zoveel kwijt

Vroeger was je heel innemend,
levenslustig, grappig, lief.
Nu ben jij heel achterdochtig,
angstig, somber, inactief.
Als je mij iets wil vertellen
snap ik niet wat jij bedoelt.
En ik moet voortdurend gissen,
wat jij denkt en wat jij voelt.

Als ik bij je op bezoek kom,
ben jij in jezelf gekeerd.
Om contact met je te maken,
heb ik alles geprobeerd.
Meestal ben je dan onrustig
en ook heel vaak prikkelbaar.
Wat een vreemde zuster wel lukt,
krijg ik zelf niet voor elkaar.

Dan zit ik me af te vragen
hoe dat kan, want zij is vreemd.
Is dat omdat jij nu hier bent,
dat je mij dat kwalijk neemt?
Of dat vreemde ogen dwingen?
‘k Weet het niet, maar het doet zeer.
Ik mis jou, ik wil je helpen,
maar ik weet het soms niet meer.

‘k Mis de lichtjes in je ogen,
jouw beminnelijke lach.
En waar ik niet aan kan wennen:
Jouw veranderde gedrag.
‘k Mis je liefdevolle aandacht,
ik ben zoveel van je kwijt.
Ik mis alles wie jij ooit was.
Waar is jouw persoonlijkheid?.

© Hans Cieremans

tijdreizen

Is gevoel van tijd verloren,
dan leeft hun herinnering,
waar zij vrij van tijd in reizen
en die niet verloren ging.
’t Is een reis door hun verleden,
met een lach en met een traan.
En we kunnen hen begrijpen,
door met hen op reis te gaan.

Want wij kunnen hen ontmoeten,
als we meegaan naar hun ‘toen’.
Reizen naar hun tijd van vroeger,
dat kunnen we samendoen.
Tijdreizen naar de momenten,
die hen nog steeds dierbaar zijn.
Waar we veel van kunnen leren,
ondanks hun geschonden brein.

Hun gevoel dat is gebleven,
niet verloren in de tijd.
En dat kunnen we nog delen
als we daartoe zijn bereid.
Hoe? Door samen te beleven,
ondanks een dicht rookgordijn.
Samen de gevoelens delen,
heel gewoon door ‘samenzijn’.

© Hans Cieremans

 

de eerste nacht

Nu het avond is,
voel ik het gemis
in het donker dat mij beklemt.
‘t Regent op het raam,
koud, onaangenaam,
’t Is een sfeer die mij droevig stemt.
Want we zijn nu uit elkaar,
ik ga straks alleen in bed.
Voor het eerst na zoveel jaar,
maar helaas, de nood breekt wet.

‘k Zie je lege stoel,
wat een rot gevoel,
want ik weet, jij komt nooit meer terug.
‘k Heb je weggebracht,
’t was niet onverwacht,
maar het ging achteraf toch vlug.
‘k Liet je achter in dat huis,
dat geeft mij een schuldgevoel
Nu zit ik alleen hier thuis,
te staren naar jouw lege stoel.

’t Is niet wat ik wou,
ik denk steeds aan jou,
wat een onmacht, wat een verdriet.
Nooit meer home, sweet home,
’t is een boze droom
en ontwaken dat doe ik niet.
Onze eerste nacht alleen,
jouw plek is leeg, ‘t is stil, ik jank.
Niet je armen om me heen,
gescheiden tegen wil en dank.

© Hans Cieremans

 

 

ode aan de vrijwillig(st)er

Jij bent belangrijk,
met geld niet betaalbaar.
Voor dat wat jij doet
is geen bedrag haalbaar.
Jij vervult wensen
voor zieke mensen
Jij laat ons zien
hoe jij mensen raakt
en ook dat geld
geen geluk maakt.
Door met jouw inzet
aandacht te geven,
breng jij zieke mensen
wat vreugd in het leven.

Jij werkt vrijwillig, het gaat niet om geld,
je werkt met je hart heel gewoon.
Geluk voor een ander is wat voor jou telt,
hun dankbaarheid dat is jouw loon.

Helpende handen,
jij bent hun maatje
een luisterend oor,
tijd voor een praatje.
Al is het soms zwaar,
jij bent onmisbaar.
Jij geeft hun leven,
waarde en zin.
Jij bent voor zieken
een vriend of vriendin.
Het lijkt zo heel simpel
om aandacht te geven.
Maar jij bent belangrijk
in mensen hun leven.

Jij werkt vrijwillig, het gaat niet om geld,
je hebt het om geld nooit gedaan.
En daarom ben jij voor die mensen een held,
een lichtpunt in moeilijk bestaan.

© Hans Cieremans

 

 

ontmoeten

Ik kan jou weer gaan ontmoeten,
als je mijn herinnering in stapt.
Als je net als ik de tijd dan loslaat,
met mij aan het ‘nu’ ontsnapt.
Dan toon ik jou graag mijn wereld,
reis ik met jou vrij van tijd,
door mijn wonderlijke wereld.
Ga je mee, ben je bereid?

Met mijn innerlijke wijsheid
laat ik jou mijn wereld zien.
Wereld vol herinneringen,
die jij soms herkent misschien.
‘k Wil die wereld met je delen,
waarin ik een heleboel,
samen met jou kan beleven,
terwijl ik me veilig voel.

‘k Hoop dat jij me wil ontmoeten
in die wereld waar ik leef.
Dan voel ik me minder eenzaam,
omdat ik vertrouwen geef.
Pak mijn hand, stap in die wereld
waar je mij ontmoeten kan.
Zo beleven wij het ‘samen’,
daar geniet ik nog veel van.

