Ons grote ‘eigen gelijk’

Iedereen heeft eigen hokjes,
daarin zit zijn ‘eigen kijk’,
en we worden graag bevestigd
in ons eigen ‘groot gelijk’.
Ja, we horen wel de ander,
maar we luisteren heel slecht,
want de waarheid zit in ‘t hokje
zoals ‘ik’ het heb gezegd

En zo vormen zich de balkjes
langzaam in ons eigen oog.
En we eisen ons gelijk op
in een gloedvol scherp betoog.
Want we willen overtuigen.
‘t ‘Groot gelijk’ aan onze kant.
Wat de anderen beweren
is de waarheid uit verband.

Onze hokjesgeest wordt harder,
maar we hebben het niet door,
dat de balkjes balken worden.
Daar hebben we geen ogen voor.
Wel willen we splinters halen
uit de oog van d’ anderman.
En de balk in eigen ogen,
nou daar zien we zelf niks van.

Maar ga eens met eigen hokjes
zomaar voor een spiegel staan.
En probeer oprecht te kijken
zie je wat is misgegaan?
Stap eens uit die eigen hokjes
het geeft je een ‘frisse kijk’.
Dan zal je tot verrassing merken:
‘Een ander heeft soms ook gelijk’.

© Hans Cieremans

 

troosten

Duizend woorden zijn te weinig,
maar één woord is al teveel,
om gevoelens uit te drukken,
die ik zo graag met je deel.
Woorden die ik uit wil spreken,
schieten hier en nu tekort.
En ik zou ook echt niet weten
of het daardoor beter wordt.

Daarom kan ik beter zwijgen,
sla mijn arm maar om je heen.
Delen we de tranen samen,
ook al voelt dat ook ‘alleen’.
‘k Zou je zo graag willen troosten,
bij je angst, verdriet en pijn.
Jij moet deze weg alleen gaan,
‘k kan er enkel voor je zijn.

‘k Zie de wanhoop in je ogen
‘k zie je hulpeloze blik.
‘k Droog de tranen in je ogen
als je mij vraagt: ‘Waarom ik?’
Maar het antwoord blijf ik schuldig,
vraag me af: ‘Is er een God?’
Maar dat voedt alleen mijn twijfel,
’t blijft de speling van het lot.

Als je ’t lot eens kunt aanvaarden,
kan het ook ‘bevrijding’ zijn.
Vrij van angsten en van tranen
en van uitzichtloze pijn.
Geef mij jouw herinneringen,
ik bewaar ze heel apart,
zonder woorden, vol met liefde
zijn wij ‘samen’ in mijn hart.

© Hans Cieremans

ongeneeslijk, maar wel behandelbaar

De dokter zei mij: ‘Het is ongeneeslijk,
behandelen kan ik nog wel.
Ik zie dat u schrikt, het klinkt ook wel vreeslijk,
er is geen kans op herstel.
Maar met mijn behandeling kunt u ook leven,
al moet dat dan wel aangepast.
Zo kan ik u, hoop ik, wat extra tijd geven
Kop op hoor, dan lukt het u vast’.

Ik stond weer buiten, de boodschap kwam binnen,
dit had ik niet zomaar verwerkt.
Uiteindelijk zal ik de strijd niet gaan winnen,
het leven is voortaan beperkt.
Psychische en ook fysieke problemen,
bijwerkingen zijn er volop.
Zo wordt mijn leven, zo moet ik het nemen
dus ’t is niet zo gek dat ik tob

Opgeven dat is echter geen optie
het leven biedt nog kwaliteit.
Hoewel ik tegen het ziek-zijn flink opzie,
wil ik wat ik liefheb niet kwijt.
Ik ga het gevecht aan, met pieken en dalen,
omdat ik niet zomaar opgeef.
Ik wil nog van alles uit ’t leven gaan halen,
om dankbaar te zeggen: ‘IK  LEEF’

©Hans Cieremans

gemengde gevoelens

‘k Zie je kijken, maar ik twijfel
of je mij ook werk’ lijk ziet.
Je zit enkel maar te staren,
je herkent mij denk ik niet.
‘k Raak je aan, geef je een knuffel,
jouw reactie blijft dan uit.
Jij leeft in je eigen bubbel,
waar ik steeds vaker op stuit.

Je kunt horen, want dat merk ik,
maar je luistert ook niet meer.
Wat ik zeg wordt niet begrepen,
dementie, het doet zo zeer.
Het heeft jou zo snel veranderd,
jij bent niet meer wie je was.
Zelfs je glimlach is verdwenen,
het lijkt meer op een grimas.

