ergenis

Je kunt niet naar je geliefden,
er is een bezoekverbod.
Naast gesloten binnendeuren
zit de buitendeur op slot.
Om Corona te bestrijden,
zijn er maatregelen vereist.
Men wil het gevaar bedwingen,
voordat het de pan uit rijst.

Sociale afstand houden,
houdt het virus in de hand.
Maar dan zie ik drommen mensen,
die relaxen aan het strand,
op de markten, in de parken,
op de meubelboulevard.
‘t Is een drukte van jewelste
mensen heel dicht op elkaar.

Het zijn beelden die me storen,
‘k noem ze haast ‘gewetenloos,
onverantwoord, onbezonnen’
en dat maakt me heel erg boos.
Want jij kunt niet naar geliefden,
tot het virus is gestopt.
En dat kan heel lang gaan duren,
als er zo wordt door geshopt.

Stop eens met dat egoïsme,
waardoor ’t virus zich verspreidt.
Luister nou naar de adviezen,
’t draait nu om saamhorigheid.
Dan pas kan het goed gaan komen
in ons eigen Nederland.
Kunnen mensen met geliefden,
weer gaan wand’ len aan het strand.

© Hans Cieremans

 

met elkaar

Lieve zuster, lieve broeder,
er is hard voor jou geklapt.
Maar bij jou in het verpleeghuis
is haast niemand die het snapt.
Want geen partners en geen kind’ ren
en geen vrienden zijn te zien.
En bewoners vragen constant:
‘Weet jij waar ze zijn misschien?’

Dan vertel je van het virus,
in één uur wel twintig keer.
Maar na enkele minuten
weten mensen het niet meer.
Mensen worden heel onrustig,
raken soms totaal van slag.
Ze begrijpen er geen snars van,
dat bezoek niet komen mag.

En jij zelf moet afstand houden,
maar hoe moet dat aan het bed?
Bij het wassen, bij het eten,
bij het brengen naar ‘t toilet?
Je mag ook geen knuffel geven,
hoewel jij dat soms vergeet.
Of misschien dat jij uit liefde
bewust die regel overtreedt.

Je mist hulp van mantelzorgers,
die altijd aanwezig zijn
en geliefden bezig houden
en die afleiding is fijn.
Want dat geeft jou even ruimte
en heb jij je handen vrij
om te doen wat maar blijft liggen,
want dat hoort er ook nog bij.

De familie is verdrietig,
de verpleging horendol,
de bewoners zijn onrustig,
niets loopt volgens protocol.
Het zijn hele rare tijden
en het lijkt nog lang niet klaar.
Maar we gaan het zeker redden
en dat doen we met elkaar.

© Hans Cieremans

onbegrip

‘Zuster, waar is nou mijn dochter,
want ze komt toch elke dag?
Wat zegt u? Dat is verboden?
Dat ze niet komen mag?
Maar waarom is dat verboden?
Is er soms iets ergs gebeurd?
Want ook voor mijn lieve buurman,
zijn bezoekjes afgekeurd.

Zuster ik ben zenuwachtig,
want waar blijft mijn dochter nou?
Ze komt elke dag hier bij me,
ze is altijd reuze trouw.
En nou zit ik maar te wachten,
is er soms iets aan de hand?
Kan u haar niet even bellen?
Zit ze in de lappenmand?

Heeft zij mij gebeld , wanneer dan?
Nee, dat weet ik echt niet meer.
Gaat dit echt drie weken duren,
komt mijn dochter dan pas weer?
Mag mijn zoon dan wel nog komen?
Ook niet? Dan moet ik naar huis.
U houdt mij hier opgesloten,
het is hier in huis niet pluis.

Ha, gelukkig iemand belt me,
want daar gaat mijn telefoon.
Nou dat zal mijn dochter wezen
of misschien is het mijn zoon?
Hallo Anja, wanneer kom je?
Is er een bezoekverbod?
Ja dat klopt, dat is hier ook zo,
de deur hier zit ook op slot.

© Hans Cieremans

 

Solidariteit

Dementie en welbevinden
zijn belangrijk in de zorg.
Daarvoor staat de dagbesteding
voor de mensen altijd borg.
Daag’ lijks komen mensen samen,
ze genieten van de sfeer.
Maar door de Corona regels,
gaat dat allemaal niet meer.

