het borduurwerk

Dementie is als borduurwerk,
van de achterkant bezien.
Draadjes, knopen in een wirwar,
in een rommelig stramien.
Vaak geen touw aan vast te knopen
je weet echt niet wat je ziet.
Het is haast niet te ontwarren,
wat het voorstelt zie je niet.

En de voorkant is verdwenen,
bij ’t borduurwerk ‘dementie’.
Naar de voorkant moet je zoeken,
met geduld en empathie.
Daarmee kun je glimpjes vangen,
een paar indrukken, niet meer.
Waarop je dan in kan spelen,
wat betreft de kleur en sfeer.

De sfeer staat voor het vertrouwen,
de kleur staat voor het gevoel.
Is de sfeer dreigend of veilig,
zijn de kleuren warm of koel?
Ga op zoek naar het vertrouwen,
kleur herinneringen in.
’t Maakt de achterkant veel mooier,
’t geeft hun leven doel en zin.

© Hans Cieremans

 

 

de duizendpoot

Afbeelding: Sandra de Haan

Ben je betrokken,
wil jij resultaten?
Luister je goed,
als anderen praten?
Kun jij delegeren
en analyseren?
Ben jij integer,
cliëntgericht?
Werk jij verantwoord,
ken jij je plicht?
Heb jij energie,
kun jij observeren?
Kun jij overtuigen
en anticiperen?

Heb jij ambitie
en accuratesse?
Kun jij incasseren,
zonder te stressen?
Kun jij registreren
en organiseren?
Ben je flexibel,
ben jij creatief?
Heb jij een visie
en initiatief?
Ben je geduldig,
kun jij motiveren?
Heb jij zelfvertrouwen,
kun jij rapporteren?

Ben je deskundig,
werk je graag samen?
Wil jij investeren,
jezelf gaan bekwamen?
Ben je best aardig
en besluitvaardig?
Kun jij aansturen,
ben jij enthousiast?
Dan is er een baan,
die goed bij je past.
Meld je dan aan,
kom in beweging.
Sluit je dan aan
bij de verpleging.

©Hans Cieremans

 

 

problematisch

‘Ik wil even met u praten,
uw man geeft veel overlast.
Zijn gedrag is onvoorspelbaar,
ongeremd en ongepast.
Daardoor is het problematisch,
het geeft een gespannen sfeer.
Dus er moet wel iets gebeuren,
zo kan het niet langer meer.

Hij maakt mensen boos of angstig,
omdat hij ze soms bedreigt.
Daarom hebben we besloten,
dat hij medicijnen krijgt.
Daarvan wordt hij wel wat suffig,
’t kan niet anders tot mijn spijt.
’t Is belangrijk voor de rust hier
en ook voor de veiligheid’.

Tja, wat moest ik hierop zeggen,
geef ik personeel de schuld?
Geven zij te weinig aandacht
of hebben ze soms geen geduld?
Of zijn het toch and’ re zaken,
waar het af en toe aan schort?
Aan teveel administratie
of aan personeelstekort?

Hoe dan ook, ik heb geen keuze,
alles voelt zo negatief.
‘k Baal ontzettend van de pillen,
maar ik neem ze maar voor lief.
Het is kiezen uit twee kwaden
en dat geeft geen goed gevoel.
Het probleem is nu heel anders,
hij slaapt constant in zijn stoel.

© Hans Cieremans

eigen keuze

Verlies kun je niet vermijden,
die pijn treft vaak desastreus,
Maar ga je daaronder lijden,
dan is dat een eigen keus.
Los laten en afscheid nemen
doet verschrikkelijk veel pijn.
D’ oplossing kan niemand geven,
jij moet zelf het antwoord zijn.

’t Antwoord zit hem niet in treuren,
als verlies aanwezig is.
Ook al kan die pijn verscheuren,
in jouw wereld van gemis.
Maar juist daar moet jij gaan kiezen,
zelf je eigen weg inslaan.
Kies de weg van ‘niet verliezen’,
ook al blijft gemis bestaan.

