Maak van twijfelen vertrouwen

Maak van twijfelen vertrouwen,
van je woede tederheid,
van ontkenning acceptatie
in een ongelijke strijd.
Maak van angsten de berusting,
van verdriet de dankbaarheid.
Maak je tranen tot een glimlach
in een nog beperkte tijd.

© Hans Cieremans

 

Het land van het verzonken ik

Plaats, persoon en tijd
in vergank ‘lijkheid,
in het land van ’t verzonken ik.
Land vol schemering
angst, ontreddering,
droefenis tot de laatste snik.
Ik zou bij jou willen zijn,
in die duisternis,
land van tranen, zielenpijn
en van grenzeloos gemis.

‘k Ruik je, voel je, hoor je, raak je aan,
‘k zoek naar je herkenningsblik.
Want ik laat je zo alleen niet gaan,
daar in het verzonken ik.

In vergetelheid,
vol afhank ‘lijkheid
in het land van ’t verzonken ik.
Waar de weg doodloopt,
jij vergeefs nog hoopt
in het donker, de mist is dik.
Jij herkent er heg nog steg
in dat dorre land
Onomkeerbaar is die weg
waar geluk is opgebrand.

‘k Ruik je, voel je, hoor je, raak je aan,
‘k zoek naar je herkenningsblik.
Want ik laat je zo alleen niet gaan,
daar in het verzonken ik.

Diepe eenzaamheid,
ongelijke strijd,
in het land van ’t verzonken ik.
Bijna comateus,
zonder eigen keus,
toekomst is daar ’t ogenblik.
’t Ogenblik dat weer vergeet,
herinneringen rooit.
Maar wel van de liefde weet,
als je leven is voltooid.

“k Ruik je, voel je, hoor je, raak je aan,
‘k zoek naar je herkenningsblik.
Want ik laat je zo alleen niet gaan,
daar in het verzonken ik.

© Hans Cieremans

Gouden momenten

Zomaar een glimlach,
een blik van herkennen.
Zomaar iets lekkers
om haar te verwennen.
Samen iets zingen.
Herinneringen,
die we soms delen
met een glas wijn.
Zwijgend genieten,
als wij samen zijn.
Een stukje lopen,
vroeg in de lente.
Het leven kent soms
nog zijn gouden momenten.

Een eindje rijden,
samen gaan shoppen.
Samen iets koken,
pinda’s gaan doppen.
Zomaar een praatje,
een advocaatje.
Krantje voorlezen,
een aai op mijn wang.
Een blij gevoel,
al duurt het niet lang.
Fotoboek kijken,
met oude prenten
Het leven kent soms
nog zijn gouden momenten.

Naar muziek luist’ren,
een dansje wagen.
Even bij tanken
voor moeilijke dagen.
Soms even kroelen,
een potje sjoelen.
Een grote sorbet
op een terras.
Niet te veel denken
aan hoe het ooit was.
Pannenkoek
met rozijnen en krenten.
Het leven kent soms
nog zijn gouden momenten.

© Hans Cieremans

 

De zorgmedewerker

Ze werkt’ in ’t verpleegtehuis,
al bijna dertig jaar.
Collega’s en de ouwetjes,
die waren dol op haar.
Maar toe gebeurde er iets raars,
op een kwade dag,
moest zij naar de directeur,
die gaf aan haar ontslag.

‘Ik weet wel dat dit moeilijk is,
ik zeg het ook met spijt
Want je bent ontzettend lief,
maar niet goed opgeleid’.
De directeur sprak zakelijk,
vanachter zijn bureau:
‘Voor de zorg in deze tijd,
heb jij te laag niveau’.

De zuster pakte toen haar tas
en droop verdrietig af.
Collega’s en de ouwetjes,
die stonden werk’lijk paf.
En als vervanging kwam er toen,
een heel jong meisje aan.
Zij was geschoold op niveau twee
en is aan ’t werk gegaan.

Doordat ze geen ervaring had,
ging er van alles mis
Hoewel ze op papier voldeed,
gaf dat veel ergernis.
Ze was niet heel betrokken
en slecht gemotiveerd.
Maar een diploma had ze wel,
ze had immers geleerd.

