ijsje eten

Met een hoed op in haar rolstoel,
op het zonnige gazon
smult ze lekker van een ijsje
in de warme zomerzon.
Zomaar een geluksmomentje,
die ik niet zo vaak meer zie,
waar wij samen van genieten,
ondanks pijn en dementie.

Langzaam gaat het ijsje smelten
door de warmte van de zon.
waardoor zij begint te knoeien
er valt ijs op haar japon.
En haar kleverige vingers,
likt ze een voor een nog af.
Dan krijg ik als dank een plakzoen,
omdat ik dat ijsje gaf.

Ik herinner me van vroeger
dat ze mij een ijsje gaf.
En als ik begon te knoeien
veegde zij mijn handen af.
Nu de rollen omgedraaid zijn,
voel ik weemoed en verdriet.
Maar ik voel toch ook nog blijdschap,
als ik zie dat ze geniet.

Zomaar een geluksmomentje
op een mooie zomerdag.
Die momenten moet je plukken,
zolang dat nog kan en mag.
Want ondanks veel donk ‘re wolken
schijnt daarachter altijd zon,
die soms zomaar door kan breken
zoals in een ijssalon.

© Hans Cieremans

De babypop

Een levensechte babypop
zat bij haar op schoot.
Ze zong er kinderliedjes voor,
waarvan ze zelf genoot.
Ze knuffelde haar babypop,
gaf zoentjes bij de vleet.
Zoals ze bij haar kinderen,
vroeger altijd deed.

De babypop verzorgde zij
met veel tederheid.
Zij herbeleefde door die pop,
haar eigen mooiste tijd.
De tijd dat zij haar kind’ ren kreeg,
en heel gelukkig was.
Nog heel jong, vol energie,
maar ook zo groen als gras.

Ze lachte naar haar babypop,
en brabbelde dan wat,
En af en toe als zuster hielp,
dan ging de pop in bad.
En als de pop was afgedroogd
dan ging hij mee naar bed.
‘Ik ga slapen, ik ben moe‘
zong zij als slaapgebed.

De levensechte babypop
lag zo naast de vrouw.
Die verstaanbaar fluisterde:
‘Ik houd zoveel van jou’.
Dan gaf ze pop een dikke zoen
en dutte lekker in.
Die levensechte babypop
gaf aan haar leven zin.

© Hans Cieremans

zorgmedewerkers

‘Werken bij kwetsbare oud’ ren’
zeggen mensen ‘dat is zwaar’.
En vooral als ze verward zijn
is die uitspraak zeker waar.
‘Veel voor weinig’ zeggen mensen
‘je krijgt echt te weinig loon’.
En ook dat is echt de waarheid,
maar jij werkt door, doodgewoon.

Want jij geeft om zieke mensen,
Het draait niet alleen om geld.
Jij bent zorgzaam en bescheiden
dat hoort immers bij een ‘held’.
Soms stijgt water tot de lippen,
dan kun je het haast niet aan.
Maar opgeven is geen optie,
jij blijft tot het gaatje gaan.

Dat doe jij voor zieke mensen
jij zet ze niet in de kou.
Zij hebben jou keihard nodig
en ze rekenen op jou.
Met je tomeloze inzet,
maak je mensen dankbaar, blij.
Geef je zorg, troost en aandacht,
sta je zieke mensen bij.

‘Werken bij kwetsbare oud’ ren’
zeggen mensen ‘dat is zwaar’.
En vooral als ze verward zijn
is die uitspraak zeker waar.
Maar als dankbaarheid je loon is
heb je echt de mooiste job.
Kwetsbaren die jou bedanken,
daar kan geld nooit tegenop.

© Hans Cieremans

zoveel pijn

Gezongen door Kim Jonk op de melodie van

‘You make me feel my love’ van Adèle

Ik zie je angst en je onzekerheid,
je gevecht in ongelijke strijd,
van het verlies en de vergetelheid.
Het doet me zoveel pijn.

Ik zie je leven in vertwijfeling,
je toekomst is alleen herinnering,
waarvan zoveel al reeds verloren ging.
Het doet me zoveel pijn.

