bezoek4

Het bezoek

Hoe zal ik mijn man aantreffen?
‘k Denk dat ik er nooit aan wen
of hij ooit nog zal beseffen,
waar hij is en wie ik ben.
Elke dag is het weer anders
en zo gaat het al een poos.
‘t Kost me steeds weer waterlanders,
‘k ben soms boos , vaak machteloos.

Ik ga met lood in mijn schoenen
elke dag weer naar hem toe.
‘k Zal hem altijd even zoenen,
uit gewoont’, ik ben moe.
Eens toen wij elkaar beloofden:
‘k Blijf je trouw, ik heb je lief,
wist ik niet dat ‘t vuurtje doofde,
want hij werd soms agressief.

Ach ik heb nu wel begrepen,
hij kan er ook niets aan doen.
‘k Moet mezelf er doorheen slepen
en dan denk ik maar aan toen.
Aan de vele mooie dingen,
die we deden met elkaar.
Het zijn die herinneringen,
die ik in mijn hart bewaar.

‘Lieve schat, kijk nou, hier ben ik,
zie je nou wel wie ik ben?
Ja, je kijkt, je weet het denk ik.
Kijk eens hoe ik je verwen.
Hier een heerlijk chocolaatje,
da’s voor strakjes bij de thee.
‘k Ben je vrouw, ik ben je maatje,
Kom ik neem je even mee’.

‘k Moet hem werkelijk meeslepen,
want hij heeft heel vaak geen zin
Heeft hij mij nu wel begrepen?
Ach, wat heeft het nog voor zin?
Ik blijf meestal niet zo lang hoor,
want het doet alleen maar zeer
Op bezoek gaan ben ik bang voor,
morgenmiddag ga ik weer.

┬ę Hans Cieremans