Vroeger

Vroeger bij de kolenkachel
was het altijd warm en knus.
En de straat was altijd veilig,
hing het touwtje uit de bus.
En de melkboer en de bakker,
kwamen daag’ lijks aan de deur.
Zogen wij op toverballen,
die veranderden van kleur.

Soms dan keek je televisie
bij een buurvrouw op de hoek.
En we liepen op sandalen,
meestal  in een korte broek.
’s Zondags kreeg je mooie kleren
om naar zondagsschool te gaan.
En we kregen ook een snoepje,
na een lepel levertraan.

Bij een vriendje ging je sjoelen,
als het regenachtig was.
En de schoolmelk, niet te drinken
dronk je lauw op in de klas.
En je ging de school pas binnen,
door eerst in de rij te staan.
Mochten wij op een commando
klas voor klas naar binnen gaan.

Af en toe word ik weemoedig,
de verandering is groot.
Kind’ren spelen met mobieltjes
en de IPad op de schoot.
Alles draait nu om prestaties,
iedereen die heeft het druk.
Maar herinnering aan vroeger,
die is blijvend, gaat nooit stuk.

© Hans Cieremans

 

 

 

De laatste etappe

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
tot je de eindstreep behaalt.
De laatste loodjes, nog even door trappen,
dan wordt je eindtijd bepaald.
De koers gaat altijd met vallen en opstaan,
vaak is hij  lang, soms ook kort.
Dagen van lossen of fier aan de kop gaan.
Het leven is net als de sport.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
gaat hij omlaag of omhoog?
Je wilt altijd door, je wilt niet afstappen,
dat denk je vanaf de proloog.
Maar soms is het zwaar en moet je afhaken,
dan houdt je koers eerder op.
Dan heb je geen keus, je moet de strijd staken
en kom je nooit aan bij de top.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
supporters moedigen aan.
Staan langs de kant van de weg hard te klappen,
je hebt het geweldig gedaan.
Of haal je de eindstreep in de bezemwagen,
behaal je de finish alleen?
Was je een winnaar of ben je verslagen?
Het antwoord komt onder een steen.

Eens rijd je mee in de laatste etappe,
daarna komt er eindelijk rust.
Dan hoef je niet meer naar je adem te happen,
geen ronde miss, die je nog kust.
Wat komt na de finish? Die vraag ligt dan open.
Misschien dat er ooit iemand  schrijft:
‘Hij was een held, het is afgelopen,
maar de herinnering blijft’.

© Hans Cieremans

 

1 februari 1953

Zaterdagavond,
noordwesterstorm,
beukende golven,
de angst was enorm.
Kreunende dijken,
die zomaar bezwijken.
Door kracht van het water
zonder pardon.
Men vocht en men bad,
het water dat won.
Zeeland verdween,
het land werd verzwolgen.
Een ramp zonder weerga
met grote gevolgen.

De storm trok aan
tot een orkaankracht.
Verraste de mensen
laat in die rampnacht.
Achter de dijken
dreven de lijken.
Wie overleefde
was hulpeloos bang.
Pas uren later
kwam redding op gang.
Voor sommigen werd
er redding geschonken.
Maar die kwam te laat,
voor hen die verdronken.

De echte gevolgen
zag men pas later.
Dood en verderf
door ‘t kolkende water.
Een ramp, niet te winnen,
gebroken gezinnen.
‘Hoe kon het gebeuren?’
vroeg men zich af.
Water doet leven,
maar was hier een graf.
Bestaat voor de doden
een hemelse woning?
Het antwoord zinkt mee
met de overstroming.

© Hans Cieremans

R.I.P. Puck (29-4-’08 / 8-1-’18)

Speels, aanhankelijk,
vrolijk, sprankelend,
onvoorwaardelijk was je trouw.
Opgewekt van aard,
met je kwispelstaart,
kameraadje ik hield van jou.
Maar ik moest je laten gaan,
machteloos heb ik gegriend.
Er was echt geen houden aan
en je hebt je rust verdiend.

