De leerschoolvan het leven

Op de leerschool van het leven,
leg je steeds examen af,
van de vele levenslessen,
van de wieg tot aan het graf.
En er zijn miljoenen mensen,
die cum laude zijn geslaagd.
Maar ze vinden geen erkenning,
een diploma wordt gevraagd.

Op de leerschool van het leven,
zijn de lessen vaak heel zwaar.
Soms kun jij ze niet alleen aan,
zoek je graag steun bij elkaar.
Maar je moet alleen weer verder,
men vergeet snel jouw verdriet.
Want, hoewel je weer geslaagd bent,
een diploma krijg je niet

Op de leerschool van het leven,
leer je hoe het leven gaat
En ontvang je toch waardering?
Nou, dan is het vaak te laat.
Want dan word je toegesproken,
als je stilligt in je kist
En beseffen de bezoekers,
dat ze veel hebben gemist.

Op de leerschool van het leven,
zijn de oudjes uitgeleerd.
Worden heel vaak afgeschreven,
ze zijn nooit gediplomeerd.
Al hun wijze levenslessen,
die staan niet in hun dossier.
De ervaring van hun leven,
die gaat in hun kistje mee.

© Hans Cieremans

 

Toekomst: ‘De zorgrobot’

Moeder heeft een zorgrobot.
O, dat ding is ideaal.
Want ik geef gewoon een opdracht
en zij doet het allemaal.
Doet de was en kookt het eten,
waardoor ik mijn rust ook heb.
Ja, die robot is geweldig
en ik noem haar ‘slimme Bep’.

Ik moet Bep wel programmeren,
elke zondag, voor een week.
Alles in een heel strak schema,
anders raakt Bep zo van streek.
Maar ’t is ook goed voor mijn moeder,
die nu samen met Bep leeft.
Alleen ’s zondags moet ik langs gaan,
omdat moeder ‘Beppie’ heeft.

Laatst was moeder wel gevallen
en daarbij brak zij haar been.
Maar gelukkig had ze ‘Beppie’
en dus was ze niet alleen.
‘Beppie’ kon moeder niet tillen,
dat was niet geprogrammeerd.
Moeder lag daar al drie dagen.
Ach, soms gaat er iets verkeerd.

Maar ik was er weer op zondag,
moeder lag op het parket.
Wel wat slordig, ik zei: ‘Beppie,
‘k leg mijn moeder zelf op bed’.
Er stond van 3 dagen eten,
maar met één druk op de knop,
ging die ‘Beppie’ aan het werk,
ruimde alles netjes op.

Zo heb ik meer tijd voor moeder,
zondag koffie, met gebak.
Moeder had nog wel veel pijn hoor,
maar van Bep had zij gemak.
En een zuster is niet nodig,
omdat moeder ‘Beppie’ heeft.
Moeder kan Bep niet meer missen,
die haar ‘WARME ZORG’ geeft.

© Hans Cieremans

 

Dementievriendelijk ???

‘Lieverd, ‘k ga je lekker wassen,
kom maar schat, geef mij een arm.
Til je voetjes op, niet vallen.
’t Water is al heerlijk warm.
Ik zal even in geen zepen,
straks spoel ik de zeepjes weg.
Goed zo hoor, dat is genieten.
O, wat ruik je lekker, zeg.

Kijk eens liefje, je ontbijtje.
Dat ziet er goed uit nou, nou.
Kom neem eens een lekker hapje.
Lukt het niet?  Dan voer ik jou.
Doe je mondje even open,
ik help jou een beetje mee.
Dat smaakt goed hè, lieve jongen,
neem nog maar een slokje thee.

Alles op, dat is geweldig,
een applaus heb je verdiend.
Nou je mondje eerst afvegen,
jij bent echt mijn grote vriend.
Kom, je krijgt van mij een knuffel,
‘k vind je echt een lekker ding.
Je hebt heel goed meegewerkt,
‘k Vond dat alles prima ging’.

