Kerstmis uit mijn jeugd

Vroeger was de Kerst heel anders,
sober en traditioneel,
Nu is Kerst heel overdadig
seculier en commercieel.
Ik mis bij het ouder worden,
soms de eenvoud van die tijd,
Kerstmis bij de kolenkachel,
met gezinssaamhorigheid.

Gipsen beeldjes in de Kersstal
echte kaarsjes in de boom.
En het was bijna bijzonder
als je kaarsjes had op stroom.
Ieder jaar sprak Juliana
steevast op de radio.
Uit het distributiekastje
klonken ‘groeten uit Davos’.

Men had nog geen televisie
en ook zelden telefoon.
Dus we gingen ganzenborden,
het geluk was heel gewoon.
Ook zongen we samen liedjes
van het Kindje in de stal
en van ‘Nu sijt wellecome’
en ‘het licht schijnt overal’.

Feestelijk was ook het eten,
Kerstrollade, rode kool,
En we vierden met z’n allen
Kerstfeest met de zondagsschool.
Daar kreeg je een sticht’ lijk boekje
van ‘het huisje in de sneeuw’.
Ach, zo ging het jaren vijftig
van de nu voorbije eeuw.

Zo verlang ik soms met weemoed
naar de Kerst van vroeger tijd.
Naar die vroegere tradities,
eenvoud en gezelligheid.
’t Waren kostbare momenten,
die ik liefdevol onthoud,
in ’t besef dat tijd niet stilstaat
en zo wordt ik langzaam oud.

© Hans Cieremans

Fijne Kerstdagen

Denk met Kerst eens aan de mensen,
in verpleeg- of ziekenhuis,
die daar werken of daar liggen
en de Kerst niet vieren thuis.
Juist dit jaar met de Corona,
deze turbulente tijd,
voel je het belang van aandacht,
liefde en genegenheid.

Denk met Kerst eens aan de mensen
die met Kerst alleen zijn thuis,
wiens geliefden dan verblijven,
in verpleeg- of ziekenhuis.
Juist dit jaar met de Corona
vraagt om solidariteit,
bel eens op of stuur een kaartje
‘t geeft wat troost bij eenzaamheid.

Kerst, het feest van de bezinning,
van sfeer en gezelligheid,
het symbool van licht en vrede
juist in de Coronatijd.
Ook als wij ‘t niet samen vieren,
omdat afstand is verplicht,
dan zorgt Kerstmis voor verbinding
door de boodschap van het licht.

© Hans Cieremans

Kerst 2020

Kerst in het verpleegtehuis
ontroert me ieder jaar.
Bewoners, personeel, bezoek
vieren Kerst met elkaar.
Ze zingen van het Kindeke,
de dieren in de stal,
van herders en de koningen,
‘het licht schijnt overal’.

Er is dit jaar geen samenzang,
geen viering in de zaal.
De dominee op intranet,
vertelt het kerstverhaal.
Bezoek dat wordt wel toegestaan
al is het mondjesmaat.
Ontvangst is op een kamertje
op afspraak separaat.

Het bezoek draagt mondkapjes,
afstand blijft verplicht
Want als er weer een uitbraak komt,
dan moet de deur weer dicht.
Er worden sapjes rondgebracht,
dat is leuk zondermeer.
De Kerstman komt ook even langs
dat geeft een beetje sfeer.

Maar ik mis de verbondenheid
het kippenvelmoment,
het gevoel van samenzijn,
als je met Kerst hier bent.
Kerst tweeduizendtwintig
vieren wij nu meer alleen,
maar het licht schijnt ook dit jaar
voor jou en iedereen.

© Hans Cieremans

het verleden

Het verleden breekt in stukken
in het schimmig hier en nu.
Brokken met herinneringen,
het verschrompeld residu
van een lang en zinvol leven,
op weg naar de eindigheid.
‘t Zijn de laatste beetjes houvast,
die verdwijnen met de tijd.

Het verleden bevat resten
in de gaten van het brein.
Resten van geluk en liefde,
van verdriet, van vreugd, van pijn.
Langzaamaan gaan ze verdwijnen,
wordt het brein met mist gevuld,
mist die waardigheid verbrijzelt
en de werk’ lijkheid verhult.