Hoe kan ik je nog bereiken?
voel jij ook mijn zelfde pijn?
Ik weet niet meer wat ik doen kan,
‘k kan er enkel voor je zijn.
En soms lijkt ‘er zijn’ ook zinloos,
want je bent al zover heen,
Samenzijn voelt heel verdrietig.
Samenzijn voelt heel alleen.

Het is allemaal zo droevig.
O ja, liefde blijft bestaan.
Daarom laat ik jou nooit vallen,
en probeer ik door te gaan.
Maar ’t is soms niet vol te houden,
loop ik tegen muren op.
Dementie dat raakt ons beiden ,
‘t zet ons leven op zijn kop.

Maar we moeten ermee dealen,
‘t is een onomkeerbaar feit.
Maar wat gek hè, ondanks alles
wil ik jou toch ook niet kwijt.
Als je mij dan vraagt: Waarom niet,
want het doet alleen maar pijn?
Dan heb ik toch maar één antwoord:
‘Dat moet echt de LIEFDE zijn’.

© Hans Cieremans

de toekomst

‘De toekomst’  verdampt in een schimmige nevel,
waarin ‘het verleden’ herleeft.
Een bron van frustratie, van angst en van wrevel
die vaag slechts herinnering geeft.

Maar tussen ‘toekomst’ en ‘het verleden’
ligt ‘hier en nu’ als een kans
om te genieten,  om goed te besteden
geef daarmee het ‘hier en nu’ glans.

Dat ‘hier en het nu’, dat vluchtig voorbij gaat,
kent soms een helder moment.
Sporadisch een glimlach, waar tijd even stil staat,
als ‘hier en nu’ wordt herkend.

Een helder moment, heel even, kortstondig
houd het goed vast en bemin
Voel dan de liefde, zo dierbaar, hartgrondig,
het geeft ‘hier en nu’ levenszin.

De liefde is sterk, aan tijd niet gebonden,
breekt door in een wereld vol mist.
Oprechte liefde wordt nimmer geschonden
en wordt door de tijd nooit gewist.

‘De toekomst’  verschraalt, in de mist van vergeten
en dreigt in de tijd te vergaan.
Maar wat blijft is liefde, een zeker te weten,
de liefde blijft altijd bestaan.

© Hans Cieremans

gedicht Rotterdam voor de toerist

Als je lekker wil gaan nassen,
komt gezellig naar nul tien.
Laat je maar eens goed verrassen,
in de ballentent misschien.
Hiero, bijna in het centrum,
zijn de ballen altijd vers.
En je zit vlak bij de havens.
Rotterdam, dat is pas gers.

Want je loop zo naar de koopgoot
of misschien de Euromast.
Of gaat varen met de Spido,
als je lekker heb genast.
Drink aan boord een lekker pijppie,
als je vaart langs de Ahoy
Rotterdam, daar mot je wezen,
het is bloedverziekend mooi.

Blijf gewoon een poossie meuren,
op de SS Rotterdam.
En maak ook een mooie rondrit
in een Rotterdamse tram.
Pik ook effe een terrassie,
voor een lekker bakkie pleur.
‘r Is als kakken zonder douwen,
effe weg zijn uit de sleur.

Rotterdam dat is toch ech wel
onze aller gaafste stad.
Ja toch niet dan? Zeg nou zelluf
’t is gewoon een warrem bad
En voordat je af gaat taaien,
in je eigen bedje kruip.
Ga dan effe langs het mooiste,
da’s de Rotterdamse Kuip.

© Hans Cieremans

 

kerstmis uit mijn jeugd

Vroeger was de Kerst heel anders,
sober en traditioneel,
Nu is Kerst heel overdadig
seculier en commercieel.
ik mis bij het ouder worden,
soms de eenvoud van die tijd,
Kerstmis bij de kolenkachel,
met gezinssaamhorigheid.

Gipsen beeldjes in de Kerststal
echte kaarsjes in de boom.
En het was bijna bijzonder
als je kaarsjes had op stroom.
Ieder jaar sprak Juliana
steevast op de radio.
Uit het distributiekastje
klonken ‘groeten uit Davos’.

Men had nog geen televisie
en ook zelden telefoon.
Dus we gingen ganzenborden,
het geluk was heel gewoon.
Ook zongen we samen liedjes
van het Kindje in de stal
en van ‘Nu sijt wellecome’
en ‘het licht schijnt overal’.