Misschien klinkt dit overdreven,
maar ’t is iets wat ik soms zie,
als er aandacht wordt gegeven
aan een mens met dementie.
Vriend’ lijk zijn, dat is geweldig,
maar voor mij een ergernis,
als de omgang met de mensen,
niet gewoon volwassen is.

© Hans Cieremans

Moederliefde

Langzaam is hij weggegleden
in ’t mysterie van de dood.
Kalm en rustig, moegestreden,
terugkeer in de moederschoot.
Waar hij heim’ lijk naar verlangde,
als hij om zijn moeder riep.
in zijn strijd tegen vergeten,
in zijn dromen als hij sliep.

Maar nu is hij bij zijn moeder,
zijn symbool van veiligheid.
Weg van angsten en verwarring,
in een ruimte zonder tijd.
Alle liefde van zijn moeder,
had zijn brein nooit uitgewist.
Hij vertrouwde op die liefde,
die hij zolang had gemist.

Liefde past niet in vergeten,
troostend vuur, dat nimmer dooft.
Waarin hij ondanks zijn onrust,
tot het eind toe heeft geloofd.
Het mysterie van zijn einde,
vindt zijn oorsprong in zijn bron:
Onvoorwaardelijke liefde,
ginds achter de horizon.

© Hans Cieremans

Het valt niet mee

Jouw dementie, beheerst ook mijn leven,
ik vind het verschrikkelijk zwaar.
Ik voel me verplicht om jou aandacht te geven,
al zijn we niet meer bij elkaar.
Ik denk aan jou, lig urenlang wakker,
hier thuis is het vreselijk stil.
Jij takelt af, ik vind je een stakker.
Geen mens die zo’n leven toch wil.

Ik ga op bezoek, met lood in mijn schoenen
Hoe tref ik jou straks weer aan?
Ik geef je wat fruit, voor de zusters wat bloemen,
die straks op je tafeltje staan.
Soms ben je vrolijk en dan weer afwezig,
ik wandel met jou blokjes rond.
Ik weet niets anders, zo houd ik je bezig.
jij zwijgt en ook ik houd mijn mond.

Jouw dementie, bepaalt zo mijn leven.
Ik weet: ‘Het is niet jouw schuld’.
Ik wil jouw gedrag in mijn leven verweven.
Moeilijk, het vraagt veel geduld.
Kom ik weer thuis, dan kan ik wel janken
en denk ik: ‘Ik doe jou tekort’.
De zusters die wil ik daarom graag bedanken,
die krijgen heel wat op hun bord.

Jouw dementie beheerst zo ons leven,
we hebben er niet om gevraagd.
Waar is toch de tijd van ons samen gebleven?
Waarom worden wij zo geplaagd?
Ik pieker me suf, ik voel me verlaten,
‘k zoek afleiding bij de tv.
Maar die tv, die kan niet terugpraten.
O nee, dementie valt niet mee.

© Hans Cieremans

 

The circle of life

In ‘t toneelstuk ‘de passanten’
zijn de rollen uitgedeeld.
Hoofdrolspelers, figuranten,
iedereen doet mee en speelt.
Maar eens luiden slotakkoorden
valt het doek en dooft het licht.
Spreekt men mooie afscheidswoorden,
de theaterdeur gaat dicht.

Na ’t toneelstuk ‘de passanten’
wordt het leeg in de foyer.
Mengen vrienden en verwanten,
zich weer in de mensenzee.
Als de bühne dan weer vol is,
het toneelstuk verder gaat,
dan weet ieder wat zijn rol is,
ook al stopt die vroeg of laat.

Het toneelstuk ‘de passanten’
kent geen script, geen regisseur.
Steeds voor nieuwe aspiranten
opent de theaterdeur.
Daar leren de jonkies spelen,
ergens achter een coulis.
Waar ze rollen gaan verdelen,
al sinds mensenheugenis.