Ben je misschien een manager,
zakelijk en koel.
Besef: ‘Het werken in de zorg,
is werken met gevoel.
Het gaat niet om de regeltjes
en ook niet om het geld.
Het hart moet op de juiste plek,
dat is wat werk’ lijk telt’.

© Hans Cieremans

 

 

Protocol

Protocol voor
wegen en wassen,
wonden uit bruisen,
scheren en plassen.
Voor bedden opmaken,
bloeddruk bewaken.
Klysma’s toedienen,
verplaatsen in bed.
Bloedsuiker prikken
infusen gezet.
Voor temperaturen
en voor hygiëne,
canules verzorgen
en voor open benen

Protocol voor
het injecteren,
nagels verzorgen,
voor catheriseren.
Voor sputum en tillen,
decubitusbillen.
Voor hulp bij braken,
voor een urinaal.
Pilletjes delen,
gewoon of rectaal.
Verslikken opheffen,
verbinden van wonden,
Drupp ‘len van ogen,
het plaatsen van sonde.

Protocol voor
het rapporteren.
Je moet als verzorgende
alles goed leren.
De mensen verzorgen,
hun veiligheid borgen.
Met protocollen,
lijkt dat geslaagd.
Maar vind je het gek,
als soms iemand vraagt:
Waar is ’t protocol
‘Verplicht aandacht geven?’
En ’t protocol:
‘Gelukkiger leven?’

© Hans Cieremans

Jong dement

Pappa wil niet met me spelen,
mamma zegt: ‘Pappa is ziek’.
Soms wil hij mijn wangen strelen
en soms is hij in paniek.
Dan loopt hij alsmaar de gang door
slaat zichzelf dan op zijn koon.
Ja, daar ben ik best wel bang voor,
maar hij is ook vaak gewoon.

Pappa kan hier niet meer blijven,
mamma zegt: ‘Het gaat niet zo’.
Daar ga ik dan over schrijven,
in een schrift op mijn bureau.
Dan huil ik ook wel een beetje,
omdat ik mijn pappa mis.
Maar mijn mamma zegt dan:
‘Weet je, dat het beter voor hem is’.

”t Is het beste voor je pappa’,
dat zegt bijna iedereen.
Dat is iets wat ik wel snap, ja.
Maar toch vind ik het gemeen.
Eerst ging pappa met me fietsen
en ik werd door hem verwend.
Nou zit hij alleen te ‘nietsen’
Pappa, die is jong dement.

Pappa wil niet met me spelen,
mamma zegt: ‘Pappa is ziek’.
Soms wil hij mijn wangen strelen
en soms is hij in paniek.
Maar ‘k zal pappa nooit vergeten,
ook al raak ik hem meer kwijt.
Want mijn pappa, zeker weten,
blijft mijn pappa voor altijd.

© Hans Cieremans

Hoe gaat het met je man?

Veel mensen vragen vaak aan haar:
‘Hoe gaat het met je man?’
Dan zegt zij dat hij dementeert
en niet zo veel meer kan.
De mensen zeggen: ‘Ach, wat triest,
heel veel sterkte hoor’.
Met een bemoedigende blik,
lopen zij daarna weer door.

De boodschappen, die zijn weer thuis.
Haar man kijkt naar t.v.
Hij reageert niet op haar komst,
zij nam een visje mee.
‘Een lekkerbekje, eet maar op,
daar houd je toch zo van?’
Hij liet het staan, zij vroeg aan hem
‘Wil jij iets anders dan?’

Ze had een engelengeduld,
maar was het zorgen moe.
Altijd maar dat onbegrip
en dat verward gedoe.
Soms ging ze alleen wandelen,
zomaar zonder plan.
Weer vroeg er iemand onderweg:
‘Hoe is ’t met je man?’

Ze antwoord heel beleefd en zegt,
dat hij niet veel meer kan.
‘O, wat erg, nou sterkte hoor,
de groeten aan je man’.
Komt zij thuis van de wandeling,
kijkt haar man naar t.v.
Hij reageert niet op haar komst,
ze nam daarom niks mee.