Als de traan dan op gaat drogen,
aan de glimlach ruimte geeft.
Als de tijd de wond gaat helen,
die nooit sluit, zolang je leeft.
Als verdriet milder gaat worden,
waar herinnering verschijnt,
dan blijft ‘t litteken aanwezig,
maar verbittering verdwijnt.

Verlies kun je niet vermijden
en het litteken dat blijft.
Maar je kunt de pijn bestrijden,
waardoor treurnis over drijft.
Je verlies een plekje geven?
Ach, zo’n plekje is er niet.
Maar verweef het met je leven,
glimlach weer, ondanks verdriet.

© Hans Cieremans

hetzelfde verhaal

Elke dag wel tien keer bellen
en hetzelfde vertellen.
Het is altijd te voorspellen,
wat ze mij vertellen gaat.
Ik kan al haar vragen dromen,
wanneer ik weer langs zal komen
en heb ik niet opgenomen,
wordt ze ongerust en kwaad.

‘Ik ben gisteren geweest mam’,
daar herinnert ze zich niks van
en ze hoopt dat ik vandaag kan,
ze denkt dat ik overdrijf.
Steeds hetzelfde patroontje,
weer opnieuw een telefoontje,
het lijkt wel een grammofoontje
als ze vraagt waar ik nou blijf.

O, wat kan ik er van balen,
steeds die zelfde verhalen,
elke dag weer vele malen:
‘Lieve schat, waar blijf je nou?’
Mijn geduld dreigt op te raken,
ik zou graag af willen haken,
maar dat kan ik toch niet maken.
want dan voel ik weer berouw.

Een jaar later

Moeder zal me nooit meer bellen,
nooit meer haar verhaal vertellen,
Het is haast niet voor te stellen,
dat zij er nu niet meer is.
’s Nachts lig ik van  haar te dromen,
nooit meer even langs gaan komen,
soms voel ik mij tranen stromen,
want het is een groot gemis.

© Hans Cieremans

 

geluksmomenten

Gaat het tijdsbesef ontbreken,
raakt de tijdsbeleving zoek.
Weinig vroeger, weinig later
in een haast gesloten boek.
Draaien wijzers zinloos rondjes,
af en toe een déja-vu,
dan wil ik met jou genieten
in een helder hier en nu.

Van de vogels, van de vlinders,
van het zonnetje dat schijnt.
Van de bloemen die we plukken,
nu de tijd steeds meer verdwijnt.
Van de liefde, van de glimlach,
van muziek en van een zoen.
Dingen die we samen delen,
met herinnering aan toen.

Laten wij de dagen plukken,
nu de tijd geen rol meer speelt.
Pak de heldere momenten,
die je samen met me deelt.
Ook al zal je ze vergeten,
ik weet dat jij ze mij gaf.
Kostbare geluksmomenten,
zelfs de tijd pakt ze niet af.

© Hans Cieremans

 

het bestaat nog steeds

Hij vertelde aan zijn ouders,
dat hij op een jongen viel.
En zijn ouders schrokken hevig:
‘Kind, dan ben je homofiel.
Wat is dat dan voor een jongen
en waar heb je hem ontmoet?
Dit past niet in ons geloof hoor,
zo ben jij niet opgevoed’.

Hij gehoorzaamde zijn  ouders
en hij kwam niet uit de kast.
Dus hij trouwde met een meisje,
keurig netjes, heel gepast.
Hij had stiekem wat relaties,
waar zijn vrouw dan niets van wist.
Want de liefde van zijn vriendje
had hij levenslang gemist.

Toen ging hij naar een verpleeghuis
en daar werd hij soms herkend.
‘Die man heeft zijn vrouw bedonderd,
’t is een vieze oude vent’.
Er werd heel wat af geroddeld,
oude mensen zijn soms hard.
En zo stierf hij in ’t verpleeghuis,
angstig, eenzaam en verward.

Zeg nou niet: ‘Wat is dat zielig,
dat komt nu echt niet meer voor’.
Want nog steeds komen verhalen,
zoals deze vaker voor.
Mensen hebben dan een mening,
hebben snel een oordeel klaar.
Wat niet past in hun tradities,
vindt me fout, verkeerd, onwaar.

