burnout

Crisisverhaal

Ik houd mij aan de adviezen
en ik volg het protocol.
Maar als dit nog lang gaat duren,
dan houd ik het niet meer vol.
Overal voel ik de spanning,
in mijn werk en ook hier thuis
en ik kan niet naar mijn moeder,
zij woont in ’t verpleegtehuis.

Soms dan ga ik naar haar zwaaien,
dan staat zij achter het raam.
Maar het lijkt niet dat ze mij ziet,
daarom roep ik dus haar naam.
‘k Zie de zuster naar mij wijzen,
het lijkt moeder te ontgaan.
‘k Vraag me af wat nou de zin is,
bij haar voor dat raam te staan.

‘k Zou naar binnen willen rennen,
zodat zij me voelen kan.
Ik zou haar knuffels willen geven
want daar houdt ze heel veel van.
Maar ‘k ga onverrichterzake
weer naar huis toe op de fiets.
En dan denk ik heel verdrietig:
‘‘k Doe dat zwaaien echt voor niets’.

Ik zie dat ze achteruit gaat,
ik weet zeker: ‘Zij mist mij’.
Het maakt haar en mij verdrietig
en het lijkt nog niet voorbij.
’t Is ook zwaar voor de verpleging,
’t raakt fysiek en ook mentaal.
Mensen  raken overspannen,
op weg naar het ‘nieuw normaal’.

Thuis dan plof ik op de bank neer,
bij mijn kind ‘ren , bij mijn  man,
die als ik thuis moeten werken,
wat wel moet, maar haast niet kan.
’t Is voor iedereen heel moeilijk
en soms loopt het ook wel fout.
Als dit nou het ‘nieuw normaal’ wordt,
dan krijgt menigeen ‘burn-out’.

© Hans Cieremans