Met je natte neus,
gaf je mij geen keus,
maar ik voelde me wel bezwaard.
Je had domme pech,
maar een lijdensweg
werd uit liefde voor jou bespaard.
Niet meer samen rennen
door het bos of langs het strand.
Pijnlijk moet ik wennen
aan jouw lege hondenmand.

Nooit meer knuffelen,
nooit meer snuffelen,
nooit meer spelen met je bal.
Tot het eind actief
en ontzettend lief,
wat ik nooit meer vergeten zal.
Vaarwel drukteschoppertje,
lieve, kleine eigenwijs.
Jij was echt mijn toppertje
‘I love you’, een goede reis.

© Hans Cieremans

Opa’s zorgen

Vroeger speelden kind’ren buiten,
met pistooltjes waterspuiten
of ravotten met kornuiten,
hoepelden met houten wiel.
Touwtjespringen, ballen, steppen
in de zandbak kuilen scheppen,
maar het kind van nu gaat appen
op zijn Ipad of mobiel.

Hij gaat facebooken of gamen,
ouders komen in problemen
als ze ‘t mobieltje af gaan nemen,
want dan is het huis te klein.
Maar de huidige beschaving
is een prooi voor de verslaving,
die leidt tot de ondergraving
van het kinderlijke brein.

Hé, maar wacht nou toch eens even,
wie moet nou het voorbeeld geven?
Die vraag lijkt niet overdreven
als ik naar de ouders kijk.
Als een kind met hen wil spelen,
dan moet papa plotsklaps mailen,
mamma moet berichtjes delen.
Da’s de huidige praktijk.

En het kwetsbaar kinderzieltje
grijpt verveeld naar zijn mobieltje,
krijgt een risicoprofieltje,
van de school: ‘Het gaat niet goed’.
Want daar blijkt uit een enquête,
dat het kind meer moet letten
en ‘t mobieltje uit moet zetten
en ook beter luist’ ren moet.

De moraal van opa

Ouders leer je kind’ ren tollen,
hink’ len, krijgertje en hollen,
tikkertje en samen dollen,
elastieken in de wind.
Stop gewoon met internetten,
ga gezellig pim-pam-petten,
ganzenborden of kwartetten
en zo wordt je kind weer kind

© Hans Cieremans

 

Oud en Nieuw

Blinde ogen met verbandjes
en wat afgerukte handjes,
een paar doden bij wat brandjes,
ja we zijn er weer voor klaar.
Voor fonteinen en mortieren,
knallers en gestreste dieren,
pijlen die de lucht in gieren
en een ‘rustig?’ oude jaar.

Mensen dat wordt weer genieten
als we ons weer vol gaan gieten
en dan vuurwerk af gaat schieten
en de boel vliegt in de fik.
Dat is lachen, gieren, brullen
bij het oliebollen smullen.
Laat de oogarts zakken vullen.
Oud en Nieuw geeft ons een kick.

Tot slot geven alle mensen
met hun goed gevulde pensen
aan elkaar de beste wensen
voor het komend nieuwe jaar.
Maar met knallers en mortieren,
pijlen die de lucht in gieren
is oud jaar niet leuk meer vieren.
‘k Ben er helemaal mee klaar.

© Hans Cieremans

Genderneutraal bij de NS

Hij was als een vrouw geboren,
maar hij voelde zich een man.
Toen liet hij zich opereren
en nu heet hij voortaan Jan.
En als mensen ernaar vragen,
zegt hij: ”k Ben geen Janny meer’
en daar is hij ook best trots op,
want ze noemen hem ‘meneer’.

Maar als hij op het station staat
voor de trein naar Roosendaal
is hij ‘reiziger’ geworden,
want dat is genderneutraal.
Hij was juist trots op ‘meneer’ zijn,
want hij was nu echt een vent.
maar als hij op het station komt,
wordt dat heel neutraal ontkend.

