Onvoorwaardelijke liefde

Ter ere van Wereld Alzheimer Dag een ode aan de liefde die nooit vergaat.

Onvoorwaardelijke liefde

Onvoorwaardelijke liefde
die bestaat in eeuwigheid.
Zelfs al ben je veel vergeten,
ware liefde raakt nooit kwijt.

Niets is sterker dan de liefde,
sterker dan geloof en hoop.
Alles wijkt voor onze liefde,
staat los van je levensloop.

Liefde kun je niet begraven,
niet cremeren, niet verslaan.
Zelfs al lijkt de toekomst somber,
onze liefde blijft bestaan.

© Hans Cieremans

 

Tegenstrijdig

Door je glimlach wil je vluchten
voor de tranen die je voelt.
Die pas in het donker komen,
als je piekert, als je woelt.
‘Jij bent sterk’ zeggen mensen,
‘jij slaat je er wel doorheen’.
En je glimlacht en zegt ‘Dank je’,
maar je voelt je toch alleen.

Door je glimlach wil je stoer zijn,
zodat iedereen dan ziet,
dat je heel de wereld aan kan.
Wat je voelt, dat zien ze niet.
Je gedrag is tegenstrijdig,
met emoties die je hebt.
En de buitenwereld weet niet,
dat je zo verwarring schept.

Door je glimlach worden tranen,
in het daglicht weggeduwd,
want je wilt niet zielig wezen,
omdat jij je tranen schuwt.
Maar door kwetsbaarheid te tonen,
zien ze wat de waarheid is.
Want jouw tranen die vertellen,
jouw gevoel van groot gemis.

© Hans Cieremans

Tot gauw

Jij bent niet alleen veranderd,
ook de wereld om mij heen.
Vrienden bellen af en toe wel,
maar ik zie er haast geen een.
En als zij dan met me spreken,
gaat het altijd over jou
En dan wensen ze me sterkte
en dan zeggen ze: ‘Tot gauw’.

Maar dat ‘gauw’ dat duurt steeds langer
en de eenzaamheid slaat toe.
En ik ga steeds vroeg naar bed toe,
want dit leven maakt me moe.
Maar ik kan de slaap niet vatten,
ik denk aldoor maar aan jou.
Dat jij net als ik alleen bent
en dan zeg ik zacht: ’Tot gauw’.

‘k Ga je elke dag bezoeken,
meestal met een stukje fruit,
dat je bijna niet meer weg krijgt,
want je gaat hard achteruit.
Ach, het zal niet lang meer duren,
’t is geen leven zo voor jou.
Het is goed als het voorbij is
en dan hoop ik maar: ‘Tot gauw’.

‘k Schrijf een kaart aan al de vrienden,
als jij overleden bent.
En als wij dan afscheid nemen
is hun opkomst ongekend.
Al de vrienden die me zeggen:
‘Echt, we denken veel aan jou,
‘k wens je sterkte met verwerken.
Houd je taai hoor en tot gauw’.

© Hans Cieremans

Oma

Toen oma nog verkering had
ruim zestig jaar gelee,
had bijna niemand telefoon,
een auto of tv.
Oma droeg een retro jurk,
haar bad was een lavet.
Met zusjes op één kamertje
in een stapelbed.

Toen oma nog verkering had
ruim zestig jaar gelee,
zat zij braaf met opa saam
op een canapé.
En vrijen toen, dat deed ze wel,
stiekem in een steeg,
dan hoopte ze dat niemand hen
daar in de gaten kreeg.

Oma heeft nu Alzheimer,
opa leeft niet meer.
En als ik nu bij oma kom,
beleeft zij vroeger weer.
Dan praat ze over opa,
hun allereerste zoen,
het steegje en de canapé.
Oma praat van ‘toen’.

Oma heeft dan op haar schoot
een bakelieten pop.
En als ik zeg: ‘wat is ze lief’,
dan fleurt ze extra op.
Dan praat ze weer van opa,
haar zusjes, de lavet.
Steeds hetzelfde verhaal,
terwijl ik koffie zet.

