Kerstavond

Tien uur, kerstavond,
het is donker buiten,
het is buiten nat, maar niet koud
Het regent flink door
en achter de ruiten,
zit een vrouw, ze is oud.
De kerkklokken luiden:
‘een Kind is geboren’.
Ze hoort ‘t, maar ’t maakt haar niet blij.
Ze denkt aan haar man,
die ze net heeft verloren.
Hij is er met kerst niet meer bij.

Vroeger, ja vroeger
ging zij naar de kerk,
het hele gezin ging dan mee.
Haar man kwam dan altijd
bijtijds van zijn werk.
Dat is nu volledig passé.
Haar man werd dement
en werd opgenomen
en dat was verschrikkelijk zwaar.
Hij is daar al snel
aan zijn einde gekomen,
onverwacht binnen een jaar.

Tien uur, kerstavond,
de kerkklokken luiden,
het is voor de kerst best zacht weer.
Geen witte kerst
door een wind uit het zuiden,
ze denkt aan die tijd van weleer.
Kerkgangers wandelen langs
en ze groeten.
Kerstnachtdienst begint half elf.
Vroeger, ja vroeger
kon zij uit de voeten,
toen gingen haar man en zij zelf

© Hans Cieremans

 

 

Ga je mee?

Zeg, heb jij misschien ook tijd
mee naar de stal te gaan,
waar een Kind geboren is
en waar een ster moet staan?
O, je hebt het veel te druk,
boodschappen en zo.
En zorgen voor de kinderen
en hun kerstcadeau?

Jeetje, krijg je ook bezoek.?
Maak jij het kerstdiner?
Ik begrijp het: Veel te druk,
dus je kan niet mee.
Je vraagt me wie dat Kindje is
geboren in een stal?
Ze zeggen dat hij koning is,
die vrede brengen zal.

Ja, dat vindt je dus wel mooi,
ik zal de groeten doen.
Je moet nog naar de kapper ook,
je haar moet in fatsoen.
Nou, ik zoek wel verder hoor,
naar een reisgenoot.
Want alleen is maar alleen
en de reis is groot.

Ha, daar zie ik iemand staan,
misschien heeft hij wel tijd
om nu met me mee te gaan.
Hij kan niet tot zijn spijt.
Want ook hij is veel te druk,
hij moet de Kerstman zijn.
Zo leuk voor de kinderen,
want die zijn nog klein.

Gaat iemand met me mee op reis?
‘k Heb werk’ lijk geen idee.
Ik zoek en vraag het overal:
‘Wie gaat er met me mee?’
Maar als ik niemand vinden kan,
ga ik er zelf wel heen.
Iedereen lijkt veel te druk,
dus ga ik maar alleen.

© Hans Cieremans

 

 

Wat is de kerst voor jou?

Melodie: O, little town of Bethlehem

Is kerst voor jou het kerstdiner
of lichtjes in de boom?
Of is het een pak dikke sneeuw,
al blijft dat bij een droom?
Of zijn het de cadeaus,
die de Kerstman heeft?
Of is het soms de kersttoespraak,
die onze koning geeft?

Is kerst voor jou gezelligheid
of maakt kerst prikkelbaar?
Is de kerst een vrolijk feest
of deprimeert het maar?
Is kerst het kerstpakket
of het kerstreces?
Of is de kerst alleen maar druk,
geeft kerst alleen maar stress?

Of is de kerst de eenzaamheid
van die oude vrouw?
Geef eens antwoord op de vraag:
‘Wat is de kerst voor jou?
De mooiste tijd van ’t jaar,
maakt de kerst je blij?
Of hoop je steeds weer ieder jaar:
Was het maar weer voorbij?’

Of is de kerst het kerstverhaal
of is dat gedateerd?
Past het nog in onze tijd,
zoals de Bijbel leert?
Of heeft die boodschap juist
nooit ingeboet aan kracht?
Hoe dan ook: Kerst blijft altijd.
Kerst is ook ‘Stille nacht’

© Hans Cieremans

Kerstavondstress

Kinders houdt eens op met klieren,
‘k moet de kerstboom nog versieren.
Straks dan gaan we kerstfeest vieren
en ik heb nog niks in huis.
En dan komt de kerstvisite,
jullie zijn niet te genieten.
Ik probeer nu op te schieten,
Kom op, houd je handen thuis.

