het tasje

Haar tasje neemt ze altijd mee,
het ziet er niet meer uit.
Ze stopt er echt van alles in,
kaas, worst, stukjes fruit.
Ze hamstert alles bij elkaar
en stopt het in haar tas.
Chocolade, pepermunt,
brood en ananas.

Dat haar tas vol vlekken zit,
is dus niet zo raar.
Maar zij verzamelt rustig door,
vooral veel etenswaar.
Haar tasje laat ze echt niet los
en gaat zelfs mee naar bed.
Daar wordt het naast haar hoofdkussen,
veilig neergezet.

Opeens was ze haar tasje kwijt,
het huis dat was te klein.
Ze was volledig in paniek,
waar zou haar tasje zijn?
Ze zocht de hele kamer door,
gaf iedereen de schuld,
dat haar tas gestolen was,
het gaf heel veel tumult.

Ze riep heel boos: ‘Wie heeft mijn tas
en ook mijn port’monnee?’
Tot haar tas gevonden werd,
hij stond op de wc.
Toen zei ze:  ‘Ach, wat raar is dat,
hoe komt dat tasje hier?’
Verbaasd maakte ze hem open toen,
’t zat vol wc-papier.

Maar zij zei: ‘Ik heb alles nog’,
het gaf een goed gevoel.
Haar tas zette ze uitgeput,
naast haar in haar stoel.
Ze sputterde een beetje na:
‘Bah, wat een geklier,
ik houd mijn tasje nu goed vast,
ze stelen alles hier’.

© Hans Cieremans

 

missen

Als de zon schijnt, maar ’t blijft donker,
buiten warm, maar binnen kil.
Als de klok niet meer wil tikken,
en de tijd staat zwijgend stil.
Als het jij en ik verandert,
dichtbij onbereikbaar is.
Als je niets meer kunt herkennen,
dan voel ik hoe ik je mis.

Als het vasthouden toch loslaat,
als het brandend kaarsje dooft.
Als een wonder stopt met hopen,
omdat niemand het gelooft.
Als de deuren zijn gesloten,
vrijheid bruut ontnomen is.
Als de liefde niet herinnert,
dan voel ik hoe ik je mis.

Als het eind een nieuw begin is
in het onbekende land.
Als een droom opnieuw mag dromen,
ergens aan de overkant.
Als de zon tranen zal drogen
en tijd onbelangrijk is.
Als er nooit meer wordt vergeten,
voel ik troost in mijn gemis.

© Hans Cieremans

 

de kleine dingen

Het gaat niet om grote zaken,
waar de hersens bij gaan kraken,
waardoor mensen af gaan haken,
met een dementiesyndroom.
Het gaat juist om kleine dingen,
vrolijke herinneringen,
samen lachen, samen zingen,
advocaatje met veel room.

Zomaar een spontaan bezoekje,
bij de thee een lekker koekje,
lees de krant voor of een boekje,
maak een mooie wandeling.
Pik gezellig een terrasje,
neem een lekker hassebasje,
dat is toch een wissewasje,
een gewoon eenvoudig ding.

En probeer je in te leven,
door een luist’ rend oor te geven,
want ze zijn niet afgeschreven,
te vaak denkt men dat helaas.
Laat ze daarom toch niet schieten,
zoek mee naar hun favorieten,
waarvan zij kunnen genieten,
dementie is niet de baas.

© Hans Cieremans

zelfbeschikking

Zelfbeschikking over mijn leven,
verdwijnt met mijn geest in de tijd.
De zin van mijn leven lijkt afgeschreven,
eigen regie ben ik kwijt.
De deur zit op slot om mij te beschermen,
dat is voor mijn bestwil, zegt men.
Vreemden die zich over mij nu ontfermen,
terwijl ik daar niemand van ken.

Het maakt me woest, omdat deuren sluiten.
Ik voel het, ‘t is hier niet pluis.
Ik snap er niks van, want ik wil naar buiten,
mijn moeder wacht op me thuis.
Open die deur, want zij zit te wachten,
ze pesten mij hier heel bewust.
Ik zit hier gevangen al dagen en nachten,
mijn moedertje is ongerust.

