leven

‘k Wil het leven graag omarmen,
maar ’t omarmt mij niet meer.
‘k Ben de grip kwijt op mijn leven,
door een grote ommekeer.
‘Alzheimer’ dat is de oorzaak,
‘t zet mijn leven op zijn kop.
Heel mijn leven valt in duigen,
toekomstdromen houden op.

‘k Wil het leven graag omarmen,
maar het laat me in de steek.
Plannen vallen in het water,
‘Alzheimer’ flikt mij die streek.
’t Leven gaat ineens een weg in,
die ik zelf niet heb gepland.
Door dat woord dat in mijn brein spookt
en dat is: ‘dement, dement!!’

Ik wil van het leven houden,
maar het houdt niet meer van mij.
Mijn tijd speelt in het verleden
en mijn toekomst is voorbij.
En terwijl de wereld doordraait,
staat de mijne compleet stil.
Ik wil leven zoals vroeger,
waarna ik nog verder wil.

‘k Wil het leven graag omarmen,
waar ik altijd zo van hield.
‘k Vraag me af wat nou de zin is,
van wat Alzheimer bezielt?
Het verwoest mijn kostbaar leven,
al mijn voorspoed en geluk.
Maar dat lukt niet bij de liefde,
want die krijgt hij echt nooit stuk.

© Hans Cieremans

 

 

ouder worden

Iedereen hoopt oud te worden,
maar oud zijn is andere koek
Ongemakken, pijntjes, kwaaltjes,
een haast uitgelezen boek.
Om je heen verlies je vrienden
en de eenzaamheid slaat toe.
Je gaat de balans opmaken,
maar je weet niet altijd hoe.

Ouderen leren berusten,
zeggen; ‘Ja, we worden oud.
Inleveren hoort bij ons leven,
als ik mijn verstand maar houd’.
Da’s de angst bij ouder worden,
voor verlies aan kwaliteit,
van hun leven, van hun menszijn,
van hun trots en waardigheid.

Als de dementie toch toeslaat
en het eind komt in het zicht,
leef je in een eigen wereld
van een wankel evenwicht.
Wordt een nachtmerrie bewaarheid,
een gedachte die benauwt.
Desondanks zal je een mens zijn,
die zijn waardigheid behoudt.

Want een mens die dementie heeft,
heeft gevoelens, herkent sfeer.
Het verstand heeft haperingen,
maar er is nog zoveel meer.
Zoveel meer om van te houden,
zoveel meer wat er toe doet.
Zoveel meer dat zin kan geven,
aan houvast en levensmoed.

© Hans Cieremans

 

Pasen in het verpleegtehuis

Symboliek voor ’t nieuwe leven,
Pasen is het feest van hoop.
Maar wat kan ik daarvan terugzien,
als ik in ’t verpleeghuis loop?
Want waar kun je nog op hopen,
als de mist steeds dichter wordt?
En de toekomst van het leven,
is daar zwaar en nog maar kort.

Hopen mensen die daar wonen,
op nieuw leven na de dood?
Kun je daar wel op vertrouwen
of acht je die kans niet groot?
Zekerheid, dat is mijn twijfel,
maar uit twijfel spreekt ook hoop.
Hoop dat het misschien wel goed komt,
na een lange levensloop.

Laten we dus Paasfeest vieren,
ook in het verpleegtehuis.
Ondanks alle pijn en twijfel,
in een hoopvol feestgedruis.
Zet op tafel voorjaarsbloemen
geef een ei bij het ontbijt
met de hoop op een nieuw leven,
ergens in de eeuwigheid.

© H. Cieremans

 

dromen

Als jij slaapt kun jij dan dromen,
hoe je vroeger bent geweest?
Toen je sterk en gezond was,
waarvan droom je dan het meest?
Is dat van jouw lieve ouders
of zie je mij ‘t meest misschien?
Herken jij jezelf in dromen,
kun je daar ons samen zien?

