Het zondagsschooltje van mijn vader

Hij ging elke zondagmorgen
naar het schooltje op de hoek,
met een kwartje voor de zending,
veilig in zijn korte broek.
En de juf heette hem welkom:
”k Vind het fijn dat jij er bent.’
Stopte hij in ‘t zendingsbusje
braaf zijn vijfentwintig cent.

Daarna ging de juf vertellen
over Mozes, over Ruth
‘Maar’ zei hij ‘Het allermooiste
vond ik Jozef in de put’.
Op het traporgel met krukje
werden liedjes begeleid.
‘Hoger dan de blauwe luchten’
zongen kind’ ren in die tijd.

Elke week werd er een plaatje
door de juffrouw uitgedeeld.
Daarop werden de verhalen
van de zondag uitgebeeld.
Met de kerst kreeg hij een boekje:
Van het huisje in de sneeuw’.
Zo ging dat de jaren vijftig
van de nu voorbije eeuw.

Hij ging elke zondagmorgen
naar het schooltje op de hoek,
met een kwartje voor de zending
veilig in zijn korte broek.
’t Zondagsschooltje van mijn vader,
twijfel was toen zekerheid.
Kostbare herinneringen
uit een lang vervlogen tijd.

© Hans Cieremans

Zwarte Pieten koorts

Zwarte Piet is ernstig ziek,
hij is totaal van streek.
Waarschijnlijk is hij terminaal,
hij ziet ontzettend bleek.
Hij lijdt aan ‘Zwarte Pieten koorts’,
da’s heel besmettelijk.
Hoe hij is geïnfecteerd?
Sint denkt opzettelijk

Zwarte Piet snoept haast niet meer,
heeft heel veel marse pijn.
Hij heeft geen overlevingskans,
althans die kans is klein.
Het virus dat hardnekkig is,
woekert stevig door.
En er zijn op dit moment
geen medicijnen voor.

Dat Zwarte Piet het loodje legt,
dat lijkt haast buiten kijf.
Nieuwe Pieten rukken op
in het Sint-bedrijf.
Een nieuwe generatie Piet,
we wennen er wel aan.
Laat Zwarte Piet, hoe droevig ook,
dan maar in vrede gaan.

‘Zwarte Pieten koorts’ is wreed,
dat overleef je nooit.
Er komt een steen waarop dan staat:
‘Piet is hier uitgestrooid’.

© Hans Cieremans

 

De kerstsok

In de kerstsok van de kerstman
zit gemis en eenzaamheid.
Snoepgoed zit vol met tekorten
en cadeaus met weinig tijd.
Door de kaarsjes in de kerstboom
zie je soms het licht niet meer.
Dat is kerst van het verpleeghuis,
Dat is de verpleeghuissfeer

In de kerstsok van de kerstman
zit voldoende goede wil,
maar met vleugjes doodvermoeid zijn
of voor nood een rusthoud-pil.
In het kerstdiner zit haasten,
dagrapport is het menu
Dat is kerst in het verpleeghuis,
rennen, vliegen continu

In de kerstsok van de kerstman
zit veel hoogspanning verstopt,
met gelukkig een goed hart ook,
dat voor zieke mensen klopt.
In de kerstsok zit frustratie
en verzorgers in een dip.
Dat is kerst in het verpleeghuis,
geprikkeld zijn en onbegrip.

Maar………

Vul de kerstsok van de kerstman
gul met aandacht en met tijd.
Ruil het snoepgoed in voor liefde,
trots, respect en waardigheid.
Steek de kaarsjes met waardering
en je complimenten aan.
Dan wordt kerst in het verpleeghuis
een hartverwarmend feest voortaan.

© Hans Cieremans

Alles is zo anders nu

Eens zo sprankelend,
nu afhankelijk
door de zorgen die zij heeft.
Eens zo vlot, actief,
nu stil, depressief
in de wereld waarin zij leeft.

Af en toe is zij ad rem,
word ik nog door haar herkend.
Zegt ze met haar fluisterstem:
‘Ik ben blij dat jij er bent’

Zo vergankelijk,
leeft zij wankelend,
in haar kwetsbare evenwicht.
Haar persoonlijkheid,
is volledig kwijt,
heel haar leven totaal ontwricht.

