Na het afscheid

Het kerkhof ademt
de rust en de stilte,
een vogeltje hipt over ’t grint.
De nevel trekt op,
en verdrijft zo de kilte,
er staat een zacht briesje wind.

Ik kijk bij je graf
naar de bloemen en kransen,
schaduwrijk achter de heg.
De zon komt erdoor,
de troostvlinders dansen.
‘k Ben bij je, toch ben je weg.

Wat is het vreemd,
het voelt haast weldadig,
zo’n plek van menselijk leed.
Soms is de dood
heel bevrijdend, genadig,
soms ook onmenselijk wreed.

Ze zeggen: ‘Je moet het
een plekje gaan geven’.
Waar die plek is, weet ik niet.
Ik moet jouw verlies
in mijn leven verweven,
die ruimte geeft aan mijn verdriet.

Het kerkhof ademt
de rust en de stilte.
Vlinders raken uit het zicht.
De nevel trekt op
de zon verdrijft kilte.
De vogel vliegt weg naar ‘het licht’.

© Hans Cieremans

Het labyrint

In het labyrint,
dwars door weer en wind,
dwaalt hij door verwarde tijd.
Hij is bang en moe,
weet niet waar naartoe
op de weg van vergetelheid.

Tot hij bij de uitgang is,
van het ondoordringbaar bos.
Vrijkomt uit de duisternis,
op die dag laat ik hem los.

Tragisch wonderlijk,
ondoorgrondelijk
zijn de paden van zijn gemis.
Plassen overal,
in zijn tranendal
op zijn weg vol met hindernis.

Tot hij bij de uitgang is,
van het ondoordringbaar bos.
Vrijkomt uit de duisternis,
op die dag laat ik hem los.

In het labyrint,
dwars door weer en wind,
dwaalt hij doelloos en zonder zin.
Tot hij straks misschien,
weer het licht zal zien
in een vredig en nieuw begin

Dan kan hij weer vlinderen.
Los, bevrijd van zijn cocon.
Niets kan hem meer hinderen,
ginds achter de horizon.

© Hans Cieremans

Rust en vrede

Is de dood een vriend geworden,
waar het eerst een vijand was,
door het uitzichtloze lijden,
waar geen mens ooit van genas.
Waarom zou je dan niet kiezen
voor ontmoeting met een vriend?
Die je rust geeft met de vrede,
die je dan gewoon verdient.

Is het leven geen geschenk meer,
zoals jij het eertijds kreeg.
Dan behoeft de lijdensbeker,
toch niet tot de bodem leeg?
Is het lijden onvermijdbaar,
is ’t barmhartigheid dat telt
en dan is het te begrijpen,
dat het einde wordt versneld.

Maar als tijd de geest vertroebelt,
en in schemering verhult,
is de keus niet meer te maken,
past slechts liefde en geduld.
Tot de schemer zal gaan wijken
blijft vertwijfeling bestaan.
Maar aan ’t eind zal rust en vrede
ook die mensen niet ontgaan.

© Hans Cieremans

 

 

Eigen regie

Eigen regie,
dat is het streven.
Zelfredzaamheid
in heel je leven.
Zelf gaan bepalen,
doelen behalen.
Alles bereiken,
volgens een plan.
Het leven is mooi,
als je dat kan.
Eigen regie,
’t lijkt vanzelfsprekend.
Pas als je het mist,
voel je wat ’t betekent

Eigen regie, het klinkt ideaal,
maar ’t is niet aan ieder gegund.
Zelf regisseren ’t lijkt vaak zo normaal,
maar wat als je dat niet meer kunt?

Jezelf kleden,
jezelf wassen,
zelfstandig eten,
zelfstandig plassen.
Zelf iets gaan kopen,
zelfstandig lopen.
Zelfstandig lezen,
zelf naar je bed.
Koffie gaan drinken,
die zelf is gezet.
Zelf kunnen kiezen,
zo vanzelfsprekend.
Pas als je het mist,
weet je wat het betekent.

Eigen regie, het klinkt ideaal,
maar ’t is niet aan ieder gegund.
Zelf regisseren ’t lijkt vaak zo normaal,
maar wat als je dat niet meer kunt?

Eigen regie,
dat is het streven
in het verpleeghuis,
waar veel mensen leven.
Hulp bij het wonen,
hulp bij verschonen.
Hulp bij ’t eten,
hulp aan ’t bed.
Hulp bij ’t lopen
en op het toilet
Eigen regie,
niet vanzelfsprekend,
want als je het mist
weet wat het betekent.

