hoe eenzaam is het

Hoe eenzaam is het
als dagen verstrijken,
terwijl je niet weet waar je bent?
Als ik steeds probeer
om jou te bereiken,
terwijl jij me niet meer herkent?
Hoe eenzaam is het
om niet meer te weten,
dat jij met mij  bent getrouwd?
Al zoveel jaar samen,
je lijkt het vergeten
terwijl ik nog steeds van je houd.

Hoe eenzaam is het
de grip te verliezen
op daagse werkelijkheid?
Je zoekt zonder vinden,
je kunt niet meer kiezen,
je hebt geen besef meer van tijd.
Hoe eenzaam is het
om jezelf kwijt te raken,
niet meer te zijn wie je was?
Je stralende ogen
en lach zijn veranderd
in een verdrietig grimas.

Hoe eenzaam is het
als je niet meer kunt zeggen,
wat je denkt, wat je voelt?
Als jouw lichaamstaal
aan mij moet verraden,
wat jij waarschijnlijk bedoelt?
Hoe eenzaam is het
in jouw eigen wereld?
Ik breek er haast niet doorheen.
Ik zou die wereld
zo graag met  je delen
maar jij  beleeft het alleen.

© Hans Cieremans

 

het Alzheimermoeras

Ik ben bang om weg te zinken
in het Alzheimermoeras.
´k Word steeds verder vastgezogen
in de blubberige dras.
´t Water stijgt me tot de lippen,
ik herken hier heg noch steg.
´t Is hier mistig, koud en eenzaam
en ik zak steeds verder weg.

Bij ´t moeras staan mijn geliefden,
stellen mij op mijn gemak.
Maar ze kunnen niet voorkomen,
dat ik langzaam verder zak.
Het moeras is onverbidd´lijk,
ik kan niet meer naar omhoog.
Totdat eens de zon gaat schijnen,
dan valt het moeras weer droog.

Dan zal ik me weer verheffen
uit het Alzheimermoeras.
Zullen bloemen weer gaan bloeien
in de opgedroogde plas.
Angst en pijn zullen verdwijnen,
wordt wat weg was weer herkend.
Maar zolang ´t moeras niet droog is,
ben ik blij dat jij er bent.

Blijf bij mij totdat de zon schijnt
bij het Alzheimermoeras.
Troost me, help me en omarm me,
houd me zolang stevig vast.
En als eens de zon gaat schijnen
op het nieuw gevormde mos,
dan zal ik ´t moeras verlaten,
laat me dan in liefde los.

© Hans Cieremans

 

 

muziek

Beter dan veel medicijnen,
laat muziek klachten verdwijnen,
gaat het zonnetje weer schijnen
in het dementieproces.
’t Doet herinnering herleven,
´t zal de mens ontspanning geven
als muziek wordt voorgeschreven,
met muziek heb je succes.

Ga gezellig samen zingen
over alledaagse dingen,
dat geeft veel herinneringen
aan die ‘goeie ouwe tijd’.
Met bekende melodietjes,
smartlappen of kinderliedjes
of met eigen favorietjes,
zo raak je veel zorgen kwijt.

Muziek kan je vrolijk maken,
kan ontroeren, kan je raken,
het bestaat in alle smaken;
muziek werkt bij iedereen
Al die poedertjes en pillen,
nou die zou geen mens meer willen,
want muziek zal  onrust stillen,
muziek houd je op de been

Carnaval hits, operette,
psalmen met heel veel coupletten,
solo´s, koren of duetten
van modern tot aan klassiek.
´t Maakt niet uit wat je wil horen,
als het je maar kan bekoren.
Want je voelt je als herboren
met de kracht van de muziek.

© Hans Cieremans

 

onvermogen

Zelden hoorde ik je vloeken,
agressief was je nog nooit.
Maar nu heb je mij geslagen
en een boek naar mij gegooid.
Ik ben vreselijk geschrokken,
ik ben zelfs nu bang van jou.
Ik moest huilen, was wanhopig.
Waarom deed jou dit toch nou?

Het komt vast uit onvermogen,
want zo ken ik je echt niet.
De laatste tijd zie ik wel vaker,
dat je het niet overziet.
Alzheimer is zo frustrerend
en naarmate tijd verstrijkt,
merk ik dat ik jou niet aan kan,
‘k heb mijn eigen grens bereikt.

Ik voel zelf ook onvermogen,
het wordt allemaal precair,
om je thuis nog te verzorgen,
je ging echt een brug te ver.
Desondanks wil ik je helpen,
want misschien heb jij wel pijn.
‘k Zoek de oorzaak van jouw woede,
wat zou dat toch kunnen zijn?