Alles is veranderd nu,
door die rotte dementie.
Soms heeft zij een déjà-vu,
wanneer ik haar glimlach zie.

Soms vernederend,
toch vertederend,
is haar leven, verzwakt, fragiel.
Al haar waardigheid,
verdween met de tijd,
als een mes snijdend door haar ziel.

En zo loopt ze strompelend,
langs de rand van haar bestaan.
Uitzichtloos en mompelend,
tot het kaarsje uit zal gaan.

© Hans Cieremans

Sinterklaas in het verpleeghuis

Sinterklaas in het verpleeghuis,
feest vol pure nostalgie,
van een vrolijke herkenning,
voor een mens met dementie.
Met herinnering aan vroeger,
van de intocht met het paard,
van cadeautjes en de liedjes,
schoentjes bij de kolenhaard.

Warme chocolademelk
en gevulde speculaas,
zoetigheden als traktatie.
‘Dank u wel hoor Sinterklaas’.
Sint komt binnen en ze zingen
hem en al zijn Pieten toe.
‘Welkom, welkom Sinterklaasje’,
Piet zwaait vrolijk met zijn roe.

Sinterklaas alleen voor kind’ ren?
Ach welnee, voor allemaal.
Juist ook ouderen genieten,
als Piet gek doet in de zaal.
En tot slot een advocaatje
of een pilsje voor de dorst,
met een heerlijk hartig hapje,
blokje kaas, een stukje worst.

Sinterklaas in het verpleeghuis,
feest vol pure nostalgie,
van een vrolijke herkenning,
voor een mens met dementie.
Met herinnering aan vroeger,
van de intocht met het paard,
Laten we het niet verpesten:
‘Sinterklaas, de moeite waard’.

© Hans Cieremans

De liefde

Als de zon niet meer zal opgaan,
als de wind voor eeuwig zwijgt.
Als de adem en tijd stil staan,
als ‘waarom’ geen antwoord krijgt.
Als geloven is verschrompeld,
als je stilte niet meer hoort.
Als de leegte overrompelt,
dan leeft ‘liefde’ nog steeds voort.

Als de sterren niet meer stralen,
als licht hult in duisternis.
Als geen dal de top zal halen,
als een traan droogt in gemis.
Als emoties niet meer voelen,
als geluk wijkt voor de waan.
Als vertrouwen gaat bekoelen,
dan blijft ‘liefde’ toch bestaan.

Als geliefden gaan vervreemden,
als de toekomst niet bestaat.
Als verleden langzaam weg ebt,
als de tijd het nu ontgaat.
Als het eind niet is te keren,
als berust wordt in de pijn.
Als we afscheid accepteren,
dan moet dat wel ‘liefde’ zijn.

© Hans Cieremans

Loslaten in liefde

Blijf bij mij, als ik je loslaat.
Houd me vast, terwijl ik ga.
‘k Ga op reis zonder bagage,
‘k laat herinneringen na.
‘k Hoop dat jij die wil bewaren
met de liefde die mij dreef.
Dan zal jij mij nooit  vergeten,
als ik verder in jou leef.

‘k Ben verweven met jouw leven,
waar jij mijn verhalen vind.
Laat ik los in het vertrouwen,
die het van mijn twijfel wint.
En als jij me dan herinnert,
met een glimlach en een traan,
dan blijf ik voor altijd bij je,
zo blijf ik in jou bestaan.

Wees niet boos, wees niet verdrietig,
want je raakt me nooit meer kwijt.
En deel mijn herinneringen,
liefdevol in dankbaarheid.
Het mysterie van het leven,
bracht ons saam op ‘t levenspad.
En geniet maar van het wonder,
dat ik jou heb liefgehad.

Zo blijven wij altijd samen,
in de liefde voor altijd.
In herinnering geborgen,
niemand die ons daarvan scheidt.
Blijf met liefde aan me denken,
liefde is oneindig groot.
De herinnering in liefde,
is zelfs sterker dan de dood.

