het vleermuisje Corona

Het vleermuisje Corona
leefd’ in de stad Wuhan.
Waar hij is gestorven
in een grote snelkookpan.
Hij pruttelde en rochelde,
in ’t vieze, hete vocht.
Hij werd op een  consumptiemarkt
als lekkernij verkocht.

Het vleermuisje Corona
was  helemaal niet gaar,
toen hij werd hij opgegeten
daardoor smaakte hij  raar.
Maar toch werd hij verorberd,
als een rauw stukje vlees,
zo kwam hij in de maag terecht
van een Wuhan-Chinees.

Die Chinees kreeg hoge koorts
en werd ontzettend ziek.
Hij bleek toen heel besmettelijk
dat zorgde voor paniek.
Een virus was de oorzaak dat
Corona had verspreid,
dat uitgroeide tot pandemie
met doden wereldwijd.

Het vleermuisje Corona
vervloekte men intens.
Maar hij was niet de schuldige,
want echt, dat is de mens.
De mens eet heel veel dieren,
totaal gedachteloos.
Daarbij eet hij zelfs vleermuisjes
met heel veel risico’s.

Dus eet geen vreemde dieren,
want dan gaat het verkeerd,
behalve in de uitvaartbranche,
die explosief floreert.
Dat willen we niet hebben,
dat maakt ons ongerust.
Leer  daarom van het vleermuisje:
‘Leef en eet bewust’.

© Hans Cieremans

broodje kroket

Vroeger liep ik op sandaaltjes,
in mijn veel te korte broek,
met een stuiver in mijn handje
naar de winkel op de hoek.
Daar mocht ik wat uit gaan zoeken,
zure lappen of zoethout
of zwart-wit om op te likken,
grote droppen, dubbelzout.

’t Winkeltje, de waterstoker,
werd gerund door een meneer
in een lange beige stofjas,
’t winkeltje bestaat niet meer.
Daar is nu al lang een snackbar,
waar de jeugd zich samen klit.
Maar nog steeds, als ik er langs loop,
denk ik weer aan mijn zwart-wit.

‘k Zie mezelf weer als die jongen,
mijn met snoep gevulde mond.
Blij met de Bazooka plaatjes,
die ik bij de kauwgom vond.
Het zijn mijn herinneringen,
als een toverbal gekleurd.
En nu denk ik jaren later:
‘Wat is er toch veel gebeurd’.

Met mijn vader in de rolstoel
loop ik samen door die straat.
Het geeft hem herinneringen,
als hij over vroeger praat.
Hij weet van de waterstoker,
van de drop en de zoethout.
En dan voel ik diep van binnen,
dat ik heel veel van hem houd.

Ach, hij is het ‘nu’ vergeten,
van het ‘toen’ weet  hij nog veel.
Daarom loop ik vaak die straat door,
waar ik ‘vroeger’ met hem deel.
Dan vertelt hij steeds hetzelfde,
maar dat drukt dan niet de pret.
Ik geniet van zijn verhalen
en ons broodje met kroket.

© Hans Cieremans

 

Angst

Ik heb heel lang niet gebeden,
’t leven ging zijn eigen gang.
Maar bij angst gaan mensen bidden
en waarachtig ik ben bang.
Bang voor wat er nog gaat komen
bij het dreigende gevaar.
Ik weet niet of bidden helpt,
want ik blijf een twijfelaar.

Soms denk ik: ‘Bidden is vluchten
tegen beter weten in’.
Want mijn simpele gebedje,
ach, wat heeft dat nou voor zin?
Het gevaar is niet geweken
als mijn ogen open gaan.
Het blijft allemaal onzeker
en mijn angst blijft voortbestaan.

Maar waarom zou ik niet bidden?
Niemand wordt er door geschaad.
En het maakt me wel wat rustig
en dat kan toch ook geen kwaad?
Het zijn meestal schietgebedjes
en die duren niet zo lang.
Daarbij hoop ik dat het goed komt,
want ik ben behoorlijk bang.