Heel haar leven draait om hem,
hij kan er niks aan doen.
Maar ze denkt aan vroeger tijd,
wat was het anders toen.
Maar toen tijdens het winkelen,
was daar ineens een vrouw,
die vroeg, wat een verademing:
‘Hoe gaat het nou met jou?’

© Hans Cieremans

Onvoorwaardelijke liefde

Niets is sterker dan de liefde,
maar ze is ook kwetsbaar, broos.
Soms kent liefde ook zijn grenzen,
maar is meestal grenzeloos.
Soms duurt liefde maar heel even,
maar duurt heel vaak voor altijd.
Onvoorwaardelijke liefde,
die bestaat in eeuwigheid.

Onvoorwaard’ lijk is de liefde
die ik nog steeds voel voor jou.
Ook al is nu alles anders,
weet dat ik veel van je hou.
Ik blijf altijd voor je zorgen,
ook al ben ik hier, jij daar.
Zelfs de dood zal niet beletten,
dat wij houden van elkaar.

Ja natuurlijk heb ik tranen
en word ik ook wel eens boos
En soms word ik ook opstandig,
voel ik mij heel machteloos.
Maar de liefde maakt geduldig
stemt mij ook tot dankbaarheid.
Niets is sterker dan de liefde
die mij nimmer van jou scheidt.

Niets is sterker dan de liefde,
maar ze is ook kwetsbaar, broos.
Soms kent liefde ook zijn grenzen,
maar is meestal grenzeloos.
Jij bent liefde van mijn leven,
en die liefde blijft altijd.
Onvoorwaardelijke liefde,
die bestaat in eeuwigheid.

©Hans Cieremans

Confronterend

Zij kan niets meer met hem delen,
niet hun liefde, niet hun leed.
Zelfs als zij praat over vroeger
zegt hij dat hij ‘t niet weet.
Zestig jaar waren zij samen,
’t was een hele mooie tijd.
Maar zelfs die herinneringen
zijn verdwenen, is hij kwijt.

Als zij praat over de kind’ ren,
draait zijn hoofd weg naar het raam.
Luistert niet en is afwezig,
hij herkent geen enk’ le naam.
Daag’ lijks komt ze hem bezoeken
met haar schoenen in het lood.
En soms voelt zij zich heel schuldig,
als ze denkt: ‘Was hij maar dood.’

Af en toe is hij heel bozig
en behoorlijk agressief.
Waar is toch die man gebleven,
die zo zorgzaam was en lief?
En dat brengt haar aan het twijf’ len:
‘Ga ik wel of ga ik niet?’
En ze huilt als ze alleen is,
in haar machteloos verdriet.

En zo leven beide oudjes
in een diep verscheurd bestaan.
Beiden konden nooit vermoeden,
dat hun leven zo kon gaan.
En het is niet op te lossen,
al die tranen, al die pijn.
In die uitzichtloosheid, denk ik,
kan de dood een uitkomst zijn.

© Hans Cieremans

Geen antwoord

Al de plannen die we maakten
kunnen in de prullenbak.
Omdat ‘Alzheimer’ jou vast greep
en een stokje daarvoor stak.
In plaats van een leuk retourtje,
Rome, Londen of Parijs,
gaat het ritje naar ’t verpleeghuis
geen retour, maar enk’ le reis.

In plaats van gezellig uitgaan
naar ’t concert dat jij vaak koos.
Zing ik met jou kinderliedjes
uit een hele oude doos.
En in plaats van te dineren
in ’t geliefde eetcafé,
help ik jou nu eten geven,
zachte groente en puree.

En in plaats van samen praten,
spreek jij meestal koeterwaals.
En de zinnen die ik opvang,
gaan alleen over toenmaals.
En in plaats van wandelingen
langs het strand, van een paar uur.
Lopen wij om het verpleeghuis
rondjes van een korte duur.

En in plaats van…., ja van alles,
want niets is meer wat het was.
‘k Vraag mij af: ‘Hoe moet ik verder?
Wie herstelt mijn stuk kompas?’
Is er eigenlijk een ‘verder’
of is er alleen een ‘toen’?
‘k Heb geen antwoord op die vragen,
dus ik moet het er mee doen.

© Hans Cieremans