De straat

Ik loop door de straat,
waar ik eens werd geboren
en waar ik als kind heb gespeeld.
Veel van wat was,
dat is nu verloren,
de straat heeft een eigentijds beeld.
De stoep is versmald,
parkeerkommen kwamen,
auto’s staan nu voor de deur.
En op die deuren
zie ik vreemde namen,
het stelt me een beetje teleur.

Want hier in de straat,
staat het huis waar ik woonde,
dat huis is gemoderniseerd.
Het huis waar mijn ouders
me wasten, verschoonden
en waar ik mijn jeugd heb verkeerd.
Het huis met lavet,
een kachel op kolen,
een wastobbe, een gasfornuis.
Dat huis met een tuin,
een grindpad, violen,
zo was ooit mijn ouderlijk huis.

Ik loop door de straat,
waar ik eens werd geboren
en waar ik als kind heb gespeeld.
Veel van wat was,
dat is nu verloren,
de straat heeft een eigentijds beeld.
Daar leefden mijn ouders,
gelukkig, tevreden.
Daar zorgden zij altijd voor mij.
En soms verlang ik
naar dat mooie verleden.
Ach ja, die tijd is voorbij.

© Hans Cieremans

Gewoon Mies

Zaterdagavond,
de straten verlaten,
Nederland zat bij de buis.
Eén van de acht,
de mensen die zaten
bij de tv, lekker thuis.
Wat nu over blijft
zijn vrolijke beelden,
zwart-wit had toen al veel kleur.
De warme sfeer,
die Mies met ons deelde
hield mensen binnen de deur.

De lichten zijn uit,
het doek is gevallen,
de lopende band loopt niet meer.
De spot staat op zwart
en geen bingoballen,
zo is het nu eenmaal een keer.
Voor Mies kwam de dag,
die niemand zal missen,
de dag van afscheid en pijn
Een tijdperk verdwijnt
achter coulissen.
Nooit meer als toen zal het zijn.

Dag lieve Mies,
we zullen je missen,
koningin van de tv.
Herinneringen,
die niet zijn te wissen,
moeder, vriendin, coryfee.
Wat jij mensen bracht,
bemoedigde velen.
’t Is iets wat nimmer verdwijnt.
We hopen dat jij nu
een hoofdrol mag spelen,
daar waar de mooiste spot schijnt.

© Hans Cieremans

 

Kindermisbruik

Omringd door de zorg,
maar jij was niet veilig.
De liefde geboden
was onecht, schijnheilig.
Je pijn toen verkregen,
werd angstig verzwegen.
Beschadigd vertrouwen,
het voelde verkeerd.
Je toekomst onzeker,
getraumatiseerd.
Je ziel vol met krassen,
het ‘waarom’ blijft knagen.
Het antwoord blijft steken
in duizenden vragen.

Maar je moet verder,
je bent nu volwassen.
Ze worden nu zichtbaar
je sporen, je krassen.
Je kunt ze nu delen,
want er zijn velen.
Vertrouwen  herwinnen,
waar dat ontbeert.
Tranen gaan wissen,
waar het frustreert.
Je zoekt in het leven
weer veilige plekken,
waar jij echte liefde
nu hoopt te ontdekken.

Geloof vol met deuken,
vol twijfels, geschonden.
‘t Werd vaak misbruikt
bij het slaan van je wonden.
Geloof dat je kwetste,
je leven verpestte.
Maar nu ben je sterk,
jij kwam er doorheen.
De leugen kwam uit,
je staat niet alleen.
Geloof in de liefde
om verder te leven.
Want sterk is de liefde,
die jij door kunt geven.

© Hans Cieremans

Vroeger

Vroeger bij de kolenkachel
was het altijd warm en knus.
En de straat was altijd veilig,
hing het touwtje uit de bus.
En de melkboer en de bakker,
kwamen daag’ lijks aan de deur.
Zogen wij op toverballen,
die veranderden van kleur.

