gedagsverandering

gedragsverandering

Vroeger was je heel zachtaardig,
maar nu ben je vaak ontstemd.
Dat is jouw gedrag niet waardig,
lelijk, boos en ongeremd.
Je bent nu zo achterdochtig,
ik doe vrijwel alles fout
en je reageert hardvochtig,
kil, afstandelijk en koud.

Al je trots lijkt wel verdwenen.
Jij verzorgt je zelf niet meer.
Je denkt niet aan hygiëne.
Moederlief, dat doet zo zeer.
Want je haar zat altijd keurig
en je kleedde je piekfijn.
En nu ben je vaak humeurig,
onfris ruikend, boos te zijn.

Achterdochtig, boos en nukkig,
Alzheimer in ijltempo.
Jij maakt mensen ongelukkig,
Alzheimer, ik haat je zo.
Jij hebt echt zo monsterachtig,
zoveel levenslust verbruid.
Maar al lijk je oppermachtig:
‘Eens ga jij de wereld uit’.

© Hans Cieremans