humor

humor

‘Schat, we gaan het samen redden.
Kom, we gaan er tegenaan.
Met veel humor, optimisme,
zullen wij de strijd doorstaan.
Want we laten ons niet kisten,
door het dementiesyndroom.
Dus we gaan niet zitten kniezen
en we leven door gewoon’.

Dat is wat we elkaar zeiden
toen de dokter had verteld,
dat de uitslag niet zo mooi was.
‘Dementie was vastgesteld’.
Desondanks maakten we plannen,
samen toekomst tegemoet.
En we zeiden: ‘Blijven lachen’.
Humor was toen bitterzoet.

Maar dat lachen dat verging ons,
lachen was van korte duur.
Humor was niet bitterzoet meer,
het werd wrang en bitterzuur.
Er viel weinig meer te lachen,
’t optimisme dat verdween.
Dementie heeft toch gewonnen
en het raakt jou niet alleen.

‘t Is voor mij en voor de kind’ ren
ook een hele grote dreun.
Maar we zoeken en we vinden
bij elkaar gelukkig steun.
Wij delen herinneringen
over jou, dat doet ons goed.
Zo wordt humor die zo zuur is
toch weer even bitterzoet.

© Hans Cieremans