Sluimerend ben je aanwezig

Sluimerend ben je aanwezig
in je diep ‘verborgen ik’,
waar jij soms uit kunt ontsnappen
in een helder ogenblik.
Met wat flarden van herkenning,
word ik af en toe verrast.
Het zijn spaarzame momenten
van wat troost en wat houvast.

Schuifelend loop jij je rondjes,
doelloos in jezelf gekeerd.
Brabbel je wat vreemde klanken,
waarop niemand reageert.
Totdat jij ineens mijn naam noemt,
helder, totaal onverwacht.
En dan lijkt het een paar tellen
of je even naar me lacht.

Eerst heb ik nog even twijfel,
heb ik mij misschien vergist?
Maar ik voel dat jouw lach echt is
straaltje zon in dichte mist.
Snel schuifel jij opnieuw weer rondjes
doelloos naar het nergens heen.
Maar we deelden een momentje
samen even niet alleen’.

Sluimerend ben je aanwezig
in je diep ‘verborgen ik’,
waar jij soms uit kunt ontsnappen
in een helder ogenblik.
Met wat flarden van herkenning,
word ik af en toe verrast.
Het zijn spaarzame momenten
en die houd ik stevig vast.

© Hans Cieremans

Soms dan heb je iemand nodig

Soms dan heb je iemand nodig
voor een knuffel of een zoen.
Iemand die naar jou wil luist’ ren
en daarnaast niets hoeft te doen.
Die je aandacht geeft in stilte,
wanneer zwijgen alles zegt.
Die begrip heeft voor de tranen,
waar je aldoor tegen vecht

Soms dan heb je iemand nodig
met een vriendelijke lach.
die een arm om je heen slaat,
die wat kleur geeft aan je dag.
Die je aanvoelt zonder spreken,
waardoor jij weer rustig wordt
Slechts een blik zegt al voldoende,
woorden schieten vaak tekort.

Soms dan heb je iemand nodig
die er simpel voor je is.
Liefdevol, gewoon aanwezig
met begrip voor je gemis.
Iemand die je kunt vertrouwen,
waarmee jij je zorgen deelt.
Iemand die oprecht kan troosten,
die je open wond iets heelt.

© Hans Cieremans

de helpende zorg

Zij kon vroeger niet goed leren,
ze had last van dyslexie.
En nu werkt ze bij bejaarden
met gevorderd dementie.
Ze houdt veel van deze mensen,
ook al zijn ze erg verward.
Zij is lief, geduldig, zorgzaam
en zo werkt ze met haar hart.

‘ t Ging niet goed tijdens haar studie,
al heeft zij het geprobeerd.
Want door Nederlands en Engels
ging de studie snel verkeerd.
Rekenen ging ook niet best hoor,
maar haar stages liepen goed.
Toch zakte zij voor het examen,
taal en rekenen, dat moet.

Zo bleven haar vaardigheden,
en haar inzet onbeloond.
Ondanks dat haar stage uitwees,
dat ze inzicht had getoond.
Dat vind ik diplomawaardig,
dat is juist wat zorg vraagt.
Dus al kreeg ze geen diploma,
voor mij is ze wel geslaagd.

De moraal

Voor de zorg is het belangrijk,
als je kennis hebt vergaard.
Maar alleen met motivatie
is ’t diploma echt iets waard.
Met of zonder een diploma,
is je zorg achttien karaats
als je werkt vanuit bezieling,
met ‘t hart op de juiste plaats.

© Hans Cieremans

Tijdsbesef

Zij ademt in het hier en nu,
maar leeft in vroeger tijd.
in het schimmig voorportaal
van haar eindigheid.
Daar ziet ze de gezichten weer
van wie zijn voor gegaan,
waarbij dan het besef ontbreekt,
dat zij niet meer bestaan.

Ze leeft met haar herinnering,
het hier en nu doet pijn.
Zij zal als eens haar adem stopt
zelf herinn’ring zijn.
Dan leeft ze bij geliefden voort,
aan wie ze liefde bood,
als dierbare herinnering
veel sterker dan de dood.