Eigen regie, het klinkt ideaal,
maar ’t is niet aan ieder gegund.
Zelf regisseren is niet zo normaal,
Vooral als je zelf niet meer kunt.

© Hans Cieremans

Eigen regie

Jans ging naar haar huisarts toe,
voor een goed gesprek.
Want zij vergat ontzettend veel
en dat vond zij maar gek.
De arts zei: ‘Dat is Alzheimer,
maar dat is geen probleem.
We sluiten een mobieltje aan
op ons alarmsysteem.

U mag mij altijd bellen hoor,
of stuurt u maar een app.
Dan kom ik wel eens bij u langs
als ik er tijd voor heb.
Zo kunt u blijven wonen,
fijn in uw eigen huis.
En dat is altijd beter toch,
dan een verpleegtehuis?’

Jans ging verward t’ rug naar huis,
’t mobieltje in haar tas.
maar hoe werkt appen en mobiel ,
ze wist niet wat dat was.
Ze raakte het mobieltje kwijt,
en nam een sigaret.
Die rookte ze toen vol gevaar
uitgeput in bed.

Ja,  Jans vergat haar sigaret,
de boel vloog in de brand.
En Jans wist niet wat zij moest doen,
zo liep het uit de hand.
Jans haar huisje brandde af,
zij werd op tijd gered
Nu ligt zij helemaal rookvrij
op een verpleeghuisbed.

Daar kwam toen een zuster langs,
voor een goed gesprek.
Die zei: ‘Hier bent u veilig hoor,
U bent hier op uw plek.
En als u mij soms nodig hebt,
dan is dat geen probleem.
Kijk op dit mobieltje hier
vindt u ’t alarmsysteem.

U mag ook altijd bellen hoor
of stuurt u maar een app.
Dan kom ik vast wel bij u langs
als ik er tijd voor heb.
En denkt u aan de regels hier,
dus ook aan ’t rookbeleid.
Geef mij uw sigaretten maar,
’t is voor uw veiligheid’.

Er lag op Jans haar  kamertje
een kleurig infoblad,
waarin stond dat je regie
over ’t eigen leven had.
Maar Jans versleet haar leventje
zonder regie op bed.
En zocht dan af en toe vergeefs
naar een sigaret.

© Hans Cieremans

 

 

 

Voltooid leven

Vertederend beeld:
Een traan op haar wangen.
Een vredig gevoel,
berustend verlangen.
Fragiel en breekbaar,
niet meer aanspreekbaar,
zo ligt zij daar,
het einde nabij.
Straks komt verlossing,
dan is ze weer vrij.
Haar ‘ik’ diep verzonken,
ze maakt zich reisvaardig.
’t Is indrukwekkend,
ontroerend en waardig.

Sereen is de rust,
kaarsjes die branden.
Ouderdomsvlekken
sieren haar handen.
Daar ligt ze zo kalm,
muziek van een psalm.
Het naderend afscheid
staat voor de deur.
’t Rimp’ lig gezicht
verandert van kleur.
Haar voeten zijn koud,
gebroken haar ogen.
De traan op haar wangen
is langzaam gaan drogen.

Dan komt het moment,
dat adem zal stoppen.
Haar hart vol met liefde
zal niet langer kloppen.
Zij is overleden
en  rust nu in vrede.
Dat heeft ze verdiend,
er is nooit meer pijn.
Is er een hemel,
dan zal ze daar zijn.
De liefde, de passie
die zij heeft gegeven,
maakt ’t afscheid goed,
van haar voltooid leven.

© Hans Cieremans

‘Ik heb dementie’

Ik heb dementie
en ben bang voor morgen.
Wie kijkt naar mij om,
wie wil voor mij zorgen?
Ik ben de weg kwijt,
zuster heeft geen tijd.
Ze heeft geen collega’s,
er is een tekort.
En het loopt fout,
als ’t niet beter wordt.
Dus kom toch naar mij,
om voor me te werken,
het geeft veel voldoening,
dat zal je vast merken.

Ik heb dementie
en ben bang voor morgen.
Wie kijkt naar mij om,
wie wil voor mij zorgen?
Geef me weer houvast,
als het bij jou past
om mij te helpen,
twijfel dan niet.
Ik val best mee,
als je me ziet.
Want je kunt mij nog
jouw warmte geven.
Een sprankeltje vreugd
in mijn korte leven.