Soms zie ik je rustig slapen,
vind je rust in dromenland.
Zie je dan vergeten tijden,
van vakanties aan het strand?
Je kunt mij het niet vertellen,
want zodra je wakker bent,
kom je terug in onze wereld,
waar je haast niets meer herkent.

Soms slaap jij juist heel onrustig,
lig je woelend in je bed.
En dan maak ik je maar wakker,
ben je angstig tot en met.
Heb je dan ook liggen dromen,
waar komt dan je angst vandaan?
Is dat door de harde waarheid,
die niet meer voorbij zal gaan?

‘k Vraag me af wat je kunt dromen
als herinnering verdwijnt,
als de tijd doortikt in gaten
naar het naderende eind.
Op die vraag heb ik geen antwoord,
maar ik hoop bij jouw gemis,
dat jij liefde voelt in dromen,
waarin niets onmogelijk is.

© Hans Cieremans

Een probleem

Ouderenmishandeling
komt regelmatig voor.
Als het slinks wordt toegepast,
dan heb je het niet door.
Lichamelijk of geestelijk
en ook vaak financieel.
Hoe je het ook wendt of keert,
één keer is al teveel.

Dochterlief doet boodschappen,
betaalt met moeders pas
en stopt de meeste boodschappen
in haar eigen tas.
Maar  voor de lieve vrede
zegt moeder er niets van.
Want ruzie maken wil ze niet
en accepteert het dan.

Mevrouw heeft in haar broek geplast,
de zuster zei toen woest,
dat zij heel vervelend was,
voor straf naar bed toe moest.
Zo kreeg ze haar pyjama aan
en mevrouw die zweeg.
Bang voor de represailles,
die zij misschien dan kreeg.

Helaas zijn er veel voorbeelden,
en het doet altijd pijn.
Het is niet te ontkennen
we moeten waakzaam zijn.
Ouderenmishandeling
komt regelmatig voor.
Juist de aller kwetsbaarsten
hebben het niet door.

© Hans Cieremans

de hangbrug

Een gammele hangbrug
hangt boven ravijnen.
Een man beeft, het regent gestaag.
het lijkt of de grond
ineens kan verdwijnen,
de overkant ziet hij heel vaag.
Hij loopt op de brug,
hij wankelt, hij struikelt,
hij is in het donker verdwaalt.
Als hij maar niet
van die hangbrug afduikelt
voor hij de overkant haalt.

Een snerpende wind
waait uit het noordwesten,
de gammele brug piept en kraakt.
De man op de brug
zit diep in de nesten,
een droom waar hij niet uit ontwaakt.
Hij is op de brug
en kijkt in de afgrond,
een rilling loopt over zijn rug
Hij wou dat de brug
heel eventjes stil stond.
Dat kan niet, hij kan niet t’rug.

Dementie is als
een gammele hangbrug,
Je moet er wel overheen.
Dwars door het noodweer
en over ravijnen,
angstig, eenzaam, alleen.
Met vallen en opstaan
de overkant halen,
ook al is het een eind.
Daar mag je rusten,
de zon zal daar stralen,
en alle ellende verdwijnt.

© Hans Cieremans

 

maak er het beste van

Al wat bestaat is relatief,
ook voorspoed en geluk.
‘t Leven kent ook tegenslag,
dan gaat wat mooi was stuk.
Zo hadden wij de plannen klaar
voor onze oude dag.
Die kunnen in de prullenbak,
plotsklaps bij toverslag.

Vakantie is nu dagjes uit
met de rolstoelbus.
Mijn naam die verwissel jij
met die van mijn zus.
En als we nu uit eten gaan,
is dat een zakje friet.
En ik vraag me steeds weer af
waar jij nog van geniet.

Alles wat je denkt en voelt,
verzwijg je allemaal,
het enige waar jij mee spreekt,
dat is jouw lichaamstaal.
En dat is moeilijk te verstaan,
ik raad er aldoor naar.
Soms denk ik: ‘Ik geef het op,
ik ben er wel mee klaar’.