Soms dan keek je televisie
bij een buurvrouw op de hoek.
En we liepen op sandalen,
meestal  in een korte broek.
’s Zondags kreeg je mooie kleren
om naar zondagsschool te gaan.
En we kregen ook een snoepje,
na een lepel levertraan.

Bij een vriendje ging je sjoelen,
als het regenachtig was.
En de schoolmelk, niet te drinken
dronk je lauw op in de klas.
En je ging de school pas binnen,
door eerst in de rij te staan.
Mochten wij op een commando
klas voor klas naar binnen gaan.

Af en toe word ik weemoedig,
de verandering is groot.
Kind’ren spelen met mobieltjes
en de IPad op de schoot.
Alles draait nu om prestaties,
iedereen die heeft het druk.
Maar herinnering aan vroeger,
die is blijvend, gaat nooit stuk.

© Hans Cieremans

 

 

 

De laatste etappe

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
tot je de eindstreep behaalt.
De laatste loodjes, nog even door trappen,
dan wordt je eindtijd bepaald.
De koers gaat altijd met vallen en opstaan,
vaak is hij  lang, soms ook kort.
Dagen van lossen of fier aan de kop gaan.
Het leven is net als de sport.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
gaat hij omlaag of omhoog?
Je wilt altijd door, je wilt niet afstappen,
dat denk je vanaf de proloog.
Maar soms is het zwaar en moet je afhaken,
dan houdt je koers eerder op.
Dan heb je geen keus, je moet de strijd staken
en kom je nooit aan bij de top.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
supporters moedigen aan.
Staan langs de kant van de weg hard te klappen,
je hebt het geweldig gedaan.
Of haal je de eindstreep in de bezemwagen,
behaal je de finish alleen?
Was je een winnaar of ben je verslagen?
Het antwoord komt onder een steen.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
daarna komt er eindelijk rust.
Dan hoef je niet meer naar je adem te happen,
geen ronde miss, die je nog kust.
Wat komt na de finish? Die vraag ligt dan open.
Misschien dat er ooit iemand  schrijft:
‘Hij was een held, het is afgelopen,
maar de herinnering blijft’.

© Hans Cieremans

 

1 februari 1953

Zaterdagavond,
noordwesterstorm,
beukende golven,
de angst was enorm.
Kreunende dijken,
die zomaar bezwijken.
Door kracht van het water
zonder pardon.
Men vocht en men bad,
het water dat won.
Zeeland verdween,
het land werd verzwolgen.
Een ramp zonder weerga
met grote gevolgen.

De storm trok aan
tot een orkaankracht.
Verraste de mensen
laat in die rampnacht.
Achter de dijken
dreven de lijken.
Wie overleefde
was hulpeloos bang.
Pas uren later
kwam redding op gang.
Voor sommigen werd
er redding geschonken.
Maar die kwam te laat,
voor hen die verdronken.

De echte gevolgen
zag men pas later.
Dood en verderf
door ‘t kolkende water.
Een ramp, niet te winnen,
gebroken gezinnen.
‘Hoe kon het gebeuren?’
vroeg men zich af.
Water doet leven,
maar was hier een graf.
Bestaat voor de doden
een hemelse woning?
Het antwoord zinkt mee
met de overstroming.

© Hans Cieremans

R.I.P. Puck (29-4-’08 / 8-1-’18)

Speels, aanhankelijk,
vrolijk, sprankelend,
onvoorwaardelijk was je trouw.
Opgewekt van aard,
met je kwispelstaart,
kameraadje ik hield van jou.
Maar ik moest je laten gaan,
machteloos heb ik gegriend.
Er was echt geen houden aan
en je hebt je rust verdiend.

Met je natte neus,
gaf je mij geen keus,
maar ik voelde me wel bezwaard.
Je had domme pech,
maar een lijdensweg
werd uit liefde voor jou bespaard.
Niet meer samen rennen
door het bos of langs het strand.
Pijnlijk moet ik wennen
aan jouw lege hondenmand.

