Levensreis

We zijn onderweg
in de trein van het leven
van ’t ene naar ’t and’ re station.
Wat ons die reis biedt,
dat wordt ons gegeven,
soms regen en soms schijnt de zon.
Langs bergen en dalen,
het einddoel gaan halen,
die trein rijdt altijd maar door.
Door storm en door mist,
zijn wij de toerist,
soms ook op ongewenst spoor.

De vraag wordt gesteld ,
bij het inchecken:
‘Waar brengt de reis ons naartoe?’
Pas tijdens de reis,
ga je langzaam ontdekken:
‘Je weet niet naar wat, waar of hoe’.
Winnen, verliezen,
je kunt niet veel  kiezen,
de levensreis heeft dat bepaald.
Waar je ook bent,
het is onbekend,
hoe je het eindstation haalt.

De reis lang of kort,
hoe lang je ook treinde,
uitstappen is eens verplicht.
De trein van het leven
is dan aan het einde.
Is daar een tunnel met licht?
Tijdens het reizen
zoek je bewijzen:
‘Wat na ons levensvervoer?’
Maar hoe of dat zit
aan ’t eind van de rit?
Weet niemand, er is geen retour.

©  Hans Cieremans

Wat de kinderen zeggen

Ze zeggen: ‘Zoek een hobby mam,
neem afstand af en toe.
Straks ga jij er onderdoor,
je bent nu al doodmoe.
Je moet een beetje afleiding,
al valt je dat niet mee.
Eentje ziek is al genoeg,
we willen er geen twee.

’t Is niet verplicht om elke dag,
naar het bezoek te gaan.
Je kunt gerust zo nu en dan
een dagje overslaan.
In het weekend kunnen wij
soms ook eens naar hem toe.
Al hebben wij een druk gezin
en is het veel gedoe.

Pappa, wordt heel goed verzorgd,
ga wand’ len in het bos.
Of ga met je vriendinnen uit.
Kom, laat het nu eens los’.
Zo praten vaak mijn kinderen,
het is heel goed bedoeld.
Maar ja, ik kan niet helpen,
dat het best anders voelt.

Loslaten, dat kan ik niet,
voor geen enk’ le prijs.
Al vinden zelfs mijn kinderen
mij dom en eigenwijs.
Maar soms denk ik: ‘Ik kan niet meer.
Als ik het dan bekijk’.
Dan besef ik: ‘Kinderen,
jullie hebben gelijk’.

© Hans Cieremans

Valentijnsdag

Dagen doen soms pijn,
zelfs met Valentijn
en vooral als je ‘t niet meer weet.
Een geknakte roos,
rood maar machteloos,
als jouw liefde de tijd vergeet.
Liefde die je eens ontving,
waar je dan van lijkt berooid,
blijft in de herinnering,
daar verdwijnt de liefde nooit.

Dagen doen soms pijn,
zelfs met Valentijn
en vooral als je iemand mist.
Dan is ’t rode hart,
dik omrand met zwart,
maar ’t is warm en het klopt beslist.
Liefdevol bij elke slag,
slaat dat hart dat altijd klopt
en op deze liefdes-dag,
nooit voor wie je lief had stopt.

Dagen doen soms pijn,
zelfs met Valentijn.
Maar verbreken geen liefdesband.
Waar je ook mag gaan,
liefde blijft bestaan,
ook in ’t hart met een zwarte rand.
Geef dus rode rozen,
ondanks tranen en gemis,
en blijf liefde kozen,
die altijd het sterkste is.

© Hans Cieremans

Onmacht

Wat moet ik met mijn moeder aan?
Ik heb haar net bezocht.
En het was verschrikkelijk,
ze zit vol achterdocht.
Dat zij in het verpleeghuis zit,
daarvan krijg ik de schuld.
Ik raak zo langzaamaan daardoor
aan ’t eind van mijn geduld.

Ik weet, ze lijdt aan dementie,
ze is verward en oud.
Maar ze scheld en vloekt ook soms
en ik doe alles fout.
Zo ken ik echt mijn moeder niet,
het was zo’n lieve vrouw.
Maar ze doet  zo lelijk steeds,
zeg mij: ‘Wat moet ik nou?’