© Hans Cieremans

Geschreven op de melodie van ‘The Rose

 

Ik zou wel eens willen weten

Ik zou wel eens willen weten,
waarom worden mensen dement?
Misschien om de tijd die we duchten,
waardoor we de waarheid ontvluchten?
Of is het gewoon een probleem,
dat geen reden kent?
Daarom worden mensen dement.

Ik zou wel eens willen weten,
waarom zijn de mensen alleen?
Is het ons egocentrisme
of is het een tijdsmechanisme?
En zijn we te druk, lopen wij
langs elkander heen?
Daarom zijn de mensen alleen.

Ik zou wel eens willen weten,
waarom hebben mensen verdriet?
Misschien door de pijn dat we dragen
of door zo veel tegenslagen?
Of weten wij op dit gevoel
ook het antwoord niet?
Daarom hebben de mensen verdriet.

Ik zou wel eens willen weten.
waarom gaan we allemaal dood?
Misschien om ons leed te ontstijgen,
waardoor we de rust zullen krijgen?
Of legt het de zin en het doel
van het leven bloot?
Daarom gaan we allemaal dood.

Ik zou wel eens willen weten,
waarom blijft de liefde altijd?
Misschien is de liefde het teken,
die zelfs de dood nooit kan breken?
Of is het de weg die ons leidt
naar de eeuwigheid?
Daarom blijft de liefde altijd.

© Hans Cieremans

Geschreven op de melodie  en tekst van het lied
Ík zou wel eens willen weten’
van Jules de Korte

Het land van ‘Ikke-ikke’

In het land van ‘ikke-ikke’
kunnen anderen fijn stikken,
want ikke hoeft niks te pikken,
alleen ikke heeft gelijk.
En het kan ikke niks schelen,
als ze anderen bestelen.
Het verhaal van eerlijk delen,
is in ikke-land ‘gezeik’.

Ikke-ikke is het beste,
ikke laat dat niet verpesten,
door die sociale nesten,
waardoor ikke word bedreigd.
Ikke zal ze laten stoppen,
laat ze eigen boontjes doppen,
‘t Landsbelang gaat naar de knoppen,
als een ander ook iets krijgt.

Ikke-ikke zal nooit wijken,
voor de anderen die zeiken.
Ikke wil zichzelf verrijken,
ook al moet dat onbeheerst.
Ikke-ikke moet het winnen,
ikke-ikke loopt dan binnen
en dat moet vandaag beginnen.
‘Ikke-ikke is het eerst’.

© Hans Cieremans

 

verborgen ik

Zij verdwaalt in tijd
is de weg steeds kwijt.,
in haar mistig verborgen ik.
Schuifelt door de gang
vol bewegingsdrang
geen herkenning in haar blik.
Alles lijkt haar te ontgaan,
wat gaat in haar om?
Ik zie slechts een stille traan
en ik vraag me af : ‘Waarom?’

Kom maar heel dicht bij me schuilen,
voel mijn warmte, mijn gezicht,
zoute tranen van ons huilen.
Wanneer slaat dit boek nou dicht?

Het vergankelijke,
het afhankelijke,
is nog wat haar het leven biedt.
In een hersenschim,
zoekt ze levenszin,
die ze door dichte  mist niet ziet.
Schuifelt naar het einde toe,
van de lange gang,
Ze is moe, ontzettend moe,
uitgeput en ook doodsbang.

Kom maar heel dicht bij me schuilen,
voel mijn warmte, mijn gezicht,
zoute tranen van ons huilen.
Wanneer slaat dit boek nou dicht?

Wankel evenwicht,
zoekend naar het licht,
naar een wereld van nieuwe hoop.
Tot haar laatste snik
telt ‘het ogenblik’,
in de gang waar ik naast haar loop.
Angst zal gaan verdwijnen
als ze voor de gangdeur staat.
Waar ‘t licht doorheen zal schijnen
en die deur wijd open gaat

In dat licht daar mag je schuilen,
Schijnt de zon op jouw gezicht.
Drogen tranen van ons huilen,
slaat het boek voor eeuwig dicht

© Hans Cieremans