Oss

Een bloemenzee
vlak langs de treinbaan.
Knuffels en kaarsen,
mensen die stil staan.
Geschokte getuigen,
toekomst in duigen.
Beklemmende stilte,
geluid van de straat.
Een angstige droom,
die werk’ lijk bestaat.
Onrealistisch,
niet te bevatten
plannen voor later,
die uit elkaar spatten.

Een bloemenzee
vlak langs de treinbaan.
Linten, gedichten,
mensen die doorgaan.
Droevig, bewogen,
tranende ogen.
Blikken vol afschuw,
zonder een woord.
Alleen vier namen,
die je daar hoort.
De zon gaat onder,
dan is de nacht er.
De stille straat
laat een bloemenzee achter.

Een bloemenzee
vlak langs de treinbaan.
Een nieuwe dag,
de zon zal weer opgaan.
Mensen die kijken,
dagen verstrijken.
Bloemen verwelken,
ze blijven niet lang.
De trein van het leven
komt weer op gang.
Hij rijdt over sporen,
met wissels en seinen
soms laat hij een spoor na,
dat nooit zal verdwijnen.

© Hans Cieremans

Een bos Vergeet-me-nietjes’

In een bos vergeet-me-nietjes
zit een schat aan potpourrietjes
van wel honderdduizend liedjes,
over liefde en geluk.
Die we samen kunnen zingen
over alledaagse dingen,
over rozen en seringen,
bloemen die ik voor jou pluk.

In een bos vergeet-me-nietjes
zitten af en toe verdrietjes
en intieme causerietjes
over bloemen en de bij.
Over plannen en ideetjes
en romantische dinertjes,
over veel en over beetjes,
over samen ik en jij.

In een bos vergeet-me-nietjes
zitten soms ook melodietjes
over kleine akkevietjes,
over ruzietjes en spijt.
Nu de bloemetjes gaan hangen
en door nieuwe zijn vervangen
ken ik weemoed en verlangen
naar die goeie ouwe tijd.

© Hans Cieremans

 

 

Onweersbuien in augustus

Onweersbuien in augustus
na een mooie zomerdag.
Het is plotseling zwaar noodweer
aan de Wassenaarse Slag.
Felle bliksemschichten flitsen
vanaf zee tot aan de kruin,
waar de wind het zand hoog opwaait
van het Wassenaarse duin.

Onweersbuien in augustus|
na een mooie zomerdag.
Windhozen en harde regen,
een totale weersomslag.
Zonaanbidders zie je rennen,
ergens naar de duinenlijn,
waar ze wachten in een strandtent
tot de buien over zijn.

Onweersbuien in augustus
na een mooie zomerdag.
De natuur vertoont haar grillen,
zomaar als bij donderslag.
Mensen schuilen voor de bliksem,
want de hemel staat in brand.
Tot de zon opnieuw gaat schijnen
op het Wassenaarse strand.

Onweersbuien in je leven
na een mooie zomerdag.
Levensloop vertoont haar grillen,
zomaar als bij donderslag.
Je moet schuilen voor de bliksem,
want je leven staat in brand.
Tot de zon opnieuw gaat schijnen
op jouw stil en eenzaam strand.

© Hans Cieremans

Hun allerlaatste vlucht

Stille tochten zijn gelopen
er zijn bloemen neergelegd.
Rouwregisters stonden open,
mooie woorden zijn gezegd.
Vrije loop hadden de tranen,
heel veel kaarsen zijn gebrand
en we lazen al hun namen
afgedrukt in elke krant.

Op het netvlies staan de beelden
van de kisten, van de stoet,
van de stiltes die we deelden,
bij een allerlaatste groet.
En er klonken warme woorden
van bemoediging en troost,
indrukwekkende akkoorden
door  muziek van de Last Post.

Dit verzacht wel iets de woede
en onmetelijk verdriet.
Maar kan ‘t onrecht niet vergoeden,
heelt de diepe wonden niet.
Slachtoffers en onze vragen
blijven zweven door de lucht
als op vleugelen gedragen
op hun allerlaatste vlucht.

© Hans Cieremans

In de luwte van haar leven

In de luwte van haar leven,
geniet zij van alle rust.
En zij is zich van dat voorrecht
ook terdege goed bewust.
Zij kijkt terug op mooie jaren,
al kent zij ook tegenslag.
Maar ze is gewoon tevreden
en zo leeft ze met de dag.

In de luwte van haar leven
heeft ze rimpels, is ze grijs.
Maar dat maakt haar juist zo teder,
zo beminnelijk, zo wijs.
Zij doet alles nog zelfstandig,
dat gaat goed, zo lang het kan.
En ze denkt nog met veel liefde
aan haar overleden man.

In de luwte van haar leven
slaat de klok haast twaalf uur.
Maar ze kan nog zo genieten,
al is het van korte duur.
Soms kijkt zij naar de pendule,
waaromheen de foto’s staan,
van de dierbare geliefden
die haar al zijn voorgegaan.

In de luwte van haar leven
is er niet veel wat nog moet.
Als de tijd straks voor haar stil staat,
weet ze zeker: ‘Het is goed’.
In de luwte van haar leven,
rond ze af, straks is het klaar.
En wat ik dan nog kan zeggen:
‘God, wat hield ik veel van haar’.

