‘Dementees’

Zij zit met haar advocaatje
naast haar allerbeste maatje,
samen maken ze een praatje,
over hoe het vroeger was.
Er hangt een ontspannen sfeertje
bij mevrouwtje en meneertje,
zittend in een lekker weertje,
op het zonnige terras.

Het gesprek is vrolijk, open,
het lijkt prima te verlopen,
maar geen touw aan vast te knopen,
het is koeterwaals,  Chinees.
Maar ze lijken ‘t zelf te snappen,
want ze lachen en ze klappen
om hun in niet begrepen grappen,
in hun taal: het ‘dementees’.

‘Dementees’ kun je niet leren,
maar door goed te observeren,
door respectvol reageren
en hun wereld in te gaan.
Door geduldig in te leven,
met begrip vertrouwen geven,
lukt het vast, al is ‘t soms even
‘dementees’ toch te verstaan.

Zij zit met haar advocaatje
naast haar allerbeste maatje,
samen maken ze een praatje
en ze pakken elkaars hand.
Daar hoor ik naar hun verhalen
en probeer ze te vertalen,
dan zie ik ze beiden stralen,
‘Dementees’ dat schept hun band.

© Hans Cieremans

jij bent niet meer jij

Jij bent niet meer jij,
die tijd is voorbij
en de tijd kent geen ommekeer.
Niet inschikkelijk,
onverkwikkelijk,
wat eens was, dat komt nimmer meer.
Tijd raakt in vergetelheid,
er bestaat alleen nog ‘nu’,
met nog wat verleden tijd
in een helder déjà-vu.

Ook al lijk je mij vergeten,
kent ons leven ongerief.
Toch wil ik jou laten weten:
‘Hoe dan ook, ik heb je lief’.

Jij bent niet meer jij,
die er was voor mij,
jij leeft nu in de schemering.
Dichtbij, toch ver heen,
samen, toch alleen,
levend met de herinnering.
Schemerend in dichte mist,
zo leef jij in jouw cocon.
Tot je eenmaal onbetwist
vlindert naar de horizon.

Ook al lijk je mij vergeten,
kent ons leven ongerief.
Toch wil ik jou laten weten:
‘Hoe dan ook, ik heb je lief’.

Jij bent niet meer jij,
wij zijn niet meer wij,
want we leven nu uit elkaar
Onafscheidelijk
bleek maar tijdelijk,
Ik ben hier en jij zit nu daar.
Hoe verdrietig kan het zijn,
’t leven nam zijn eigen loop.
Het is niet gekozen pijn,
toch kent toekomst altijd hoop.

Ook al lijk je mij vergeten,
heb ik twijfel, maar vertrouw
met een heel gerust geweten;
‘Eens dan vlinder ik naar jou’.

© Hans Cieremans

Geschreven op de melodie van ‘Donna, Donna, Donna’ van Joan Baez

Ik ben er ook nog

‘Ga met hem mee
in zijn eigen beleving,
vraag maar één ding tegelijk.
Creëer om hem heen
een vertrouwde omgeving,
geef van uw empathie blijk.
Ga met hem lopen,
ga met hem zingen,
hij reageert niet verbaal.
Om hem te begrijpen,
doe leuke dingen,
luister naar zijn lichaamstaal’.

Dat zijn adviezen
die ik heb gekregen,
om met zijn kwaal om te gaan.
Ik probeer met hem
mee te bewegen,
mee te gaan in zijn bestaan.
‘t Vreet energie,
’t beheerst heel mijn leven.
Het is eenrichtingsverkeer.
Ik wil hem zo graag
het beste nog geven,
maar soms weet ik het niet meer.

Want…..

Wie gaat met mij mee
in mijn beleving,
wie vraagt naar hoe het mij gaat?
Wie geeft me weer
een vertrouwde omgeving,
wie is daartoe nog in staat?
Wie doet met mij
nu nog leuke dingen,
wie geeft mijn leven weer doel?
Wie is bereid om
daarin door te dringen,
wie deelt en kent mijn gevoel?

