Opa’s kerstster

‘Ogen dicht, je mag niet kijken.
Opa, ik heb een geheim.’
Op de tafel stonden potjes
één met glitters, één met lijm.
‘k Deed mijn handen voor mijn ogen
tot ze zei: ‘Ja kijken maar.
Opa kijk, voor jou een kerstster
gemaakt met mijn kinderschaar’.

Heel verrast heb ik die kerstster
van mijn meisje aangepakt.
En ik zei: ‘Wat is hij mooi zeg
heb jij zelf die ster beplakt?’
‘Ja hoor, opa’ zei mijn kleinkind
en ik zei: ‘Wat word je groot.’
Met haar plakkerige handjes,
kroop ze trots bij mij op schoot.’

Ze vroeg mij om een verhaaltje,
ik vertelde van de ster.
Van het kindje in de kribbe,
van de wijzen van heel ver.
Tussendoor stelde ze vragen:
‘Waren alle mensen blij?
Was de ster boven de kerststal
net zo mooi als die van mij?’

‘Ja, natuurlijk’ was mijn antwoord
‘die ster scheen voor allemaal’.
‘Dat had ik wel willen zien hoor
‘k Vind het echt een mooi verhaal.
Maar mijn kerstster is ook heel mooi
die is echt alleen voor jou.’
Ze gaf mij een dikke pakkerd
‘omdat ik veel van je hou’.

© Hans Cieremans

 

Henk en Ingrid en de anderen

Ingrid, Henk, Rob, Gijs, Martine
Jan, Piet, Klaas, Ria, Christine,
Anton, Fred, Nel, Jacqueline,
samen aan het kerstdiner.
Abdul, Bilal, Badra, Hayam
Fazid, Selma, Hisham, Hassan,
Kadir, Mukthar, Naja, Taram,
eenzaam in het AZC

Peter, Bas, Tom, Marianne
Ans, Babette, Joop, Suzanne,
Karin, Aad, Bep, Riet, Lisanne,
zingen; ‘Vrede daalde neer’
Fatimah, Mohammed, Hayat,
Ilham, Rabi, Aznar, Souad,
Badra, Rabih, Nasim, Rashad,
denken: ‘Mooi, maar zeg wanneer?’

Frans, Youssef, Marleen, Abida,
Omar, Barend, Dahab, Frieda,
Thijs, Wasim, Odette, Rihda,
denken niet in ‘wij’ en ‘zij’.
Kees, Aludra, Esther, Anbar
Udabah, Louise, Almar,
Banan, Gerrit, Wakil, Dagmar,
brengen vrede dichterbij.

©Hans Cieremans

Kerstvisite

Met de kerst weer naar je ouders,
want zo gaat dat elk jaar.
Eerste kerstdag naar de mijne
tweede kerstdag die van haar.
Eerste kerstdag fijn gourmetten
tweede kerstdag een konijn.
Langzaam raak ik opgeblazen,
te veel eten te veel wijn.
En de kinderen zijn lastig,
willen liever gauw naar huis
Oma zet dan de t.v. aan,
wat een uitkomst is die buis.

Opa gaat dan zitten tukken,
snurkt als een kettingzaag.
Oma vraagt: ‘Wil je nog koffie?’
en natuurlijk zeg ik: ‘Graag’.
Dan nog even liedjes zingen,
dat hoort bij de kerst nietwaar?
Oma zegt: ‘Hiervan geniet ik,
zo gezellig met elkaar.’
En dan denk ik: Wat gezellig?
‘k Wil naar huis ik ben het zat.
Geforceerd gezellig wezen,
‘k heb het helemaal gehad.’

Geen minuutje voor mezelf,
die verplichting elke keer.
Maar intussen weet ik nu al:
‘Volgend jaar dan ga ik weer.’
Zo verstreken vele jaren
en de kerst komt nu weer aan.
Voor het eerst hoef ik dit jaar niet
naar mijn ouders toe te gaan
‘k Hoef er niet meer te gourmetten
en geen liedje dat ik zing
Opa snurkend na het eten,
is nog slechts herinnering.

Had ik nog maar die verplichting,
voelde ik maar niet de pijn,
van de tijd die voor mezelf is,
nu mijn ouders niet meer zijn.

© Hans Cieremans

Het Kerstkind

het kerstkind  (gezongen door Barbra en Bas)

Als ‘t Kerstkind nu op aarde kwam,
waar zou dat kunnen zijn?
Misschien dichtbij in Rotterdam
of ver weg in Bahrein?
Is het dan blank of zwart?
Hoe wordt het dan herkend?
Schijnt op die plaats een ster als toen,
hoog aan het firmament?

Als ‘t Kerstkind nu op aarde kwam,
wie ligt dan in het veld?
Is dat die vredesdemonstrant,
die strijdt tegen het geweld?
Of is het die soldaat,
die vecht voor ‘t ideaal?
Voor wie zingt dan het eng’ lenkoor?
Of is ‘t voor allemaal?

Als ‘t Kerstkind nu op aarde kwam,
wie zijn de wijzen dan?
Zijn dat de wereldleiders soms
uit o zo verre land?
Wat is dan hun geschenk,
waar ‘t Kind mee wordt verblijd?
Zou dat een vredesboodschap zijn?
Of oproep tot de strijd?

Als ‘t Kerstkind nu op aarde kwam,
of is dat Kind er al?
Is het misschien nooit weg geweest,
ligt het nog in die stal?
Kom ga dan mee op zoek,
naar waar die stal dan staat.
Dan komt de vrede toch misschien
en is ‘t nog niet te laat.

© Hans Cieremans

Het kerstdiner

Een salade met pancetta
of een quiche gevuld met feta
of tomaten met bruchetta
als een feestelijk entree.
Een amuse met garnalen,
luxe hapjes op de schalen,
chique kruiden fijn gemalen,
als voorafje bij ‘t diner.

Zalm gemarineerd in bieten,
hertenbiefstuk fijn genieten,
met een wildsaus overgieten.
Zeg nou zelf:’ ‘t klinkt niet slecht’.
Lams rack met een kruidenkorstje,
zeetong of een eendenborstje,
voor de kinderen een worstje,
zoiets wordt het hoofdgerecht.

Na de spoom een crêpe Suzette,
niet op calorieën letten,
als we langzaam gaan vervetten
bij de koffie met gebak.
Cappuccino of een theetje,
tjee, dat was een leuk dinertje.
O, en bijna dat vergeet je,
bij de koffie wat cognac .

Daarna maar wat uit gaan buiken,
niemand wil meer iets gebruiken,
gaat met slaperige luiken
vol gevreten op de bank.
Want de broekriem staat op knappen,
oprispend naar adem happen.
Dat komt, dat is best te snappen,
van het eten en de drank.

In Malawi en Cambodja,
Jemen, Nepal, Eritrea,
in Zimbabwe, Tanzania,
sterft een kind aan diarree
Slechts wat rijst of wat bananen,
wat cassave of wat granen,
besmet water uit de kranen,
dat is daar het kerstdiner.

©Hans Cieremans