thuis blijven

Weer een dag om thuis te blijven,
weer een dag op het balkon.
’t Is wel lekker uit het windje,
met een bakkie in de zon.
Ja, de zon maakt het wat vrolijk,
daar geniet ik wel wat van.
Maar ik ben toch ook onrustig,
dat ik weer niet komen kan.

Ik begrijp wel de adviezen,
ondanks dat doet het veel pijn.
Ik bewonder wel de mensen,
die er nu steeds voor je zijn.
Want ik mag ze altijd bellen,
ik kan goed bij ze terecht.
Het zijn engelen, ’t zijn helden,
dat is niets teveel gezegd.

Wat ze doen is echt geweldig,
er is altijd overleg.
En ik geef ze complimenten,
maar dat neemt de pijn  niet weg.
En terwijl ik in de zon zit
en ik jou ontzettend mis,
denk ik ook aan die verzorgers
en besef hoe zwaar het is.

Kom, ik neem nog maar een bakkie,
ik kan nergens nu naar toe.
‘k Voel me schuldig, ik wil helpen,
want dat niks doen maakt juist moe.
Straks ga ik de zuster bellen
en ondanks de droefenis,
zal ik haar ook laten weten,
dat ze onbetaalbaar is.

© Hans Cieremans

 

Corona-contact

Waar nabijheid zo gewenst is,
is distantie nu een ‘must’.
Het voelt alsof ik tekort schiet
en het maakt me ongerust.
Ik wil met mijn moeder kroelen,
mijn arm om haar schouder slaan.
‘k Wil haar doodeenvoudige voelen,
wat voorlopig niet zal gaan.

Soms spreek ik haar op de Ipad
en dan vraag ze: ‘Kom je gauw?’
Ik doe of ik het niet hoorde
en ik vraag; ‘Hoe gaat het jou?’
Ik probeer haar af te leiden
en vertel wat ik beleef.
Op haar vraag geef ik geen antwoord,
terwijl ik handkusjes geef.

Ik ben blij om haar te horen,
dat ik ook haar glimlach zie.
Dan vertel ik toch voorzichtig
over deze pandemie.
En ze lijkt het te begrijpen,
want ze knikt en ze zegt ‘ja,
ik begrijp het, het is moeilijk,
maar dan kom je toch daarna?’

Ach, de bel hoort zij wel luiden,
maar weet niet waar de klepel hangt.
Ze wil dat ik snel zal komen,
dat is waar ze naar verlangt.
Ons gesprek moet ik dan stoppen
en zeg: ‘Dag ma, ‘k houd van jou’.
En dan zegt ze : ‘Ik van jou ook,
lieve schat kom nu maar gauw’.

© Hans Cieremans

 

 

 

Pasen 2020

Pasen staat symbool voor hopen,
voor ontluikende natuur,
voor de toekomst, voor  nieuw leven
voor een laaiend vreugdevuur,
Pasen is Palmpasentakken,
paashaas, eieren, Paasbrood.
Pasen is Matthäus Passie,
overwinning op de dood.

Maar dit jaar is Pasen anders,
’t wordt beheerst door angst en pijn.
Dit jaar treuren we om mensen,
die ziek of er niet meer zijn.
Dit jaar wordt het ‘Vrolijk Pasen’,
niet zo vrolijk als altijd.
Pasen is dit jaar voor mensen,
het symbool van eenzaamheid.

Eenzaamheid is extra voelbaar,
in een paasfeest van gemis,
waar geliefden zijn gescheiden,
waar er angst en twijfel is.
Toch bloeien de voorjaarsbloemen,
waar je lentegeuren ruikt.
De natuur toont ons jong leven,
waarin ook de hoop ontluikt.

Laat daarom dit jaar het Paasfeest,
hoopvol met vertrouwen zijn.
’t Nieuwe leven laat ons inzien:
‘Er komt ook weer zonneschijn’.
Pasen blijft symbool voor hopen,
voor ontluikende natuur,
voor de toekomst, voor  nieuw leven,
voor een laaiend vreugdevuur,

© H. Cieremans

 

Corona-moe

Ik zit hier opgesloten
in mijn eigen kleine flat.
Ik leef hier als een kluizenaar,
‘ k lig urenlang op  bed.
De kinderen die zeggen:
‘Blijf thuis, ga er niet uit,
om risico’s te mijden,
hoor naar dit wijs besluit’.

