Plan of lot?

Er zijn mensen die geloven:
‘God heeft voor ons een plan’.
Dat is voor mij een opvatting,
waar ik niet veel mee kan.
Leef je lang of leef je kort,
de leeftijd die je haalt.
De gang van onze levensloop,
wordt door het lot bepaald.

Ziektes of natuurgeweld
zijn niet door God gestuurd.
Dat overkomt ons door het lot,
maar God is in de buurt.
God die ons niet beproeven wil,
geen uiting van het kwaad.
Maar God aanwezig in de nood,
die troostend naast ons staat.

Wat je gelooft, het maakt niet uit,
in keuzes zijn we vrij.
De waarheid is die van jezelf,
daarin is God nabij.
Als vrijheid wordt gerespecteerd,
dan kom je dicht bij God.
En hoe het leven verder loopt,
bepaalt ons levenslot.

Er zijn mensen die geloven:
‘God heeft voor ons een plan’.
Dat is voor mij een opvatting,
waar ik niet veel mee kan.
Het lot bepaalt en ik kies zelf,
dat geeft een vrij gevoel.
Waarbij God ons steeds begeleidt
naar ’t onbekende doel.

© Hans Cieremans

 

 

Eigen waarheid

Of je nu gelooft in Allah
of in God of in ‘het niets’.
Of je twijfelt, weet niet zeker:
‘Ach, er is denk ik wel iets’.
Dan ben je op zoek naar waarheid,
naar iets wat vanbinnen raakt.
In ’t besef: ‘Geloofsverschillen
zijn door mensen zelf gemaakt’.

Iedereen heeft wel een mening,
iedereen die wel iets vindt.
Daarom is wat wij geloven
iets dat in onszelf begint.
Ieder heeft een eigen waarheid
en geen waarheid is verkeerd,
zolang waarheid van de ander
wordt aanvaard, gerespecteerd.

Eigen waarheid maakt gelukkig,
als die waarheid niet beklemt,
niet gebukt gaat onder dogma’s
of je zelfontplooiing remt.
Elk geloof is gelijkwaardig,
dat in vrijheid wordt beleefd.
En dat jou door eigen waarheid,
vrede, rust en liefde geeft.

Geloof in je eigen waarheid,
die je diep vanbinnen vindt
en zoek hoe die eigen waarheid
niemand uitsluit, maar verbindt.
Misschien is dit niet jouw mening
en denk jij; ‘Je hebt het mis’.
Wil het dan toch respecteren,
omdat dit mijn waarheid is.

© Hans Cieremans

Gouden momenten

De lach van een kind,
een bos rode rozen,
de eerste zoen,
die je doet blozen.
Een kleuterklasje,
een zonnig terrasje,
een dikke knuffel,
mooie muziek,
een avond theater
met vrolijk publiek.
Eten bij kaarslicht,
de komst van de lente.
Het leven is mooi
met zijn gouden momenten.

Pluk toch de dag en voel dat je leeft.
Pluk hem zolang als je kunt.
Het is de dag die God aan ons geeft,
die Hij aan Zijn kinderen gunt.

Dansende mensen,
blije gezichten,
een jonge pup,
mooie gedichten.
Tienduizend sproetjes,
lekkere toetjes,
Een luie ligstoel,
een ontspannend boek
een lekker gebakje,
gezellig bezoek.
Een nieuwe jas,
veel complimenten.
Het leven is mooi
met zijn gouden momenten.

Pluk toch de dag en voel dat je leeft.
Pluk hem zolang als je kunt.
Het is de dag die God aan ons geeft,
die Hij aan Zijn kinderen gunt.

Babygeluk,
op schoot bij oma,
een blije scholier
met een diploma.
Zomaar een kaartje,
en verliefd paartje.
Dartelend vee
speels in de wei.
Geniet van het leven,
het gaat snel voorbij.
Grijp al je kansen,
gebruik je talenten
Het leven is mooi
met zijn gouden momenten

Pluk toch de dag en voel dat je leeft.
Pluk hem zolang als je kunt.
Het is de dag die God aan ons geeft,
die Hij aan Zijn kinderen gunt.