En zo pieker al maanden,
tot nu helpt het me geen fluit.
Ik ben bijna overspannen
en jij gaat snel achteruit.
Het maakt mij intens verdrietig,
want ik ben mijn maatje kwijt.
Jij kan beter naar ´t verpleeghuis,
het lijkt nu de hoogste tijd.

Ik zou zelf wel willen vloeken
en hard met de deuren slaan.
Of met alles willen gooien,
wat ik nog nooit heb gedaan.
Ik begin je nu te snappen,
onvermogen doet zo zeer.
Maar ik kan me nog beheersen
en die rem heb jij niet meer.

© Hans Cieremans

 

Alzheimer heb je niet alleen

Moederlief heeft Alzheimer,
ze klaagt soms steen en been.
Maar het allerergste is,
het treft haar niet alleen.
Ze belt me om de haverklap,
dan weet ze het niet meer.
Maar ik denk: ‘O, mijn hemellief,
daar heb je moeder weer’.

‘Lieve kind, waar ben je nu,
kom je er al aan?’
‘Moeder, ik sta op het punt
om naar mijn werk te gaan’.
‘O, je zou toch komen nu,
ik voel me echt niet goed.
Het is toch zondag,
da’s toch vreemd,
dat jij dan werken moet’.

‘Moeder het is donderdag,
ik ben al veel te laat.
Zondag kom ik echt naar jou,
dan zie ik hoe het gaat’.
‘O, is het nu donderdag
en kom je zondag dan?
Kom je met de kinderen
of kom je met je man?’

‘ Moeder dat weet ik nog niet,
ik ga nu hangen hoor.
Ik heb een afspraak, houd je rust
ik moet er nu vandoor’.
‘Maar je zou toch komen nu,
’t is zondag toch nietwaar?
O nee, het is donderdag,
ik voel me toch zo raar’.

‘Nou moedertje, ik ga nu echt
tot zondag, ik hang op’
Ik zucht en denk: die Alzheimer
zet alles op zijn kop.
Zo gaat het elke dag opnieuw,
het wordt bijna gewoon.
Ik haast me om naar ’t werk te gaan,
dan gaat de telefoon.

‘Lieve kind, waar ben je nu,
kom je er al aan?’
Dan gooi ik de hoorn erop,
ik kan het niet meer aan.
Maar dan voel ik me schuldig,
dat ik geen antwoord gaf.
Dan ga ik naar mijn moeder toe
en zeg mijn afspraak af.

© Hans Cieremans

 

Niemandsland

Met ´t geheugen vol met gaten,
leeft hij in het Niemandsland.
Is op weg naar ´t onbekende,
´t is er kil,  het mist constant.
Hij loopt langs vergeten namen,
door een somber tranendal.
Angstig, struikelend, onwetend,
waar het lot hem brengen zal.

´t Is een wonderlijke wereld
waar hij leeft in Niemandsland.
Het ligt vlak bij gene zijde,
ergens aan de overkant.
Maar ´t is ook bij onze de wereld,
waar hij met ons heeft geleefd.
´t Is een heel aparte wereld,
waar hij veel in herbeleeft.

´t Is mistroostig in zijn wereld,
waar de tijd verdwenen is.
Sprankjes zon zijn daar te tellen,
er is bovenal gemis.
En de mist wordt alsmaar dichter
en dat maakt het ijzig koud.
Zo verkoelen zijn gevoelens,
hij vergeet van wie hij houdt.

Hij kan niet terug naar de wereld,
waar hij vroeger met ons was.
Maar wij kunnen wel naar hem toe
met een aangepast kompas,
dat ons door de straten heen leidt
van zijn mistig Niemandsland.
Waarmee wij hem kunnen helpen,
samen met hem hand in hand.

Op weg naar het onbekende
ergens aan de overkant.
leiden wij hem naar de grens toe
van het mistig Niemandsland.
Daar geeft dan het onbekende
aan hem zijn geheimen prijs.
Neemt hij vredig van ons afscheid
voor zijn allerlaatste reis.

 © Hans Cieremans

angst

Lieve schat ik ben zo bang,
dat ik straks niet meer weet,
dat ik mijn leven deel met jou,
dat ik je naam vergeet.
Dat ik jou als een vreemde zie,
dat ik je niet herken.
Dat ik jou kwets met mijn gedrag,
dat ik mezelf niet ben.

Lieve schat ik ben zo bang,
dat ik de grip kwijt raak
op het leven, op mezelf
en jou verdrietig maak.
Dat ik de liefde niet meer voel,
een angstig visioen.
Dat de tijd geen toekomst heeft,
alleen nog maar een toen.