Zo zit ik in mijn eentje,
ik mag niet naar mijn man.
Bezoek in het verpleegtehuis
is wat nu niet meer kan.
De muren komen op mij af,
‘k kan nergens naar toe.
En als ik de tv aanzet,
word ik Corona-moe

Als de kind’ ren langs komen,
blijven ze buiten staan.
Vijf minuten voor de deur,
dan moeten ze weer gaan.
‘’t Is voor je eigen bestwil ma,
gezondheid staat voorop.
Als we thuis zijn hoor je ons,
dan bellen we je op’.

Ik lees, ik brei, ik kijk tv,
ik kook, ik slaap, ik eet.
En denk ik aan mijn lieve man,
dan heb ik het niet breed.
Zijn deur zit dicht, mijn deur zit dicht,
de dagen duren lang.
‘Het gaat voorbij’ dat zeggen ze,
maar toch maakt het me bang.

Bang voor de onzekerheid,
worden wij niet ziek?
En als ik aan de toekomst denk
raak ik soms in paniek.
Dan voel ik me ook depressief,
waardoor ik weinig doe.
Ik huil en ik raak uitgeput,
ik ben Corona-moe.

© Hans Cieremans

 

Piekeren

Ik lig in bed, maar ik kan niet slapen.
ik pieker, ik draai en ik woel.
Ik sluit mijn ogen en tel duizend schapen,
ik heb een onrustig gevoel.
Ik doe het licht aan en ga maar wat lezen,
maar mijn aandacht verslapt.
Jij mag  geen bezoek, hoe zou het nu wezen?
Ik weet dat jij het niet snapt.

Ik bel elke dag en soms ga ik skypen,
dan kan ik je spreken en zien.
Ik vraag  me af;  ‘Zou jij het begrijpen?’
Al heb je wel praatjes voor tien.
Ik mis je zo, ik wil je aanraken,
een zoen en een aai op je bol.
Ik wil met je kletsen, een wandeling maken,
hoe lang houden wij dit nog vol?

Ik doe het licht uit en tel maar weer schaapjes,
de wekker wijst half drie aan.
Maar ik doe alleen een paar hazenslaapjes,
daarom ben ik  maar opgestaan.
Het is buiten donker, de straat is verlaten,
de regen striemt op het raam.
Dan moet ik huilen, ik kan het niet laten,
gek dat ik mij daarvoor schaam.

Tegen de morgen als het weer licht wordt
val ik in slaap op de bank.
Nog heel even rust, al is het maar heel kort,
de nacht is voorbij godzijdank.
Straks ga ik weer naar je skypen of bellen,
een dagelijks vast ritueel.
Hoe lang het duurt is niet te voorspellen.
maar elke dag meer is te veel.

© Hans Cieremans

Coronadag in de thuiszorg

Haar ontbijt bestaat uit kaakjes
met een beetje hagelslag.
Alle dagen zijn hetzelfde,
elke dag Coronadag.
In de keuken staat de afwas
van drie dagen, aangekoekt.
En ze wacht nu op de zuster,
die haar minimaal bezoekt.

Zo wacht zij in haar pyjama
tot de zuster er zal zijn.
Want die zuster komt haar wassen
en dat is natuurlijk fijn.
Terwijl zij zo zit te staren
naar de  rommel, naar de vaat,
wordt ze plotseling onrustig
als de klok twaalf uren slaat.

Maar hoera, daar is de zuster,
die haar heel snel wassen gaat.
Ze heeft geen tijd voor een praatje,
want ze is al veel te laat.
Ze maakt snel nog iets te eten
en dan moet ze weer snel gaan.
En de rommel blijft maar liggen
en de vaat die blijft maar staan.

Zij kijkt dan maar televisie
en ze wil wel weer naar bed.
Sleept zichzelf met haar rollator,
door de gang naar het toilet.
Om acht uur komt weer de zuster,
die haar klaar maakt voor de nacht.
In de keuken staat de vaat nog,
die daar nu vier dagen wacht.

O, de zuster is aan ‘t hoesten,
die lijkt ook niet echt gezond.
Dan moet zij in haar bed huilen,
als ze staart naar het plafond.
In haar dagelijks gebedje,
vraagt ze of ‘t verand’ ren mag.
.Tot ze eindelijk in slaap valt,
morgen weer Coronadag.

