verdriet

Je wilt ‘t verdringen,
je laat het niet merken.
Je wilt het ontkennen,
je moet het verwerken.
Je kunt het soms delen,
het moet weer gaan helen,
je geeft het een plekje,
je zoekt vaste grond.
Het moet langzaam slijten
de tijd heelt de wond.
Het wordt nooit vergeten,
je leert er mee leven.
Het wordt op den duur
met je leven verweven.

Het litteken blijft
in lengte van dagen.
Het is onafwendbaar,
als jij het moet dragen.
Het kan je ontstemmen,
beheersen, beklemmen.
Je wilt het niet hebben,
maar ‘t komt op je pad.
Op eigen reacties,
heb jij weinig vat
Je wilt het ontvluchten
als uit boze dromen.
Maar ’t is geen bedrog,
niet aan te ontkomen.

Soms moet je huilen,
zelfs tranen met tuiten,
soms lukt het niet
om jezelf te uiten.
Je voelt  het  verlangen
om troost te ontvangen.
Voel dan de liefde,
heel dicht bij elkaar,
voor als het te veel is
te pijnlijk, te zwaar.
Daarbij zijn woorden,
heel vaak overbodig.
Juist zwijgende liefde,
heb je broodnodig.

© Hans Cieremans

Wie is dat meisje?

Zoektocht per gedicht naar aanleiding van het huwelijk van mijn ouders 19 oktober 1938 in Rotterdam

Trouwfoto van lang geleden,
door de tijd is hij vergeeld.
’t Is de foto van mijn ouders,
‘t brengt hun mooiste dag in beeld.
Op die dag, net voor de oorlog
was het voor mijn ouders feest.
Hoe het was zou ik niet weten,
‘k ben er zelf niet bij geweest.

Op de foto staat een meisje,
trots en feestelijk gekleed.
Wie het is, is mij een raadsel,
‘k weet alleen maar hoe ze heet.
Want haar naam staat op de foto
ergens op de achterkant.
‘k Vraag me af, hoe was dit meisje,
met mijn ouders toen verwant?

Trouwfoto van lang geleden,
roept bij mij veel vragen op.
Maar vooral: ‘Wie is dat meisje,
met die leuke krullenkop?’
Het bruidsmeisje van mijn ouders,
dat zo blij en stralend oogt.
Kan iemand mij het nog vertellen:
‘Wie is/was toch die Henny Voogd?’

© Hans Cieremans

Coronavakantie

Volle stranden, lange files,
prachtig weer, vakantiepret.
Fijn ontspannen, lekker feesten,
alle campings druk bezet.
Een paar weken fijn ontsnappen
aan de alledaagse sleur.
Heerlijk met elkaar ontspannen
met ons zonnige humeur.

Maar dit jaar is er Corona,
die zelf geen vakantie heeft.
Die zich graag vermenigvuldigt
en bij ons naar binnen zweeft.
Maar dat willen we ontkennen
we verdringen de paniek.
Risico’s worden genomen,
denken niet aan dood of ziek

Ach, misschien ben ik te somber
en dat hoop ik dan ook maar.
Is mijn angst voor weer een golf,
onterecht en dus niet waar?
Maar soms denk ik aan de beelden,
van verpleeghuis en IC.
Nemen de vakantiegangers
weer niet die Corona mee?

En als dan de herfst gaat komen,
met zijn regen, storm en mist.
Hoop ik niet dat wij gaan denken:
‘O, we hebben ons vergist’.
Maar de tijd zal het ons leren,
toekomst is nu onbekend.
Laten wij als kwetsbare mensen,
maar genieten van ’t moment.

© Hans Cieremans

angst voor de 2e golf

Moet ik straks weer buiten zwaaien,
op  een afstand voor het raam,
als het virus op gaat laaien?
‘k Hoop het niet in hemelsnaam.
Mag ik jou straks niet aanraken,
wordt dat ons weer opgelegd?
Moet bezoek weer af gaan haken,
wordt de toegang weer ontzegd?.

Mag ik dan alleen maar skypen
of opbellen af en toe?
Nee, dat is niet te begrijpen,
ik wil bij je zijn, maar hoe?
Kan ik nog wel afscheid nemen,
als het met jou mis zal gaan?
ik voorzie alweer problemen
waar we voor komen te staan.