© Hans Cieremans

 

 

de wereld van ‘verzorgen’

In de wereld van ‘verzorgen’
zijn agenda’s goed gevuld.
Tijd voor aandacht en een praatje
dat wordt nauwelijks geduld.
In de wereld van ‘verzorgen’
is het werken marktgericht.
’t Gaat daarbij om concurrentie,
winst en registratieplicht.

In de wereld van ‘verzorgen’
werk je daarom efficiënt.
Alle taken zijn beschreven
in ’t belang van de cliënt.
Protocollen, rapportages,
zorgdossiers zijn up-to-date.
Daar wordt in vergaderingen
tijd en aandacht aan besteed.

Maar………

In de wereld van ‘verzorgen’
ontbreekt creativiteit,
men verschuilt zich achter regels,
dat beperkt spontaniteit.
Het zijn  regels die beklemmen,
alles moet beheersbaar zijn.
Overmatige controle
geeft frustratie en chagrijn.

Dus………

In de wereld van ‘verzorgen’
past het menselijk model.
Niet de markt is hier geschikt voor,
maar het hart dat is dat wel.
Het gaat niet om concurrentie,
niet om winst, rivaliteit.
Het gaat wel om wat het hart zegt,
dat geeft zorg pas kwaliteit.

© Hans Cieremans

 

 

de mantel der liefde

Ik draag een mantel
met veel diepe zakken,
ze zijn met emoties gevuld.
Een zak vol met onmacht,
een zak vol vermoeidheid,
een zak vol oneindig geduld.
Een zak vol bezorgdheid,
een zak vol met angsten,
een zak vol met stress en verdriet.
Een zak vol met tweestrijd,
een zak vol vervreemding,
een zak vol met ‘ik red het niet’.

Ik draag een mantel
met te volle zakken,
dat maakt mijn mantel zo zwaar.
Ik moet hem dragen,
ik kan hem niet uitdoen,
want ik ben helaas eigenaar.
Maar kon ik hem uitdoen,
dan zou ik ‘t niet willen,
want dan voel ik schaamte en schuld.
En er is één zak
die mij er doorheen sleept,
die zak is met liefde gevuld.

Die zak vol liefde,
maakt mijn mantel draaglijk,
de liefde geeft kracht aan elkaar.
Mijn mantel noem ik
‘de mantel der liefde’,
ook al is hij loodzwaar.
Wat voor verdriet
of wat voor emotie
of wat ik in mijn zakken vindt.
De zak vol met liefde,
is ’t sterkste van alles,
die pijn en verdriet overwint.

© Hans Cieremans

de spiegel

Zij kijkt in de oude spiegel
en ziet in ‘t verweerde glas,
niet het beeld van hoe ze nu is,
maar van hoe zij vroeger was.
Niet de hoogbejaarde dame,
maar het meisje van weleer,
met haar lange blonde vechten
en haar pluche knuffelbeer.

Zo herleven oude beelden
uit een lang vervlogen tijd.
Ziet zichzelf nu in de spiegel
in haar eigen werk’ lijkheid.
Al haar heden is verleden,
haar herkenning is van toen.
Zij praat als dat jonge meisje
en haar knuffel krijgt een zoen.

De brocante oude spiegel,
toont haar beelden van het kind,
dat de zin van een lang leven
in haar ver verleden vindt.
’t Is een wonderlijk taf’reeltje,
het vertedert en doet zeer
omdat zij haar vroeger wel kent,
maar haar kinderen niet meer.

© Hans Cieremans

 

een welgemeend advies

Dementie is een gevecht
waar geen mens voor kiest.
Het overkomt je en je weet,
dat je de strijd verliest.
Maar laat het daarom niet zo zijn
dat jij je overgeeft.
Geef je leven kwaliteit,
zolang het dat nog heeft.

Want ontkennen kun je niet,
ook helpt geen boze kop.
Treuren is begrijpelijk,
maar dat lost ook niks op.
Je kunt alleen aanvaarden,
meer keuze heb je niet.
En als dat lukt, al is het zwaar,
verzacht het je verdriet.

Als je aan je toekomst denkt,
dan krijg je het benauwd.
Maar je bent bij lange niet
verslagen en knock-out.
Pak het ‘nu’, nu het nog kan,
verzand niet in ‘Waarom?’.
Voeg leven aan je dagen toe
kies niet voor andersom.

© Hans Cieremans

De mantelzorger

Ik geef je aandacht,
zorg voor je eten.
Ik help je douchen,
ik ben versleten.
Ik houd je bezig,
jij bent afwezig.
Jij reageert niet,
wat ik ook doe.
Jij bent onrustig,
ik ben doodmoe.
Jij blijft me claimen,
jij bent ongeduldig
en als ik boos word,
dan voel ik me schuldig.

Ik kleed je aan,
ik moet voor je koken
en na het eten
ben ik gebroken.
Jij gaat dan zitten
in je stoel pitten.
Jij merkt niet eens
dat ik koffie zet.
Je koffie wordt koud,
ik breng je naar bed.
En in de nacht
ga jij lopen dwalen.
Je kunt de wc niet
tijdig meer halen.

Dan moet ik dweilen
en je verschonen.
Ik ben slaapdronken,
jij bent in de bonen.
Jij loopt te gapen,
en gaat weer slapen
Ik vat de slaap pas,
als jij wakker wordt.
Ik voel me een wrak,
de nacht was te kort.
Vraag iemand zich af
hoe mijn dag zal wezen,
ga dit gedicht dan
van bovenaf lezen

© Hans Cieremans