Het biertje en het advocaatje

Hij dronk dagelijks een biertje,
dat hielp goed tegen de dorst.
Dan nam zij een advocaatje,
blokje kaas, een plakje worst.

Hij keek naar de televisie
en zij las in de Margriet.
En ze lachten naar elkander:
‘Wat gezellig, ik geniet’.

Heel tevreden met hun leven
vierden zij hun oude dag,
totdat hij meer ging vergeten
en ook vreemde dingen zag.

Plotseling werd alles anders,
dementie werd vastgesteld.
En hij werd toen noodgedwongen
bij ’t verpleeghuis aangemeld.

Daar geeft zij hem nu zijn biertje,
dat helpt goed tegen de dorst.
Uit een meegenomen bakje,
geeft ze hem wat kaas en worst.

Straks dan gaat ze weer naar huis toe,
voor het donker, niet te laat.
Eenzaam kijkt ze televisie,
met haar glaasje advocaat.

En dan denkt ze aan haar maatje,
die haar zoveel liefde gaf.
Drinkt nog wel haar advocaatje,
maar de slagroom is er af.

© Hans Cieremans

 

 

De wereld van vergeten

In de wereld van vergeten,
daar vervaagt herinnering.
Daar heerst angst van niet meer weten,
hoe het in het leven ging.
Daar waar jaren zich verdampen
in een tijd, die niet meer kent,
waar alleen is vast te klampen
aan het vluchtige moment.

In de wereld van vergeten
loopt de zoektocht altijd dood,
in de tijd die is bemeten,
want de toekomst is niet groot.
Daar zijn de geliefden vreemden,
zijn de namen uitgewist
’t Is de wereld van ontheemden,
die zich hult in dichte mist.

In de wereld van vergeten,
is haast alles afgepakt.
Maar is liefde nooit versleten,
dat blijft tot het eind intact.
Dat gevoel is onverslijtbaar,
zelfs in diepe duisternis.
Blijf je voor elkaar bereikbaar,
ondanks tranen en gemis.

© Hans Cieremans

Het bezoek

Hoe zal ik mijn man aantreffen?
‘k Denk dat ik er nooit aan wen
of hij ooit nog zal beseffen,
waar hij is en wie ik ben.
Elke dag is het weer anders
en zo gaat het al een poos.
’t Kost me steeds weer waterlanders,
‘k ben soms boos , vaak machteloos.

Ik ga met lood in mijn schoenen
elke dag weer naar hem toe.
‘k Zal hem altijd even zoenen,
uit gewoont’, ik ben moe.
Eens toen wij elkaar beloofden:
‘k Blijf je trouw, ik heb je lief,
wist ik niet dat ’t vuurtje doofde,
want hij werd soms agressief.

Ach ik heb nu wel begrepen,
hij kan er ook niets aan doen.
‘k Moet mezelf er doorheen slepen
en dan denk ik maar aan toen.
Aan de vele mooie dingen,
die we deden met elkaar.
Het zijn die herinneringen,
die ik in mijn hart bewaar.

‘Lieve schat, kijk nou, hier ben ik,
zie je nou wel wie ik ben?
Ja, je kijkt, je weet het denk ik.
Kijk eens hoe ik je verwen.
Hier een heerlijk chocolaatje,
da’s voor strakjes bij de thee.
‘k Ben je vrouw, ik ben je maatje,
Kom ik neem je even mee’.

‘k Moet hem werkelijk meeslepen,
want hij heeft heel vaak geen zin
Heeft hij mij nu wel begrepen?
Ach, wat heeft het nog voor zin?
Ik blijf meestal niet zo lang hoor,
want het doet alleen maar zeer
Op bezoek gaan ben ik bang voor,
morgenmiddag ga ik weer.

© Hans Cieremans

Stemmen in 1981 (waar gebeurd)

In het volle stembureau
kreeg zij haar formulier,
maar zij was enigszins dement
en vroeg: ‘Wat moet ik hier?’
‘U mag hier nu gaan stemmen,
zei ik, ‘daar in dat hok’.
Maar toen zij in ’t hokje stond,
zag ik dat zij daar schrok’.

