samenloop voor hoop, zaterdag 7 september 2019

Pak mijn hand als wij gaan lopen,
houd mij vast, laat mij niet los.
Ik loop op ‘het pad van hopen’,
door een ondoordringbaar bos.
Overal zijn er obstakels
en daar moet ik steeds doorheen.
Niets doen dat is echt geen optie,
maar ik loop niet graag alleen.

Loop met mij het ‘pad van hopen’,
zonder hoop vaart niemand wel.
’t Kleinste sprankje geeft vertrouwen
in genezing, op herstel.
Help mij alle sprankjes pakken,
ik kan niet verder zonder hoop.
Dan zal ik mijn hoop behouden,
als ik met jou samen loop.

Samen op het ‘pad van hopen’
in een overlevingsstrijd,
met geloof dat hoop doet leven,
‘weg met kanker’ voor altijd.
Eens wordt dan het ‘pad van hopen’
tot ‘pad van leven’ omgedoopt.
Waar obstakels zijn verdwenen
waar jij met mij samenloopt.

© Hans Cieremans

 

Stilte (4 mei)

Hoe veelzeggend is de stilte
op het vredig ereveld,
waar de wapens niet meer spreken
na een oorlog vol geweld.
Stilte ontroert daar de mensen
bij het wit soldatengraf,
waar de vrijheid, zwaar bevochten,
ons een nieuwe toekomst gaf.

Hoor de taal van stilte spreken,
die je zonder woord verstaat.
Zwijgend bij sereen herdenken
als de winnaar op het kwaad.
In die stilte wordt geluisterd,
met bezinning,  met ontzag.
Stilte die ons daar laat horen
dat de oorlog nooit meer mag.

Stilte is de roep naar vrede,
is de schreeuw naar ‘stop geweld’.
Is verwijzing naar de wanhoop,
door herinnering vertelt.
Stilte vraagt ons ‘wees verdraagzaam’.
Hoor toch wat de stilte zegt:
‘Gebruik mij als sterk wapen,
waarmee jij voor vrijheid vecht’.

© Hans Cieremans

troostvlinder

Lief, klein kleurrijk vlindertje,
ontpopt uit je cocon,
wat fladder je hier vrolijk rond
in de zomerzon.
Soms zit je maar heel even stil,
op een ligusterheg.
Daar spreid je wijd je vleugels uit,
daarna vlieg je snel weg.

Lief, klein kleurrijk vlindertje,
dansend in de wind.
Je zijdezachte vleugeltjes
zijn zo fraai getint.
Ondanks je korte leventje,
maak je mensen blij.
Want als een mens verdrietig is,
dan fladder je voorbij.

Lief, klein kleurrijk vlindertje,
straks vlieg je naar het licht.
Ik kijk je na zolang ik kan,
dan raak je uit het zicht.
Jij bracht me in verwondering,
nadat je bent ontpopt.
Symbool van liefde en van troost,
van leven dat nooit stopt.

© Hans Cieremans

 

De ouderdom komt met gebreken

Je toekomst wordt korter,
je wereld wordt kleiner.
Want je wordt ouder
en pijntjes die zijn er.
Je bent geen klager,
maar het gaat trager.
Je kunt niet meer alles,
geef dat maar toe.
Je moet meer gaan rusten,
je bent sneller moe.
Je kracht die vermindert,
je krijgt in de gaten:
‘De leeftijd verplicht je
om los te gaan laten.’

Je moet daardoor vaker
je grenzen verleggen.
Je moet noodgedwongen
leuke dingen ontzeggen.
Je kunt niet ontkennen,
je moet er aan wennen.
Het hoort bij het leven,
dat valt soms niet mee.
De kwaaltjes die komen
van lieverlee.
Zo lever je in
bij ’t klimmen der jaren.
De tol van het oud zijn
is niet te besparen.

Je kijkt achterom
en minder naar voren.
Je denkt aan geliefden,
die jij hebt verloren.
Je kent hun verhalen,
hun ouderdomskwalen.
Als jij zoiets krijgt,
dan hoop je vooral,
dat je verstand
goed blijven zal.
Zo pieker je voort,
maar stop toch met klagen.
Blijf positief
en pluk al je dagen’.

© Hans Cieremans

Regenboogvlag

Regenboogvlag,
met al je kleuren,
jij bent een symbool,
jij opent deuren
voor minderheden,
die strijden en streden.
Voor acceptatie
van ieder zijn aard.
Voor meer erkenning,
zij zijn het waard.
Jij bent het vaandel,
voor mensen die vechten,
voor vrijheid in liefde
en gelijke rechten.

Regenboogvlag
met al je kleuren,
Vertel je verhaal,
desnoods uitentreuren.
Zijn er tegenstanders,
denken zij anders?
Wapper trots door,
door wind en weer.
Geen mens ter wereld,
haalt jou ooit neer.
Jouw boodschap is:
Wij zijn gelijkwaardig.
En wie niet luistert
is dom, onrechtvaardig.

Regenboogvlag
met al je kleuren.
De strijd verliezen
zal nooit gebeuren
Al is het lastig,
jij staat standvastig
op het stadhuis,
de kroeg of de kerk.
Waar je ook staat,
je staat altijd sterk.
Want jij staat voor liefde,
voor emancipatie,
voor diversiteit
en voor integratie.