© Hans Cieremans

 

het besluit

Ik mis de kracht om voor je te zorgen.
Ik houd het niet langer vol.
Voor de omgeving houd ik het verborgen,
maar jij maakt me echt horendol.
Ik ben kapot, ik wil nu  klaarheid,
hoewel je nog alles ontkent.
Je houdt de schijn op, verdraait steeds de waarheid.
Volgens mij word je dement

Ik ben zo bang, ik voel me onmachtig,
het leven verandert totaal.
Ik hield zo van jou en alles was prachtig,
maar nu is er niets meer normaal.
Ik kan het niet aan, het blijft aan me vreten.
Jou zo te zien doet me zeer.
Ik voel me schuldig, dat mag je best weten.
Maar schat, ik kan echt niet meer.

Ja, je bent boos, je vindt hulp niet nodig,
je zegt dat ik niet van je houd.
Je noemt het gezeur, totaal overbodig.
Ik zie het allemaal fout.
Je schreeuwt tegen mij, je strooit met verwijten.
Je dreigt om mij soms ook te slaan.
Je bent in je woede met dingen gaan smijten.
Dit kan ik echt niet meer aan.

Ik heb geen keus, ik ben versleten.
Dus mijn besluit staat echt vast.
De tijd van geluk zal ik nooit vergeten,
maar ik moet nu worden ontlast.
We gaan naar de dokter ik laat je niet kiezen,
we moeten hier samen doorheen
We zijn twee geliefden, die samen verliezen.
Samen, maar ook heel alleen.

© Hans Cieremans

 

 

de regie

Als verwachtingen verdampen
en mijn toekomst wordt verjaagd.
Als ik niet meer autonoom ben
en mijn eigen ‘ik’ vervaagt.
Als ik leef in de verwarring
en ik mis mijn veiligheid.
Wie neemt de regie dan over
van het leven dat ik leid?

Als ik niet meer word begrepen
en mijzelf ook niet meer snap.
Als ik steeds meer ga vergeten
en er komt geen beterschap.
Als ik niets meer lijk te dromen
en is tijdsbesef voorbij.
Wie neemt de regie dan over,
wie zorgt er dan nog voor mij?

Als ik jou niet meer herinner,
ik jouw liefde niet meer deel.
Als me dat ooit zou gebeuren,
weet, ik hield van jou zielsveel.
Als ik achterdocht zou krijgen
en ik niemand meer vertrouw.
Neem jij de regie dan over,
want ik kan niet zonder jou.

Als het desondanks teveel wordt
en de zorg wordt jou te zwaar.
Als je toch moet gaan beslissen:
‘’t Kan niet langer met elkaar’.
Voel je dan beslist niet schuldig,
het is goed en heb geen spijt.
Want het sterkst is onze liefde,
die ons nooit te nimmer scheidt.

© Hans Cieremans

 

 

haar eigen werkelijkheid

In haar eigen werk’ lijkheid
wil ze steeds naar huis.
Zij leeft met angst en is ontheemd,
in het verpleegtehuis.
Ze zoekt naar een vertrouwde plek,
haar thuis, haar warme bad,
ze zoekt naar liefde en naar rust,
die zij thuis vroeger had.

In haar eigen werk’ lijkheid
wil zij naar moeder toe.
Die zoektocht doet ze tevergeefs,
het maakt haar bang en moe.
Haar symbool van veiligheid,
leeft al lang niet meer.
Maar ze mist genegenheid
en zoekt dat keer op keer.

In haar eigen werk’ lijkheid
zit zoveel gemis.
Het is een eigen wereldje,
die niet de mijne is.
Ik wil daarom empathisch zijn,
verplaats me in haar ‘toen’.
En soms, als dat herkenning geeft,
krijg ik een dikke zoen.

In haar eigen werk’ lijkheid
heeft zij mij dan verrast.
Mijn aandacht geeft haar afleiding,
vertrouwen en houvast.
Ik vraag haar naar haar moedertje
en ook naar vroeger tijd.
Zo stap ik in haar leventje,
haar eigen werk‘ lijkheid.

© Hans Cieremans

 

Je wereld wordt steeds kleiner

Je wereld wordt steeds kleiner,
je weet niet waar je bent.
Af en toe herken je mij
op ‘t heldere moment.
Je verliest decorum
en ook je waardigheid.
En je hebt geen weet meer van
het ritme van de tijd.

