nevelgordijn

nevelgordijn

Zie ze daar lopen
hun ‘ik’ is verscholen
achter een nevelgordijn.
Een sluier van mist,
waarin zij ronddolen,
dichtbij, terwijl ze ver zijn.
Ze schuifelen daar,
op weg naar het niets toe,
de blik op oneindig gericht.
Ze lopen dwangmatig,
onrustig en doodmoe,
in wankelend, broos evenwicht.

Zie ze daar lopen,
afwezig, aanwezig,
in ondoordringbare mist.
Niets doend, hard bezig
met zinloze rondjes,
hun tijd wordt voorgoed uitgewist.
Eenzaam, alleen
lopen ze samen,
zonder een helder motief.
Op zoek naar zichzelf
en vergeten namen,
naar een onbekend perspectief.

Zie ze daar lopen,
dichtbij, onbereikbaar,
het nevelgordijn zit potdicht.
Een schimmig gordijn
waar ik me op blindstaar,
zonder een sprankeltje licht.
Ik houd ze vast,
terwijl ik ze los laat.
Waarheen? Ach, ik heb geen idee.
Toch als het kan,
totdat de mist weg gaat,
loop ik door de mist met ze mee.

┬ę Hans Cieremans