Oud en Nieuw

Blinde ogen met verbandjes
en wat afgerukte handjes,
een paar doden bij wat brandjes,
ja we zijn er weer voor klaar.
Voor fonteinen en mortieren,
knallers en gestreste dieren,
pijlen die de lucht in gieren
en een ‘rustig?’ oude jaar.

Mensen dat wordt weer genieten
als we ons weer vol gaan gieten
en dan vuurwerk af gaat schieten
en de boel vliegt in de fik.
Dat is lachen, gieren, brullen
bij het oliebollen smullen.
Laat de oogarts zakken vullen.
Oud en Nieuw geeft ons een kick.

Tot slot geven alle mensen
met hun goed gevulde pensen
aan elkaar de beste wensen
voor het komend nieuwe jaar.
Maar met knallers en mortieren,
pijlen die de lucht in gieren
is oud jaar niet leuk meer vieren.
‘k Ben er helemaal mee klaar.

© Hans Cieremans

Genderneutraal bij de NS

Hij was als een vrouw geboren,
maar hij voelde zich een man.
Toen liet hij zich opereren
en nu heet hij voortaan Jan.
En als mensen ernaar vragen,
zegt hij: ”k Ben geen Janny meer’
en daar is hij ook best trots op,
want ze noemen hem ‘meneer’.

Maar als hij op het station staat
voor de trein naar Roosendaal
is hij ‘reiziger’ geworden,
want dat is genderneutraal.
Hij was juist trots op ‘meneer’ zijn,
want hij was nu echt een vent.
maar als hij op het station komt,
wordt dat heel neutraal ontkend.

In de trein is er controle
Jan toont zijn abonnement
en de conducteur die twijfelt:
‘Ik denk niet dat u dat bent’.
En dan wijst hij op de foto.
‘Kijk, ik zie hier echt een vrouw’.
Dan zegt Jan; ‘Dat maakt niks uit toch,
want ik ben ‘reiziger’ nou’.

© Hans Cieremans

 

 

Dorus

Vroeger ging ik naar de buren,
want die hadden een tv.
En dan keek ik daar naar Dorus,
’t was in Saint Germain des Prés.
Een café, heel erg gezellig
op het kleine binnenplein
In zwart wit op maar één zender,
samen met meneer Cor Steijn.

En we moesten heel vaak lachen,
maar wat was zijn humor traag.
Zo’n programma met die beelden,
dat kan echt niet meer vandaag.
Maar toch kan ik nog genieten
en ik kijk met veel plezier
naar de ‘hoestbui op vier wielen,
in de hemel is geen bier’.

En als ik naar ‘Poesie mauw’ kijk,
’t meisje op Dorus zijn schoot.
Kan het liedje zelfs ontroeren,
‘k weet nog goed, dat ik genoot.
Dorus alias Tom Manders,
was een grote coryfee,
maar nu is het wel heel anders
als ik kijk naar de tv.

Ik ga niet meer naar de buren,
want ik heb zelf een tv.
Plat en groot met fraaie kleuren,
ja ik heb er zelfs twee.
Maar soms denk ik nog aan Dorus,
aan mijn jeugd, ik was een kind.
En zijn allermooiste liedje?
‘Krokus en de hyacint’.

© Hans Cieremans

 

 

Mee lopen

Loop met me mee,
als ik ga dwalen.
En als ik bang ben,
kom me dan halen.
Laat me niet los,
in dit donkere bos.
Er zijn zoveel paden,
het bos is zo dicht.
Kom pak mijn hand,
zoek mee naar het licht.
Blijf dicht bij mij,
wil mij begeleiden,
de weg die ik ga
naar de andere zijde.

Loop met me mee
tussen de bomen.
Tot aan de bosrand,
waar wij zullen komen.
Ik moet daar heen,
maar niet alleen.
‘k Wil met jou samen,
tot vlak aan de brug.
Die moet ik over,
ik kan niet meer terug.
Laat mij daar los,
jij kunt hier draaien.
Tot ik uit het zicht ben,
zal ik naar je zwaaien.

Ooit zie ik jou
in mijn gedachten.
Aan ’t eind van de brug,
waar ik dan zal wachten.
Ik kom je daar halen,
je zult niet verdwalen.
Is jouw bos donker,
ik weet hoe dat is.
‘k Loop met je mee,
dan gaat het niet mis.
Over de brug,
waar zo velen kwamen,
vind je de rust,
daar zijn we weer samen.

© Hans Cieremans

 

Er is zoveel …………………..

Er is zoveel onrechtvaardig,
wat rechtvaardig hoort te zijn.
Wat je leidt naar grote woede,
onbegrip, zinloze pijn.

Er is zoveel onaanvaardbaar,
wat je wel aanvaarden moet.
Wat je leidt naar machteloosheid,
naar depressie, tegenspoed.

Er is zoveel onbereikbaar,
wat je graag bereiken wilt.
Wat je leidt tot wat teleurstelt
en je zelfvertrouwen stilt.

Er is zoveel onbespreekbaar,
wat bespreekbaar moet gemaakt.
Wat je leidt tot de irritatie,
die je diep vanbinnen raakt.

Er is zoveel onomkeerbaar
wat nooit meer omkeerbaar is.
Wat je leidt naar droevig afscheid
en een grenzeloos gemis.