Lieve schat ik ben zo bang,
zelfs voor mijn eigen angst.
Dat ik jou vergeten zal,
daarvoor ben ik het bangst.
Maar weet, ik draag je in mijn hart,
voor eeuwig en altijd,
waar je diep verankerd zit,
daar raak ik je nooit kwijt.

Lieve schat, ik ben zo bang,
voor wat er komen gaat.
Dat ik er ben, maar toch ook niet,
dat ik jou achter laat.
Maar liefde is ook loslaten,
ondanks het gemis.
Dus loslaten betekent niet,
dat liefde er niet is.

©Hans Cieremans

altijd weer de liefde

Te zwak om te leven,
te sterk om te sterven.
In Niemandsland,
verdwalend zwerven.
Wiss´lende stemming,
angst en ontremming.
Soms achterdochtig,
boos,  agressief.
Soms heel zachtaardig,
vrolijk en lief.
Zo onvoorspelbaar,
breekbaar en grillig.
Soms zich verzettend,,
dan weer gewillig.

Alzheimer toont ons vergankelijkheid,
bedreigt een menswaardig bestaan.
Maar liefde, het wapen die dit spook bestrijdt,
zal Alzheimer altijd verslaan.

Te sterk om te sterven,
te zwak om te leven.
In dichte mist
met liefde omgeven
Held´re momenten,
veel sentimenten.
Sombere onmacht,
een lach en een traan.
De tijd is verleden
en lijkt stil te staan.
Gelaten berusten,
herinneringsgaten.
De kunst van de liefde
om los te gaan laten.

Alzheimer toont ons vergankelijkheid,
bedreigt een menswaardig bestaan.
Maar liefde, het wapen die dit spook bestrijdt ,
zal Alzheimer altijd verslaan.

© Hans Cieremans

de ziekenverzorg(st)er

Waarom ik u wil verzorgen?
Nou gewoon, dat vind ik fijn.
Ik kan u niet beter maken,
maar ik wil er voor u zijn.
Ik wil u graag aandacht geven,
‘k wil u troosten waar ik kan.
En als u dan ‘dank je wel’ zegt,
dan geniet ik daar echt van.

Daarom wil ik u verzorgen,
het geeft mij een goed gevoel.
Ik ben dol op complimentjes,
mensen helpen vind ik cool.
Alleen moet ik altijd haasten,
er is veel gebrek aan tijd.
Om te doen wat ik zou willen
krijg ik geen gelegenheid.

Ik heb honderdduizend taken,
soms ook heel veel tegelijk.
Zomaar even met u praten,
lukt haast nooit in de praktijk.
Ja, dat vind ik echt frustrerend,
tijd en personeelstekort.
Voor de toekomst mag ik hopen,
dat dat echt veel beter wordt.

Waarom ik u wil verzorgen?
Nou gewoon, dat vind ik fijn.
Ik kan u niet beter maken,
maar ik wil er voor u zijn.
Daarom wil ik u verzorgen,
ook al heb ik weinig tijd,
ik ontvang geen groot salaris,
mijn loon is uw dankbaarheid.

© Hans Cieremans

 

 

samen oud worden

Onze wens is uitgekomen:
´Oud te worden met z´n twee’.
Maar nu wij samen bejaard zijn,
valt het oud zijn ons niet mee.
Want we kregen mankementen,
fysiek brokkelden we af.
En het ergste wat gebeurde,
dat jouw geest het toen begaf.

Eerst leek het wel mee te vallen,
iedereen vergeet wel wat.
Ik dacht: ‘Ach dat is de leeftijd’,
tot jij veel te veel vergat.
Dus we gingen naar de dokter
en je hebt het zelf verteld.
Waar wij altijd al voor vreesden,
dementie werd vastgesteld.

Ondanks dat we heel erg schrokken,
raapten wij de moed bijeen.
En ik zei heel optimistisch:
‘Wij slaan ons hier wel doorheen’.
Maar jouw toestand werd snel erger
en ik met mijn Parkinson,
kon jou niet meer goed verzorgen,
zodat het niet langer kon.

Nu woon jij in een verpleeghuis,
kom ik met vervoer op maat,
jouw haast dagelijks bezoeken,
voor zolang dat met me gaat.
Want mijn lichaam vertoont kuren,
‘k breng veel tijd door in  bed.
En soms ben ik echt zo moe hoor,
dat ik een bezoek niet red.

Onze wens is uitgekomen;
‘Oud te worden met z’n twee’.
Maar zoals het is geworden
hoeft het soms niet meer, o nee.
Desondanks ben ik ook dankbaar,
hoe het leven ons verging.
Want wat niemand af kan pakken,
is onze herinnering.

©  Hans Cieremans