© Hans Cieremans

 

 

Hier in ons land (n.a.v. de Nashville verklaring)

Hier in ons land
kunnen homo’s gaan trouwen
en daarmee is echt niks mis.
Samen uit liefde
een nestje gaan bouwen,
omdat die liefde er is.
En als je wil, een kind adopteren,
ondanks het zinloos protest.
Dat zegt ook een Christen,
die durft te beweren:
‘God vindt het allemaal best’.

Hier in ons land
zijn wij gelijkwaardig,
een veilig en sterk fundament
Alle bezwaar
maakt velen strijdvaardig,
want je mag zijn wie je bent.
Trouw in de kerk,
als jij dat zou willen,
als het voor jou waarde heeft.
En wees juist dankbaar
voor alle verschillen,
die God aan ons mensen geeft.

Hier in ons land
mag je protesteren,
dat is in de Grondwet een recht.
Maar ‘t is verboden,
te discrimineren
en dat is niet meer dan terecht.
Homo of lesbisch,
transgender of het’ro,
voor God bestaat geen verschil.
Want God is liefde,
dus is het goed zo,
het komt overeen met Zijn wil.

© Hans Cieremans

Maakbaarheid

Wereldwijd berichten delen,
skypen, twitteren en mailen,
online shoppen, online spelen,
powerpoint met mooie sheets.
Surfen, gamen en bankieren
of een partner gaan versieren,
de techniek kan hoogtij vieren,
de vooruitgang staat voor niets.

Maakbaar maken van het leven,
dat past in ons welvaartsstreven.
Heel de mensheid wordt gedreven,
tot waar sky de limit is.
Ruimte vol met satellieten,
breken van de tijdslimieten,
toch is maakbaarheid een mythe,
al sinds mensenheugenis.

Want de mensheid is beperkt
en die mening wordt versterkt,
als je de tekorten merkt
in het dagelijks journaal.
Honger, oorlog, ongelukken,
rampen waar we onder bukken,
toekomstdromen gaan aan stukken,
dat zien wij toch allemaal.

Men kan technisch innoveren
en ook optimaliseren.
Maar we moeten accepteren,
maakbaarheid dat heeft een grens.
Ondanks knappe professoren,
gaat het leven eens verloren
en dat weet je van tevoren,
’t is het lot van ieder mens.

© Hans Cieremans

De waterstoker

Vroeger liep hij op sandaaltjes,
in zijn veel te korte broek,
met een stuiver in zijn handje,
naar een winkel op de hoek.
Daar mocht hij wat uit gaan zoeken,
polkabrokken of zoet hout
of zwart-wit om op te likken,
grote droppen dubbelzout.

‘t Winkeltje, de waterstoker
werd gerund door een meneer
in een lange witte stofjas.
‘t Winkeltje bestaat niet meer.
Daar zit nu al lang een snackbar,
waar de jeugd zich samen klit.
Maar nog steeds als hij er langs loopt
denkt hij t’ rug aan zijn zwart-wit.

Eens was hij een kleine jongen
droprestanten om zijn mond,
blij met een Bazooka plaatje,
dat hij bij de kauwgom vond.
Ach, zo was dat na de oorlog,
die was nog maar net voorbij.
Wie weet nu nog van het snoepgoed
uit de waterstokerij?

En als hij zo zit te mijm’ ren,
komt zijn kleinzoon op bezoek.
Op zijn stoere jongensschoenen
in een hippe lange broek.
‘Opa, lust je een patatje?
en zo ja, zeg dan maar hoe,
wil je een patatje oorlog?
Ik ga naar de snackbar toe’.

© Hans Cieremans

Zwarte Pieten koorts

Zwarte Piet is ernstig ziek,
hij is totaal van streek.
Waarschijnlijk is hij terminaal,
hij ziet ontzettend bleek.
Hij lijdt aan ‘Zwarte Pieten koorts’,
da’s heel besmettelijk.
Hoe hij is geïnfecteerd?
Sint denkt opzettelijk

Zwarte Piet snoept haast niet meer,
heeft heel veel marse pijn.
Hij heeft geen overlevingskans,
althans die kans is klein.
Het virus dat hardnekkig is,
woekert stevig door.
En er zijn op dit moment
geen medicijnen voor.

Dat Zwarte Piet het loodje legt,
dat lijkt haast buiten kijf.
Nieuwe Pieten rukken op
in het Sint-bedrijf.
Een nieuwe generatie Piet,
we wennen er wel aan.
Laat Zwarte Piet, hoe droevig ook,
dan maar in vrede gaan.

‘Zwarte Pieten koorts’ is wreed,
dat overleef je nooit.
Er komt een steen waarop dan staat:
‘Piet is hier uitgestrooid’.

© Hans Cieremans

 

Het land van ‘Ikke-ikke’

In het land van ‘ikke-ikke’
kunnen anderen fijn stikken,
want ikke hoeft niks te pikken,
alleen ikke heeft gelijk.
En het kan ikke niks schelen,
als ze anderen bestelen.
Het verhaal van eerlijk delen,
is in ikke-land ‘gezeik’.

Ikke-ikke is het beste,
ikke laat dat niet verpesten,
door die sociale nesten,
waardoor ikke word bedreigd.
Ikke zal ze laten stoppen,
laat ze eigen boontjes doppen,
‘t Landsbelang gaat naar de knoppen,
als een ander ook iets krijgt.

Ikke-ikke zal nooit wijken,
voor de anderen die zeiken.
Ikke wil zichzelf verrijken,
ook al moet dat onbeheerst.
Ikke-ikke moet het winnen,
ikke-ikke loopt dan binnen
en dat moet vandaag beginnen.
‘Ikke-ikke is het eerst’.

© Hans Cieremans