Oma heeft nu Alzheimer,
leeft met herinnering,
niet van vandaag, maar van de tijd,
dat zij met opa ging.
Ik zal ervan genieten,
steeds als ik bij haar ben.
En dat zal ik blijven doen,
until they ‘ll meet again.

© Hans Cieremans

Vader

Als jij in de spiegel kijkt,
zeg mij: ‘Wie zeg je dan?’
Is dat die stoere bink van toen
of een bejaarde man?
Of zie jij helemaal niet meer,
dat jij die man daar bent?
Omdat jij door je dementie,
jezelf niet meer herkent.

Als je in de spiegel kijkt,
zeg mij: ‘Wat zie je dan?’
Is dat de pa die van me hield
of weet je daar niks van?
Zie jij misschien jouw vader daar
op wie je zoveel lijkt?
Of zie jij daar een vreemdeling,
waarnaar jij roerloos kijkt?

Als ik samen met jou kijk,
zie je mij daar dan staan?
Zeg je dan: ‘Jij bent mijn kind’
of zal je dat ontgaan?
Maar zelfs als je mij niet  ziet
en mij niet meer herkent.
Dan ontgaat het mij echt niet,
dat jij mijn vader bent.

Als wij voor de spiegel staan,
dan vraag ik; ‘Vader kijk,
zie jij ons en zie je dan
dat ik ook op jou lijk?
Ik wil je graag bedanken,
voor alles wat je deed.
Je zit voor altijd in mijn hart,
ook als je ’t niet meer weet’.

© Hans Cieremans

 

 

Vier oude mensen (een dag in het verpleeghuis)

Vier oude mensen,
met zoekende blikken,
je hoort een pendule,
monotoon tikken.
Op tafel een mandje,
een nep plastic plantje,
brocante kleedjes,
een oud wandtapijt,
beklemmende stilte,
terwijl tijd verglijdt.
Op een kantoortje
staan zusters te praten.
De sfeer is bedompt,
de stemming gelaten.

Vier oude mensen,
die koffie krijgen
aan een ronde tafel,
ze dutten of zwijgen.
Omdat ze niets willen,
zuster deelt pillen,
voor na het eten,
met een hap vla,
zo glijdt ‘t naar binnen,
ze rusten daarna.
En dan is het tijd
voor activiteiten,
voor wat ontspanning,
wat spontaniteiten.

Om vier uur terug
naar de ronde tafel.
Ze krijgen wat sap,
met een stroopwafel,
Bij ’t avondeten
wordt niet veel gegeten.
En om zes uur,
nog koffie gezet.
Niet veel personeel,
dus vroeg naar hun bed.
Vier mensen zijn moe
en als ze gaan gapen,
zeggen de zusters,
‘’t Is tijd om te slapen’.

En morgen????

Vier oude mensen,
met zoekende blikken,
je hoort een pendule,
monotoon tikken.
Op tafel een mandje,
een nep plastic plantje,
brocante kleedjes,
een oud wandtapijt,
beklemmende stilte,
terwijl tijd verglijdt.
Op een kantoortje
staan zusters te praten.
De sfeer is bedompt,
de stemming gelaten.

©  Hans Cieremans

Ik moet naar huis

‘Doe de deur eens open nou,
want ik hoor hier niet thuis.
Mijn moeder zit te wachten,
laat me los, ik moet naar huis.
Ik heb drie kleine kinderen,
twee dochters en een zoon,
Het is al laat, ik moet hier weg,
naar huis toe, waar ik woon.

Wat ben jij een liegebeest,
jij bent toch niet mijn zoon?
Mijn zoon is klein, hij is pas vier.
Ach, jij jokt heel gewoon.
Moedertje, waar ben je nou?
Ze laten mij niet door.
Weg die hand, ik ben het zat,
ik moet naar huis toe hoor.