Je wereld wordt steeds kleiner,
steeds meer en stap voor stap.
Daar leef je in jouw bubbeltje,
waar ik niet veel van snap.
Soms glinsteren je ogen,
maar ’t lichtje dooft snel uit.
Dan is je ‘ik’ verborgen,
die ‘t heden buiten sluit.

Je wereld wordt steeds kleiner,
je leeft in een cocon,
die eens uit zijn omhulsel breekt
en dartelt naar de zon.
Dan vlieg je als een vlinder
frank en vrij, bevrijd.
Zo dans je op een zomerbries
mee naar de eeuwigheid.

© Hans Cieremans

de wens

Als de hoop is opgegeven,
dat je ooit nog beter wordt.
Als het voelt als ‘afgeschreven’
en duurt leven nog maar kort.
Als je moed dreigt te verliezen
door een zware levensstrijd,
dan wil menigeen zelf kiezen
om te stoppen op zijn tijd.

Wordt je leven mensonterend,
ben je niet meer wilsbekwaam,
lijd je zinloos, dementerend,
wie kiest dan in ’s hemelsnaam?
Want dan kan je zelf niet kiezen,
dus een ander maakt het uit,
die dan afgaat op adviezen
en daarna komt tot besluit.

Er wordt veel gewikt, gewogen
door de artsen aan je bed.
Wat ze wel en wat niet mogen,
naar de regels van de wet.
Uitzichtloosheid, zinloos lijden,
maar waar ligt precies de grens?
Tot waar moet je verder strijden
is het waardig voor een mens?

Meestal is de dood een vijand,
maar soms komt hij als een vriend.
Dan verdien je juiste bijstand
met de keus die jij verdient.
Stoppen is dan geen verliezen
ook al raken wij jou dan kwijt.
Is ’t aanvaardbaar om te kiezen,
om te stoppen op jouw tijd.

© Hans Cieremans

 

samenloop voor hoop, zaterdag 7 september 2019

Pak mijn hand als wij gaan lopen,
houd mij vast, laat mij niet los.
Ik loop op ‘het pad van hopen’,
door een ondoordringbaar bos.
Overal zijn er obstakels
en daar moet ik steeds doorheen.
Niets doen dat is echt geen optie,
maar ik loop niet graag alleen.

Loop met mij het ‘pad van hopen’,
zonder hoop vaart niemand wel.
’t Kleinste sprankje geeft vertrouwen
in genezing, op herstel.
Help mij alle sprankjes pakken,
ik kan niet verder zonder hoop.
Dan zal ik mijn hoop behouden,
als ik met jou samen loop.

Samen op het ‘pad van hopen’
in een overlevingsstrijd,
met geloof dat hoop doet leven,
‘weg met kanker’ voor altijd.
Eens wordt dan het ‘pad van hopen’
tot ‘pad van leven’ omgedoopt.
Waar obstakels zijn verdwenen
waar jij met mij samenloopt.

© Hans Cieremans

 

samen, afzonderlijk

Onderstaand gedicht is geschreven op de melodie van Donna, donna (Joan Baez)

muziek donna donna

Zo vertederend,
soms vernederend.
’t Voelt zo dubbel als ik haar zie.
Zo vergankelijk,
zorgafhankelijk,
het gezicht van haar dementie.
Ik zie al haar kwetsbaarheid,
‘k voel verborgen pijn.
Maar ze raakt me, ze ontroert,
een mens dat er mag zijn.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Zo uitdrukkingsloos,
zo fragiel, zo broos,
leeft ze in haar vergetelheid.
Ver weg, toch dichtbij,
soms verbaast ze mij,
als ze terug gaat in haar tijd.
Zij kent slechts het hier en nu,
herinnering herleeft.
Dat geeft zin aan haar bestaan,
wat nog voldoening geeft.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Ontoerekenbaar,
soms onhandelbaar
in haar schemerig perspectief.
Verliest in haar strijd,
trots en waardigheid,
maar ik heb haar nog innig lief.
Ik probeer te troosten,
wat  niet te troosten is,
zoekend naar genegenheid,
die ik van haar mis.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

© Hans Cieremans