Bingomiddag, kringgesprekken,
zangclub, kookgroep, rolstoeldans.
krant voorlezen, handwerkclubje,
groepsgym, kerkdienst, dameskrans.
Alle groepsactiviteiten
drie weken geannuleerd
Het bezoek dat graag wil komen,
wordt beperkt of wordt geweerd.

Eten doet men op de kamer,
zorg op maat staat onder druk.
De verzorgers, die hun best doen
werken zich een ongeluk.
Het is zwaar, het is verdrietig,
maar het virus raakt pas kwijt
met respect voor de verzorgers
en met solidariteit.

Als we handen nu ineen slaan,
solidair zijn met elkaar,
zal de dreiging af gaan nemen
en dan wijkt ook het gevaar.
Laten wij elkaar nu steunen,
samen delen we de pijn
in de hoop en het vertrouwen
dat het snel weer goed zal zijn.

© Hans Cieremans

 

 

Angst

Ik heb heel lang niet gebeden,
’t leven ging zijn eigen gang.
Maar bij angst gaan mensen bidden
en waarachtig ik ben bang.
Bang voor wat er nog gaat komen
bij het dreigende gevaar.
Ik weet niet of bidden helpt,
want ik blijf een twijfelaar.

Soms denk ik: ‘Bidden is vluchten
tegen beter weten in’.
Want mijn simpele gebedje,
ach, wat heeft dat nou voor zin?
Het gevaar is niet geweken
als mijn ogen open gaan.
Het blijft allemaal onzeker
en mijn angst blijft voortbestaan.

Maar waarom zou ik niet bidden?
Niemand wordt er door geschaad.
En het maakt me wel wat rustig
en dat kan toch ook geen kwaad?
Het zijn meestal schietgebedjes
en die duren niet zo lang.
Daarbij hoop ik dat het goed komt,
want ik ben behoorlijk bang.

Dan bid ik voor mijn geliefden,
voor mezelf, voor iedereen.
En na mijn devote ‘amen’,
schraap ik maar wat moed bijeen.
Moed om angst te onderdrukken,
om gewoon weer door te gaan.
In vertrouwen dat het goed komt,
om ons hier doorheen te slaan.

© Hans Cieremans

hé Corona

Zeg Corona, je moet weten:
Ik wil naar mijn moeder toe.
Zij woont hier een verpleeghuis,
‘k weet niet waar ik goed aan doe.
Jij veroorzaakt veel problemen,
mensen raken in paniek,
Door je virus te verspreiden,
maak je ouderen heel ziek.

‘k Kan mijn moeder ook besmetten
en van jou is het bekend.
dat jij voor bejaarde mensen,
dreigend en gevaarlijk bent.
Kan ik nog wel naar mijn moeder?
Gaat haar afdeling op slot?
Hé Corona met je virus,
weet je, jij maakt veel kapot.

Thuis blijven vind ik geen optie,
want ik wil mijn moeder zien.
Maar ‘k wil risico’s vermijden.
Weet jij hoe dat moet misschien?
Corona, wat jij teweeg brengt,
noem ik heel gewoon een hel.
’t Beste kun je maar verdwijnen
en het liefst een beetje snel.

Dan kan ik weer naar mijn moeder,
zonder bang te zijn voor jou.
‘k Wil haar zonder angst bezoeken,
dus Corona, ga maar gauw.
En als alles weer normaal is
en ‘de Zorg’ jou heeft weerstaan,
dan verdienen zij een standbeeld
dat ze steeds zijn doorgegaan.

© Hans Cieremans

moeders levenslessen

Moeders wijze levenslessen,
lijken haar zelf te ontgaan.
Maar ze zitten diep geworteld
in de kern van mijn bestaan.
Ik mocht zoveel van haar leren,
waar het leven echt toe doet.
Ik ben dankbaar voor haar lessen
en voor haar gedachtengoed.

Terwijl zij die lessen kwijt raakt,
pas ik ze steeds vaker toe.
En zo werkt haar geest in mij door,
haast bij alles wat ik doe.
Moeder is en blijft mijn moeder,
maar haar lessen zijn voorbij.
Ik moet nu voor moeder zorgen,
zoals vroeger zij voor mij.

Onvoorwaard’lijk was haar liefde,
die zij altijd voor mij had.
Ik genoot van alle aandacht
. en ‘t geduld dat zij bezat.
Nu mijn moeder dementie heeft,
zijn de rollen omgekeerd.
Nu verzorg ik haar met liefde,
zoals zij mij heeft geleerd.