Het verleden wordt vergeten
en de toekomst kent geen tijd.
Slechts het ‘nu’, heel vaag aanwezig,
geeft nog enigszins respijt
aan de heldere momenten,
die in ’t ‘nu’ te vinden zijn,
als de mist even iets optrekt,
een klein glimpje zonneschijn.

© Hans Cieremans

opzien tegen de nacht

Op de dag red ik me wel
met de dagelijkse plicht.
Maar de nachten zijn een hel,
ik doe geen oog meer dicht.
Afleiding helpt op de dag,
daarvoor zorg ik dan zelf.
Ik voel me pas een beetje mens
rond een uur of elf.

Ik ben blij als ‘t ochtend is,
als ik weer op mag staan.
Hoewel ik niet ben uitgerust,
ga ik er tegenaan.
Ik zoek eerst wat vrolijkheid,
‘k ben nog wat overstuur.
‘k Knap langzaam op bij ‘Koffietijd’
van tien tot elf uur.

En ’s middags ga ik op bezoek
in het verpleegtehuis.
Naar mijn man, maar als ik kom,
dan wil hij mee naar huis.
Dan verzin ik leugentjes
en draai er maar omheen.
ik ga naar huis met schuldgevoel,
ik laat hem daar alleen.

Ik weet dat het niet anders kan,
maar ’t geeft een rotgevoel,
hoewel ik met mijn leugentjes,
het best voor hem bedoel.
Toch lig ik daar ’s nachts wakker van,
de slaap die vat ik niet.
Ik woel, ik draai, ik denk aan hem
’s nachts komt steeds het verdriet.

Ik red het tot het donker wordt,
dan komt de eenzaamheid,
de onmacht en het schuldgevoel,
en soms ook zelfverwijt.
En als ik dan weer bedtijd is,
zie ik er tegenop.
Ik woel, ik draai,  ik denk aan hem
haast elke nacht non-stop.

© Hans Cieremans

aandacht voor de ander

Contact, empathie
wat extra aandacht,
‘t geeft energie,
impuls aan de draagkracht.
Een vrolijk momentje,
een klein presentje.
Zomaar een glimlach,
een arm op je heen.
Het geeft het gevoel:
‘Ik ben niet alleen’.
Een doosje ‘Merci’,
’t gaat niet om ‘t vele.
Maar het is fijn
om gevoelens te delen.

Alle besognes
even vergeten.
Bel even op,
laat iets van je weten.
Weg waterlanders,
tijd voor wat anders,
Afleiding zoeken,
ondanks verdriet.
Stil zitten treuren,
helpt immers niet.
Het is zo fijn
om iemand te spreken,
Stuur eens een kaartje,
als een levensteken.

Het litteken blijft,
maar wonden helen,
door het verdriet
met and’ ren te delen.
Met aandacht geven,
toon jij medeleven.
Het geeft je voldoening,
het wordt gewaardeerd.
Door aandacht en liefde
wordt smart gehalveerd.
Waarom zou je wachten?
Doe het maar vlug.
Want ook jij zelf
krijgt er veel  voor t’ rug

© Hans Cieremans

terug naar ‘toen’

Ze weet mij steeds weer te raken,
in haar zoektocht naar haar ‘toen’.
Want haar toekomst voelt bedreigend,
daarvan raakt ze uit haar doen.
Ze leeft t’ rug in haar verleden
dat ze naar het ‘nu’ vertaalt.
En dan zie ik hoe ze stralend,
die herinnering ophaalt.

Dat zijn haar geluksmomenten,
uit een lang vervlogen tijd,
Ze vertelt over haar kind’ ren
liefdevol met tederheid.
Van de bergen, van de dalen,
van geluk en van verdriet.
Het ontroert me en ik luister
en ik zie hoe ze geniet.

Ze  praat door totdat ze moe wordt
en in slaap valt in haar stoel.
‘k geef een zoen als zwijgend afscheid,
met het dubbele gevoel,
dat ze niet meer in het ‘nu’ leeft
en dat doet behoorlijk zeer,
maar ze vindt geluk in ‘vroeger’
en dat raakt me telkens weer.

