het einde van de tunnel

Aan het einde van de tunnel,
gloort een heel klein sprankje licht.
Maar wat blijft is de ravage,
die dit jaar is aangericht.
Want de weg naar ’t kleine lichtje
loopt langs tranen van verdriet
Er is hoop en dat stemt dankbaar,
maar droogt alle tranen niet.

Aan het einde van de tunnel,
voelen we nog steeds de pijn.
Maar die pijn zal gaan verzachten,
als we samen kunnen zijn.
Want dan kunnen we pijn delen,
heel dicht tegen elkaar aan,
zonder afstand, zonder angsten,
nieuwe toekomst binnen gaan.

Naar het einde van de tunnel,
loopt ’t gekwetste levensspoor,
Langs de tranen naar het licht toe,
daar breekt onze glimlach door.
Daar beleven we de vrijheid,
hoopvol in het nieuwe jaar
Aan het einde van de tunnel
daar omhelzen we elkaar.

© Hans Cieremans

demonstrant, zeg luister even

Demonstrant, zeg luister even,
waarom doe je nou zo sneu.
Geen mens is blij met de loc down
iedereen is het echt beu.
Maar stop met je loze kreten
‘Wij zijn onze vrijheid kwijt,
regels zijn buiten proportie,
weg met onze overheid’.

Je kunt vrijheid pas verwerven,
als het virus niet meer leeft,
als we alle regels volgen,
die de overheid ons geeft.
Want het virus is geen griepje
het verspreidt zich vliegensvlug.
Pas als wij de regels volgen,
dan komt onze vrijheid terug.

Het zijn niet de virologen
geen minister-president,
geen Bill Gates en geen complotten,
of het slaafse parlement,
Nee, het is alleen het virus
en dat raken we weer kwijt
als jij ook regels in acht neemt
met veel solidariteit.

Het vaccin dat gaat ons helpen,
angst is daarvoor niet terecht.
Allemaal een simpel prikje,
maakt een eind aan dit gevecht.
Dan kan jij weer lekker feesten,
lopen de IC’s weer leeg.
Ach, je mag wel demonstreren,
maar ’t is beter als je zweeg.

Demonstrant, zeg luister even,
waarom doe je nou zo sneu.
Geen mens is blij met de loc down
iedereen is het echt beu.
Maar jouw vrijheidsstrijd kost levens,
‘t brengt je medemens in nood
Want een vrijheid is geen vrijheid
als die vrijheid mensen doodt.

© Hans Cieremans

Coronakerst

Het mooie Kerstlied:
‘Komt allen tesamen’
brengt me dit jaar van de wijs.
Drie koningen die
naar het Kindje toekwamen
blijven thuis in hun paleis.
De herders bij nachte,
die de ster zochten,
blijven gewoon in het veld.
De herberg blijft leeg,
want gasten die mochten
niet komen, dat was hun verteld.

De engel die zingt
van: ‘Vrede op aarde’,
en ‘het licht schijnt overal’,
ziet dat zijn boodschap
van eeuwigheidswaarde
minder luid klinkt bij de stal.
Maar desondanks
herdenkt men het wonder
van ‘t Kindje, zoals ieder jaar.
Dat maakt deze Kerst
ook dit jaar weer bijzonder,
op afstand toch dicht bij elkaar.

Kerst is nu anders
dan voorgaande jaren,
maar de boodschap die staat
We mogen de liefde
en vrede ervaren,
hoe het leven ook gaat.
Achter de wolken
blijft de ster schijnen,
en zijn we het virus straks kwijt
Dan schijnt de ster weer,
als de wolken verdwijnen
heel helder, net als altijd.

© Hans Cieremans

de balans

Als het dagelijkse leven
niet meer gaat zoals het ging.
Als je minder leeft met ‘toekomst’,
maar meer met herinnering.
Dan ga je balans opmaken
van het leven dat je leed,
van zowel verkeerde dingen
als het goede wat je deed.