© Hans Cieremans

De mantel

’t Lichaam is je levensmantel,
die je draagt en die je past.
Waar je zuinig op moet wezen,
ook al is hij niet kreukvast.
Want eens gaat je mantel slijten,
blijft niet meer je favoriet.
Al herstel je nog wat plekken,
lekker zitten doet hij niet.

Ook de kleur zal gaan verschralen,
zit je jas te krap of wijd.
Toont hij sporen van slijtage,
ingesleten door de tijd.
Soms dan vallen er zelfs gaten,
is hij hier en daar gescheurd.
Niets valt meer te repareren,
is het met je jas gebeurd.

En dan wordt je levensmantel,
of begraven of verbrand.
Maar die jas die jou beschermde
zat slechts aan de buitenkant.
Zo gaat het met alle mantels,
ze verdwijnen vroeg of laat.
Maar in die mantel zat iets anders,
iets dat nooit verloren gaat.

© Hans Cieremans

 

 

The circle of life

In ‘t toneelstuk ‘de passanten’
zijn de rollen uitgedeeld.
Hoofdrolspelers, figuranten,
iedereen doet mee en speelt.
Maar eens luiden slotakkoorden
valt het doek en dooft het licht.
Spreekt men mooie afscheidswoorden,
de theaterdeur gaat dicht.

Na ’t toneelstuk ‘de passanten’
wordt het leeg in de foyer.
Mengen vrienden en verwanten,
zich weer in de mensenzee.
Als de bühne dan weer vol is,
het toneelstuk verder gaat,
dan weet ieder wat zijn rol is,
ook al stopt die vroeg of laat.

Het toneelstuk ‘de passanten’
kent geen script, geen regisseur.
Steeds voor nieuwe aspiranten
opent de theaterdeur.
Daar leren de jonkies spelen,
ergens achter een coulis.
Waar ze rollen gaan verdelen,
al sinds mensenheugenis.

Het toneelstuk ‘de passanten’
daar doet iedereen aan mee.
Hoofdrolspelers, figuranten,
maar eens is het echt passé.
Toch, het stuk zal nooit verdwijnen,
want na iedere passant,
gaan de lichten steeds weer schijnen
voor een nieuwe debutant.

© Hans Cieremans

 

 

Als je vrede wilt bereiken

Als je vrede wilt bereiken,
moet je praten met elkaar.
Niet met zout in wonden strooien,
dat is een verkeerd gebaar.
Dan wordt haat juist aangewakkerd,
‘t doet de vredeswens geen goed.
Vallen doden en gewonden,
wordt applaus besmeurt met bloed.

Als je vrede wilt bereiken,
is het machtsvertoon verkeerd.
Want daaruit komt nooit een winnaar
en de toestand escaleert.
En de trots van overwinning,
legt de onmacht schrijnend bloot.
’t Is één grote schijnvertoning,
overschaduwt door de dood.

Als je vrede wilt bereiken,
moet je soms de minste zijn.
Moet je elkaar accepteren
en bestaat geen scheidingslijn.
Het journaal toont ons weer beelden
en die maken mensen moe.
Mensen juichen, mensen sterven
en ’t leidt niet naar vrede toe.

© Hans Cieremans

Stilte (4 mei)

In de stilte wordt geluisterd,
waar geschreeuw niet wordt gehoord.
Want de stilte is veel sterker,
dan de herrie die verstoort.
Stilte brengt de mensen samen,
bij het zwijgend witte graf.
Waar de vrijheid, zwaar bevochten
ons een nieuwe toekomst gaf.

Waar eens wapens herrie maakten,
met hun dodelijk geweld,
heerst alom de kracht van stilte
op een vredig ereveld.
Waar de graven duid’ lijk spreken,
in een taal die men verstaat.
En die herrie van de schreeuwers,
met een overmacht verslaat.

In de stilte wordt geluisterd,
waar geschreeuw niet wordt gehoord.
Want de stilte is veel sterker,
dan de herrie die verstoort.
Zelfs twee luttele minuten
overstijgen het geschreeuw,
door de stilte van de helden,
nu al bijna driekwart eeuw.

© Hans Cieremans

De straat

Ik loop door de straat,
waar ik eens werd geboren
en waar ik als kind heb gespeeld.
Veel van wat was,
dat is nu verloren,
de straat heeft een eigentijds beeld.
De stoep is versmald,
parkeerkommen kwamen,
auto’s staan nu voor de deur.
En op die deuren
zie ik vreemde namen,
het stelt me een beetje teleur.

Want hier in de straat,
staat het huis waar ik woonde,
dat huis is gemoderniseerd.
Het huis waar mijn ouders
me wasten, verschoonden
en waar ik mijn jeugd heb verkeerd.
Het huis met lavet,
een kachel op kolen,
een wastobbe, een gasfornuis.
Dat huis met een tuin,
een grindpad, violen,
zo was ooit mijn ouderlijk huis.

Ik loop door de straat,
waar ik eens werd geboren
en waar ik als kind heb gespeeld.
Veel van wat was,
dat is nu verloren,
de straat heeft een eigentijds beeld.
Daar leefden mijn ouders,
gelukkig, tevreden.
Daar zorgden zij altijd voor mij.
En soms verlang ik
naar dat mooie verleden.
Ach ja, die tijd is voorbij.

© Hans Cieremans