© Hans Cieremans

De kist

We staan bij je kist
en vieren je leven,
de liefde, de warmte,
die jij hebt gegeven.
Je levensverhalen,
met pieken en dalen,
jouw optimisme,
je vrolijke aard.
Het maakte jouw leven
voor ons zoveel waard.
Het is die herin ‘ring,
die ons zal troosten.
We heffen het glas
om op ‘t leven te toosten.

We staan bij je kist
je hield van het leven
en van je geliefden,
die jou hier omgeven.
Je bent overleden,
maar dankbaar, tevreden
zijn wij met jouw leven,
dat in ’t hart beklijft.
Voorgoed, onuitwisbaar,
herinnering blijft.
We hopen, vertrouwen:
Jij bent bij je Herder.
Maar hier in ons hart
zit je vast, leef je verder.

We staan bij je kist
aan ’t eind van je leven.
Dat was heel intens,
met mensen verweven.
Je idealisme
en jouw optimisme,
waren een voorbeeld
voor ons allemaal,
bescheiden, vol humor
en heel sociaal.
De lessen die jij
aan ons hebt gegeven:
‘Koester de liefde
en houd van het leven’.

© Hans Cieremans

 

 

De Koordirigent

 

Iedereen speelt in ’t concert van het leven,
maar een program heb je niet.
Er is geen tekst of muziek voor geschreven,
ons mysterieus levenslied.
Zo spelen wij allen ons ongewis liedje,
een tophit, een smartlap, een wals.
Soms is het droevig en soms dan geniet je,
soms is het zuiver, soms vals.

Het levensconcert, hoe lang zal het duren?
Van wie komt het arrangement?
Wie zit in ‘t orkest, hoeveel partituren?
Het is grotendeels onbekend.
Eén ding komt zeker: De apotheose,
het slotstuk dat klinkt tot besluit.
Dat is het moment, dat niet zelf is gekozen
ons levensconcert scheidt dan uit.

Dan gedenkt men ’t concert van ons leven,
ons deel in de kakofonie.
Dan wordt ons deel in ’t concert bijgeschreven,
en speelt onze slotmelodie.
Dat wordt ondersteunt met prachtige woorden
ontroerend herin‘ringsmoment.
Daarna komt er rust bij de mooie akkoorden
in ’t Concert bij de Koordirigent.

© Hans Cieremans

 

Voetstappen in het zand

Ik zocht woorden om te troosten
in de vorm van een gedicht.
Maar bij ’t zoeken van die woorden,
bleef ik steken, sloeg ik dicht.
Want hoe konden woorden troosten,
als je zo getroffen wordt?
Ach, ik kon dus beter zwijgen,
woorden schoten hier tekort.

‘k Moest voortdurend aan je denken,
‘t speelde alsmaar door mijn hoofd.
Er zijn mensen die beweren,
dat het helpt als je gelooft.
Maar ook mooie Bijbelteksten
schoten volgens mij tekort,
Want God lijkt toch ook afwezig,
als je zo getroffen wordt?.

Ik zou God wel willen spreken,
want ik was ontzettend kwaad.
Ik wou zeggen: ‘Kom tevoorschijn
als U werkelijk bestaat’.
Maar ik zag God niet verschijnen,
al riep ik wanhopig: ‘Kom’.
En met mijn tekort aan woorden
zat ik vast in mijn ‘waarom?’

Ik zocht woorden om te troosten
in de vorm van een gedicht.
En bij ’t zoeken van die woorden,
zag ‘k ineens een puntje licht.
Voor mij lag er op de tafel
een gedicht, zo voor de hand.
En ik las troostende woorden
van ‘voetstappen in het zand’.

© Hans Cieremans

 

Levenslied

’t Levenslied dat bij jou hoorde
is toe aan zijn slotakkoorden.
Straks verstommen al je woorden,
wordt het oorverdovend stil.
Als de laatste tonen klinken,
zal ik tranen weg gaan pinken,
zal ik op jouw leven drinken,
jouw uitdrukkelijke wil.

