ogen

ogen

Ogen die me alles zeiden,
waar ik smoorverliefd op viel.
Die me wisten te verleiden,
waren spiegel van je ziel.
Ogen waar ik in verdwaalde,
waar jouw levenslust in zat,
zullen nooit meer kunnen stralen,
spreken niet meer en zijn mat.

Nu de lichtjes in je ogen
langzaamaan zijn uitgedoofd,
zit je spiegel vol met barsten,
waarin ik zo heb geloofd.
Ogen die niet meer vertellen
van de liefde voor elkaar.
‘k Kan er niet meer in verdrinken
en dat is ontzettend zwaar.

Vaak dan sluit je ook je ogen
en dan laat je me misschien,
onbewust een heel klein stukje
van je eigen wereld zien.
’t Is een wereld van het omzien,
van een terugkeer naar de tijd,
waarin jij mij eens beloofde:
‘Liefde tot in eeuwigheid’.

Maar die eeuwigheid bestaat niet,
dat verraadt je lege blik.
En die waarheid komt hard binnen,
dat ervaar ik tot mijn schrik.
‘k Kan je spiegel niet meer helen,
‘k moet het onder ogen zien.
Maar de liefde is wel eeuwig,
dat is nu mijn troost misschien

© Hans Cieremans