Vanmiddag was het weer zo ver,
ze ging weer zo tekeer.
Dan word ik boos, onredelijk,
ik weet het echt niet meer.
Soms denk ik dan: ‘Was jij maar dood’,
maar ’t klinkt zo hard, zo koel.
Dat ik dat denk, daar schrik ik van,
het geeft zo’n schuldgevoel.

Ach, mijn lieve moedertje,
wat ben je toch ver weg.
Net als jij, heb ik het soms:
‘Ik meen niet wat ik zeg’.
We moeten samen dealen,
met de werk’ lijkheid.
We zijn nog samen bij elkaar,
maar zijn elkaar ook kwijt.

© Hans Cieremans

 

Ondanks de beperkingen

Ik was zo trots op hem toen we trouwden,
trots wie hij was, wat hij deed.
Trots op het nestje, dat wij samen bouwden.
Maar ‘t lijkt of hij ‘t nu niet meer weet.
Want als ik praat over onze twee zonen,
de zaak waarvoor  hij heeft gewerkt,
de zomervakanties en van onze dromen,
dan heeft hij daar niks van gemerkt.

Ik praat daarom niet meer over ‘t verleden,
dat heeft langzaamaan weinig zin.
Ik zoek nu naar andere mogelijkheden,
daar zet ik me heel graag voor in.
Alles is anders dan vroegere jaren.
Alzheimer kwam op zijn pad.
Maar ik zal het ‘vroeger’ van samen bewaren,
we hebben het prachtig gehad.

Nu neem ik hem aan de hand mee naar buiten
en praat lieve woordjes tot hem.
‘Hoor nou eens hoe alle vogeltjes fluiten,
ruik eens de bloeiende brem.
Kom naast me zitten, hier op dit bankje,
je wordt veel te moe van dat staan’.
Ik pak uit een tasje zijn lievelingsdrankje,
dan kijkt hij me liefdevol aan.

Ik vraag me soms af: ‘wat voor zin heeft dit leven?’
Maar ik wil hem echt nog niet kwijt.
Soms kan ik hem toch iets vreugdevols geven,
gewoon maar iets kleins op zijn tijd.
Wandelen, zingen, naar zus op visite.
’t Is anders dan vroeger bestaan.
Maar zo kunnen wij soms toch samen genieten.
Daar wil ik nog heel lang voor gaan.

© Hans Cieremans

 

 

De ouderwetse kamer

Foto’s uit vervlogen jaren
staan gerangschikt naast elkaar.
Daar omheen waxinelichtjes
op een eikenhout dressoir.
Op een oud Perzisch tapijtje
staat en vaas met plastic roos
en wat Droste chocolaatjes,
in een nog gesloten doos.

Naast het bed staat in de kamer
een brocante oude stoel
en een paar versleten meubels,
tussen ouderwetse boel.
Voor het raam de glasgordijntjes,
een cyclaam in het kozijn.
Het spionnetje hangt buiten
met het uitzicht op een plein

Een antieke Friese staartklok
hangt al jaren aan de muur.
’t Is een kostbare pendule,
hij slaat  om het hele uur.
Alles is behoorlijk stoffig,
niet zo fris meer en heel oud.
In het kamertje van oma
en dat voelt zo fijn, vertrouwd.

Kom ik bij haar op visite,
staan de chocolaatjes klaar
Opent zij het Droste doosje,
zegt ze: ‘Neem er maar een paar’.
Samen drinken we een theetje,
praten over vroeger tijd.
In die ouderwetse kamer,
toppunt van gezelligheid.

© Hans Cieremans

Storm in het hoofd

Storm in het hoofd,
zal mist niet verdrijven,
die zicht op het leven beperkt.
Storm in het hoofd,
zal levenslang blijven,
terwijl hij vernietigend werkt.
Storm in het hoofd
zal zelden gaan luwen,
ondanks veel troost en advies.
Storm in het hoofd
zal wanhoop niet schuwen,
die leidt tot verdriet en verlies.

Storm in het hoofd,
door aandacht te geven,
lijkt soms wat rust te ontstaan.
Storm in het hoofd,
die rust duurt maar even,
dan wakkert de stormwind weer aan.
Storm in het hoofd,
met stoten en vlagen,
rukt het geluk uit elkaar.
Storm in het hoofd
met talloze vragen,
maakt leven ontluisterend zwaar.