Ik moet nog cadeautjes kopen,
zijn de winkels nog wel open?
Het is droog toch mag ik hopen?
Ach, het regent dat het giet.
Ik moet mij ook nog verkleden,
daar komt oma aangereden
Veel te vroeg is zij, ach heden.
Nou, ze pakt maar een Margriet.

‘k Ga maar eerst de tafel dekken
met de zilveren bestekken.
Tjee, mijn kleding vol met vlekken,
dus ik moet iets anders aan.
Nu mijn pokerface opzetten.
Zeg, waar liggen kerstservetten?
Ik moet op de kind’ ren letten,
‘k heb de neiging om te slaan.

Ha, de gasten komen binnen,
maar ik ben haast buiten zinnen,
voor het kerstfeest kan beginnen.
‘Welkom, je bent mooi op tijd.
Hier staat kaas en daar de nootjes.
Ja, leg daar maar de cadeautjes.
Heb je trek in een cointreautje?’
Kerst wat een gezelligheid.

‘Zullen we cadeautjes delen?
Anders gaan we ons vervelen.
Stop met je mobieltje spelen.
Kom, neem nog een bitterbal’.
.O, nou gaan ze moppen tappen,
ik houd echt niet van die grappen,
die ik liever niet wil snappen
en heel snel vergeten zal.

Als de mensen straks naar huis gaan,
laat ik heel gewoon de vaat staan.
Ik plof neer en zet de buis aan,
morgen verder, ik zit stuk.
Wat ik nu steeds vaker merk,
ja dat ik moe ben en niet sterk sta.
Of ik morgen naar de kerk ga?
Ben je gek joh, veel te druk.

© Hans Cieremans

 

 

Kerstcadeau

.

Kon ik maar de vrede kopen,
als een geweldig kerstcadeau
Ik zou roepen: ’Maak het open’.
Maar dat werkt helaas niet zo.
Toch de boodschap van de vrede,
is verkrijgbaar overal
en met liefde te besteden,
af te halen in een stal.

©Hans Cieremans

 

 

Nelson Mandela

Jouw goedheid, een vlam
voor eeuwig verborgen,
maar nimmer gedoofd
voor de mensen van morgen.
Je vocht voor de vrede,
je strijd is gestreden.
Vergevingsgezind,
waar menigeen faalt.
Je rust is verdiend,
de winst is behaald.
Jij heb indrukwekkend,
historie geschreven.
Het spook van apartheid
voor altijd verdreven.

Jij vocht voor gelijkheid,
men haatte je plannen.
Je was niet gebroken,
al werd je verbannen.
Jij was hun vijand,
jij moest naar een eiland.
Maar je hield staande,
vredesgezind.
Het doet me denken
aan dat koninklijk Kind.
Ook Hij had geen plek
maar niets hield Hem tegen.
Een voorbeeld voor jou,
voor mensen een zegen.

Zijn goedheid, een vlam
voor eeuwig verborgen,
maar nimmer gedoofd
voor de mensen van morgen.
Hij is je Herder,
bij Hem leef je verder.
Nelson Mandela,
held van een tijd.
Verbannen icoon,
voor eeuwig bevrijd.
Straks is het kerst
je vlam zal dan branden
in mensenharten
van talloze landen.

© Hans Cieremans

Klein, lief Syrisch jongetje

Klein, lief Syrisch jongetje,
met je gezicht vol bloed,
je lijfje grijs van ‘bommen-stof’,
omdat er oorlog woedt.
Daar zit je op een stoel,
apathisch en ontheemd.
En alle mensen om je heen,
die ken je niet, zijn vreemd.

Klein, lief Syrisch jongetje
slachtoffertje van strijd.
Je bent je ouders en je jeugd
door de oorlog kwijt.
Je kent de vrede niet,
geen vrijheid, geen geluk.
Je kent wel haat en oorlog en
dat maakt je toekomst stuk.

Klein, lief godd’lijk jongetje,
Kind dat ons vrede schenkt
Ik vraag jou of je eventjes
aan ’t Syrisch ventje denkt.
Breng liefde in zijn hart,
veeg bloed van zijn gezicht.
Leid hem zo op de weg van hoop,
naar vrede en naar licht.