© Hans Cieremans

 

 

invoelen in dementie

Het is schemerig, naargeestig,
alle straten zijn kletsnat.
Daarop zie ik mensen lopen,
in een onbekende stad.
Ik weet niet waar ik naar toe moet,
dus ik spreek wat mensen aan,
maar als zij dan reageren,
dan kan ik ze niet verstaan.

‘k Voel me hier beslist niet veilig,
‘k voel me eenzaam en ontheemd.
Niets voor mij is hier herkenbaar,
het is dreigend, het is vreemd.
Ik wil weer direct naar huis toe,
het voelt hier bepaald niet goed,
onbekenden die me dwingen,
dat ik hier toch blijven moet.

‘k Ga luidruchtig protesteren
en kom hevig in verzet.
Maar ik moet mee naar een kamer,
met een kast, een stoel, een bed.
Ik wil hier beslist niet blijven,
maar ik word steeds opgejut.
Totdat ik het op ga geven,
angstig, moe en uitgeput.

Zo zijn (denk ik) de gevoelens
van een mens met dementie,
die vervalt in boosheid, angsten,
in protest, in apathie.
Die zich niet meer voelt begrepen,
van de wereld is vervreemd.
Waar een ander hem/haar de les leest
en de regie dan overneemt.

©Hans Cieremans

dementievriendelijk?

We namen zes bewoners mee
naar een klassiek concert.
Dat ging aanvankelijk heel goed
tot het onrustig werd.
’t Orkest begon te spelen,
een mooie symfonie,
maar veel aandacht was er niet,
door hun dementie.

Ineens moest iemand plassen,
wat zij nogal hard riep,
een ander was luidruchtig,
omdat ze snurkend sliep.
De derde ging luid zingen
en klapte heel hard mee.
Achteraf bleek ‘t uitstapje
toch niet zo’n goed idee.

De bezoekers in de zaal
raakten geïrriteerd.
En onze aanwezigheid
werd scherp bekritiseerd.
We zijn toen in de pauze
toch maar opgestapt.
Maar door de bewoners zelf
werd dat niet gesnapt.

‘Waarom gaan we nu naar huis,
’t was prachtige muziek?’
Maar ja, we werden weggejaagd
door het concertpubliek.
En ach, ’t is wel begrijpelijk,
dat vindt toch ieder mens?
Maar ‘dementievriendelijk’
heeft kennelijk een grens.

© Hans Cieremans

de weg

Heel geleidelijk,
onvermijdelijk,
drijft het leven ons uit elkaar.
Onafscheidelijk,
blijkt maar tijdelijk,
’t overkomt ons na zoveel jaar.
Dit is wat ik niemand gun,
maar er is niks aan te doen.
Liefde eens door dik en dun
is heel anders nu dan toen.

’t Leven kiest zomaar zijn eigen weg,
‘t is een weg vol hindernis.
Confronterend met verdriet en pech,
de man die ik van vroeger mis.

Op verschillend spoor
dringt de waarheid door.
Ik verlies wie hij is geweest.
Niets is over van
eens mijn stoere man,
door zijn ziekte die niet geneest.
Ik verzorg hem als een kind,
eens mijn steun en toeverlaat.
Waarbij ik slechts tranen vind,
nu het samen niet meer gaat.

’t Leven kiest zomaar zijn eigen weg,
‘t is een weg vol hindernis.
Confronterend met verdriet en pech,
de man die ik van vroeger mis.

Eindeloos geduld,
een gevoel van schuld,
ik word boos als hij steeds herhaalt.
‘k Raak hem steeds meer kwijt ,
‘k zit vol zelfverwijt,
als ik denk dat ik heb gefaald.
Ik ben bijna opgebrand,
ik zit in een diepe dip.
‘k Voel me heel vaak eenzaam want,
er is heel veel onbegrip.

’t Leven kiest zomaar zijn eigen weg,
‘t is een weg vol hindernis.
Confronterend met verdriet en pech,
de man die ik van vroeger mis.

© Hans Cieremans