Ik wilde haar toen helpen
en dat werd toegestaan.
Ik ben toen samen met mevrouw
het stemhok in gegaan.
Ze vroeg me heel paniekerig
‘Waar staat de ARP?’
Ik zei; ‘Dat is nu CDA,
AR doet niet meer mee’.

‘O, meneer wat vreselijk.
Dat is toch idioot’.
Ze kleurde toen heel onverwacht
het vakje ‘Den Uyl’ rood.
‘Zo’ zei zij  ‘ik heb gestemd,
leve de ARP’.
Maar ik dacht ‘Ja wat moet ik nu,
want dit was fout, o jee’.

Na mevrouw, kwam een meneer
en zei: ‘k Stem socialist’
en vroeg me waar hij kleuren moest,
omdat hij het niet wist.
Toen heb ik heel erg vindingrijk
een oplossing bedacht. Ik zei:
‘Kleurt u dan dit rondje in’.
Dat deed hij bij van Agt.

© Hans Cieremans

 

 

Het kaarsje

’t Kaarsje gaat heel langzaam doven,
door zijn hoge ouderdom.
’t Geeft nu nog een heel zwak lichtje
en het lontje valt haast om.
Als het vlammetje straks uitgaat
stopt zijn schaduw op de wand.
Slechts het stompje dat blijft over,
’t kaarsje is dan opgebrand.

En als ik denk aan dat kaarsje,
hoe het brandde al die tijd.
Hoe het mij altijd verwarmde
en zijn lichtje had verspreid.
Ik herinner me hoe ’t kaarsje
steeds de sfeer heeft mee bepaald.
Hoe zijn vlam steeds heeft gewapperd
en hoe mooi die heeft gestraald.

Jij was voor mij als dat kaarsje
‘k laat je dankbaar, vredig gaan.
Ik wil net zoals jij branden
en steek nieuwe kaarsjes aan.
Als mijn kaarsje eens zal doven,
‘k hoop in hoge ouderdom,
ben ik hoop ‘lijk als jouw lichtje,
valt mijn lontje vredig om.

© Hans Cieremans

 

 

Maak van twijfelen vertrouwen

Maak van twijfelen vertrouwen,
van je woede tederheid,
van ontkenning acceptatie
in een ongelijke strijd.
Maak van angsten de berusting,
van verdriet de dankbaarheid.
Maak je tranen tot een glimlach
in een nog beperkte tijd.

© Hans Cieremans

 

Het land van het verzonken ik

Plaats, persoon en tijd
in vergank ‘lijkheid,
in het land van ’t verzonken ik.
Land vol schemering
angst, ontreddering,
droefenis tot de laatste snik.
Ik zou bij jou willen zijn,
in die duisternis,
land van tranen, zielenpijn
en van grenzeloos gemis.

‘k Ruik je, voel je, hoor je, raak je aan,
‘k zoek naar je herkenningsblik.
Want ik laat je zo alleen niet gaan,
daar in het verzonken ik.

In vergetelheid,
vol afhank ‘lijkheid
in het land van ’t verzonken ik.
Waar de weg doodloopt,
jij vergeefs nog hoopt
in het donker, de mist is dik.
Jij herkent er heg nog steg
in dat dorre land
Onomkeerbaar is die weg
waar geluk is opgebrand.

‘k Ruik je, voel je, hoor je, raak je aan,
‘k zoek naar je herkenningsblik.
Want ik laat je zo alleen niet gaan,
daar in het verzonken ik.

Diepe eenzaamheid,
ongelijke strijd,
in het land van ’t verzonken ik.
Bijna comateus,
zonder eigen keus,
toekomst is daar ’t ogenblik.
’t Ogenblik dat weer vergeet,
herinneringen rooit.
Maar wel van de liefde weet,
als je leven is voltooid.

