het fotoalbum

In het album van ’t verleden
staan de foto’s van ‘het toen’.
Toen geluk nog heel gewoon was,
al het gras was toen nog groen.
Het zijn plaatjes uit de jaren,
zonder klachtjes, zonder pijn.
Plaatjes met gebeurtenissen,
die voorgoed verdwenen zijn.

Foto’s uit een ver verleden
afgedrukt op dun karton,
met veel vrolijke gezichten
en vakanties in de zon.
’t Is een album vol met weemoed
en van veel gezelligheid.
Soms bekruipen je gevoelens
van verlangen naar die tijd.

’t Volle album van ’t verleden,
doet soms ook een beetje zeer.
Zie je lachende geliefden
en die zijn er nu niet meer.
En dan denk je aan je toekomst,
ach, je weet niet wat het wordt
Maar op een bepaalde leeftijd,
weet je: ‘Het duurt nog maar kort’.

En in ’t album van de toekomst,
staan dan foto’s met verdriet,
los  gaan laten en van het afscheid
en die zie je liever niet
Of zijn ’t foto’s van veel liefde
en speelt dankbaarheid een rol?
Dan wordt het een prachtig album
en dat album komt nooit vol.

© Hans Cieremans

Als de zon

Als de zon niet meer zal opgaan,
als de wind voor eeuwig zwijgt.
Als de adem en tijd stil staan,
als ‘waarom’ geen antwoord krijgt.
Als geloven is verschrompeld,
als je stilte niet meer hoort.
Als de leegte overrompelt,
dan leeft ‘liefde’ nog steeds voort.

Als de sterren niet meer stralen,
als licht hult in duisternis.
Als geen dal de top zal halen,
als een traan droogt in gemis.
Als emoties niet meer voelen,
als geluk wijkt voor de waan.
Als geloof en hoop bekoelen,
dan blijft ‘liefde’ toch bestaan.

Als rivieren niet meer stromen,
als de zee het strand verlaat.
Als het leven niet kan dromen,
als de toekomst niet bestaat.
Als ‘waarom’ alsmaar blijft knagen,
als je ‘niets’ en ‘leegte’ vindt.
Zoek dan antwoord op de vragen
in de ‘liefde’ die steeds wint.

© Hans Cieremans

 

 

Tijn

Engelenkind, je vliegt ongehinderd
het eeuwige licht tegemoet.
In volle vrijheid, je fladdert, je vlindert,
omgeven door stralende gloed.

Engelenkind met vleugels van zijde
vlieg weg van zorgen en pijn.
Naar waar je nooit van de liefde zult scheiden,
waar je in vrede mag zijn.

Engelenkind, je werd weggenomen,
verslagenheid heerst er alom.
Het is zo oneerlijk, toch blijven jouw dromen,
die winnen het van ons ‘waarom?’

Engelenkind, zo ver onbereikbaar,
de kleur van de nagels is zwart.
Maar jij blijft dichtbij en maakt ons weer strijdbaar,
omdat jij ze kleurt in ons hart.

© Hans Cieremans

 

 

Een gereformeerde-bonder

Een gereformeerde-bonder,
leefde maandenlang gezonder
en hij noemde het een wonder
toen hij in de spiegel keek.
Hij zei: ’Heer ik kan wel janken,
ik behoor nu tot de slanken
en ik ga U daarvoor danken,
zondagmorgen na de preek’.

En des zondags na het ‘amen’,
vouwde hij zijn handen samen
en de waterlanders kwamen
van de pure dankbaarheid.
‘Lieve Heer, niet te geloven,
zoveel zegen kwam van boven.
Mager eten uit de oven
en ik raakte kilo’s kwijt’

Maar…….
bij gereformeerde bonden
word je snel te licht bevonden,
voor je ’t weet, leef je in zonden,
‘te licht zijn’ is een  gevaar.
Het past niet in de traditie
van de strenge eruditie
ondermijnt ook de positie,
want een ‘bonder’, die is ‘zwaar’.

© Hans Cieremans

 

Het pindavrouwtje

Er was een aardig dametje,
lichtelijk verward,
die bovenal vrijgevig was,
ze had een heel ruim hart.
Ze deelde altijd pinda’s uit
en waarom deed ze dit?
Omdat zij zelf niet kauwen kon
met haar kunstgebit.

Als zij pinda’s delen ging
dan had ze er genoeg
Toen was er eens een jongeman,
die aan het vrouwtje vroeg:
‘Waarom deelt u die pinda’s uit?’
En ’t vrouwtje zei ad rem
‘Ik zuig de chocola eerst af
van zakken M&M.

De pinda’s die ik overhoud
spuug ik in ’t zakje t’rug
Ik laat ze eerst wel drogen hoor,
maar dat gaat aardig vlug.
Voor mij zijn pinda’s veel te hard
dat doet zeer in mijn mond.
Ik wil ze toch niet weggooien
Daarom deel ik ze rond’.

Vind je dit onsmakelijk,
een smerig, vies verhaal.
Dan heb je helemaal gelijk,
maar ’t heeft wel een moraal:
‘Als een vrouwtje pinda’s geeft,
vraag je dan eerst af
of zij ze afgesabbeld heeft,
voordat ze jou die gaf’.

© Hans Cieremans

Kleindochter(s)

‘Opa, ik kan hinkelen,
op één been, kijk maar.’
Ik zie haar ogen twinkelen
en kijk vol trots naar haar.
Ze fladdert als een vlindertje,
ze danst, ze springt, ze rent
Mijn kleine handenbindertje,
geef ik een compliment.