Onrust, angst en agitaties,
depressies en eenzaamheid.
Voorbeelden van complicaties,
die het virus ook verspreidt.
Langzaam zijn we aan ‘t verslappen,
we doen steeds meer wat niet mag
Maar wat wij wel moeten snappen:
‘Het gaat fout door ONS gedrag’.

Waarom lappen er zo velen
de adviezen aan hun laars?
Kan de dreiging ze niks schelen,
zijn de mensen zo barbaars?
Ik zou mensen willen vragen:
‘Laat je medemens niet koud.
’t Virus wordt pas dan verslagen,
als jij je aan de regels houdt’.

© Hans Cieremans

ijsje eten

Met een hoed op in haar rolstoel,
op het zonnige gazon
smult ze lekker van een ijsje
in de warme zomerzon.
Zomaar een geluksmomentje,
die ik niet zo vaak meer zie,
waar wij samen van genieten,
ondanks pijn en dementie.

Langzaam gaat het ijsje smelten
door de warmte van de zon.
waardoor zij begint te knoeien
er valt ijs op haar japon.
En haar kleverige vingers,
likt ze een voor een nog af.
Dan krijg ik als dank een plakzoen,
omdat ik dat ijsje gaf.

Ik herinner me van vroeger
dat ze mij een ijsje gaf.
En als ik begon te knoeien
veegde zij mijn handen af.
Nu de rollen omgedraaid zijn,
voel ik weemoed en verdriet.
Maar ik voel toch ook nog blijdschap,
als ik zie dat ze geniet.

Zomaar een geluksmomentje
op een mooie zomerdag.
Die momenten moet je plukken,
zolang dat nog kan en mag.
Want ondanks veel donk ‘re wolken
schijnt daarachter altijd zon,
die soms zomaar door kan breken
zoals in een ijssalon.

© Hans Cieremans

De babypop

Een levensechte babypop
zat bij haar op schoot.
Ze zong er kinderliedjes voor,
waarvan ze zelf genoot.
Ze knuffelde haar babypop,
gaf zoentjes bij de vleet.
Zoals ze bij haar kinderen,
vroeger altijd deed.

De babypop verzorgde zij
met veel tederheid.
Zij herbeleefde door die pop,
haar eigen mooiste tijd.
De tijd dat zij haar kind’ ren kreeg,
en heel gelukkig was.
Nog heel jong, vol energie,
maar ook zo groen als gras.

Ze lachte naar haar babypop,
en brabbelde dan wat,
En af en toe als zuster hielp,
dan ging de pop in bad.
En als de pop was afgedroogd
dan ging hij mee naar bed.
‘Ik ga slapen, ik ben moe‘
zong zij als slaapgebed.

De levensechte babypop
lag zo naast de vrouw.
Die verstaanbaar fluisterde:
‘Ik houd zoveel van jou’.
Dan gaf ze pop een dikke zoen
en dutte lekker in.
Die levensechte babypop
gaf aan haar leven zin.

© Hans Cieremans

zorgmedewerkers

‘Werken bij kwetsbare oud’ ren’
zeggen mensen ‘dat is zwaar’.
En vooral als ze verward zijn
is die uitspraak zeker waar.
‘Veel voor weinig’ zeggen mensen
‘je krijgt echt te weinig loon’.
En ook dat is echt de waarheid,
maar jij werkt door, doodgewoon.

Want jij geeft om zieke mensen,
Het draait niet alleen om geld.
Jij bent zorgzaam en bescheiden
dat hoort immers bij een ‘held’.
Soms stijgt water tot de lippen,
dan kun je het haast niet aan.
Maar opgeven is geen optie,
jij blijft tot het gaatje gaan.

Dat doe jij voor zieke mensen
jij zet ze niet in de kou.
Zij hebben jou keihard nodig
en ze rekenen op jou.
Met je tomeloze inzet,
maak je mensen dankbaar, blij.
Geef je zorg, troost en aandacht,
sta je zieke mensen bij.