Soms kan ik niet meer, dan ga ik maar zitten,
mensen hier maken me ziek.
De meesten zijn oud en zitten te pitten,
mijn moeder is vast in paniek.
Maar vecht hier door, tot mijn laatste snikken.
Dat deert niet, al word ik doodmoe.
Ik wil over mijn eigen leven beschikken,
ik moet naar mijn moedertje toe.

Moedertje lief, ik word niet begrepen,
jij was er altijd in nood.
Kun jij mij door die deuren heen slepen?
Ze zeggen, je bent allang dood.
Moeder ik word hier tot wanhoop gedreven,
maar ik kom naar jou door die deur.
Geen ander bepaalt dat moment in mijn leven,
want ik ben dan zelf regisseur.

© Hans Cieremans

 

liefde blijft ook als ze verandert

Als ik jou ’s avonds op bed leg,
welterusten, goede nacht zeg,
pink ik telkens weer een traan weg,
als ik zie hoe jij daar ligt.
Niet de man die ik ooit kende,
die me lief had en verwende,
maar een hoopje vol ellende,
onbereikbaar, ogen dicht.

‘k Zou zo graag nog met je kroelen,
maar je ligt alleen te woelen,
‘k Kan je liefde niet meer voelen,
die je altijd had voor mij.
Nu ben jij zo vaak boosaardig
en dat voelt zo onrechtvaardig,
we zijn niet meer gelijkwaardig,
hoe het was dat is voorbij.

Eerst had ik dat obstinate,
maar nu heb ik in de gaten,
dat ik jou los moet gaan laten,
dat je liefde is bekoeld.
Nu geef jij me soms uitbranders,
dat bezorgt me waterlanders,
ook mijn liefde is nu anders
en zo was het nooit bedoeld.

Als ik jou ’s avonds op bed leg,
welterusten, goede nacht zeg,
pink ik telkens weer een traan weg,
als ik zie hoe jij daar ligt.
Toch blijf jij mijn kameraadje,
eens door dik en dun mijn maatje.
‘k Ga voor jou tot aan het gaatje,
dus ik doe mijn zorgplicht.

© Hans Cieremans

 

 

Onaangepast?

Hoe kan jij me nou begrijpen,
als ‘k mezelf al niet begrijp?
‘k Ben doodsbang en heel onzeker,
vind je ’t gek dat ik hem knijp?
Ik lijk alles te vergeten
en weet niet meer waar ik ben.
Alle mensen lijken vreemden,
niemand meer die ik herken.

Mijn gedrag is onbegrepen,
jij noemt het ‘onaangepast’.
Ik leef in mijn eigen wereld
en jij noemt dat ‘overlast’.
Alles voelt als een bedreiging,
als je mij steeds corrigeert?
Houd toch op, het maakt me woedend,
ik doe niks expres verkeerd.

Ja, ik hoor je heus wel praten,
maar ‘k begrijp je echt niet meer.
Waarom raakt soms je geduld op,
ga je tegen mij tekeer?
Ik herken niet meer jouw wereld
en de mijne is zo leeg.
Ik zoek rust, het zou me helpen
als ik aandacht van je kreeg.

Want ik wil niet onbegrepen
en ik wil niet lastig zijn.
‘k wil jouw aandacht in mijn wereld,
die heel angstig is en klein.
Er is zoveel in verdwenen,
zoveel is er uitgewist.
‘k Heb je nodig, wees geduldig,
help mij in die dichte mist.

© Hans Cieremans

 

benaderingswijzen

Snoezelen of valideren,
warme zorg, reminisceren,
de beleving activeren,
R.O.B. met ‘empathie’.
Het zijn allemaal methoden,
aan de ouderen geboden,
voor het lenigen van noden
bij de mens met dementie.

Waardevolle zorgadviezen,
theorieën om te kiezen,
om de grip niet te verliezen
op het dementiesyndroom.
Die deskundigen bedachten
om het lijden te verzachten,
door het bundelen van krachten,
vechtend tegen elk symptoom.