Nooit meer knuffelen,
nooit meer snuffelen,
nooit meer spelen met je bal.
Tot het eind actief
en ontzettend lief,
wat ik nooit meer vergeten zal.
Vaarwel drukteschoppertje,
lieve, kleine eigenwijs.
Jij was echt mijn toppertje
‘I love you’, een goede reis.

© Hans Cieremans

Opa’s zorgen

Vroeger speelden kind’ren buiten,
met pistooltjes waterspuiten
of ravotten met kornuiten,
hoepelden met houten wiel.
Touwtjespringen, ballen, steppen
in de zandbak kuilen scheppen,
maar het kind van nu gaat appen
op zijn Ipad of mobiel.

Hij gaat facebooken of gamen,
ouders komen in problemen
als ze ‘t mobieltje af gaan nemen,
want dan is het huis te klein.
Maar de huidige beschaving
is een prooi voor de verslaving,
die leidt tot de ondergraving
van het kinderlijke brein.

Hé, maar wacht nou toch eens even,
wie moet nou het voorbeeld geven?
Die vraag lijkt niet overdreven
als ik naar de ouders kijk.
Als een kind met hen wil spelen,
dan moet papa plotsklaps mailen,
mamma moet berichtjes delen.
Da’s de huidige praktijk.

En het kwetsbaar kinderzieltje
grijpt verveeld naar zijn mobieltje,
krijgt een risicoprofieltje,
van de school: ‘Het gaat niet goed’.
Want daar blijkt uit een enquête,
dat het kind meer moet letten
en ‘t mobieltje uit moet zetten
en ook beter luist’ ren moet.

De moraal van opa

Ouders leer je kind’ ren tollen,
hink’ len, krijgertje en hollen,
tikkertje en samen dollen,
elastieken in de wind.
Stop gewoon met internetten,
ga gezellig pim-pam-petten,
ganzenborden of kwartetten
en zo wordt je kind weer kind

© Hans Cieremans

 

Oud en Nieuw

Blinde ogen met verbandjes
en wat afgerukte handjes,
een paar doden bij wat brandjes,
ja we zijn er weer voor klaar.
Voor fonteinen en mortieren,
knallers en gestreste dieren,
pijlen die de lucht in gieren
en een ‘rustig?’ oude jaar.

Mensen dat wordt weer genieten
als we ons weer vol gaan gieten
en dan vuurwerk af gaat schieten
en de boel vliegt in de fik.
Dat is lachen, gieren, brullen
bij het oliebollen smullen.
Laat de oogarts zakken vullen.
Oud en Nieuw geeft ons een kick.

Tot slot geven alle mensen
met hun goed gevulde pensen
aan elkaar de beste wensen
voor het komend nieuwe jaar.
Maar met knallers en mortieren,
pijlen die de lucht in gieren
is oud jaar niet leuk meer vieren.
‘k Ben er helemaal mee klaar.

© Hans Cieremans

Genderneutraal bij de NS

Hij was als een vrouw geboren,
maar hij voelde zich een man.
Toen liet hij zich opereren
en nu heet hij voortaan Jan.
En als mensen ernaar vragen,
zegt hij: ”k Ben geen Janny meer’
en daar is hij ook best trots op,
want ze noemen hem ‘meneer’.

Maar als hij op het station staat
voor de trein naar Roosendaal
is hij ‘reiziger’ geworden,
want dat is genderneutraal.
Hij was juist trots op ‘meneer’ zijn,
want hij was nu echt een vent.
maar als hij op het station komt,
wordt dat heel neutraal ontkend.

In de trein is er controle
Jan toont zijn abonnement
en de conducteur die twijfelt:
‘Ik denk niet dat u dat bent’.
En dan wijst hij op de foto.
‘Kijk, ik zie hier echt een vrouw’.
Dan zegt Jan; ‘Dat maakt niks uit toch,
want ik ben ‘reiziger’ nou’.

© Hans Cieremans