jaarwisseling

Het jaar is oud,
moe en versleten.
Er blijft wel iets hangen,
veel wordt vergeten.
Een nieuw jaar geboren,
de blik is naar voren.
Achterom kijken
heeft weinig zin.
Het jaar is weer fris,
een nieuw begin.
Een knallend vuurwerk
wordt er ontstoken,
we gaan minder eten,
we stoppen met roken.

Met oud en nieuw zijn wij bij elkaar,
weemoedig, verdrietig of blij.
We wensen elkaar: ’Gelukkig nieuwjaar ‘,
het oude jaar is weer voorbij.

Zij is al oud,
moe en versleten.
Veel uit haar leven
is ze vergeten.
Ze kan nog slecht horen,
tijd gaat verloren.
Ze leeft in het heden,
geen vroeger of dan.
Alleen het moment,
zolang het nog kan.
Dat geeft wat zin,
wat zin aan haar leven.
Het nieuwe jaar,
wat zal het haar geven?

Met oud en nieuw ligt zij in haar bed
om twaalf uur denk ik aan haar.
Met een glas wijn, een appelbeignet
wens ik haar: ‘gelukkig nieuwjaar’.

© Hans Cieremans

Sombere gezelligheid

Sombere gezelligheid,
kende de kerst dit jaar.
De boom versierd,
een feestdiner,
maar ook gemis was daar.
Weemoedige herinnering
aan hoe het vroeger was.
Voor het eerst
naast jouw portret,
een leeg champagneglas.

Sombere gezelligheid,
het is een vreemd gevoel.
Met kerstliedjes,
de kaarsjes aan,
maar ook een lege stoel.
Er is gelachen en gehuild,
er is op jou geproost.
Zo was je er
voor ons toch bij.
Het was een schrale troost.

Sombere gezelligheid,
vrolijk en ook zwaar.
Een oliebol
of appelflap,
op naar het nieuwe jaar.
Ook dan is de herinnering
aan hoe het vroeger was.
En ik kijk weer
naar jouw portret
en hef op jou het glas.

© Hans Cieremans

de Kerstster

Kan de Kerstster nog wel stralen,
als het steeds meer misten gaat?
Zijn er nog wel Kerstverhalen,
als de boodschap je ontgaat?
Zijn er nog wel fijne dagen,
als het tijdsbesef ontbreekt?
Kun je het geluk nog voelen,
als herinnering verbleekt?

Zijn er nog wel ‘beste wensen’,
als je niemand meer herkent?
Kan je toch de Kerstster vinden,
als je niet weet waar je bent?
Kan de Kerstster nog wel troosten,
als je voor het donker vreest?
Kun je Kerstfeest nog wel vieren,
als geen sprake is van feest?

Kan de Kerst je nog ontroeren,
als je van het ‘hier’ vervreemdt?
Kun je nog in licht geloven,
als de mist het licht ontneemt?
‘k Heb geen antwoord op de vragen,
over jouw verdriet en pijn.
Maar ik wil je heel graag helpen,
ik wil graag jouw Kerstster zijn.

© Hans Cieremans

de Kerstviering (in het verpleegtehuis)

De mensen zoeken naar een plek,
de zaal raakt goed bezet.
Vooraan staan de rolstoelers
met hier en daar een bed.
Een pianist speelt kerstliedjes,
de zaal is mooi versierd.
met lichtjes in de kunstkerstboom.
Hier wordt de kerst gevierd.

Iedereen is mooi gekleed,
een feestelijke sfeer.
Een koor zet dan een kerstlied in,
zingt van het Kindje teer.
Dan volgt de eerste samenzang,
daarna een kort verhaal.
Er wordt gezongen van het Kind,
dat kwam voor allemaal.

Een drankje na de kerstviering,
een glaasje jus d’orange.
Daarbij hoort natuurlijk
ook een stukje boterkrans.
Dan is de viering weer voorbij,
de zaal stroomt langzaam leeg.
Waar bij de uitgang iedereen,
een kerststukje mee kreeg.

Kerstviering in het tehuis,
’t ontroert me ieder jaar.
Dan voel je lotsverbondenheid,
wat vreugde met elkaar.
Even los van de kritiek
en personeelstekort.
Maak Kerst tot een herinnering,
die onvergeet’ lijk wordt.

Fijne Kerstdagen iedereen

© Hans Cieremans

Licht en schaduw

Schaduwzijden in het leven,
zullen niemand overslaan.
Maar de schaduw die bestaat niet,
als het licht niet zou bestaan.
Want de schaduw maakt het licht niet,
echter licht de schaduw wel.
Daarom is het licht het sterkste,
in het licht en schaduwspel.

Met de Kerst branden we kaarsjes,
zijn we op het licht gericht.
Dan brengt schaduw niet het duister,
maar schijnt schaduw door in licht.
Licht, symbool van hoop en liefde,
op weg naar het nieuwe jaar,
bouwend aan herinneringen,
zijn we lichtjes voor elkaar

En als lichtjes langzaam doven,
als de tijd niet meer beklijft.
Als de lontjes om gaan vallen
en het stompje over blijft.
Dan is daar ineens die schaduw,
die kan schijnen in het licht,
in herinnering verankerd,
waar de duisternis voor zwicht.

Schaduwzijden in het leven,
zullen niemand overslaan.
Maar de schaduw die bestaat niet,
als het licht niet zou bestaan.
Licht en schaduw zijn verweven,
schaduw, noch het licht verdwijnt.
Ze zitten in herinneringen,
waar altijd een lichtje schijnt.

© Hans Cieremans

Het mooiste kerstcadeau

Met een bitterballetje,
en een glaasje advocaat,
zit ze bij het stalletje.
dat naast de kerstboom staat.
De lichtjes branden in de boom,
met zijn gouden piek,
ze lepelt gulzig van de room
en er klinkt kerstmuziek.

