af scheid van een veelbewogen leven

Nu jouw veelbewogen leven
langzaamaan tot stilstand komt,
waarbij toekomst nog maar kort duurt
en je levenslust verstomt.
En nu jouw gedachten dwalen
in een mistig labyrint,
zal ik altijd voor je klaar staan,
totdat jij de uitgang vindt.

Over slingerende paden
loopt de weg die jij moet gaan.
Na veel uitzichtloze bochten,
kom je bij de uitgang aan.
Dan pas laat ik los in liefde,
want hier is je reis passé.
De herinnering van samen
blijft bij mij, die neem ik mee.

‘k Laat je los in het vertrouwen,
dat het ginds veel beter is.
Al kan ik nog slecht bevatten,
hoe het voelt als ik je mis.
Want ik ben met jou verweven,
onlosmakelijk gehecht.
Het idee van het alleen zijn
maakt me bang en voelt heel slecht.

Nu jouw veelbewogen leven
vanuit mist straks stil gaat staan,
put ik kracht uit onze liefde.
Dat geeft moed om door te gaan.
Moed, gedragen door de liefde,
geeft die kracht, ondanks verdriet.
Niets is sterker dan de liefde,
liefde die begraaf je niet.

© Hans Cieremans

lente

’s Winters kun je ervan dromen,
dat de lente weer zal komen,
van de knoppen aan de bomen
en het smeltend sneeuwtapijt.
Je hoort vogeltjes weer zingen,
je voelt voorjaarstintelingen
en de wijzers die verspringen,
want het is weer zomertijd.

Je ziet alle bloemen kleuren,
je ruikt frisse lentegeuren,
iedereen lijkt op te fleuren,
lekker zonnend uit de wind.
Voelen, horen, kijken, ruiken,
alle zintuigen gebruiken
als de lente gaat ontluiken,
’t voorjaar is ons goedgezind.

Ook de Alzheimerpatiënten,
die genieten van de lente
ondanks alle mankementen,
hebben zij lentegevoel.
Want door lenteprikklingen,
lijk je bij hen door te dringen,
basis voor herinneringen,
je snapt vast wat ik bedoel.

© Hans Cieremans

achter de horizon

Ik zou graag eens bij jou kijken,
ginds achter de horizon.
Zomaar weten of het goed gaat,
‘k wou dat ik dat even kon.
Of ben jij daar niet te vinden,
is er niets meer na de dood?
’t Is een groot geheim voor ieder
een mysterie levensgroot.

Stiekem hoop ik op een plekje
waar je heel gelukkig bent.
Waar je mij weer kunt omhelzen,
zoals wij waren gewend..
Nu zie ik je in mijn dromen
en ondanks vertwijfeling,
leef je zo voort in gedachten,
diep in mijn herinnering.

Ik zou graag eens bij jou kijken,
ginds achter de horizon.
Zomaar weten of het goed gaat,
‘k wou dat ik dat even kon.
Ach, de toekomst zal het leren:
Is het utopie of waar?
Maar als ‘k iets zou mogen wensen,
komen wij weer bij elkaar.

© Hans Cieremans

reminiscentie

Ik weet nog goed, in ‘onze tijd’
hadden we haast niets.
We deelden elkaars kleding
en ook een oude fiets.
Toch waren we tevreden
en hadden ook veel pret.
Ik sliep toen met mijn broertje
in een hoog stapelbed.

We speelden met Meccano,
we maakten vaak wat moois.
En we waren apentrots
op onze Dinky Toys.
We hadden geen tv in huis,
maar wel een radio
en luisterden naar ‘Pinkeltje’,
ach ja, dat ging toen zo.

De melkboer kwam langs de deur
en wat ik nooit vergeet:
‘Het touwtje uit de brievenbus,
waarmee hij open deed’.
Dan zette hij de flessen melk
in de lange gang.
’t Is die ‘goeie ouwe tijd’,
waar ‘k soms naar terug verlang.

