Maakbaarheid

Wereldwijd berichten delen,
skypen, twitteren en mailen,
online shoppen, online spelen,
powerpoint met mooie sheets.
Surfen, gamen en bankieren
of een partner gaan versieren,
de techniek kan hoogtij vieren,
de vooruitgang staat voor niets.

Maakbaar maken van het leven,
dat past in ons welvaartsstreven.
Heel de mensheid wordt gedreven,
tot waar sky de limit is.
Ruimte vol met satellieten,
breken van de tijdslimieten,
toch is maakbaarheid een mythe,
al sinds mensenheugenis.

Want de mensheid is beperkt
en die mening wordt versterkt,
als je de tekorten merkt
in het dagelijks journaal.
Honger, oorlog, ongelukken,
rampen waar we onder bukken,
toekomstdromen gaan aan stukken,
dat zien wij toch allemaal.

Men kan technisch innoveren
en ook optimaliseren.
Maar we moeten accepteren,
maakbaarheid dat heeft een grens.
Ondanks knappe professoren,
gaat het leven eens verloren
en dat weet je van tevoren,
’t is het lot van ieder mens.

© Hans Cieremans

De waterstoker

Vroeger liep hij op sandaaltjes,
in zijn veel te korte broek,
met een stuiver in zijn handje,
naar een winkel op de hoek.
Daar mocht hij wat uit gaan zoeken,
polkabrokken of zoet hout
of zwart-wit om op te likken,
grote droppen dubbelzout.

‘t Winkeltje, de waterstoker
werd gerund door een meneer
in een lange witte stofjas.
‘t Winkeltje bestaat niet meer.
Daar zit nu al lang een snackbar,
waar de jeugd zich samen klit.
Maar nog steeds als hij er langs loopt
denkt hij t’ rug aan zijn zwart-wit.

Eens was hij een kleine jongen
droprestanten om zijn mond,
blij met een Bazooka plaatje,
dat hij bij de kauwgom vond.
Ach, zo was dat na de oorlog,
die was nog maar net voorbij.
Wie weet nu nog van het snoepgoed
uit de waterstokerij?

En als hij zo zit te mijm’ ren,
komt zijn kleinzoon op bezoek.
Op zijn stoere jongensschoenen
in een hippe lange broek.
‘Opa, lust je een patatje?
en zo ja, zeg dan maar hoe,
wil je een patatje oorlog?
Ik ga naar de snackbar toe’.

© Hans Cieremans

Zwarte Pieten koorts

Zwarte Piet is ernstig ziek,
hij is totaal van streek.
Waarschijnlijk is hij terminaal,
hij ziet ontzettend bleek.
Hij lijdt aan ‘Zwarte Pieten koorts’,
da’s heel besmettelijk.
Hoe hij is geïnfecteerd?
Sint denkt opzettelijk

Zwarte Piet snoept haast niet meer,
heeft heel veel marse pijn.
Hij heeft geen overlevingskans,
althans die kans is klein.
Het virus dat hardnekkig is,
woekert stevig door.
En er zijn op dit moment
geen medicijnen voor.

Dat Zwarte Piet het loodje legt,
dat lijkt haast buiten kijf.
Nieuwe Pieten rukken op
in het Sint-bedrijf.
Een nieuwe generatie Piet,
we wennen er wel aan.
Laat Zwarte Piet, hoe droevig ook,
dan maar in vrede gaan.

‘Zwarte Pieten koorts’ is wreed,
dat overleef je nooit.
Er komt een steen waarop dan staat:
‘Piet is hier uitgestrooid’.

© Hans Cieremans

 

Het land van ‘Ikke-ikke’

In het land van ‘ikke-ikke’
kunnen anderen fijn stikken,
want ikke hoeft niks te pikken,
alleen ikke heeft gelijk.
En het kan ikke niks schelen,
als ze anderen bestelen.
Het verhaal van eerlijk delen,
is in ikke-land ‘gezeik’.

Ikke-ikke is het beste,
ikke laat dat niet verpesten,
door die sociale nesten,
waardoor ikke word bedreigd.
Ikke zal ze laten stoppen,
laat ze eigen boontjes doppen,
‘t Landsbelang gaat naar de knoppen,
als een ander ook iets krijgt.

Ikke-ikke zal nooit wijken,
voor de anderen die zeiken.
Ikke wil zichzelf verrijken,
ook al moet dat onbeheerst.
Ikke-ikke moet het winnen,
ikke-ikke loopt dan binnen
en dat moet vandaag beginnen.
‘Ikke-ikke is het eerst’.

© Hans Cieremans

 

Oss

Een bloemenzee
vlak langs de treinbaan.
Knuffels en kaarsen,
mensen die stil staan.
Geschokte getuigen,
toekomst in duigen.
Beklemmende stilte,
geluid van de straat.
Een angstige droom,
die werk’ lijk bestaat.
Onrealistisch,
niet te bevatten
plannen voor later,
die uit elkaar spatten.

Een bloemenzee
vlak langs de treinbaan.
Linten, gedichten,
mensen die doorgaan.
Droevig, bewogen,
tranende ogen.
Blikken vol afschuw,
zonder een woord.
Alleen vier namen,
die je daar hoort.
De zon gaat onder,
dan is de nacht er.
De stille straat
laat een bloemenzee achter.

