The circle of life

In ‘t toneelstuk ‘de passanten’
zijn de rollen uitgedeeld.
Hoofdrolspelers, figuranten,
iedereen doet mee en speelt.
Maar eens luiden slotakkoorden
valt het doek en dooft het licht.
Spreekt men mooie afscheidswoorden,
de theaterdeur gaat dicht.

Na ’t toneelstuk ‘de passanten’
wordt het leeg in de foyer.
Mengen vrienden en verwanten,
zich weer in de mensenzee.
Als de bühne dan weer vol is,
het toneelstuk verder gaat,
dan weet ieder wat zijn rol is,
ook al stopt die vroeg of laat.

Het toneelstuk ‘de passanten’
kent geen script, geen regisseur.
Steeds voor nieuwe aspiranten
opent de theaterdeur.
Daar leren de jonkies spelen,
ergens achter een coulis.
Waar ze rollen gaan verdelen,
al sinds mensenheugenis.

Het toneelstuk ‘de passanten’
daar doet iedereen aan mee.
Hoofdrolspelers, figuranten,
maar eens is het echt passé.
Toch, het stuk zal nooit verdwijnen,
want na iedere passant,
gaan de lichten steeds weer schijnen
voor een nieuwe debutant.

© Hans Cieremans

 

 

Als je vrede wil bereiken

Als je vrede wil bereiken,
moet je praten met elkaar.
Niet met zout in wonden strooien,
dat is een verkeerd gebaar.
Dan wordt haat juist aangewakkerd,
‘t doet de vredeswens geen goed.
Vallen doden en gewonden,
wordt applaus besmeurt met bloed.

Als je vrede wil bereiken,
is het machtsvertoon verkeerd.
Want daaruit komt nooit een winnaar
en de toestand escaleert.
En de trots van overwinning,
legt de onmacht schrijnend bloot.
’t Is één grote schijnvertoning,
overschaduwt door de dood.

Als je vrede wil bereiken,
moet je soms de minste zijn.
Moet je elkaar accepteren
en bestaat geen scheidingslijn.
Het journaal toont ons weer beelden
en die maken mensen moe.
Mensen juichen, mensen sterven
en ’t leidt niet naar vrede toe.

© Hans Cieremans

Stilte (4 mei)

In de stilte wordt geluisterd,
waar geschreeuw niet wordt gehoord.
Want de stilte is veel sterker,
dan de herrie die verstoort.
Stilte brengt de mensen samen,
bij het zwijgend witte graf.
Waar de vrijheid, zwaar bevochten
ons een nieuwe toekomst gaf.

Waar eens wapens herrie maakten,
met hun dodelijk geweld,
heerst alom de kracht van stilte
op een vredig ereveld.
Waar de graven duid’ lijk spreken,
in een taal die men verstaat.
En die herrie van de schreeuwers,
met een overmacht verslaat.

In de stilte wordt geluisterd,
waar geschreeuw niet wordt gehoord.
Want de stilte is veel sterker,
dan de herrie die verstoort.
Zelfs twee luttele minuten
overstijgen het geschreeuw,
door de stilte van de helden,
nu al bijna driekwart eeuw.

© Hans Cieremans

De straat

Ik loop door de straat,
waar ik eens werd geboren
en waar ik als kind heb gespeeld.
Veel van wat was,
dat is nu verloren,
de straat heeft een eigentijds beeld.
De stoep is versmald,
parkeerkommen kwamen,
auto’s staan nu voor de deur.
En op die deuren
zie ik vreemde namen,
het stelt me een beetje teleur.

Want hier in de straat,
staat het huis waar ik woonde,
dat huis is gemoderniseerd.
Het huis waar mijn ouders
me wasten, verschoonden
en waar ik mijn jeugd heb verkeerd.
Het huis met lavet,
een kachel op kolen,
een wastobbe, een gasfornuis.
Dat huis met een tuin,
een grindpad, violen,
zo was ooit mijn ouderlijk huis.

Ik loop door de straat,
waar ik eens werd geboren
en waar ik als kind heb gespeeld.
Veel van wat was,
dat is nu verloren,
de straat heeft een eigentijds beeld.
Daar leefden mijn ouders,
gelukkig, tevreden.
Daar zorgden zij altijd voor mij.
En soms verlang ik
naar dat mooie verleden.
Ach ja, die tijd is voorbij.

© Hans Cieremans

Gewoon Mies

Zaterdagavond,
de straten verlaten,
Nederland zat bij de buis.
Eén van de acht,
de mensen die zaten
bij de tv, lekker thuis.
Wat nu over blijft
zijn vrolijke beelden,
zwart-wit had toen al veel kleur.
De warme sfeer,
die Mies met ons deelde
hield mensen binnen de deur.

De lichten zijn uit,
het doek is gevallen,
de lopende band loopt niet meer.
De spot staat op zwart
en geen bingoballen,
zo is het nu eenmaal een keer.
Voor Mies kwam de dag,
die niemand zal missen,
de dag van afscheid en pijn
Een tijdperk verdwijnt
achter coulissen.
Nooit meer als toen zal het zijn.

Dag lieve Mies,
we zullen je missen,
koningin van de tv.
Herinneringen,
die niet zijn te wissen,
moeder, vriendin, coryfee.
Wat jij mensen bracht,
bemoedigde velen.
‘t Is iets wat nimmer verdwijnt.
We hopen dat jij nu
een hoofdrol mag spelen,
daar waar de mooiste spot schijnt.