‘Werken bij kwetsbare oud’ ren’
zeggen mensen ‘dat is zwaar’.
En vooral als ze verward zijn
is die uitspraak zeker waar.
Maar als dankbaarheid je loon is
heb je echt de mooiste job.
Kwetsbaren die jou bedanken,
daar kan geld nooit tegenop.

© Hans Cieremans

zoveel pijn

Gezongen door Kim Jonk op de melodie van

‘You make me feel my love’ van Adèle

Ik zie je angst en je onzekerheid,
je gevecht in ongelijke strijd,
van het verlies en de vergetelheid.
Het doet me zoveel pijn.

Ik zie je leven in vertwijfeling,
je toekomst is alleen herinnering,
waarvan zoveel al reeds verloren ging.
Het doet me zoveel pijn.

Maar ik blijf bij je, ik blijf naast je staan
we slaan ons samen hier doorheen.
Deze weg zullen wij samen gaan,
al voelt het samenzijn alleen.

Ik zie ontkenning en je achterdocht,
als je tevergeefs naar woorden zocht
en je woedend tegen tranen vocht.
Het doet me zoveel pijn.

Maar ik blijf bij je, dat beloof ik jou
al hebben wij het beiden zwaar.
Ik zal bij jou zijn voor dag en dauw,
de liefde houdt ons bij elkaar.

Soms zie ik dat je naar me lacht,
gewoon spontaan en onverwacht.
‘t Leven heeft ons ook veel goeds gebracht
en dat verzacht de pijn.

© Hans Cieremans

als het te veel wordt

Ik kan jou niet meer verzorgen,
’t kost me te veel energie.
De problemen worden groter,
die ik niet meer overzie.
Bovendien word ik ook ouder,
ik kan ’t fysiek ook niet meer aan.
Ik heb niet voldoende kracht meer,
om steeds voor jou klaar te staan.

Ik heb het lang vol gehouden,
maar nu red ik het niet meer.
Dat ik dat moet onderkennen,
is heel moeilijk, dat doet zeer.
‘k Voel me machteloos en schuldig
en het maakt me bloednerveus.
Toch ga jij naar het verpleeghuis,
ik heb eigenlijk geen keus.

Nee, ik wil beslist niet klagen,
maar ‘t kan echt niet anders hoor.
Want als dit zo langer doorgaat,
ga ook ik er onderdoor.
Daar is niemand mee geholpen,
ook al zie jij dat niet in.
Jij ontkent alle problemen
een discussie heeft geen zin.

Dat maakt het ook extra moeilijk,
’t knaagt aan mij, begrijp je dat?
Nee, natuurlijk niet, dat weet ik,
we hebben ’t altijd goed gehad.
Daarom voelt het ook zo dubbel,
we staan niet meer op één lijn.
Maar geloof me, als jij daar bent
zal ik er ook voor jou zijn.

© Hans Cieremans

old men matter

Een klein geniepig virusje,
zweefde in Wuhan
waar een grote menigte
op de markt kwam.
De afstand tussen mensen
was daar behoorlijk klein.
Het virusje verspreidde zich
dat kon daar soeverein.

Terwijl de mensen shopten,
trok ’t virusje zijn  plan.
Hij deelde virusdeeltjes uit,
daar kwam een uitbraak van.
Hij maakte echt geen onderscheid
in ras, stand, aard, geloof.
Hij besmette iedereen,
die hem naar binnen snoof.

Hij kwam via carnaval
en ging van stad naar stad,
’t Liefst in drukke menigten
waar hij successen had.
Het virusje was geen racist,
dat bleek in de praktijk.
Voor zijn vermenigvuldiging,
was iedereen gelijk.

Behalve voor veel ouderen,
daar was wel onderscheid.
Daar bracht hij verderf en dood
en veel eenzaamheid.
De ouderen die treurden,
bezoek dat niet meer kwam.
Het spandoek  ‘Old men matter’,
zag niemand op de Dam.

Nu hebben we versoepeling,
bezoek wordt toegestaan.
Maar als ’t virusje weer komt,
moet het anders gaan.
Door zorg op maat te geven,
bedenk nu vast maar hoe.
Want kwetsbaren en ouderen,
die doen er ook echt toe.

© Hans Cieremans