© Hans Cieremans

 

licht en schaduw

Schaduwzijden in het leven,
zullen mensen niet ontgaan
Maar de schaduw die bestaat niet,
als het licht niet zou bestaan.
Want de schaduw maakt het licht niet,
echter licht de schaduw wel.
Daarom is het licht het sterkste,
in het licht- en schaduwspel.

Schaduw beheerst nu het leven,
’t licht houdt afstand  wereldwijd.
‘Wanneer gaat het licht weer schijnen?’,
is de vraag in deze tijd .
‘t Is onzeker, ’t is onrustig,
’t is een tijd van angst, gemis.
En met onmacht, in de schaduw,
zit de mens die kwetsbaar is

Laten wij een lichtje wezen,
in hun kwetsbaar mensenhart,
zodat schaduw even weg is,
uit hun wereld die verwart.
Licht, symbool voor hoop en liefde,
geeft hun leven nog wat kleur.
Licht zit in het aandacht geven,
achter de gesloten deur.

Schaduwzijden in het leven,
zullen mensen niet ontgaan.
Maar de schaduw die bestaat niet,
als het licht niet zou bestaan.
Want de schaduw maakt het licht niet
echter licht de schaduw wel.
Schenk dus kwetsbaren jouw lichtje,
in het licht- en schaduwspel.

© Hans Cieremans

ik wil……..

Ik wil  jou een knuffel geven
en een hele dikke zoen.
Ik wil samen met je lachen
en weer leuke dingen doen.
Ik wil je gewoon aanraken,
niet slechts zwaaien door het raam.
Maar het mag niet door dat virus,
hoe lang nog in vredesnaam?

Ik wil met je kunnen praten,
zonder nare virusvrees.
Niet met skypen, niet door bellen,
maar gewoon van face to face.
Ik wil koffie met je drinken
met een grote appelpunt.
Maar voorlopig is ’t verboden
en wordt het ons niet gegund.

Maar ik heb niet veel te willen,
regels zijn ons opgelegd:
‘Houd een veilige distantie’
en ik vind het wel terecht.
Ik zal me er dus aan houden,
ook al ben ik het flink zat.
Als ik weer bij jou mag komen,
nou, dan knuffel ik je plat.

© Hans Cieremans

identiteitscrisis

Moeder is nu niet mijn moeder,
want die rol die is ze kwijt.
Zolang ik niet langs mag komen,
verliest zij identiteit.
Want haar moederrol verliest ze,
ze is slechts nog maar ‘patiënt’.
Da’s haar rol in het verpleeghuis,
met het stempeltje ‘dement’ .

 ‘Vroeger’ vindt nu geen herkenning,
‘vroeger’ wordt hier niet gedeeld.
Personeel dat kent de rol niet,
die mijn moeder heeft gespeeld,
toen ze zorgde voor haar kind’ ren,
voor haar ouders, voor haar man,
met haar warme moederliefde.
Personeel weet niets daarvan.

En juist ‘vroeger’ is belangrijk,
dat is haar identiteit.
Dat is waar ze steeds op t’ rugvalt,
is haar troost, haar eigenheid.
Zusters zijn wel lief, behulpzaam,
alles is echt goed bedoeld.
Maar het zijn niet haar geliefden
bij wie zij zich veilig voelt.

Moeder is nu niet mijn moeder,
want die rol die is ze kwijt.
Zolang ik niet langs mag komen,
verliest zij identiteit.
Daarom hoop ik dat mijn moeder
straks haar moederrol hervindt,
dat ze niet alleen ‘dement’ is,
maar ook moeder van haar kind

© Hans Cieremans

 

Wanneer?

Zullen ze je nog herkennen,
d’ oude mensen van de dag,
levend in de quarantaine,
die je niet bezoeken mag?
Zullen ze je niet vergeten,
als ze jou zo lang niet zien?
Zullen ze onrustig worden,
achterdochtig, boos misschien?

Zullen ze je niet erg missen,
mensen met hun dementie,
die de regels niet begrijpen,
bij een virus-pandemie?
Wordt er goed voor hen gezorgd
in deze Corona-tijd?
Is het werk nog vol te houden,
blijft er trots en waardigheid?

Zullen ze je niet verwijten,
dat je niet meer bij ze komt?
Hebben zij nog bezigheden,
raken ze niet afgestompt?
Het zijn eindeloos veel vragen
en veel antwoorden doen zeer.
Het Komt goed, mogen we hopen,
maar de kernvraag blijft:  ‘Wanneer?’

© Hans Cieremans