Zij geniet, dat kun je zien,
maar waar denkt ze aan?
Is dat aan vroeger tijd misschien?
Ze oogt zo blij, voldaan.
Is het de herinnering,
aan kerst met haar gezin?
Het lijkt op een bespiegeling,
dit geeft haar leven zin.

Ze zit tevreden bij de boom,
een beeld dat mij diep raakt.
Even uit haar boze droom,
die haar verdrietig maakt.
Mij herkent ze soms niet meer,
maar smullend uit haar glas,
zie ik mijn moeder even weer,
hoe ze vroeger was.

Met een bitterballetje,
en een glaasje advocaat,
zit ze bij het stalletje.
dat naast de kerstboom staat.
Ik laat haar rustig zitten zo,
ik stoor haar niet vandaag,
dit is mijn mooiste kerstcadeau
en morgen kom ik graag.

© Hans Cieremans

Met Kerst alleen

Waarom zou ik Kerstfeest vieren,
ik ben helemaal alleen?
‘k Heb geen zin om te versieren
en wil liever nergens heen.
Ik ga wel naar het verpleeghuis,
waar mijn man verblijft sinds kort .
Maar ik ga niet naar de viering,
omdat ik dan treurig wordt.

O, er zijn voldoende mensen,
die me vragen voor ’t  diner.
Maar ik voel me niet gezellig,
dus ik doe daar niet aan mee.
Nee, laat mij gewoon maar zitten,
niemand ziet me op de bank.
Dan kan ik gewoon mezelf zijn,
als ik om mijn maatje jank.

Ik wil niemand tot een last zijn,
dit jaar Kerst is niets voor mij.
‘k Zie er nu al tegenop hoor,
was die Kerst maar weer voorbij.
Nee, ik wil beslist niet klagen,
ik heb doodgewoon verdriet.
En die poespas van het Kerstfeest,
heb ik dit jaar liever niet.

Als ik ergens op bezoek ga,
ben ik één stuk chagrijn.
En bij feestvierende mensen
wil ik niet spelbreker zijn.
Iedereen is even lief hoor,
daar ontbreekt het echt niet aan.
‘k Ben niet zielig, wel verdrietig,
dus laat mij mijn gang maar gaan.

© Hans Cieremans

Licht (melodie: The rose)

Pak mijn hand, laat mij je leiden
door jouw mistig labyrint.
Tot het licht je zal bevrijden
bij het wonder van een kind.
Het symbool van licht en vrede,
waardoor duisternis verdwijnt.
Een verhaal uit het verleden
van een licht dat eeuwig schijnt

Pak mijn hand, laat mij je leiden,
want misschien is het nog ver.
Kom, we lopen die weg beiden
tot het uitkomt bij een ster.
’t Is een weg vol hindernissen
door het mistig kreupelbos,
maar de ster is niet te missen,
daar laat ik jou pas weer los.

Pak mijn hand, laat mij je leiden
naar het nieuwe vergezicht.
Totdat onze wegen scheiden
bij dat wonderlijke licht.
Kerst geeft troost met zijn verhalen
of je ‘t wel of niet gelooft,
van de ster die staat te stralen,
van een licht dat nooit meer dooft.

© Hans Cieremans

 

Kerstkaarsje in de schemering (melodie: O, little town of Bethlehem)

Een kaarsje in de schemering
brand ik met kerst voor jou,
omdat ik zoveel van je mis,
maar ook veel van je hou.
Dan denk ik aan de kerst,
zoals het vroeger was
en aan het mooie kerstverhaal,
dat jij toen altijd las.

Een kaarsje in de schemering
brengt licht in duisternis
en geeft ons de herinnering
wanneer het Kerstmis is.
Toen jij jezelf nog was
deed jij de kaarsjes aan.
Nu dreigt het kaarsje in jezelf
heel langzaam uit te gaan.

Een kaarsje in de schemering,
kaarsje van liefdestrouw,
met een eeuwig vlammetje
brandt in mijn hart voor jou.
Dat vlammetje geeft licht,
ook als jouw kaarsje dooft.
Zelfs als jouw schemer donker wordt,
dat heb ik jou beloofd.

Een kaarsje in de schemering
brand ik met kerst voor jou,
omdat ik zoveel van je mis,
maar ook veel van je hou.
De kerstmis van dit jaar
brengen wij samen door
en luist’ ren naar het kerstverhaal,
ik lees het je graag voor.

© Hans Cieremans

Kerstavond

Tien uur, kerstavond,
het is donker buiten,
het is wat je noemt: ‘Waterkoud’.
Het motregent zacht
en achter de ruiten,
zit zij daar eenzaam en oud.
Kerkklokken luiden
voor de kerstnachtdienst.
Ze luistert, maar ‘t maakt haar niet blij.
Ze denkt aan haar man,
die ze net heeft verloren.
Hij is er met kerst niet meer bij.

Vroeger, ja vroeger
ging zij naar de kerk,
het hele gezin ging dan mee.
Haar man kwam dan altijd
bijtijds van zijn werk.
Dat is nu volledig passé.
Toen hij met pensioen was
ging hij dementeren
het leven werd toen best zwaar
Het viel hen niet mee
om te accepteren,
maar bleven tot ‘t eind bij elkaar.

Tien uur, kerstavond,
het is donker buiten,
de ramen gaan langzaam beslaan.
Ze voelt zich heel triest,
dat deed haar besluiten
om naar haar bed toe te gaan.
Daar zit ze alleen,
te huilen, te woelen
op de rand van haar bed.
Ze weet wat het is
om zich eenzaam te voelen.
Kerstavond, ze kust zijn portret.

© Hans Cieremans