Dan houd ik mijn glas geheven,
breng een toost uit op jouw leven.
‘k Weet wat jij mij hebt gegeven,
mij ook vreugd schenkt in ’t verdriet.
En al moet ik om jou janken,
‘k wil je eindeloos bedanken,
voor de wonderschone klanken
van jouw mooie levenslied.

Levenslied met lach en tranen,
eens voor allen ‘zang der zwanen’,
‘t waren mooie jaren samen,
dat is straks voorgoed voorbij.
Maar jouw melodie blijft hangen,
in herinnerend verlangen,
blijft het in mijn hart gevangen
’t levenslied van jou voor mij.

© Hans Cieremans

Levenscyclus

Eens op een dag,
zo weten wij allen
sterven je ouders,
de stam is gevallen.
Wij zijn de loten
daaruit ontsproten
die zich dan wort’ len
diep in de grond.
Een nieuwe stam,
waar de oude eerst stond.
Daar hoop je te bloeien
in lengte van dagen
en hoop je met liefde
je vruchten te dragen.

Wij nieuwe stammen
uit d’ aarde gerezen,
zijn nu of straks,
allemaal wezen.
De oude bomen
zijn overgenomen.
Maar al hun waarden
blijven bestaan
Hun wijze lessen
die nimmer vergaan,
zijn voedingsbodem
voor ’t nieuwe leven.
Die wij onze takken
weer door kunnen geven

De oude stammen,
wij zullen ze missen
Maar al hun wijsheid
is niet uit te wissen
Hun spoor nagelaten
aan ons nazaten.
Aan onze stammen
schenken ze kracht.
De oude stammen,
zij rusten dan zacht.
Al zijn ze gebroken
God zal zich ontfermen
Terwijl wij hun lessen
nu mogen beschermen.

© Hans Cieremans

Er zijn

Ik zag de angsten in je blik,
hoewel je keihard vocht.
En merkte dat ik machteloos
naar goede woorden zocht.
Maar ieder woord was nu te veel,
bij jouw intens verdriet.
Mijn woorden schoten echt tekort,
die kwamen dan ook niet.

We zaten zwijgend bij elkaar,
totdat je plots ‘ling brak.
Ik sloeg mijn arm toen om je heen,
alleen mijn hart dat sprak.
Die glimlach door je tranen heen,
die is me niet ontgaan.
Jouw hand, die greep de mijne vast,
je had mijn hart verstaan.

Spreekt God niet tot ons met Zijn hart
gewoon door er te zijn?
Deelt Hij niet zwijgend ons verdriet,
als troost bij levenspijn?
Dan is een glimlach op zijn plaats,
Zijn zwijgen blijkt dan goud.
En is de stilte het bewijs,
dat Hij van mensen houdt.

© Hans Cieremans

Twijfelen, hopen, bidden, stoeien en verwonderen

Mijn geloof bestaat uit twijfel
of God werkelijk bestaat.
Het is zoeken naar een waarheid,
die zich maar niet vinden laat.
Mijn geloof is daarom stoeien,
stoeien met wat waarheid is.
Is God dan de echte waarheid
of heb ik het domweg mis?

Maar als ik in nood ga bidden,
(dat kan immers toch geen kwaad?),
dan word ik van binnen rustig.
Teken dat God echt bestaat?
Dan denk ik; ‘Is dit geen hopen,
word ik niet gewoon misleid?
Of wordt hoop misschien vertrouwen.
in een vage werk’lijkheid?’

Mijn geloof is soms ontkennen,
ga ‘k op zoek naar meer bewijs.
En dan voel ik vaak verwond’ring,
op mijn aardse levensreis.
Wonder van de mooie schepping,
van het leven, van de dood,
van de ruimte, tijd en liefde,
een mysterie levensgroot.

Twijf’lend, hopend, biddend, stoeiend,
zoek ik waar- en zekerheid.
Soms ontkennend, soms vertrouwend,
maar ’k verwonder me altijd.
Laat verwondering mij leiden,
naar de waarheid, vroeg of laat.
Opdat ik eens mag ontdekken
of God werkelijk bestaat.

© Hans Cieremans