© Hans Cieremans

Mijn wereld vol verwarring

In mijn wereld vol verwarring
heb ik geen besef van tijd,
zijn mijn wegen onherkenbaar,
daar raak ik de richting kwijt.
’t Is een wereld van vergeten,
waar geen toekomstplannen zijn,
zonder uitzicht, zonder houvast,
waar geen mens zou willen zijn.

De weg terug is afgesloten,
ik moet verder, maar waarheen?
Ik loop stuurloos rond te dwalen
en ik voel me heel alleen.
’t Maakt me angstig en onzeker,
soms ook boos en agressief.
En daarmee kan ik jou kwetsen,
ook al doe je nog zo lief.

Maar ik kan geen spijt betuigen,
als ik jou daarmee soms krenk,
want ik kan je niet meer zeggen,
wat ik voel en wat ik denk.
Het is onmacht, het is woede,
het is angst, het is paniek.
Deze wereld van vergeten
is een wereld vol tragiek.

Toch kun jij verlichting brengen,
zonlicht door mijn mistgordijn.
Niet door mij te corrigeren
maar door er gewoon te zijn.
Noem me dus niet onbegrepen,
ongepast, onhandelbaar.
Maar aanvaard mij zonder oordeel
‘t maakt mijn leven minder zwaar.

© Hans Cieremans

hulpweigering

Het is vrijwel onverantwoord,
dat ma nog zelfstandig woont,
omdat zij de laatste maanden
alsmaar meer verwardheid toont.
Ze ontkent haar eigen ziekte,
naar de dokter wil ze niet,
ze verwaarloost nu zichzelf,
hoewel zij dat zelf niet ziet.

Ze vergeet zichzelf te douchen
en ze eet bijzonder slecht.
Maar ze reageert steeds woedend
als er iets van wordt gezegd.
Ze verstopt haar medicijnen,
ze ligt aangekleed in bed.
En laatst had ze, heel gevaarlijk,
zelfs het gas niet uitgezet

Ik ben zelf maar hulp gaan zoeken,
‘k heb haar huisarts opgebeld.
Die heeft goed naar me geluisterd,
‘k heb hem het probleem verteld.
Maar ik voel me daarom schuldig,
want ma weet daar echt niets van,
toch moet er echt iets gebeuren,
omdat dit niet langer kan.

Wat is het ontzettend dubbel,
‘k heb met ma het beste voor.
Toch is hulp nu pure noodzaak,
maar mijn ma heeft dat niet door.
‘k Hoop dat moeder gaat begrijpen,
dat het zonder hulp niet gaat.
’t Is niet zij, maar de Alzheimer
die aan mij geen keuze laat.

© Hans Cieremans

de zorg in de tweede golf

Daar waar eerst voor ons geklapt werd,
duizend euro werd beloofd,
krijgen wij nu soms verwijten,
scheldpartijen naar ons hoofd.
Maar gelukkig zijn de meesten,
heel begripvol en ook lief.
Maar waarom zij er ook mensen
onbegrijp’ lijk agressief?

Want wij werken voor de zieken,
tot op ’t bot gemotiveerd.
En toch worden wij verzorgers
soms door dwazen geschoffeerd
Spuwen, hoesten, schelden, vloeken,
soms zelfs recht in ons gezicht.
En dan vragen wij ons echt,
waar of hun verstand dan ligt.

Het is zwaar om vol te houden,
soms staan wij in dubio.
Want we lopen tegen het geweld aan
en gezondheidsrisico.
Maar opgeven is geen optie,
zieken laten ons niet koud.
Wat wij enkel willen vragen,
dat jij je aan de regels houdt.

Dus houd afstand, was je handen,
en werk thuis zolang het kan.
Stop met schelden en agressie,
en gebruik je hersenpan.
Als je vrijheid terug wilt krijgen,
net als wij, als iedereen.
dan is dat wel op te lossen:
‘GA NIET OM DE REGELS HEEN’.

© Hans Cieremans