Bij mooi weer buiten spelen,
met vriendjes op de stoep.
De jongens gingen voetballen,
de meisjes ‘hoelahoep’.
Een corner was een penalty,
twee corners was een goal.
We deden ‘dieffie met verlos’
op ’t plein van onze school.

En ’s avonds werd je opgefrist,
dat was in een lavet.
Na ‘het klokje zeven uur,
moesten we naar mijn bed.
We waren heel gelukkig
met wat die tijd ons gaf.
’t Is dankbare herinnering
geen mens pakt dat ooit af.

© Hans Cieremans

Liefde kent geen dementie

Het lukt mij niet meer te zeggen,
wat ik denk en wat ik voel,
wat ik weet en ben  vergeten,
wat ik hoop, wat ik bedoel.
Nu noem jij me onbegrepen
en het doet ons beiden zeer.
En het ergste van alles,
ik snap ook mezelf niet meer.

Want soms doe ik achterdochtig,
word ik agressief en boos.
Dat is teken van mijn onmacht,
ben ik bang en radeloos.
En als jij het moet ontgelden,
zie ik niets van jouw verdriet.
En dat dit dan kan gebeuren,
snap ik van mezelf ook niet.

Het ontbreekt me aan het inzicht,
dat ik niet jouw tranen zie.
Ik ben niet meer zoals vroeger,
door die rotte dementie.
Wat zou ik je nog graag zeggen,
zonder ruzie of gesnauw.
‘Jij bent alles in mijn leven,
lieve schat, ik houd van jou’.

© Hans Cieremans

waar is moeder?

Zij vraagt heel vaak naar haar moeder,
maar die leeft allang niet meer.
Dan zeg ik niet dat ze dood is,
‘k leid haar af, ik valideer.
‘Vertel mij iets van uw moeder,
want u denkt vast veel aan haar.
En ik kan aan u wel merken
jullie houden van elkaar’.

Ik ga mee met haar beleving,
want haar moeder is ze kwijt
Moeder is voor haar belangrijk,
haar symbool van veiligheid.
‘Ja, mijn moeder is heel lief hoor,
‘k heb haar heel lang niet gezien.
En ik weet niet waar ze nu is,
weet u dat soms wel misschien?’

‘Nee’ zei ik, ‘maar wat deed moeder,
wat gaf u een goed gevoel?’
‘Nou we gingen liedjes zingen
van op een grote paddenstoel’.
‘Zullen we dat samen zingen?
vroeg ik ‘’k kan het niet alleen’.
En zo zongen wij tezamen
van kabouter Spillebeen.

‘Dat was leuk’ zei de mevrouw toen,
en ze lachte heel breeduit.
‘Dank u wel, dat was gezellig’
“k kreeg een klapzoen tot besluit.
Ze was blij voor een kwartiertje,
toen sloeg zij de plank weer mis.
Spillebeen was snel vergeten
‘Weet u waar mijn moeder is?’

© Hans Cieremans

hospitalisatie (zorg op maat)

Je gevoel van eigenwaarde
bij het dementiesyndroom,
dat wordt met de tijd steeds minder ,
je wordt minder autonoom.
De regie valt uit je handen,
je vergeet, je doet verkeerd.
En ‘de zorg’ neemt het dan over
waardoor jij hospitaliseert.

Je kunt weinig zelf bepalen,
want veel wordt voor je gedaan.
Je bent van anderen afhank’lijk,
die jou dan verzorgen gaan.
Mensen die je wassen, kleden,
eten geven, enzovoort.
Voor je ’t weet is het gewoonte,
dat het allemaal zo hoort.

Maar zo wordt langzaam vergeten,
dat je zelf nog best wat kan.
Zoals misschien wel ‘zelf eten’,
maar geen mens denkt daar nog van.
Want zelf eten  gaat te langzaam
het wordt koud, je knoeit misschien.
Daarom neemt de ‘zorg’ het over,
schoon en sneller bovendien.