‘Hinkelen, hoe doe je dat dat?
Wat kan je dat toch goed.
Op één been, nou dat is wat.
Ik snap niet hoe je ’t doet.’
‘Kijk maar opa, dat gaat zo’.
Ze hinkelde opnieuw.
Ze gaf me toen een hele show,
tot ze plots ‘ling viel.

Ik droogde snel haar tranen af,
ze kroop bij mij op schoot.
En toen ik haar een snoepje gaf,
zei ik: ‘Wat word jij groot.’
Toen liep ze naar de poppenhoek
en zocht wat in een mand
Ze pakte daar een voorleesboek
‘Alice in wonderland’.

Ze kroop heel dicht tegen mij aan
en ik las haar toen voor:
‘Alice was op reis gegaan
een wond’ re wereld door’.
Als ik tot slot een ijsje geef
als ik ben uit verteld.
Dan weet ik dat, zolang ik leef
soms als dat ijsje smelt.

© Hans Cieremans

Het levensconcert (Manchester 22 – 5 -2017)

Het levensconcert werd bruut afgebroken,
door de muziek van de haat.
Het werd het concert, waar de dood heeft gesproken,
door een waanzinnige daad.
De laatste noot die kwam van een gestoorde
een gruwelijk vals dissonant.
Waarmee hij onschuldige mensen vermoorde
zonder gevoel en verstand.

In dat concert werd de toekomst verbrijzeld
door een gewetenloos beest.
Rouwenden worden in droefheid gegijzeld,
door zijn krankzinnige geest.
Deze gestoorde, die waanzin verspreid heeft,
meedogenloos, door haat verblind,
die zijn perverse gedachtengoed nastreeft,
moet weten dat hij het nooit wint.

Het levensconcert dat werd afgebroken
speelt nu muziek voor ons hart.
Angst werd gezaaid, maar we zijn niet gebroken
ondanks de tranen van smart.
’t Zal niet de angst, maar de daadkracht versterken
saamhorigheid in het gemis.
Het levensconcert speelt nu hemelse werken
Requiem voor wie niet meer is.

© Hans Cieremans

De muliti culti maatschappij

Turken, Duitsers, Marokkanen,
Fransen, Britten, Italianen,
Surinamers en Afghanen
met een stempel ‘allochtoon’
Belgen, Polen, Irakezen,
de Kroaten, Portugezen,
Libanezen en Chinezen,
ja, die leven hier gewoon.

Serven, Grieken en Hongaren,
Bosniërs, Egyptenaren,
Eritreeërs en Bulgaren
vormen met ons één geheel
Denen, Ieren, Pakistanen,
Canadezen, Antillianen
Japannezen, Koreanen,
samen multicultureel.

Zweden, Schotten, Algerijnen,
Israëlieten, Argentijnen,
Syriërs en Palestijnen,
kwamen hier als immigrant.
Esten, Letten, Finnen, Denen,
Cyprioten en Chilenen
Cambodjanen en Armenen
in hun nieuwe vaderland

Zoekend door gekleurde brillen,
zien we vaak alleen verschillen.
Maar dat is toch tijd verspillen.
en zo groeit het misverstand.
Ga verschillen overwinnen,
sluit niet buiten, maar sluit binnen,
dat kan bij ons zelf beginnen,
in ons mooie Nederland.

© Hans Cieremans

 

 

Bloemenzee

Een bloemenzee
vlak langs de rijbaan.
Een vlugge blik
in het voorbijgaan.
Een krantenfoto,
een fiets en een auto.
Beklemmende stilte,
geluid van de straat.
Een angstige droom,
die werk’ lijk bestaat.
Onrealistisch,
niet te bevatten.
Plannen en toekomst,
die uit elkaar spatten.

Een bloemenzee
vlak langs de rijbaan.
Linten en kaarten,
mensen die stil staan.
Droevig, bewogen,
tranende ogen.
Blikken vol afschuw,
zonder een woord.
Alleen maar een naam,
die soms wordt gehoord.
De zon gaat onder,
dan is de nacht er.
De lege straat laat
een bloemenzee achter.

Een bloemenzee
vlak langs de rijbaan,
tranen van dauw,
de zon zal straks opgaan.
Mensen die kijken,
dagen verstrijken.
Bloemen verwelken
ze blijven niet lang.
Dagelijks leven
neemt weer zijn gang.
Een bloemenzee
met duizenden vragen,
teken van liefde,
die mensen zal dragen.

© Hans Cieremans

 

De Partij voor Zwevertjes (De PvZ)

 

Hij is links, hij is niet rechts,
hij is niet middendoor.
Hij is niet tegen, niet neutraal
en hij is ook niet voor.
Hij is het zwevend kiezertje,
die wel een mening heeft.
Maar weet niet aan wie hij zijn stem
in ’t stemhokje straks geeft.

Hij luistert naar de radio
en kijkt naar de tv.
Dat geeft hem weinig helderheid.
Is het nou ja of nee?
Soms denkt hij dan: ‘Dit is het wel’,
maar hij gelooft niet echt,
dat degene die hij hoort
ook echt doet wat hij zegt.

Als puntje bij het paaltje komt,
dan is steeds zonneklaar.
Wat hem daarnet werd toegezegd,
maakt die persoon niet waar.
Hij is niet blij, hij is niet boos,
dat komt omdat hij zweeft.
Een zwever is besluiteloos,
die in verwarring leeft.

Zou een Partij voor Zwevertjes
ook werkelijk bestaan,
dan zou een grote meerderheid
ook naar de stembus gaan.
Die kleurde dan het vakje rood
voor de PvZ.
En vormt dankzij hun meerderheid
alleen een kabinet.

© Hans Cieremans