© Hans Cieremans

Geschreven op de melodie van ‘O, little town of Bethlehem’.

Kerst in onze tijd

In de kerstsok van de Kerstman
zit gemis en eenzaamheid.
Snoepgoed is gevuld met honger,
pakjes vol met ledigheid.
Door de kaarsjes in de kerstboom
wordt er duisternis verspreid.
Dat is kerst van de vervlakking,
dat is kerst in onze tijd.

’t  Kerstdiner bestaat uit hebzucht
gegarneerd met overvloed.
In een sfeer van glitter, glamour
raken mensen zwaar  doorvoed.
En ’t spirituele tintje?
Dat zijn we al heel lang  kwijt
‘Kerst is toch iets met een Kindje?’
Dat  is kerst in onze tijd.

Maar………..

Vul de kerstsok van de Kerstman
liever met  verdraagzaamheid.
Ruil het snoepgoed in voor  liefde
in een zak tevredenheid.
Maak van kaarsjes in de kerstboom
vredeslichtjes wereldwijd.
Dan wordt kerst weer echt een kerstfeest
Zo kan ‘t ook  in onze tijd.

Maak het kerstdiner tot maaltijd
waar we delen met elkaar.
Waar we vredig van genieten,
op weg naar het nieuwe jaar.
En ’t spirituele tintje?
Dat geldt tot in eeuwigheid,
dus ‘t verhaal van ‘t kleine Kindje,
dat past ook in onze tijd.

© Hans Cieremans

Opa’s kerstster

‘Ogen dicht, je mag niet kijken.
Opa, ik heb een geheim.’
Op de tafel stonden potjes
één met glitters, één met lijm.
‘k Deed mijn handen voor mijn ogen
tot ze zei: ‘Ja kijken maar.
Opa kijk, voor jou een kerstster
gemaakt met mijn kinderschaar’.

Heel verrast heb ik die kerstster
van mijn meisje aangepakt.
En ik zei: ‘Wat is hij mooi zeg
heb jij zelf die ster beplakt?’
‘Ja hoor, opa’ zei mijn kleinkind
en ik zei: ‘Wat word je groot.’
Met haar plakkerige handjes,
kroop ze trots bij mij op schoot.’

Ze vroeg mij om een verhaaltje,
ik vertelde van de ster.
Van het kindje in de kribbe,
van de wijzen van heel ver.
Tussendoor stelde ze vragen:
‘Waren alle mensen blij?
Was de ster boven de kerststal
net zo mooi als die van mij?’

‘Ja, natuurlijk’ was mijn antwoord
‘die ster scheen voor allemaal’.
‘Dat had ik wel willen zien hoor
‘k Vind het echt een mooi verhaal.
Maar mijn kerstster is ook heel mooi
die is echt alleen voor jou.’
Ze gaf mij een dikke pakkerd
‘omdat ik veel van je hou’.

© Hans Cieremans

 

Henk en Ingrid en de anderen

Ingrid, Henk, Rob, Gijs, Martine
Jan, Piet, Klaas, Ria, Christine,
Anton, Fred, Nel, Jacqueline,
samen aan het kerstdiner.
Abdul, Bilal, Badra, Hayam
Fazid, Selma, Hisham, Hassan,
Kadir, Mukthar, Naja, Taram,
eenzaam in het AZC

Peter, Bas, Tom, Marianne
Ans, Babette, Joop, Suzanne,
Karin, Aad, Bep, Riet, Lisanne,
zingen; ‘Vrede daalde neer’
Fatimah, Mohammed, Hayat,
Ilham, Rabi, Aznar, Souad,
Badra, Rabih, Nasim, Rashad,
denken: ‘Mooi, maar zeg wanneer?’

Frans, Youssef, Marleen, Abida,
Omar, Barend, Dahab, Frieda,
Thijs, Wasim, Odette, Rihda,
denken niet in ‘wij’ en ‘zij’.
Kees, Aludra, Esther, Anbar
Udabah, Louise, Almar,
Banan, Gerrit, Wakil, Dagmar,
brengen vrede dichterbij.

©Hans Cieremans