De barmhartige Marokkaan

Ik was eenzaam en verlaten
en ik vroeg de dominee:
‘Wilt u met me komen praten?’
Maar hij zei: ‘Dat valt niet mee.
Kijk maar eens in mijn agenda.
Ik zit vol tot donderdag.
Donderdag dan kan ik pas ja.
‘k Schrijf dat op hoor, als dat mag?’

 Toen ben ik mijn vriend gaan bellen:
Of hij even voor mij had?
Maar voordat ik kon vertellen,
zei hij: ‘Stop, ik heb al wat.
Ik kijk nu in mijn agenda,
ik zit vol tot donderdag.
Donderdag dan kan ik pas ja.
‘k Schrijf dat op hoor, als dat mag?’

 Een collega dan proberen,
of hij bij me komen wou.
‘k Kreeg als antwoord: ‘’k moet studeren,
maar ‘k beloof je, ik kom gauw.
Wacht, dan pak ik mijn agenda.
Ik kan wel op donderdag.
Donderdag dan kan ik pas ja.
‘k Schrijf dat op hoor, als het mag?’

 Ik ben op mijn fiets gaan rijden.
Ik was ziek van eenzaamheid.
Niemand toonde medelijden.
Men had donderdag pas tijd.
Eenzaam reed ik door de straten
toen een medefietser vroeg:
‘Wat heb jij zeg, wil je praten?
Kom stap af,’k heb tijd genoeg.’

 Ik moest wel een beetje schrikken.
Waar kwam deze man vandaan?
Hij zei: ‘Ik herken uw blikken,
ik heet Achmed Marokkaan.’
Hij nam tijd en zonder haasten,
sprak ik vrij van mijn verdriet
Deze man die bleek ‘mijn naaste’,
een barmhartig Islamiet.

© Hans Cieremans

 

R.I.P.

Plannen vallen in het water,
toekomst is herinnering.
Er is vroeger, maar geen later,
‘dan’ is ‘toen’, nadat je ging.
Zomaar weg, van ons vertrokken
naar een wereld zonder tijd.
Waar de wijzers van de klokken,
tikken in de eeuwigheid.

Zo ver weg van mij verdwenen
zit je in mijn hart vlakbij.
In mijn droom ben je verschenen
en zo ben je toch in mij.
In een ruimte-loze vrijheid
zijn de grenzen niet te zien.
Het is slechts gevuld met blijheid,
waar ik jou hoop weer te zien.

Daar verdampen bitt’re tranen,
op de grazig groene wei.
Komen wij misschien weer samen
met de vrienden van voorbij.
Van verdriet is nooit meer sprake,
treur ik niet om je verlies.
Dan gaan wij weer plannen maken.
Nou tot dan lief, ‘Rest In Peace’.

©Hans Cieremans

Het stigma van een vluchteling

Hij krijgt een stigma opgeplakt,
hij is een vluchteling,
een potentiële aanrander,
een agressieveling.
Misschien wel een gelukszoeker,
wie weet een terrorist,
gevaarlijk voor de maatschappij,
een echte Jihadist.

Vooroordelen zijn er zat
in het hele land.
Men steekt voor medemens’ lijkheid
de koppen in het zand.
Protesten worden agressief:
‘Hier geen AZC,
het is bedreigend voor ons zelf,
rot op en weg ermee.’

Niet de arme vluchteling
bedreigt hier ons bestaan.
’t Is de dreiging van onszelf
‘bang en inhumaan’.
De oplossing die vind je niet
in de angst of haat.
Vlucht niet voor de vluchteling,
zoek hem op en praat.

Een vluchteling, gewoon een mens
zoals als jij en ik.
Allebei getalenteerd,
dat is geen slechterik.
Het stigma van de vluchteling,
dat is geen stuiver waard.
Als je luistert naar zijn nood
en hem als mens aanvaardt.

©Hans Cieremans