© Hans Cieremans

 

zuster Corona

Zuster Corona was flink verkouden,
ze had het behoorlijk benauwd.
Ze was aan het werk in het verpleeghuis,
bij mensen kwetsbaar en oud.
Ze knuffelde graag met haar cliënten,
die vond ze vertederend lief.
Maar bij die mensen met veel mankementen,
was knuffelen echt wel naïef.

Zuster Corona hield van hard werken,
ze bleef heel actief aan het bed.
Ze voelde zich ziek, maar liet dat niet  merken,
en toen heeft ze mensen besmet.
Iedereen ging aan het kuchen en hoesten,
het werd zorgwekkend genoemd.
Zodat er ook zieken in isolatie moesten,
het kon niet meer worden verbloemd.

Zuster Corona had thuis moeten blijven,
nu was er ineens een probleem.
Eerst dacht ze nog: ‘Niet overdrijven’,
maar het werd steeds meer extreem.
Zuster Corona zat nu thuis te treuren,
het hele verpleeghuis lag plat.
Ze zei: ‘Dit had niet mogen gebeuren
ik heb mijn gehoest onderschat’.

Voel jij jezelf als zuster Corona,
vermijdt ieder risico dan.
Dat geldt natuurlijk ook voor je collega,
blijf thuis, ook als het niet kan.
Want je wilt immers geen mensen besmetten,
zoiets heb jij nooit bedoeld.
Je zorgt voor mensen, door goed op te letten,
of jij jezelf wel goed voelt.

© Hans Cieremans

verzamelwoede

Haar tasje zat vol spulletjes,
die zij verzameld had.
Oorbellen met pindakaas,
een zakdoek vol patat.
Dat tasje zag er smerig uit,
maar daar gaf zij niet om.
Niemand mocht er aankomen,
het was haar heiligdom.

Zelfs als ze naar bed toeging,
nam zij haar tasje mee.
Het ging mee naar de badkamer
en ook naar de wc.
Daar pakte ze toiletpapier,
dat ging ook in haar tas.
Daar zat ook haar bril nog in
en haar bejaardenpas.

Een zuster wierp het tasje weg
in een vuilniszak.
Het was onhygiënisch,
‘t moest in de prullenbak.
Want verzamelwoede
vond zuster ongepast,
maar voor mevrouw was haar tas
haar enige houvast.

Ze zocht wanhopig overal,
ze was haar tasje kwijt.
In ’t tasje met haar spulletjes,
zat al haar zekerheid.
De belevingswereld
van die verwarde vrouw,
zit heel anders in elkaar,
dan die van mij en jou.

Haar tasje zat vol spulletjes,
die zij verzameld had.
Oorbellen met pindakaas,
een zakdoek vol patat.
Dat tasje gaf haar troost en rust,
’t is daarom dat ik zeg:
‘Los het op, maak afspraken,
maar gooi geen tassen weg’.

© Hans Cieremans

in de tijd verborgen

Zij houdt nog steeds van het leven,
maar houdt ‘t leven nog haar?
Want sinds Alzheimer hard toesloeg,
werd haar leven ineens zwaar.
Toch probeert ze te genieten,
van het leven dat ze leidt.
Hoe het verder zal verlopen?
‘t Ligt verborgen in de tijd.

Zij weigert om op te geven,
daarom plukt ze elke dag.
En ze is ontzettend dankbaar,
dat ze die beleven mag.
Ja, haar toekomst is onzeker,
maar ze leeft en is niet bang,
want angst voor de angst is fnuikend,
ze is optimist pur sang.

Zo houdt zij nog van het leven,
hoewel het problemen geeft.
Maar haar basis is vertrouwen,
dat ze in het leven heeft.
Dat vertrouwen geeft berusting
en ze maakt er nog wat van.
’t Leven wordt pas losgelaten,
als het echt niet langer kan.

Want ze houdt nog van het leven,
maar houdt ‘t leven nog van haar?
Want sinds Alzheimer hard toesloeg,
werd haar leven ineens zwaar.
Maar zolang ze kan genieten,
heeft haar leven kwaliteit.
Hoe het verder zal verlopen?
‘t Ligt verborgen in de tijd.

© Hans Cieremans