Feestelijk was ook het eten,
Kerstrollade, rode kool,
En we vierden met z’n allen
Kerstfeest met de zondagsschool.
Daar kreeg je een sticht’ lijk boekje
van ‘het huisje in de sneeuw’.
Ach, zo ging het jaren vijftig
van de nu voorbije eeuw.

Zo verlang ik soms met weemoed
naar de Kerst van vroeger tijd.
Naar die vroegere tradities,
eenvoud en gezelligheid.
’t Waren kostbare momenten,
die ik liefdevol onthoud,
in ’t besef dat tijd niet stilstaat
en zo wordt ik langzaam oud.

© Hans Cieremans

Psychisch lijden

Paranoia en narcisten,
drugsverslaafden en autisten,
bipolairen, masochisten
hebben geestelijk gebrek.
Schizofrenen met psychoses
hysterie en dwangneuroses,
die beladen diagnoses,
noemt men simpelweg vaak ‘gek’.

Hypochonders, kleptomanen
Borderliners, pyromanen,
smetfobieën, grootheidswanen
zijn ‘afwijkend, abnormaal’.
De dwangmatig obsessieven,
pathologisch agressieven
en de manisch depressieven,
ach, wie hoort naar hun verhaal?

De Alzheimers, necrofielen,
zwakbegaafden, randdebielen,
het zijn psychisch zieke zielen
met een lijden heel intens.
Al die geestelijk gestoorden
opgesloten in hun oorden,
ze  zijn soms te gek voor woorden,
maar zijn ook volwaardig mens.

© Hans Cieremans

Haat en Liefde

‘Haters’ kunnen enkel  ‘haten’,
en gebruiken slechts geweld.
En als zij het leven laten,
sterven ze als grote held.
Krijgen hemelse beloning,
‘t is hun hoofdprijs  van de ‘haat’
‘t Wordt gezien als de bekroning
van een echte heldendaad.

Zij gebruiken kindsoldaten,
die leren van kindsbeen af,
hoe je anderen moet ‘haten’
van de wieg tot aan het graf.
Als ze ooit een aanslag plegen,
heten ze ze geen moordenaar,
maar zij zijn voor hen die ‘haten’
een gevierde martelaar.

Maar de ‘haat’ zal het nooit winnen,
omdat ‘liefde’ ook bestaat.
‘Liefde’ gaat over beminnen,
wat veel sterker is dan ‘haat’.
Zouden ‘haters’ zich bekeren
al vanaf de moederschoot,
dan zal ‘haat’ hen ‘liefde’ leren
dat veel sterker is dan dood.

‘Liefde’ is nooit weg te vagen,
wint het altijd van het kwaad.
‘Liefde’ is nog nooit verslagen,
ook niet door de grootste ‘haat’.
‘Haters’ die alleen slechts ‘haten’,
kennen oorlog en geweld.
Maar zijn eenzaam, godverlaten,
zijn de ware antiheld.

© Hans Cieremans

 

Klein, onschuldig mensenkind

Klein, onschuldig mensenkind,
met je gezicht vol bloed,
je lijfje grijs van ‘bommen-stof’,
omdat er oorlog woedt.
Daar lig je zwaar gewond,
apathisch en ontheemd.
En alle mensen om je heen,
die ken je niet, zijn vreemd.

Klein, onschuldig mensenkind,
slachtoffertje van strijd.
Je bent je ouders en je jeugd
door de oorlog kwijt.
Je kent de vrede niet,
geen vrijheid, geen geluk.
Je kent geweld, haat, oorlogstuig
dat maakt je toekomst stuk.

Klein, onschuldig mensenkind,
wat ken je meer dan haat?
Zou er voor jou een leven zijn,
waar oorlog niet bestaat?
Het lijkt zo uitzichtloos,
‘haat’ geeft niks om een kind.
En die haat verliest alleen,
wanneer de liefde wint.

Ik leerde ooit van ‘t Mensenkind,
een Kind dat liefde bracht.
Het kwam met Kerst, bracht mensen hoop
heeft Hij aan jou  gedacht?
Veegt Hij de ‘bommen-stof’
en ’t bloed van jouw gezicht?
Of is dat ook weer valse hoop,
op liefde, vrede, licht?

Klein, onschuldig mensenkind,
ik zie pijn en verdriet
Ik twijfel zelfs aan ’t Mensenkind,
ik ken de waarheid niet.
Toch omarm ik Zijn verhaal,
het geeft me wat houvast.
Hoop dat er ooit een leven komt,
waar haat nooit meer in past.

Op de melodie van ‘Oh, little town of Bethlehem’

© Hans Cieremans