Een bloemenzee
vlak langs de treinbaan.
Een nieuwe dag,
de zon zal weer opgaan.
Mensen die kijken,
dagen verstrijken.
Bloemen verwelken,
ze blijven niet lang.
De trein van het leven
komt weer op gang.
Hij rijdt over sporen,
met wissels en seinen
soms laat hij een spoor na,
dat nooit zal verdwijnen.

© Hans Cieremans

Een bos Vergeet-me-nietjes’

In een bos vergeet-me-nietjes
zit een schat aan potpourrietjes
van wel honderdduizend liedjes,
over liefde en geluk.
Die we samen kunnen zingen
over alledaagse dingen,
over rozen en seringen,
bloemen die ik voor jou pluk.

In een bos vergeet-me-nietjes
zitten af en toe verdrietjes
en intieme causerietjes
over bloemen en de bij.
Over plannen en ideetjes
en romantische dinertjes,
over veel en over beetjes,
over samen ik en jij.

In een bos vergeet-me-nietjes
zitten soms ook melodietjes
over kleine akkevietjes,
over ruzietjes en spijt.
Nu de bloemetjes gaan hangen
en door nieuwe zijn vervangen
ken ik weemoed en verlangen
naar die goeie ouwe tijd.

© Hans Cieremans

 

 

Onweersbuien in augustus

Onweersbuien in augustus
na een mooie zomerdag.
Het is plotseling zwaar noodweer
aan de Wassenaarse Slag.
Felle bliksemschichten flitsen
vanaf zee tot aan de kruin,
waar de wind het zand hoog opwaait
van het Wassenaarse duin.

Onweersbuien in augustus|
na een mooie zomerdag.
Windhozen en harde regen,
een totale weersomslag.
Zonaanbidders zie je rennen,
ergens naar de duinenlijn,
waar ze wachten in een strandtent
tot de buien over zijn.

Onweersbuien in augustus
na een mooie zomerdag.
De natuur vertoont haar grillen,
zomaar als bij donderslag.
Mensen schuilen voor de bliksem,
want de hemel staat in brand.
Tot de zon opnieuw gaat schijnen
op het Wassenaarse strand.

Onweersbuien in je leven
na een mooie zomerdag.
Levensloop vertoont haar grillen,
zomaar als bij donderslag.
Je moet schuilen voor de bliksem,
want je leven staat in brand.
Tot de zon opnieuw gaat schijnen
op jouw stil en eenzaam strand.

© Hans Cieremans

Hun allerlaatste vlucht

Stille tochten zijn gelopen
er zijn bloemen neergelegd.
Rouwregisters stonden open,
mooie woorden zijn gezegd.
Vrije loop hadden de tranen,
heel veel kaarsen zijn gebrand
en we lazen al hun namen
afgedrukt in elke krant.

Op het netvlies staan de beelden
van de kisten, van de stoet,
van de stiltes die we deelden,
bij een allerlaatste groet.
En er klonken warme woorden
van bemoediging en troost,
indrukwekkende akkoorden
door  muziek van de Last Post.

Dit verzacht wel iets de woede
en onmetelijk verdriet.
Maar kan ‘t onrecht niet vergoeden,
heelt de diepe wonden niet.
Slachtoffers en onze vragen
blijven zweven door de lucht
als op vleugelen gedragen
op hun allerlaatste vlucht.

© Hans Cieremans

In de luwte van haar leven

In de luwte van haar leven,
geniet zij van alle rust.
En zij is zich van dat voorrecht
ook terdege goed bewust.
Zij kijkt terug op mooie jaren,
al kent zij ook tegenslag.
Maar ze is gewoon tevreden
en zo leeft ze met de dag.

In de luwte van haar leven
heeft ze rimpels, is ze grijs.
Maar dat maakt haar juist zo teder,
zo beminnelijk, zo wijs.
Zij doet alles nog zelfstandig,
dat gaat goed, zo lang het kan.
En ze denkt nog met veel liefde
aan haar overleden man.

In de luwte van haar leven
slaat de klok haast twaalf uur.
Maar ze kan nog zo genieten,
al is het van korte duur.
Soms kijkt zij naar de pendule,
waaromheen de foto’s staan,
van de dierbare geliefden
die haar al zijn voorgegaan.

In de luwte van haar leven
is er niet veel wat nog moet.
Als de tijd straks voor haar stil staat,
weet ze zeker: ‘Het is goed’.
In de luwte van haar leven,
rond ze af, straks is het klaar.
En wat ik dan nog kan zeggen:
‘God, wat hield ik veel van haar’.

© Hans Cieremans

De mantel

’t Lichaam is je levensmantel,
die je draagt en die je past.
Waar je zuinig op moet wezen,
ook al is hij niet kreukvast.
Want eens gaat je mantel slijten,
blijft niet meer je favoriet.
Al herstel je nog wat plekken,
lekker zitten doet hij niet.

Ook de kleur zal gaan verschralen,
zit je jas te krap of wijd.
Toont hij sporen van slijtage,
ingesleten door de tijd.
Soms dan vallen er zelfs gaten,
is hij hier en daar gescheurd.
Niets valt meer te repareren,
is het met je jas gebeurd.

En dan wordt je levensmantel,
of begraven of verbrand.
Maar die jas die jou beschermde
zat slechts aan de buitenkant.
Zo gaat het met alle mantels,
ze verdwijnen vroeg of laat.
Maar in die mantel zat iets anders,
iets dat nooit verloren gaat.

© Hans Cieremans