Welke kant de balans opslaat?
Hoop’ lijk naar tevredenheid
of slaat het door naar de mislukking,
schuldgevoelens, wrok of spijt?
Je balans is heel bepalend,
hoe je ouderdom beleeft.
Of ‘t verleden je teleur stelt
of juist veel voldoening geeft.

Soms kun je niet meer bepalen
of je leven is geslaagd,
omdat de balans defect is
en herinnering vervaagt.
Dan passeert zelfs je verleden,
mondjesmaat maar de revue.
Geen herinnering, geen toekomst,
je leeft in het vluchtig ‘nu’.

Daar is alle tijd verdwenen,
wat eens ‘was’ wordt niet herkend
Slechts wat ‘is’ is soms aanwezig
in het spaarzame ‘moment’.
De balans zal niet meer uitslaan,
want die is toch immers stuk,
maar wat ‘is’ zijn ‘nu’ momenten
met nog sprankjes van geluk.

© Hans Cieremans

Kerstmis uit mijn jeugd

Vroeger was de Kerst heel anders,
sober en traditioneel,
Nu is Kerst heel overdadig
seculier en commercieel.
Ik mis bij het ouder worden,
soms de eenvoud van die tijd,
Kerstmis bij de kolenkachel,
met gezinssaamhorigheid.

Gipsen beeldjes in de Kersstal
echte kaarsjes in de boom.
En het was bijna bijzonder
als je kaarsjes had op stroom.
Ieder jaar sprak Juliana
steevast op de radio.
Uit het distributiekastje
klonken ‘groeten uit Davos’.

Men had nog geen televisie
en ook zelden telefoon.
Dus we gingen ganzenborden,
het geluk was heel gewoon.
Ook zongen we samen liedjes
van het Kindje in de stal
en van ‘Nu sijt wellecome’
en ‘het licht schijnt overal’.

Feestelijk was ook het eten,
Kerstrollade, rode kool,
En we vierden met z’n allen
Kerstfeest met de zondagsschool.
Daar kreeg je een sticht’ lijk boekje
van ‘het huisje in de sneeuw’.
Ach, zo ging het jaren vijftig
van de nu voorbije eeuw.

Zo verlang ik soms met weemoed
naar de Kerst van vroeger tijd.
Naar die vroegere tradities,
eenvoud en gezelligheid.
’t Waren kostbare momenten,
die ik liefdevol onthoud,
in ’t besef dat tijd niet stilstaat
en zo wordt ik langzaam oud.

© Hans Cieremans

Fijne Kerstdagen

Denk met Kerst eens aan de mensen,
in verpleeg- of ziekenhuis,
die daar werken of daar liggen
en de Kerst niet vieren thuis.
Juist dit jaar met de Corona,
deze turbulente tijd,
voel je het belang van aandacht,
liefde en genegenheid.

Denk met Kerst eens aan de mensen
die met Kerst alleen zijn thuis,
wiens geliefden dan verblijven,
in verpleeg- of ziekenhuis.
Juist dit jaar met de Corona
vraagt om solidariteit,
bel eens op of stuur een kaartje
‘t geeft wat troost bij eenzaamheid.

Kerst, het feest van de bezinning,
van sfeer en gezelligheid,
het symbool van licht en vrede
juist in de Coronatijd.
Ook als wij ‘t niet samen vieren,
omdat afstand is verplicht,
dan zorgt Kerstmis voor verbinding
door de boodschap van het licht.

© Hans Cieremans

Kerst 2020

Kerst in het verpleegtehuis
ontroert me ieder jaar.
Bewoners, personeel, bezoek
vieren Kerst met elkaar.
Ze zingen van het Kindeke,
de dieren in de stal,
van herders en de koningen,
‘het licht schijnt overal’.

Er is dit jaar geen samenzang,
geen viering in de zaal.
De dominee op intranet,
vertelt het kerstverhaal.
Bezoek dat wordt wel toegestaan
al is het mondjesmaat.
Ontvangst is op een kamertje
op afspraak separaat.

Het bezoek draagt mondkapjes,
afstand blijft verplicht
Want als er weer een uitbraak komt,
dan moet de deur weer dicht.
Er worden sapjes rondgebracht,
dat is leuk zondermeer.
De Kerstman komt ook even langs
dat geeft een beetje sfeer.