Toch ‘behoud van eigenwaarde’,
geeft een mens een goed gevoel.
Dan is ‘zelf eten’ heel belangrijk,
een na te streven ‘zorgdoel’.
Want te weinig zorg is fnuikend,
maar teveel is ook verkeerd.
‘Zorg op maat’ dat kan voorkomen,
dat je hospitaliseert.

© Hans Cieremans

Troost

Als het allemaal teveel wordt
als de emmer overloopt.
Als je tegen beter weten
tevergeefs op wond’ ren hoopt.
Als ontkenning niet meer helpt,
en verdriet het overneemt.
Als door dementie het ‘samen’
steeds meer van elkaar vervreemdt.

Dan moet je het wel aanvaarden,
wat zo onaanvaardbaar is.
Dan voelt ‘samen’ zijn, alleen zijn,
en dan overheerst gemis.
Wat blijft zijn herinneringen
en de liefde voor elkaar.
Dan dringt echt pas het besef door:
‘Dementie, het is loodzwaar’.

Dan zou ik je willen troosten,
met wat zo ontroostbaar is.
Maar waar vind ik juiste woorden,
in je diepe droefenis.
Want de allermooiste woorden
schieten hier en nu tekort.
Want de waarheid blijft hetzelfde,
omdat het niet anders wordt.

Maar misschien kan ik je helpen,
door er simpelweg te zijn.
En dan hoef ik niets te zeggen,
zwijgend delen we de pijn.
Ik wil samen met jou huilen
en dan hoop  ik heel misschien,
dat ik dwars door al je tranen,
iets van troost te kunnen zien.

© Hans Cieremans

laat me niet alleen

Als ik jouw naam ben vergeten,
je gezicht niet meer herken.
Als ik wartaal ben gaan  spreken.
en ik niet weet waar ik ben.
Als ik niets lijk te begrijpen
van de wereld om me heen.
Ben ik radeloos en eenzaam.
Laat me dan toch niet alleen.

Ben ik stil en achterdochtig,
doe ik steeds boos tegen jou.
Reageer ik op jouw zorgen
met een grauw en met een snauw.
Doe ik ongepast  en  lelijk,
doe ik ongeremd, gemeen.
Ga  niet weg, maar blijf dan bij me,
laat me dan ook niet alleen.

Want ik heb je keihard nodig,
‘k ben verdwaald in plaats en tijd.
De gezichten zijn verdwenen,
en ik raak mezelf meer kwijt
En daardoor ben ik veranderd
ben ik anders dan voorheen.
‘k mis je liefde, ‘k zoek je aandacht,
laat me daarom nooit alleen.

© Hans Cieremans

dansen

Vroeger ging ik naar de dansles
bij een dansschool in de buurt.
Want dat hoorde bij mijn vorming,
dus ik werd erheen gestuurd.
En zo leerde ik de foxtrot,
quickstep en de Weense wals.
En dat was beslist heel anders,
dan als nu bij festivals.

Maar ik wilde liever twisten
en had meer met Rock en Roll.
Van Bill Haley, Chubby Checker,
draaide ik de plaatjes dol.
’t Ging op vijfenveertig toeren
op een oude grammofoon.
Ach, wat was die tijd geweldig
en geluk was heel gewoon.

Ik ontmoette toen het meisje,
waar ik ook mee ben getrouwd.
En we kregen een mooi leven
maar nu zijn we beiden oud.
En mijn meisje kreeg Alzheimer,
ze leeft  nu in dichte mist.
Maar wat zij nooit is vergeten
is de Rock en Roll en twist.

En nu dans ik met mijn meisje
soms de quickstep en de wals.
En we zingen oude liedjes
en het klinkt waarschijnlijk vals.
Maar we gaan ook samen twisten,
Rock en Rollen met Pat Boone.
Het brengt vreugde in ons leven,
even samen terug naar toen.

© Hans Cieremans