Alle hulp die wij hen geven,
bestaat uit je in te leven,
naar verbetering te streven
van ‘t ontluisterend proces.
Maar wat of we ook bedenken,
met adviezen en met wenken
in de vorm van aandacht schenken:
‘Liefde biedt het meest succes’.

© Hans Cieremans

 

gebed van iemand met dementie

Heer, geeft U mij nog één dagje,
één dag zonder dementie.
Waarin ik al mijn geliefden
gezond spreek en  nog eens zie.
Waarin ik hen kan omarmen
en mijn liefde met hen deel.
Heer, geeft U mij nog dat dagje
of vindt U dat soms te veel?

Geeft  U mij dan nog één uurtje,
één uur zonder dementie.
Waarin ik al mijn geliefden
gezond  spreek en nog eens zie.
Waarin ik hen kan omarmen
en mijn liefde met hen deel.
Geeft U mij dan nog één uurtje
of vindt U dat ook te veel?

Geeft U dan nog één seconde,
één tel zonder dementie.
Waarin ik al mijn geliefden
snel omhels als ik ze zie.
Waar ik snel kan laten voelen,
dat ik liefde met hen deel.
Geeft U mij nog één seconde
of vindt U dat zelfs te veel?

Kunt U mij geen tijd meer geven,
geen momentje zoals toen?
Is de dementie zo slopend,
dat zelfs U niets meer kunt doen?
Laat dan mijn geliefden weten,
als mijn lichaam zich ontzielt,
dat ik met hen heb genoten
en oneindig van hen hield.

© Hans Cieremans

heelt de tijd de wonden?

Waar is toch die brede glimlach,
die ik altijd bij je zag?
Wat is over van jouw lijfspreuk:
‘Neus vooruit en pluk de dag?’
Waar is toch jouw enthousiasme,
je blijmoedige humeur?
Al die mooie eigenschappen,
waar ik niets meer van bespeur.

Nam de tijd ons in de maling
toen jij zei: ‘Komt tijd, komt raad’?
Want de raad blijft achterwege,
terwijl tijd wel verder gaat.
En de tijd maakt jou nu kwetsbaar,
zorg-afhankelijk en broos.
En de tijd die raad zou geven,
maakt me nu juist radeloos.

Want je mooie brede glimlach
is verdwenen in de tijd.
En de boodschap van jouw lijfspreuk,
ben ik ook volledig kwijt.
’t Lukt me niet de dag te plukken,
ik ben somber en ik treur.
‘Waar is toch jouw enthousiasme,
je blijmoedige humeur?’

Ik word steeds door mijn emoties
en mijn angsten overspoeld
en probeer me in te leven,
wat je denkt en wat je voelt.
Zal de tijd mij ooit gaan leren
wat zich in jouw hoofd afspeelt?
Of moet ik leren berusten,
tot de tijd mijn wonden heelt?

© H.Cieremans

 

 

het levenspad

Geplaveide levenspaden
worden nergens aangelegd.
Altijd zijn er wel obstakels,
lopen vaker krom dan recht.
Soms loop je op zware stukken,
onverhard met zand en grint,
waar je wegzakt in de modder,
met alleen maar tegenwind.

Dan kun je haast niet meer verder,
de weg t’ rug bestaat niet meer.
Soms dan kan het ook gaan misten,
onheilspellend wordt de sfeer.
Je wordt bang en je gaat dwalen,
omdat uitzicht snel verdwijnt.
Tevergeefs ga je dan zoeken
of ergens een lichtje schijnt.

Dan hoop jij in je ellende,
dat er hulp in aantocht is,
die je door de mist kan leiden
en door bange duisternis.
Dat er iemand als een engel,
jou wil leiden op je pad,
die jou door de mist zal loodsen,
en die aanvoelt als warm bad.

Geplaveide levenspaden
worden nergens aangelegd
Vooral als de mist blijft hangen
loopt het pad ontzettend slecht.
Maar aan ’t eind van ‘t levenspaadje
trekt de mist op naar je hoopt
en vertrouw dan op een engel,
waarmee jij het licht inloopt.

© Hans cieremans