Maar ik blijf bij je, ik blijf naast je staan
we slaan ons samen hier doorheen.
Deze weg zullen wij samen gaan,
al voelt het samenzijn alleen.

Ik zie ontkenning en je achterdocht,
als je tevergeefs naar woorden zocht
en je woedend tegen tranen vocht.
Het doet me zoveel pijn.

Maar ik blijf bij je, dat beloof ik jou
al hebben wij het beiden zwaar.
Ik zal bij jou zijn voor dag en dauw,
de liefde houdt ons bij elkaar.

Soms zie ik dat je naar me lacht,
gewoon spontaan en onverwacht.
‘t Leven heeft ons ook veel goeds gebracht
en dat verzacht de pijn.

© Hans Cieremans

als het te veel wordt

Ik kan jou niet meer verzorgen,
’t kost me te veel energie.
De problemen worden groter,
die ik niet meer overzie.
Bovendien word ik ook ouder,
ik kan ’t fysiek ook niet meer aan.
Ik heb niet voldoende kracht meer,
om steeds voor jou klaar te staan.

Ik heb het lang vol gehouden,
maar nu red ik het niet meer.
Dat ik dat moet onderkennen,
is heel moeilijk, dat doet zeer.
‘k Voel me machteloos en schuldig
en het maakt me bloednerveus.
Toch ga jij naar het verpleeghuis,
ik heb eigenlijk geen keus.

Nee, ik wil beslist niet klagen,
maar ‘t kan echt niet anders hoor.
Want als dit zo langer doorgaat,
ga ook ik er onderdoor.
Daar is niemand mee geholpen,
ook al zie jij dat niet in.
Jij ontkent alle problemen
een discussie heeft geen zin.

Dat maakt het ook extra moeilijk,
’t knaagt aan mij, begrijp je dat?
Nee, natuurlijk niet, dat weet ik,
we hebben ’t altijd goed gehad.
Daarom voelt het ook zo dubbel,
we staan niet meer op één lijn.
Maar geloof me, als jij daar bent
zal ik er ook voor jou zijn.

© Hans Cieremans

old men matter

Een klein geniepig virusje,
zweefde in Wuhan
waar een grote menigte
op de markt kwam.
De afstand tussen mensen
was daar behoorlijk klein.
Het virusje verspreidde zich
dat kon daar soeverein.

Terwijl de mensen shopten,
trok ’t virusje zijn  plan.
Hij deelde virusdeeltjes uit,
daar kwam een uitbraak van.
Hij maakte echt geen onderscheid
in ras, stand, aard, geloof.
Hij besmette iedereen,
die hem naar binnen snoof.

Hij kwam via carnaval
en ging van stad naar stad,
’t Liefst in drukke menigten
waar hij successen had.
Het virusje was geen racist,
dat bleek in de praktijk.
Voor zijn vermenigvuldiging,
was iedereen gelijk.

Behalve voor veel ouderen,
daar was wel onderscheid.
Daar bracht hij verderf en dood
en veel eenzaamheid.
De ouderen die treurden,
bezoek dat niet meer kwam.
Het spandoek  ‘Old men matter’,
zag niemand op de Dam.

Nu hebben we versoepeling,
bezoek wordt toegestaan.
Maar als ’t virusje weer komt,
moet het anders gaan.
Door zorg op maat te geven,
bedenk nu vast maar hoe.
Want kwetsbaren en ouderen,
die doen er ook echt toe.

© Hans Cieremans

de koffer

In het ‘Alzheimertreintje’
reed jij naar het eindstation.
Na een lange reis door ’t leven,
stopte ‘t bij de horizon.
Met daarachter de geheimen,
die te groot zijn voor ’t verstand.
Waar het ‘niets’ is of  ‘het hopen
op het onbekende land’.

Voor jij aankwam bij die halte
van het ‘levenseindstation’,
passeerde je het hele leven,
dat ooit ergens begon.
Aan ‘t begin kreeg je een koffer,
ongeschonden, nieuw en leeg,
die je met ervaring vulde,
die je in het leven kreeg.