Zij ademt in het hier en nu,
maar leeft in vroeger tijd.
in ‘t onbekende voorportaal
van de eeuwigheid.
Als zij die drempel overgaat
is zij geen tijd bewust,
geen vroeger meer, geen hier en nu,
maar wel verdiende rust.

© Hans Cieremans

kinderloos

Zij is met haar man nu diep in de tachtig
ze is heel gelukkig getrouwd.
Toch is ze bij tijden behoorlijk neerslachtig
met  wat haar nog steeds bezig houdt.
Ze wilde graag kind’ ren, die nooit zijn gekomen,
die grootste wens bleef onvoltooid.
Haar wens kwam niet uit, het bleef slechts bij dromen,
want kinderen kwamen er nooit.

Haar man heeft haar altijd gesteund in haar leven,
die haar nog altijd liefkoost.
Hij heeft haar begrip en zijn liefde gegeven,
bij hem vindt ze altijd weer troost.
Maar nu maakt ze zich behoorlijk veel zorgen,
haar man raakt steeds vaker verward.
Haar angst uit ze niet, ze houdt het verborgen,
hij gaat achteruit, het gaat hard.

Dan moet ze huilen, ze staat er alleen voor,
haar man vraagt aan haar wat er is.
Ze draait er omheen, want hij heeft het niet door,
hij deelt niet meer haar gemis.
Ze weet dat haar man haar straks gaat ontglippen,
dat toekomstbeeld kan ze niet aan.
Het water stijgt haar langzaamaan naar de lippen,
haar man lijkt die angst te ontgaan.

Nu is hij zelfs haar verjaardag vergeten,
ze kreeg geen ontbijtje op bed.
Ze hebben gewoon aan de tafel ontbeten,
de koffie heeft zij zelf gezet.
‘Heeft hij Alzheimer?’, die vraag blijft haar hind’ ren.
want dat is wat ze vreest.
Kon ze die vraag nu maar delen met kind’ ren,
z’ is jarig, maar het is geen feest.

© Hans Cieremans

de helpende zorg

Zij kon vroeger niet goed leren,
ze had last van dyslexie.
En nu werkt ze bij bejaarden
met gevorderd dementie.
Ze houdt veel van deze mensen,
ook al zijn ze erg verward.
Zij is lief, geduldig, zorgzaam
en zo werkt ze met haar hart.

‘ t Ging niet goed tijdens haar studie,
al heeft zij het geprobeerd.
Maar door Nederlands en Engels
ging de studie snel verkeerd.
Rekenen ging ook niet best hoor,
maar haar stages liepen goed.
Toch zakte zij voor het examen,
taal en rekenen, dat moet.

Zo bleven haar vaardigheden,
en haar inzet onbeloond.
Ondanks dat haar stage uitwees,
dat ze inzicht had getoond.
Dat vind ik diplomawaardig,
dat is juist wat zorg vraagt.
Dus al kreeg ze geen diploma,
voor mij is ze wel geslaagd.

De moraal

Voor de zorg is het belangrijk,
als je kennis hebt vergaard.
Maar alleen met motivatie
is ’t diploma echt iets waard.
Met of zonder een diploma,
is je zorg achttien karaats
als je werkt vanuit bezieling,
met het hart op juiste plaats.

© Hans Cieremans

de realiteit

Als je jong bent maak je plannen,
hoe je hoopt dat het zal gaan,
met gezondheid, je relatie,
met een zorgeloos bestaan.
Je bouwt aan je carrière
en je sticht een jong gezin.
Heel de toekomst ligt nog open,
je staat pas aan het begin.

Als je oud bent worden plannen
in herinnering bewaard.
Sommigen zijn uitgekomen,
maar ook leed bleef niet bespaard.
Oud worden, dat is een voorrecht
als je dat beleven mag.
Plannen maken dat wordt minder,
want dan leef je met de dag.

Je kijkt niet meer ver naar voren,
je kijkt vaker achterom.
En er komen vaker klachten,
passend bij de ouderdom.
Maar je wilt liever niet klagen
over pijntjes in je lijf.
Want je denkt: ‘Da’s niet zo erg,
als ik maar wel helder blijf’.