Dan bid ik voor mijn geliefden,
voor mezelf, voor iedereen.
En na mijn devote ‘amen’,
schraap ik maar wat moed bijeen.
Moed om angst te onderdrukken,
om gewoon weer door te gaan.
In vertrouwen dat het goed komt,
om ons hier doorheen te slaan.

© Hans Cieremans

Als ik dood ben

Als ik dood ben, ben ik bij je,
want ik laat je nooit alleen.
‘k Ben onzichtbaar, toch aanwezig,
al is ’t anders dan voorheen.
Nee, je kunt me niet meer horen
en je kunt me niet meer zien.
Maar door vaak aan me te denken,
voel je mij toch wel misschien.

Als ik dood ben, blijf ik in je,
geloof mij maar op mijn woord.
‘k Deel met jou herinneringen,
daarmee leef ik in jou voort.
Moet je desondanks soms huilen,
denk dan aan de mooie tijd,
die we samen ooit beleefden,
voel zo mijn aanwezigheid.

Als ik dood ben, sta ik naast je,
ben ik ver weg toch dichtbij.
Ik blijf altijd op je wachten,
eens dan kom je weer bij mij.
Het komt goed, pluk nu de dagen
tot je ook je rust hier vindt.
Dan delen we opnieuw de liefde,
waar de dood het nooit van wint.

© Hans Cieremans

 

 

gelukkig Nieuwjaar

Gelukkig Nieuwjaar
voor alle mensen.
Dat zou ik graag
iedereen wensen.
Alleen mooie dagen,
geen tegenslagen,
het hele jaar door
als dat eens kon.
Niet te veel regen,
bovenal zon.
Ik wens dat de zon,
de mist kan verdrijven.
Maar dichte mist
kan hardnekkig blijven

Gelukkig Nieuwjaar voor jou en voor mij,
het goede dat is je gegund.
Maak tranen tot glimlach, de tijd vliegt voorbij.
Vier ’t leven zolang als je kunt.

Gelukkig Nieuwjaar
voor alle mensen.
Dat zou ik graag
iedereen wensen.
Dat tranen verdampen,
geen ziekte of rampen.
Niemand verliezen
en geen verdriet.
Maar voor veel mensen
gebeurt dat niet.
Wat alle mensen
zullen beseffen
is dat ook onheil
de mensen kan treffen.

Gelukkig Nieuwjaar voor jou en voor mij,
het goede dat is je gegund.
Maak tranen tot glimlach, de tijd vliegt voorbij.
Vier ’t leven zolang als je kunt

Gelukkig Nieuwjaar
voor alle mensen.
Dat wil ik  graag
iedereen wensen.
Probeer niet te klagen,
maar pluk de dagen.
Wees blij met de aandacht,
die je ontvangt,
waardeer de rust,
die je verlangt.
Geniet van de dingen
die jij kunt waarderen.
Geef anderen liefde,
die liefde ontberen.

Gelukkig Nieuwjaar voor jou en voor mij,
het goede dat is je gegund.
Maak tranen tot glimlach, de tijd vliegt voorbij.
Vier ’t leven zolang als je kunt.

© Hans Cieremans

Mijn wens

Honderdtien wil ik niet worden,
honderd is ook veel te veel.
Honderd halen steeds meer mensen,
maar voor velen niet reëel.
Tachtig, dat vind ik wel prachtig,
misschien nog een beetje meer.
Maar dan is het wel genoeg hoor,
vijfentachtig ongeveer.

Door de welvaart zie je ‘t vaker,
mensen in de tachtig plus.
Maar dat is niet altijd prettig,
het mag soms wat minder dus.
Vijfentachtig is mijn streven,
als ik dat haal is het fijn.
Ach, ik hoop het eens te halen,
vijfentachtig kilo zijn.