“k Ruik je, voel je, hoor je, raak je aan,
‘k zoek naar je herkenningsblik.
Want ik laat je zo alleen niet gaan,
daar in het verzonken ik.

© Hans Cieremans

Gouden momenten

Zomaar een glimlach,
een blik van herkennen.
Zomaar iets lekkers
om haar te verwennen.
Samen iets zingen.
Herinneringen,
die we soms delen
met een glas wijn.
Zwijgend genieten,
als wij samen zijn.
Een stukje lopen,
vroeg in de lente.
Het leven kent soms
nog zijn gouden momenten.

Een eindje rijden,
samen gaan shoppen.
Samen iets koken,
pinda’s gaan doppen.
Zomaar een praatje,
een advocaatje.
Krantje voorlezen,
een aai op mijn wang.
Een blij gevoel,
al duurt het niet lang.
Fotoboek kijken,
met oude prenten
Het leven kent soms
nog zijn gouden momenten.

Naar muziek luist’ren,
een dansje wagen.
Even bij tanken
voor moeilijke dagen.
Soms even kroelen,
een potje sjoelen.
Een grote sorbet
op een terras.
Niet te veel denken
aan hoe het ooit was.
Pannenkoek
met rozijnen en krenten.
Het leven kent soms
nog zijn gouden momenten.

© Hans Cieremans

 

De zorgmedewerker

Ze werkt’ in ’t verpleegtehuis,
al bijna dertig jaar.
Collega’s en de ouwetjes,
die waren dol op haar.
Maar toe gebeurde er iets raars,
op een kwade dag,
moest zij naar de directeur,
die gaf aan haar ontslag.

‘Ik weet wel dat dit moeilijk is,
ik zeg het ook met spijt
Want je bent ontzettend lief,
maar niet goed opgeleid’.
De directeur sprak zakelijk,
vanachter zijn bureau:
‘Voor de zorg in deze tijd,
heb jij te laag niveau’.

De zuster pakte toen haar tas
en droop verdrietig af.
Collega’s en de ouwetjes,
die stonden werk’lijk paf.
En als vervanging kwam er toen,
een heel jong meisje aan.
Zij was geschoold op niveau twee
en is aan ’t werk gegaan.

Doordat ze geen ervaring had,
ging er van alles mis
Hoewel ze op papier voldeed,
gaf dat veel ergernis.
Ze was niet heel betrokken
en slecht gemotiveerd.
Maar een diploma had ze wel,
ze had immers geleerd.

Ben je misschien een manager,
zakelijk en koel.
Besef: ‘Het werken in de zorg,
is werken met gevoel.
Het gaat niet om de regeltjes
en ook niet om het geld.
Het hart moet op de juiste plek,
dat is wat werk’ lijk telt’.

© Hans Cieremans

 

 

Protocol

Protocol voor
wegen en wassen,
wonden uit bruisen,
scheren en plassen.
Voor bedden opmaken,
bloeddruk bewaken.
Klysma’s toedienen,
verplaatsen in bed.
Bloedsuiker prikken
infusen gezet.
Voor temperaturen
en voor hygiëne,
canules verzorgen
en voor open benen

Protocol voor
het injecteren,
nagels verzorgen,
voor catheriseren.
Voor sputum en tillen,
decubitusbillen.
Voor hulp bij braken,
voor een urinaal.
Pilletjes delen,
gewoon of rectaal.
Verslikken opheffen,
verbinden van wonden,
Drupp ‘len van ogen,
het plaatsen van sonde.

Protocol voor
het rapporteren.
Je moet als verzorgende
alles goed leren.
De mensen verzorgen,
hun veiligheid borgen.
Met protocollen,
lijkt dat geslaagd.
Maar vind je het gek,
als soms iemand vraagt:
Waar is ’t protocol
‘Verplicht aandacht geven?’
En ’t protocol:
‘Gelukkiger leven?’

© Hans Cieremans