Je reed met gevulde koffer,
naar het ‘t  ‘levenseindstation’,
daar liet jij je koffer achter,
bij meer koffers op ’t perron.
In jouw koffer zat bagage,
die je langzaamaan vergat.
Dat waren herinneringen,
waar je er zo veel had.

Maar die hebben wij gevonden,
bij jouw ‘levenseindstation’..
Daar zagen we jouw volle koffer,
die je niet meer dragen kon.
Hij was oud, hij was versleten,
en intussen zwaar bepakt.
Maar toen wij hem open maakten
bleek de inhoud nog intact.

En die inhoud is ons dierbaar,
die had jij voor ons gespaard.
Dat gaat nu in onze koffer
en wordt in ons hart bewaard.
Jij rust uit bij de geheimen,
die ’t verstand te boven gaan,
met misschien een nieuwe koffer
die daar voor jou klaar zal staan.

© Hans Cieremans

waardering

Dankbaarheid is ook waardering,
ons applaus klinkt nog steeds voort.
En dat stopt niet, ook al lijkt het,
dat je niet meer wordt gehoord.
Jij hebt dubbele gevoelens,
maar hoe je het ook keert of wendt,
Met jouw zorg heb jij bewezen,
dat je onbetaalbaar bent.

Nu de storm wat is gaan liggen,
voel jij je tekort gedaan.
Want je bent ondanks gevaren
tot het naadje doorgegaan.
Zonder klagen, zonder stoppen,
in een uitputtend gevecht.
En nu wil je compensatie,
dat verzoek is heel terecht.

Maar wat je ook moet beseffen:
‘Jij bent echt nog steeds een held,
het applaus blijft een waardering,
die je niet vervangt met geld.
’t Is veel meer dan meer salaris
menigeen heeft nu ontdekt:
Jij hebt de mooiste baan ter wereld,
en verdient vooral respect.

© Hans Cieremans

Vaderdag 2020

‘Wat geef ik met Vaderdag,
een geurtje, chocola,
nieuwe sokken, zakdoeken?
’t Is zo moeilijk voor mijn pa’.
’t Was ieder jaar hetzelfde,
’t was nooit origineel
Mijn cadeau op Vaderdag,
was heel traditioneel.

Maar ieder jaar was pa verrast
dan gaf hij mij een zoen.
‘Dank je kind, wat lief van jou,
dat hoef je niet te doen’.
Zo is hoe het vroeger ging
hoe anders is het nu,
Want Vaderdag[herinnering,
is nu een déjà-vu.

Ik kan niet naar mijn vader toe,
bezoek is nog beperkt.
En het is maar zeer de vraag
of hij daar iets van merkt.
Mijn zo gaat nu zijn Vaderdag,
mijn moeder gaat alleen.
Ze neemt zijn nieuwe sokken mee,
ik breng haar er wel heen.

Ik wacht buiten op mijn ma,
‘k ben enigszins van slag,
terwijl mijn moeder bij hem zit
denk ik aan Vaderdag.
‘Dank je kind, wat lief van jou,
dat hoef je niet te doen’.
Dan zwaait hij door het raam naar mij
en werpt naar mij een zoen.

© Hans Cieremans

toekomst bij dementie

Toekomst ligt in het verleden,
leven met herinnering.
Niet meer praten hoe het gaan zal,
maar vooral hoe alles ging.
Toekomst is geen plannen maken,
het is leven met de dag,
hopend op geluksmomenten
in een doorgaans hard gelag.

Toekomst is niet samen delen,
maar gescheiden van elkaar.
Ieder in een eigen wereld,
ik leef hier  en jij leeft daar.
Toekomst is vooral onzeker
duurt waarschijnlijk nog maar kort.
Het is niet naar voren kijken,
maar: ‘We zien wel wat het wordt’.

Toekomst is leren berusten,
het moment is leidmotief.
De ‘waaromvraag’ heeft geen zin meer,
er is weinig perspectief.
Toekomst is het ‘nu’ omhelzen,
grijp dat ‘nu’ met liefde aan,
en geniet van de momenten,
zolang ‘nu’ nog blijft bestaan.

© Hans Cieremans