eendjes voeren

Eendjes voeren

Bij mijn oma en mijn opa
heb ik heel vaak gelogeerd.
Oma bakte pannenkoeken,
daarop werd ik getrakteerd.
Met mijn opa ging ik altijd,
eendjes voeren in de sloot.
Daarbij vochten eendjes kwakend
om de kleine stukjes brood.

In de avond las mijn opa
altijd voor het slapen gaan
steeds weer uit hetzelfde boekje
van ‘de spin Sebastiaan’.
Oma bracht me dan naar bed toe,
stopte mij heel lekker in.
Daarna ging ik lekker dromen
van Sebastiaan de spin.

Nu denk ik veel jaren later,
aan die ‘goeie ouwe tijd’.
Opa is niet meer als vroeger,
is de weg volledig kwijt.
Daarom ga ik hem soms halen,
en dat maakt mijn oma blij.
Komt ze eventjes op adem
en heeft zij haar handen vrij.

‘k Ga met opa eendjes voeren,
hij strooit kleine stukjes brood.
Hij moet lachen om de eendjes,
die daar vechten in de sloot.
We gaan samen terug bij oma,
pannenkoeken staan dan klaar.
Oma zegt: ’Voor jou gebakken,
er is zat, dus eten maar’.

Dan zit ik bij hen aan tafel,
net zoals het vroeger was,
toen mijn oma mij instopte
en mijn opa voor mij las.
Dan besef ik aan die tafel
in dit dierbaar déjà-vu:
‘Eens zijn dit herinneringen
geniet daarom HIER en NU’.

© Hans Cieremans