Houdt me nou niet tegen zeg,
ik sla je, ik word kwaad.
Blijf van me af, ik sla je niet,
als jij me buiten laat.
Ik moet naar mijn moeder toe,
schiet op, een beetje vlug
Help me nou, ik word zo moe,
ik moet naar huis terug’.

De moraal

Haar moeder en haar kinderen,
komen uit vroeger tijd.
Die tijd, dat is het ‘nu’ voor haar,
het biedt haar veiligheid.
Ga met haar samen mee naar toen,
zodat haar angst verstomt
En deel met haar haar wereldje,
totdat ze echt Thuis komt.

© Hans Cieremans

 

 

You ‘ll never walk alone!

Schaamte, angst en schuldgevoelens,
opgelaten, treurig, boos.
Onmacht, eenzaam, onbehaaglijk,
gefrustreerd en rusteloos.
Uitgeput en zenuwachtig,
ongelukkig, ongerust,
melancholisch en chagrijnig,
spijt, wanhopig, uitgeblust.

’t Is een doolhof van emoties,
die haast iedereen doormaakt.
Maar er zijn Alzheimer-momenten,
waar je diep door wordt geraakt.
Door ontroering en door liefde,
mededogen, tederheid.
waar je ook door wordt getroffen,
met gevoel van dankbaarheid.

Tegenstrijdige gevoelens
in een turbulente tijd.
Steeds weer vallen en weer opstaan,
in een niet te winnen strijd.
Het is moeilijk troost te vinden,
want wie treft de juiste toon?
Toch is ’t goed om te beseffen:
‘You ‘ll never walk alone!’

© Hans Cieremans

 

De glimlach

Achter jouw glimlach
zijn tranen verborgen
van onzichtbaar verdriet.
De buitenkant vrolijk,
de binnenkant zorgen,
maar geen mens die het ziet.
Je ziet er goed uit,
je toont levenslustig,
maar je buitenkant liegt
Hij is niet echt,
je bent bang, onrustig.
Je glimlach is schijn die bedriegt.

Achter jouw glimlach
zijn tranen verborgen
van onzichtbare pijn.
Je leeft met de dag,
je denkt niet aan morgen,
want beter zal dat niet zijn.
Zo poog je steeds weer
je pijn te verdringen,
met glimlach, die pijn verzacht.
Totdat je tranen
niet zijn te bedwingen,
meestal in eenzame nacht.

Achter jouw glimlach
zijn tranen verborgen
van onzichtbaar verdriet.
De buitenkant vrolijk,
de binnenkant zorgen,
maar geen mens die het ziet.
Toch zal verdriet
het niet blijven winnen,
‘t wordt verweven in tijd.
Eens vindt de glimlach
de weg weer naar binnen,
daar vind je dan ook dankbaarheid.

© Hans Cieremans

 

Het kluisje

Morgen is vandaag verdwenen,
net als gisteren vandaag.
Wat gebeurde kortgeleden
is niet meer of nog heel vaag.
Maar herinnering aan vroeger,
blijft nog lang onaangetast,
opgeborgen in een kluisje,
dat soms aangenaam verrast.

Er ontvouwt zich een lang leven,
als dat kluisje opengaat.
In dat kluisje is verleden
in herinnering paraat.
Daarin zitten de verhalen
en de liedjes van weleer.
Hun gevoelens en emoties,
van de hun vertrouwde sfeer.

Als het kluisje is gesloten,
pak de sleutel van het slot.
En gaat met hen mee naar vroeger,
hun momenten van genot.
Luister naar wat zij vertellen,
want dat is hun wereld nu.
En geniet van hun verhalen,
hun belangrijk déjà-vu.

Morgen is vandaag verdwenen,
net als gisteren vandaag.
Wat gebeurde kortgeleden
is niet meer of nog heel vaag.
Al lijkt toekomst haast verdwenen,
duik met hen hun ‘vroeger’ in.
Huil en lach, herinner samen,
want dat geeft hun leven zin.

© Hans Cieremans