Storm in het hoofd,
je zult ‘t niet te geloven,
maar eens verlies je beslist.
Storm in het hoofd,
jouw stormkracht zal doven,
de stilte verdrijft dan de mist.
Storm in het hoofd,
de pijn zal verdwijnen,
woede en onmacht die zwicht.
Storm in het hoofd,
de zon zal gaan schijnen
en maakt ruime plaats voor het licht.

© Hans Cieremans

 

Alles wat we vroeger deelden

Alles wat we vroeger deelden
heeft zoveel betekenis.
Daarom moet ik heel vaak huilen,
omdat ik ons ‘vroeger’ mis.
Wat gaat komen is onzeker,
plannen maken doen we niet.
Wat we nu nog samen delen
is gezamenlijk verdriet.

Het is dealen met het heden,
met het nu van het moment.
Soms zie ik nog iets van vroeger,
als je mij ineens herkent.
Maar dat is dan maar heel even,
die momenten zijn maar kort.
En de toekomst voor ons samen?
Ach, we zien wel wat het wordt.

Alles wat we vroeger deelden,
deel ik nu niet meer met jou.
Maar wat vroeger was verdwijnt niet,
want ik houd nog steeds van jou.
En al is nu alles anders,
alles anders dan voorheen:
De herinnering zal blijven,
vroeger samen, nu alleen.

© Hans Cieremans

 

Voor haar

Zij zit aan tafel, haar ogen gesloten,
haar wereld lijkt somber en leeg.
Ontelbare tranen heeft ze vergoten,
nadat ze Alzheimer kreeg.
Haar man pakt haar hand, dan kijkt ze een fractie,
een glimlach komt op haar gezicht.
Maar na wat tellen verdwijnt haar reactie,
de wereld en ogen gaan dicht.

Zij zit aan tafel, haar ogen gesloten,
haar man denkt terug aan de tijd
van hun verliefdheid, waarvan ze genoten,
hij wil zijn geliefde niet kwijt.
Maar al is het anders, hij blijft voor haar zorgen,
hij huilt en streelt zachtjes haar wang.
Zijn angst voor de toekomst, die houdt hij verborgen,
maar diep in zijn hart is hij bang.

Zij zit aan de tafel, haar ogen gesloten,
dan draait hij hun lievelingsplaat.
Plotseling doet ze haar ogen dan open,
terwijl ze mee neuriën gaat.
Vroeger zong hij: ‘Voor haar’ en dat liedje
brengt haar even terug naar het ‘toen’.
Het blije gevoel van dat piepjonge grietje,
ze glimlacht, haar man krijgt een zoen.

© Hans Cieremans

‘Voor haar’: Frans Halsema https://www.youtube.com/watch?v=0uFlZRBIS_U

 

Het luisterend oor

Het luisterend oor,
dat mensen veel troost geeft
is vaak ver te vinden,
omdat het geen tijd heeft.
Dat oor, dat is zonde,
werkt tijdgebonden.
Dus vraag je verdrietig
om ’t luisterend oor.
Dan is daar helaas vaak
geen tijd zomaar voor.
Het luisterend oor
is heus wel aanwezig,
maar is veel te druk,
geen tijd, het is bezig.

Het luisterend oor
moet vliegen en rennen.
Je kunt het in nood vaak
nergens bekennen.
Je weet van tevoren:
‘Je mag het niet storen’.
Het oor heeft geen tijd,
het is drukbezet.
Het vliegt door de gangen
van bed naar het bed.
Ja, dat is triest,
het lachen vergaat je.
Het luisterend oor,
geen tijd voor een praatje.

Het luisterend oor
moet poetsen en wassen,
bedden verschonen,
jou laten plassen.
Geen tijd verspillen,
delen van pillen.
Het luisterend oor,
geen tijd voor jouw traan.
‘Heeft u gebeld?
Ik kom er straks aan.’
Als ’t luisterend oor
dan eind’ lijk in staat is.
Is ‘t niet meer nodig
omdat het te laat is.

© Hans Cieremans