De plannen voor de toekomst
gaan naar de vuilnisbelt.
Het zijn de zorgplannen nu,
op ‘t heden afgesteld:
‘Vaker met de rolstoelbus
en eet gezellig friet
Spreek met elkaar in lichaamstaal,
zolang het kan: ‘Geniet’

© Hans Cieremans

het vak van verzorgen

Het gaat om liefde,
die jij kunt geven.
Een klein beetje warmte
in een zwaar leven.
Je taak is omvangrijk,
jij bent heel belangrijk.
Jij kent hun zorgen,
hun tranen, hun pijn.
jij  bent van waarde,
door er te zijn.
Jij helpt de zieken,
de ouden van dagen.
De pijn in hun leven
help jij hun te dragen

Jouw vak van verzorgen voor mensen in nood,
jouw aandacht verzacht heel veel pijn.
Al is beloning niet bepaald groot,
een vak waar je trots op mag zijn.

Geef ze eens bloemen,
een leuk presentje,
iets bij de koffie,
een complimentje.
Een aardigheidje,
een lekkernijtje,
Een stukje waardering,
voor een duizendpoot,
een simpel gebaar
en dat hoeft niet groot.
Een kleine attentie,
dat is toch haalbaar.
Ze doen veel voor weinig,
ze zijn onbetaalbaar.

Hun vak van verzorgen voor mensen in nood,
beloning zit daar in het klein.
Juist al dat kleine, maakt hun vak groot,
een vak om heel trots op te zijn.

© Hans Cieremans

 

 

gevoel en verstand

Mijn verstand zegt: ‘Het is goed zo’,
mijn gevoel begrijpt dat niet.
Want al is het acceptabel,
het doet pijn, het doet verdriet.
Hoe de toekomst ook zal worden,
het wordt nooit meer zoals toen,
toen we samen alles deelden,
wat ik nu alleen moet doen.

Mensen zeggen: ‘Jij moet verder’,
’t Wordt zo makkelijk gezegd.
Of ze zeggen: ‘Het moet slijten’.
maar gebeurt dat ook wel echt?
‘Je moet het een plekje geven’,
ook zo’n algemeen cliché.
Goed bedoeld, dat weet ik ook wel,
maar ik kan er nu niks mee.

Al is iedereen meelevend,
het sluit mijn gevoel niet uit.
Ik mis jou en dat zal blijven
tot ik zelf mijn ogen sluit.
Mijn verstand gunt jou je rust nu,
al snapt mijn gevoel dat niet.
Ik verweef jou in mijn leven,
met wat jij hier achterliet.

© Hans Cieremans

kwaliteitszorg

Protocollen zijn op orde,
net zoals de zorgdossiers.
Alles keurig opgeslagen
in een map of database.
En je haalt het zo tevoorschijn
met één drukje op de knop.
De inspectie is tevreden
en noemt het verpleeghuis ‘TOP’.

Plannen, afspraken en regels,
de verzorging schrijft en schrijft.
Terwijl cliënten zich afvragen,
waar nu zusters’ aandacht blijft.
‘Ik moet even rapporteren,
straks mag u naar de wc.
Nog maar even plas ophouden,
eerst moet nu het zorgdossier’.

Maar mevrouw kon het niet houden,
daardoor werd haar kleding nat.
Doordat zuster lang moest schrijven,
was geen tijd meer voor een bad.
’t Eten was ook koud geworden,
door tekort aan personeel.
’t Eten was dus niet meer lekker,
daarom at mevrouw niet veel.

In ‘t dossier werd toen geschreven,
onnauwkeurig, onterecht,
dat mevrouw incontinent was
en ze at steeds vaker slecht.
Hoeveel aandacht wordt gegeven,
blijft door vaagheden omhuld.
Maar inspectie is tevreden:
‘Het dossier is ingevuld’.

© Hans Cieremans