Maar ik mis de verbondenheid
het kippenvelmoment,
het gevoel van samenzijn,
als je met Kerst hier bent.
Kerst tweeduizendtwintig
vieren wij nu meer alleen,
maar het licht schijnt ook dit jaar
voor jou en iedereen.

© Hans Cieremans

het verleden

Het verleden breekt in stukken
in het schimmig hier en nu.
Brokken met herinneringen,
het verschrompeld residu
van een lang en zinvol leven,
op weg naar de eindigheid.
‘t Zijn de laatste beetjes houvast,
die verdwijnen met de tijd.

Het verleden bevat resten
in de gaten van het brein.
Resten van geluk en liefde,
van verdriet, van vreugd, van pijn.
Langzaamaan gaan ze verdwijnen,
wordt het brein met mist gevuld,
mist die waardigheid verbrijzelt
en de werk’ lijkheid verhult.

Het verleden wordt vergeten
en de toekomst kent geen tijd.
Slechts het ‘nu’, heel vaag aanwezig,
geeft nog enigszins respijt
aan de heldere momenten,
die in ’t ‘nu’ te vinden zijn,
als de mist even iets optrekt,
een klein glimpje zonneschijn.

© Hans Cieremans

opzien tegen de nacht

Op de dag red ik me wel
met de dagelijkse plicht.
Maar de nachten zijn een hel,
ik doe geen oog meer dicht.
Afleiding helpt op de dag,
daarvoor zorg ik dan zelf.
Ik voel me pas een beetje mens
rond een uur of elf.

Ik ben blij als ‘t ochtend is,
als ik weer op mag staan.
Hoewel ik niet ben uitgerust,
ga ik er tegenaan.
Ik zoek eerst wat vrolijkheid,
‘k ben nog wat overstuur.
‘k Knap langzaam op bij ‘Koffietijd’
van tien tot elf uur.

En ’s middags ga ik op bezoek
in het verpleegtehuis.
Naar mijn man, maar als ik kom,
dan wil hij mee naar huis.
Dan verzin ik leugentjes
en draai er maar omheen.
ik ga naar huis met schuldgevoel,
ik laat hem daar alleen.

Ik weet dat het niet anders kan,
maar ’t geeft een rotgevoel,
hoewel ik met mijn leugentjes,
het best voor hem bedoel.
Toch lig ik daar ’s nachts wakker van,
de slaap die vat ik niet.
Ik woel, ik draai, ik denk aan hem
’s nachts komt steeds het verdriet.

Ik red het tot het donker wordt,
dan komt de eenzaamheid,
de onmacht en het schuldgevoel,
en soms ook zelfverwijt.
En als ik dan weer bedtijd is,
zie ik er tegenop.
Ik woel, ik draai,  ik denk aan hem
haast elke nacht non-stop.

© Hans Cieremans

aandacht voor de ander

Contact, empathie
wat extra aandacht,
‘t geeft energie,
impuls aan de draagkracht.
Een vrolijk momentje,
een klein presentje.
Zomaar een glimlach,
een arm op je heen.
Het geeft het gevoel:
‘Ik ben niet alleen’.
Een doosje ‘Merci’,
’t gaat niet om ‘t vele.
Maar het is fijn
om gevoelens te delen.

Alle besognes
even vergeten.
Bel even op,
laat iets van je weten.
Weg waterlanders,
tijd voor wat anders,
Afleiding zoeken,
ondanks verdriet.
Stil zitten treuren,
helpt immers niet.
Het is zo fijn
om iemand te spreken,
Stuur eens een kaartje,
als een levensteken.

Het litteken blijft,
maar wonden helen,
door het verdriet
met and’ ren te delen.
Met aandacht geven,
toon jij medeleven.
Het geeft je voldoening,
het wordt gewaardeerd.
Door aandacht en liefde
wordt smart gehalveerd.
Waarom zou je wachten?
Doe het maar vlug.
Want ook jij zelf
krijgt er veel  voor t’ rug

© Hans Cieremans