© Hans Cieremans

 

Kindermisbruik

Omringd door de zorg,
maar jij was niet veilig.
De liefde geboden
was onecht, schijnheilig.
Je pijn toen verkregen,
werd angstig verzwegen.
Beschadigd vertrouwen,
het voelde verkeerd.
Je toekomst onzeker,
getraumatiseerd.
Je ziel vol met krassen,
het ‘waarom’ blijft knagen.
Het antwoord blijft steken
in duizenden vragen.

Maar je moet verder,
je bent nu volwassen.
Ze worden nu zichtbaar
je sporen, je krassen.
Je kunt ze nu delen,
want er zijn velen.
Vertrouwen  herwinnen,
waar dat ontbeert.
Tranen gaan wissen,
waar het frustreert.
Je zoekt in het leven
weer veilige plekken,
waar jij echte liefde
nu hoopt te ontdekken.

Geloof vol met deuken,
vol twijfels, geschonden.
‘t Werd vaak misbruikt
bij het slaan van je wonden.
Geloof dat je kwetste,
je leven verpestte.
Maar nu ben je sterk,
jij kwam er doorheen.
De leugen kwam uit,
je staat niet alleen.
Geloof in de liefde
om verder te leven.
Want sterk is de liefde,
die jij door kunt geven.

© Hans Cieremans

Vroeger

Vroeger bij de kolenkachel
was het altijd warm en knus.
En de straat was altijd veilig,
hing het touwtje uit de bus.
En de melkboer en de bakker,
kwamen daag’ lijks aan de deur.
Zogen wij op toverballen,
die veranderden van kleur.

Soms dan keek je televisie
bij een buurvrouw op de hoek.
En we liepen op sandalen,
meestal  in een korte broek.
’s Zondags kreeg je mooie kleren
om naar zondagsschool te gaan.
En we kregen ook een snoepje,
na een lepel levertraan.

Bij een vriendje ging je sjoelen,
als het regenachtig was.
En de schoolmelk, niet te drinken
dronk je lauw op in de klas.
En je ging de school pas binnen,
door eerst in de rij te staan.
Mochten wij op een commando
klas voor klas naar binnen gaan.

Af en toe word ik weemoedig,
de verandering is groot.
Kind’ren spelen met mobieltjes
en de IPad op de schoot.
Alles draait nu om prestaties,
iedereen die heeft het druk.
Maar herinnering aan vroeger,
die is blijvend, gaat nooit stuk.

© Hans Cieremans

 

 

 

De laatste etappe

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
tot je de eindstreep behaalt.
De laatste loodjes, nog even door trappen,
dan wordt je eindtijd bepaald.
De koers gaat altijd met vallen en opstaan,
vaak is hij  lang, soms ook kort.
Dagen van lossen of fier aan de kop gaan.
Het leven is net als de sport.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
gaat hij omlaag of omhoog?
Je wilt altijd door, je wilt niet afstappen,
dat denk je vanaf de proloog.
Maar soms is het zwaar en moet je afhaken,
dan houdt je koers eerder op.
Dan heb je geen keus, je moet de strijd staken
en kom je nooit aan bij de top.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
supporters moedigen aan.
Staan langs de kant van de weg hard te klappen,
je hebt het geweldig gedaan.
Of haal je de eindstreep in de bezemwagen,
behaal je de finish alleen?
Was je een winnaar of ben je verslagen?
Het antwoord komt onder een steen.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
daarna komt er eindelijk rust.
Dan hoef je niet meer naar je adem te happen,
geen ronde miss, die je nog kust.
Wat komt na de finish? Die vraag ligt dan open.
Misschien dat er ooit iemand  schrijft:
‘Hij was een held, het is afgelopen,
maar de herinnering blijft’.

© Hans Cieremans

 

1 februari 1953

Zaterdagavond,
noordwesterstorm,
beukende golven,
de angst was enorm.
Kreunende dijken,
die zomaar bezwijken.
Door kracht van het water
zonder pardon.
Men vocht en men bad,
het water dat won.
Zeeland verdween,
het land werd verzwolgen.
Een ramp zonder weerga
met grote gevolgen.

De storm trok aan
tot een orkaankracht.
Verraste de mensen
laat in die rampnacht.
Achter de dijken
dreven de lijken.
Wie overleefde
was hulpeloos bang.
Pas uren later
kwam redding op gang.
Voor sommigen werd
er redding geschonken.
Maar die kwam te laat,
voor hen die verdronken.

De echte gevolgen
zag men pas later.
Dood en verderf
door ‘t kolkende water.
Een ramp, niet te winnen,
gebroken gezinnen.
‘Hoe kon het gebeuren?’
vroeg men zich af.
Water doet leven,
maar was hier een graf.
Bestaat voor de doden
een hemelse woning?
Het antwoord zinkt mee
met de overstroming.

© Hans Cieremans

R.I.P. Puck (29-4-’08 / 8-1-’18)

Speels, aanhankelijk,
vrolijk, sprankelend,
onvoorwaardelijk was je trouw.
Opgewekt van aard,
met je kwispelstaart,
kameraadje ik hield van jou.
Maar ik moest je laten gaan,
machteloos heb ik gegriend.
Er was echt geen houden aan
en je hebt je rust verdiend.

Met je natte neus,
gaf je mij geen keus,
maar ik voelde me wel bezwaard.
Je had domme pech,
maar een lijdensweg
werd uit liefde voor jou bespaard.
Niet meer samen rennen
door het bos of langs het strand.
Pijnlijk moet ik wennen
aan jouw lege hondenmand.

Nooit meer knuffelen,
nooit meer snuffelen,
nooit meer spelen met je bal.
Tot het eind actief
en ontzettend lief,
wat ik nooit meer vergeten zal.
Vaarwel drukteschoppertje,
lieve, kleine eigenwijs.
Jij was echt mijn toppertje
‘I love you’, een goede reis.

© Hans Cieremans