In de trein is er controle
Jan toont zijn abonnement
en de conducteur die twijfelt:
‘Ik denk niet dat u dat bent’.
En dan wijst hij op de foto.
‘Kijk, ik zie hier echt een vrouw’.
Dan zegt Jan; ‘Dat maakt niks uit toch,
want ik ben ‘reiziger’ nou’.

© Hans Cieremans

 

 

Dorus

Vroeger ging ik naar de buren,
want die hadden een tv.
En dan keek ik daar naar Dorus,
’t was in Saint Germain des Prés.
Een café, heel erg gezellig
op het kleine binnenplein
In zwart wit op maar één zender,
samen met meneer Cor Steijn.

En we moesten heel vaak lachen,
maar wat was zijn humor traag.
Zo’n programma met die beelden,
dat kan echt niet meer vandaag.
Maar toch kan ik nog genieten
en ik kijk met veel plezier
naar de ‘hoestbui op vier wielen,
in de hemel is geen bier’.

En als ik naar ‘Poesie mauw’ kijk,
’t meisje op Dorus zijn schoot.
Kan het liedje zelfs ontroeren,
‘k weet nog goed, dat ik genoot.
Dorus alias Tom Manders,
was een grote coryfee,
maar nu is het wel heel anders
als ik kijk naar de tv.

Ik ga niet meer naar de buren,
want ik heb zelf een tv.
Plat en groot met fraaie kleuren,
ja ik heb er zelfs twee.
Maar soms denk ik nog aan Dorus,
aan mijn jeugd, ik was een kind.
En zijn allermooiste liedje?
‘Krokus en de hyacint’.

© Hans Cieremans

 

 

Mee lopen

Loop met me mee,
als ik ga dwalen.
En als ik bang ben,
kom me dan halen.
Laat me niet los,
in dit donkere bos.
Er zijn zoveel paden,
het bos is zo dicht.
Kom pak mijn hand,
zoek mee naar het licht.
Blijf dicht bij mij,
wil mij begeleiden,
de weg die ik ga
naar de andere zijde.

Loop met me mee
tussen de bomen.
Tot aan de bosrand,
waar wij zullen komen.
Ik moet daar heen,
maar niet alleen.
‘k Wil met jou samen,
tot vlak aan de brug.
Die moet ik over,
ik kan niet meer terug.
Laat mij daar los,
jij kunt hier draaien.
Tot ik uit het zicht ben,
zal ik naar je zwaaien.

Ooit zie ik jou
in mijn gedachten.
Aan ’t eind van de brug,
waar ik dan zal wachten.
Ik kom je daar halen,
je zult niet verdwalen.
Is jouw bos donker,
ik weet hoe dat is.
‘k Loop met je mee,
dan gaat het niet mis.
Over de brug,
waar zo velen kwamen,
vind je de rust,
daar zijn we weer samen.

© Hans Cieremans

 

Er is zoveel …………………..

Er is zoveel onrechtvaardig,
wat rechtvaardig hoort te zijn.
Wat je leidt naar grote woede,
onbegrip, zinloze pijn.

Er is zoveel onaanvaardbaar,
wat je wel aanvaarden moet.
Wat je leidt naar machteloosheid,
naar depressie, tegenspoed.

Er is zoveel onbereikbaar,
wat je graag bereiken wilt.
Wat je leidt tot wat teleurstelt
en je zelfvertrouwen stilt.

Er is zoveel onbespreekbaar,
wat bespreekbaar moet gemaakt.
Wat je leidt tot de irritatie,
die je diep vanbinnen raakt.

Er is zoveel onomkeerbaar
wat nooit meer omkeerbaar is.
Wat je leidt naar droevig afscheid
en een grenzeloos gemis.

Er is zoveel ongelooflijks,
wat je wel geloven moet.
Wat je leidt tot de verwond’ ring
en dat maakt het leven goed.

© Hans Cieremans