Er is zoveel ongelooflijks,
wat je wel geloven moet.
Wat je leidt tot de verwond’ ring
en dat maakt het leven goed.

© Hans Cieremans

Het beslagen raam

Op ’t beslagen raam,
teken ik jouw naam,
druppels glijden naar omlaag.
Glijden langs het glas
en er groeit een plas
op ’t kozijn, langzaam maar gestaag.

Dan zie ik  jouw naam vervagen,
totdat het onleesbaar is.
Blijf ik zitten met mijn vragen,
in de druppels van gemis.

Het raam wordt gelapt
en geen mens dat snapt,
dat het mij ontzettend raakt.
Weg geveegd jouw naam
van het natte raam,
het kozijn wordt weer droog gemaakt.

Druppels  glijden langs mijn wangen,
vol met diepe droefenis,
Tranen die naar jou verlangen,
in een plas van groot gemis.

Ik kijk door het raam
fluister zacht jouw naam,
tranen drogen op mijn gezicht.
Door de zonnegloed
verdampt tranenvloed
en ontdek ik een troostend licht.

Jouw naam zal ik blijven schrijven
als het raam beslagen is.
Zon zal druppels weer verdrijven
dwars door tranen van gemis.

© Hans Cieremans

 

 

het fotoalbum

In het album van ’t verleden
staan de foto’s van ‘het toen’.
Toen geluk nog heel gewoon was,
al het gras was toen nog groen.
Het zijn plaatjes uit de jaren,
zonder klachtjes, zonder pijn.
Plaatjes met gebeurtenissen,
die voorgoed verdwenen zijn.

Foto’s uit een ver verleden
afgedrukt op dun karton,
met veel vrolijke gezichten
en vakanties in de zon.
’t Is een album vol met weemoed
en van veel gezelligheid.
Soms bekruipen je gevoelens
van verlangen naar die tijd.

’t Volle album van ’t verleden,
doet soms ook een beetje zeer.
Zie je lachende geliefden
en die zijn er nu niet meer.
En dan denk je aan je toekomst,
ach, je weet niet wat het wordt
Maar op een bepaalde leeftijd,
weet je: ‘Het duurt nog maar kort’.

En in ’t album van de toekomst,
staan dan foto’s met verdriet,
los  gaan laten en van het afscheid
en die zie je liever niet
Of zijn ’t foto’s van veel liefde
en speelt dankbaarheid een rol?
Dan wordt het een prachtig album
en dat album komt nooit vol.

© Hans Cieremans

Als de zon

Als de zon niet meer zal opgaan,
als de wind voor eeuwig zwijgt.
Als de adem en tijd stil staan,
als ‘waarom’ geen antwoord krijgt.
Als geloven is verschrompeld,
als je stilte niet meer hoort.
Als de leegte overrompelt,
dan leeft ‘liefde’ nog steeds voort.

Als de sterren niet meer stralen,
als licht hult in duisternis.
Als geen dal de top zal halen,
als een traan droogt in gemis.
Als emoties niet meer voelen,
als geluk wijkt voor de waan.
Als geloof en hoop bekoelen,
dan blijft ‘liefde’ toch bestaan.

Als rivieren niet meer stromen,
als de zee het strand verlaat.
Als het leven niet kan dromen,
als de toekomst niet bestaat.
Als ‘waarom’ alsmaar blijft knagen,
als je ‘niets’ en ‘leegte’ vindt.
Zoek dan antwoord op de vragen
in de ‘liefde’ die steeds wint.

© Hans Cieremans

 

 

Tijn

Engelenkind, je vliegt ongehinderd
het eeuwige licht tegemoet.
In volle vrijheid, je fladdert, je vlindert,
omgeven door stralende gloed.

Engelenkind met vleugels van zijde
vlieg weg van zorgen en pijn.
Naar waar je nooit van de liefde zult scheiden,
waar je in vrede mag zijn.

Engelenkind, je werd weggenomen,
verslagenheid heerst er alom.
Het is zo oneerlijk, toch blijven jouw dromen,
die winnen het van ons ‘waarom?’

Engelenkind, zo ver onbereikbaar,
de kleur van de nagels is zwart.
Maar jij blijft dichtbij en maakt ons weer strijdbaar,
omdat jij ze kleurt in ons hart.

© Hans Cieremans

 

 

Een gereformeerde-bonder

Een gereformeerde-bonder,
leefde maandenlang gezonder
en hij noemde het een wonder
toen hij in de spiegel keek.
Hij zei: ’Heer ik kan wel janken,
ik behoor nu tot de slanken
en ik ga U daarvoor danken,
zondagmorgen na de preek’.

En des zondags na het ‘amen’,
vouwde hij zijn handen samen
en de waterlanders kwamen
van de pure dankbaarheid.
‘Lieve Heer, niet te geloven,
zoveel zegen kwam van boven.
Mager eten uit de oven
en ik raakte kilo’s kwijt’

Maar…….
bij gereformeerde bonden
word je snel te licht bevonden,
voor je ’t weet, leef je in zonden,
‘te licht zijn’ is een  gevaar.
Het past niet in de traditie
van de strenge eruditie
ondermijnt ook de positie,
want een ‘bonder’, die is ‘zwaar’.

© Hans Cieremans