelligheid,
het is een vreemd gevoel.
Met kerstliedjes,
de kaarsjes aan,
maar ook een lege stoel.
Er is gelachen en gehuild,
er is op jou geproost.
Zo was je er
voor ons toch bij.
Het was een schrale troost.

Sombere gezelligheid,
vrolijk en ook zwaar.
Een oliebol
of appelflap,
op naar het nieuwe jaar.
Ook dan is de herinnering
aan hoe het vroeger was.
En ik kijk weer
naar jouw portret
en hef op jou het glas.

© Hans Cieremans

de Kerstster

Kan de Kerstster nog wel stralen,
als het steeds meer misten gaat?
Zijn er nog wel Kerstverhalen,
als de boodschap je ontgaat?
Zijn er nog wel fijne dagen,
als het tijdsbesef ontbreekt?
Kun je het geluk nog voelen,
als herinnering verbleekt?

Zijn er nog wel ‘beste wensen’,
als je niemand meer herkent?
Kan je toch de Kerstster vinden,
als je niet weet waar je bent?
Kan de Kerstster nog wel troosten,
als je voor het donker vreest?
Kun je Kerstfeest nog wel vieren,
als geen sprake is van feest?

Kan de Kerst je nog ontroeren,
als je van het ‘hier’ vervreemdt?
Kun je nog in licht geloven,
als de mist het licht ontneemt?
‘k Heb geen antwoord op de vragen,
over jouw verdriet en pijn.
Maar ik wil je heel graag helpen,
ik wil graag jouw Kerstster zijn.

© Hans Cieremans

de Kerstviering (in het verpleegtehuis)

De mensen zoeken naar een plek,
de zaal raakt goed bezet.
Vooraan staan de rolstoelers
met hier en daar een bed.
Een pianist speelt kerstliedjes,
de zaal is mooi versierd.
met lichtjes in de kunstkerstboom.
Hier wordt de kerst gevierd.

Iedereen is mooi gekleed,
een feestelijke sfeer.
Een koor zet dan een kerstlied in,
zingt van het Kindje teer.
Dan volgt de eerste samenzang,
daarna een kort verhaal.
Er wordt gezongen van het Kind,
dat kwam voor allemaal.

Een drankje na de kerstviering,
een glaasje jus d’orange.
Daarbij hoort natuurlijk
ook een stukje boterkrans.
Dan is de viering weer voorbij,
de zaal stroomt langzaam leeg.
Waar bij de uitgang iedereen,
een kerststukje mee kreeg.

Kerstviering in het tehuis,
’t ontroert me ieder jaar.
Dan voel je lotsverbondenheid,
wat vreugde met elkaar.
Even los van de kritiek
en personeelstekort.
Maak Kerst tot een herinnering,
die onvergeet’ lijk wordt.

Fijne Kerstdagen iedereen

© Hans Cieremans

De weg kwijt

Ik loop hier, ik ben de weg kwijt.
ik weet niet waar ik hier ben.
‘k Ben het spoor volledig bijster,
hoewel ik het vaag herken.
‘k Wil naar huis, het is zo druk hier
en toch voel ik me alleen.
‘k Ben de straatnaam ook vergeten,
wie helpt mij, waar moet ik heen?

Ik loop hier, doodongelukkig,
er kijkt niemand om naar mij.
Welke kant moet ik nu op gaan?
Waar ik woon is vast vlakbij.
Waarom toeteren die auto’s,
mag ik hier misschien niet staan?
Mensen roepen dat ik weg moet,
maar ik wil naar huis toe gaan.

Mensen trekken me de stoep op,
ik moet weg van deze plek.
En ze gaan ook op me schelden,
ze verklaren mij voor gek.
En nu loop ik weer alleen hier,
waarom krijg ik op mijn kop?
‘k Wil naar huis, waar moet ik heen dan,
welke kant moet ik nou op?

Moet ik linksaf, moet ik rechtdoor?
Misschien zie ik een agent.
Maar wat moet ik aan hem vragen,
mijn adres is onbekend?
O, wat vind ik dit rampzalig,
de paniek slaat keihard toe.
Ik loop verder zonder richting,
ik ben moe, ja echt doodmoe.

Plotseling zie ik mijn vrouw daar,
fijn dat ik haar tegenkom.
Ik zeg: ‘Nou dat is toevallig’.
Zij moet huilen, maar waarom?
Dan neemt zij me mee naar huis toe,
opgelucht, maar aangebrand.
‘k Vraag me af wat er gebeurd is,
is er dan iets aan de hand?

©Hans Cieremans

 

 

 

 

 

Licht en schaduw

Schaduwzijden in het leven,
zullen niemand overslaan.
Maar de schaduw die bestaat niet,
als het licht niet zou bestaan.
Want de schaduw maakt het licht niet,
echter licht de schaduw wel.
Daarom is het licht het sterkste,
in het licht en schaduwspel.

Met de Kerst branden we kaarsjes,
zijn we op het licht gericht.
Dan brengt schaduw niet het duister,
maar schijnt schaduw door in licht.
Licht, symbool van hoop en liefde,
op weg naar het nieuwe jaar,
bouwend aan herinneringen,
zijn we lichtjes voor elkaar

En als lichtjes langzaam doven,
als de tijd niet meer beklijft.
Als de lontjes om gaan vallen
en het stompje over blijft.
Dan is daar ineens die schaduw,
die kan schijnen in het licht,
in herinnering verankerd,
waar de duisternis voor zwicht.

Schaduwzijden in het leven,
zullen niemand overslaan.
Maar de schaduw die bestaat niet,
als het licht niet zou bestaan.
Licht en schaduw zijn verweven,
schaduw, noch het licht verdwijnt.
Ze zitten in herinneringen,
waar altijd een lichtje schijnt.

© Hans Cieremans