En je denkt steeds meer aan vroeger,
hoe je leven is gegaan.
je gezondheid, je relatie,
aan je kinderen, je baan.
Je successen en je missers,
je vervalt in mijmerij.
Toekomst wordt straks afgesloten,
want het eind komt dichterbij.

© Hans Cieremans

geluk

Geluk duurt altijd tijdelijk,
het duurt soms lang, soms kort.
‘t Is echter onvermijdelijk,
dat het ooit anders wordt.
Wij allen willen daar niet aan,
verdringen tegenslag.
Tot het onheil toe zal slaan
eens op een boze dag.

Dan blijkt geluk heel kwetsbaar, broos.
Je wereld stort dan in.
Je voelt je leeg en hopeloos,
niets heeft er dan nog zin.
Als het geluk verloren gaat,
voel jij je depressief
en besef je vroeg of laat
geluk is relatief.

Maar nooit verdwijnt: ‘Liefdesgeluk’,
onvoorwaard’ lijk groot.
Dat geluk, dat gaat nooit stuk,
‘t is sterker dan de dood.
Zelfs al wordt het bruut verstoord
en omslaat in verdriet,
dan leeft het in je hart toch voort
en daar verdwijnt het niet.

Geluk duurt altijd tijdelijk,
het duurt soms lang, soms kort.
‘t Is echter onvermijdelijk,
dat het ooit anders wordt.
Maar ‘t geluk dat ‘liefde’ heet,
dat raak je nimmer kwijt,
dat blijft bestaan bij lief, bij leed,
tot in de eeuwigheid

© Hans Cieremans

onze ‘waaroms’

Talloos zijn de ‘waarom’-vragen,
waar geen antwoord voor bestaat.
‘Waaroms’  die je zelf moet dragen,
waar de zin je van ontgaat.
‘Waaroms’ die je hersens kwellen,
je geen reden van beseft.
Waarbij niemand kan vertellen,
waarom jou die ‘waaroms’ treft.

Maar je ‘waaroms’ kun je delen,
met degeen die naast je staan.
Want als jij, zo zijn er velen,
die ‘waaroms’ ook niet ontgaan.
Die jouw ‘waaroms’ ook herkennen,
en die zien hoe jou dat raakt.
Die ook weten; ‘’t Zal nooit wennen’,
want ze hebben ‘t meegemaakt.

Maar ze helpen accepteren
wat niet acceptabel lijkt.
En hun troost zal je waarderen,
naarmate de tijd verstrijkt.
Eens dan zal de wond gaan helen,
als de troost langzaam beklijft.
Maar al blijf je ‘waaroms’ delen,
’t is het litteken dat blijft.

Talloos zijn de ‘waarom’-vragen,
waar geen antwoord voor bestaat.
‘Waaroms’  die je zelf moet dragen,
waar de zin je van ontgaat.
Maar ze horen bij het leven,
’t gaat soms anders dan je wilt,
Maar als wij elkaar troost geven
wordt ‘ geen antwoord’ ooit eens mild.

© Hans Cieremans

in hun eigen wereldje

In hun eigen wereldje,
gevangen in hun lot,
leven zij in vroeger tijd
op zoek naar leefgenot.
Het is een zoektocht in de mist
van de vergetelheid.
Het vertrouwde van weleer
zijn ze in hun wereld  kwijt.

In hun eigen wereldje,
gevangen in hun lot
zijn ze zorgafhankelijk,
hun vrijheden beknot.
De mist verhult het straks en nu
en leidt ze naar het toen.
De weg van de herinnering,
maar ook van ‘samen doen’.

In hun eigen wereldje,
gevangen in hun lot,
krijgt het leven toch wat vreugd,
dankzij ons zorgaanbod.
Dat aanbod dat is liefdevol,
met aandacht en geduld,
waarmee hun kleine wereldje
met warmte wordt gevuld.

In hun eigen wereldje
gevangen in hun lot,
halen wij de dichte deur
een beetje van het slot.
De sleutel moet de liefde zijn,
die past op elke deur.
Een glimpje zon valt door een kier,
dat geeft hun leven kleur.

© Hans Cieremans