©Hans Cieremans

Maarten

Door de vaarten, langs de Weijden
zwom een grote volksheld,
die door kanker te bestrijden
ons zijn missie heeft verteld.
Langs de elf Friese steden
maakte hij ons deelgenoot.
‘Er is al genoeg geleden,
niemand meer aan kanker dood’.

Door de vaarten, langs de Weijden
zwom hij onvermoeibaar voort.
Menigeen stond hem terzijde,
heeft hij diep respect gescoord.
Hij vocht zwemmend voor het leven,
langs rietkraag en oeverkruid.
‘Nooit de pijp aan Maarten geven,
kanker moet de wereld uit’.

Door de vaarten, langs de Weijden,
waar hij tegen kanker vocht,
een vuist maakte tegen lijden
in een heel bizarre tocht.
Daar presteerde hij bijzonder,
daar was nieuwe hoop te zien:
‘Eens gaat kanker echt ten onder
in de Bonkervaart misschien’.

© Hans Cieremans

 

 

samenloop voor hoop, zaterdag 7 september 2019

Pak mijn hand als wij gaan lopen,
houd mij vast, laat mij niet los.
Ik loop op ‘het pad van hopen’,
door een ondoordringbaar bos.
Overal zijn er obstakels
en daar moet ik steeds doorheen.
Niets doen dat is echt geen optie,
maar ik loop niet graag alleen.

Loop met mij het ‘pad van hopen’,
zonder hoop vaart niemand wel.
’t Kleinste sprankje geeft vertrouwen
in genezing, op herstel.
Help mij alle sprankjes pakken,
ik kan niet verder zonder hoop.
Dan zal ik mijn hoop behouden,
als ik met jou samen loop.

Samen op het ‘pad van hopen’
in een overlevingsstrijd,
met geloof dat hoop doet leven,
‘weg met kanker’ voor altijd.
Eens wordt dan het ‘pad van hopen’
tot ‘pad van leven’ omgedoopt.
Waar obstakels zijn verdwenen
waar jij met mij samenloopt.

© Hans Cieremans

 

Stilte (4 mei)

Hoe veelzeggend is de stilte
op het vredig ereveld,
waar de wapens niet meer spreken
na een oorlog vol geweld.
Stilte ontroert daar de mensen
bij het wit soldatengraf,
waar de vrijheid, zwaar bevochten,
ons een nieuwe toekomst gaf.

Hoor de taal van stilte spreken,
die je zonder woord verstaat.
Zwijgend bij sereen herdenken
als de winnaar op het kwaad.
In die stilte wordt geluisterd,
met bezinning,  met ontzag.
Stilte die ons daar laat horen
dat de oorlog nooit meer mag.

Stilte is de roep naar vrede,
is de schreeuw naar ‘stop geweld’.
Is verwijzing naar de wanhoop,
door herinnering vertelt.
Stilte vraagt ons ‘wees verdraagzaam’.
Hoor toch wat de stilte zegt:
‘Gebruik mij als sterk wapen,
waarmee jij voor vrijheid vecht’.

© Hans Cieremans

troostvlinder

Lief, klein kleurrijk vlindertje,
ontpopt uit je cocon,
wat fladder je hier vrolijk rond
in de zomerzon.
Soms zit je maar heel even stil,
op een ligusterheg.
Daar spreid je wijd je vleugels uit,
daarna vlieg je snel weg.

Lief, klein kleurrijk vlindertje,
dansend in de wind.
Je zijdezachte vleugeltjes
zijn zo fraai getint.
Ondanks je korte leventje,
maak je mensen blij.
Want als een mens verdrietig is,
dan fladder je voorbij.

Lief, klein kleurrijk vlindertje,
straks vlieg je naar het licht.
Ik kijk je na zolang ik kan,
dan raak je uit het zicht.
Jij bracht me in verwondering,
nadat je bent ontpopt.
Symbool van liefde en van troost,
van leven dat nooit stopt.

© Hans Cieremans