Ik heb dementie
en ben bang voor morgen.
Wie kijkt naar mij om,
wie wil voor mij zorgen?
Ben ik je vergeten,
dan moet je wel weten,
dat ik heel blij word,
als jij er weer bent.
Al heb ik jou dan
misschien niet herkend.
Want al je hulp
is nooit overbodig.
Kom me dus helpen,
ik heb je broodnodig.

© Hans Cieremans

 

 

Achter de gesloten deuren

Achter de gesloten deuren
zitten oudjes op een stoel
aan een houten ronde tafel.
Heeft hun leven nog een doel?
Oudjes volgen ’t vaste ritme
in de dagelijkse sleur.
Zo verslijten ze hun dagen
achter de gesloten deur.

Achter de gesloten deuren
zijn  de oudjes zoveel kwijt.
En een man roept om zijn moeder,
zijn symbool van veiligheid.
Als hij rammelt aan de deurknop,
met de angst op zijn gezicht,
komt de zuster hem wel troosten,
maar de deur die blijft potdicht.

Achter de gesloten deuren,
zitten mensen in een kring.
Samen gaan ze pim-pam-petten,
trainen de herinnering.
Zuster bakt dan pannenkoeken,
men herkent de zoete geur.
En dan is het best gezellig
achter de gesloten deur.

Achter de gesloten deuren
liggen oudjes in hun bed.
Aan de muur tikt de pendule
in een monotone tred.
Tikt naar afscheid van het leven,
naar het vroege morgenlicht.
Eens gaan alle deuren open,
gaat geen enk’ le deur meer dicht.

© Hans Cieremans

Lieve moeder

Lieve moeder, ‘k moet vaak denken
aan mijn eigen kindertijd.
Aan de onbezorgde jaren,
warmte en gezelligheid.
Toen geluk nog heel gewoon was,
’t huisje met de galerij,
toen de bakker aan de deur kwam
het is allemaal voorbij.

En dan zie ik u weer voor me,
hoe u vrolijk naar me keek,
als u mij uit school kwam halen,
met het snoepje van de week.
Als ik buiten mocht gaan spelen,
totdat u me binnen riep.
En als u me ’s avonds voorlas,
net zolang totdat ik sliep.

Onvoorwaardelijke liefde,
dat heb ik van u geleerd.
En nu is alles zo anders,
zijn de rollen omgekeerd.
Nu moet ik u gaan verzorgen,
kom ik daag’ lijks naar u toe.
En weet u, dat ondanks tranen,
ik dat met veel liefde doe.

Maar waar bent u lieve moeder,
die zo vrolijk naar me keek?
Die me troostte bij verdrietjes,
die zo onvervangbaar leek?
Maar nu bent u broos en kwetsbaar,
leeft u in de vroeger tijd.
Zo ben ik u lieve moeder
in het nu voor altijd kwijt.

Onvoorwaardelijk liefde,
dat heb ik van u geleerd.
Zelfs al is nu alles anders,
zijn de rollen omgekeerd.
Ik zal voor u blijven zorgen,
zoals u dat voor mij deed.
Want u bent en blijft mijn moeder,
die ik nimmermeer vergeet.

© Hans Cieremans

 

Betutteling

‘Wilt u televisiekijken?
Geer en Goor zijn op tv.
Dat gaat over oude mensen,
ze zijn leuk hoor alle twee’.
Zuster zet dan de tv aan
en mevrouw kijkt Geer en Goor.
Dan roept zij: ‘Dit is afschuwelijk,
mens ik weet niet wat ik hoor’.

‘Lieve schat, zeg moet je plassen?
Zet je beentjes naast je bed.
Straks gaat zustertje je wassen,
ga maar gauw naar het toilet.
Lieverd, kijk daar is de poepdoos,
hahaha, de lieve scheet.
Moet je haar daar horen knallen.
Echt, ik heb het niet zo breed.

U bent klaar, maar o, wat zie ik,
uw pyjama vol met poep.
Gaat u daar maar even zitten,
zodat ik de zuster roep.
Dat is lachen, gieren brullen,
zuster die verschoont u hoor,
haha schat, ik heb geen spullen,
ik heb daar de kracht niet voor’.

‘Zuster zet u de tv uit,
want ik vind het echt niet leuk’.
‘O, mevrouw, nou dat is jammer,
want ik lach me steeds een deuk.
’t Is reclame voor de oudjes,
maar ik zie u bent het zat.
Als u wilt gaat de tv uit,
‘k Zal het doen hoor, lieve schat’.

© Hans Cieremans