Het toneelstuk ‘de passanten’
daar doet iedereen aan mee.
Hoofdrolspelers, figuranten,
maar eens is het echt passé.
Toch, het stuk zal nooit verdwijnen,
want na iedere passant,
gaan de lichten steeds weer schijnen
voor een nieuwe debutant.

© Hans Cieremans

 

 

Soms

Soms ben je zachtaardig,
soms ook hardvochtig.
Soms heel berustend,
soms achterdochtig.
Soms onvoorstelbaar
en niet voorspelbaar.
Soms heel afwezig,
soms juist actief.
Soms liefdevol,
soms agressief.

Soms ben je betrokken,
soms onverschillig.
Soms heel afwijzend,
soms ook gewillig.
Soms niet te vatten,
niet in te schatten.
Soms heel apathisch,
soms hulpeloos.
Soms onbegrepen,
soms gewoon boos.

Soms ben je onveilig,
soms zenuwachtig.
Soms heel wanhopig,
soms zo onmachtig.
Soms zo afhank’lijk,
kwetsbaar, vergank ‘lijk.
Maar als ieder ander
heb jij de wens,
dat j’ altijd gezien wordt
als waardevol mens.

© Hans Cieremans

 

Liefdevolle herinnering

Als het licht uit gaat
en de tijd stil staat,
stopt jouw pijn en vertwijfeling.
Ademloos, bevrijd,
naar de eeuwigheid,
vliegt wat was in herinnering.
Waar de liefde blijft bestaan,
‘t geeft mijn toekomst zin.
Breekt nieuw licht door in de traan.
Liefde geeft een nieuw begin.

Als mijn traan verdampt,
duisternis verkrampt,
wordt de tijd opnieuw opgeschaald.
Een geheimenis,
is ondanks gemis,
dat de liefde nooit stopt of faalt.
Liefde in ons leven,
is wat levenspijn verzacht,
is met mij verweven
en geeft mij opnieuw weer kracht.

Nu de liefde spreekt
en de zon doorbreekt,
stopt mijn pijn en vertwijfeling.
Pluk ik weer de dag,
wordt mijn traan een lach,
om de gouden herinnering.
Die zal nooit vervagen,
is mijn grote troost bij rouw.
Liefde zal mij dragen,
steeds weer als ik denk aan jou.

© Hans Cieremans

 

 

Als alles anders is geworden

Samen waren we een eenheid,
want we vulden elkaar aan.
Niets kon onze liefde scheiden,
fundament van ons bestaan.
Daarmee vormden wij de basis,
van ons vrolijke gezin.
Onbezorgd waren die tijden,
maar nu stort die wereld in.

Onze eenheid vertoont scheuren,
ongewild en onbedoeld.
Want jij voelt je onbegrepen
en dat wordt door mij gevoeld.
Ach, je kunt het echt niet helpen,
maar soms wordt het me te veel.
En dan raakt ook mijn geduld op,
want het grijpt me naar de keel.

Daarom denk ik vaak aan vroeger,
‘k wist niet dat het zo kon gaan.
Dat ons fundament nu wankelt,
kost me nu menige traan.
Ik zoek troost in de gedachte,
dat het leven alles gaf,
waar we beiden van genoten
en dat pakt geen mens ons af.

© Hans Cieremans

Onbegrip

Jij ging steeds vaker de dingen vergeten
en je deed ook vaak verward.
Dat heb ik jou regelmatig verweten.
Ik zei dan: ‘Je werkt veel te hard.
Je lijkt overspannen,
kom maak eens wat plannen
om saam op vakantie te gaan.
Genieten van rust
aan een zonnige kust,
gewoon even rustigjes aan’.

Een weekje naar Spanje, dat werd rampzalig,
je deed aldoor vreemd aan het strand.
Onrustig, ontremd, het was haast schandalig,
vooral in dat Spaans restaurant.
Bij het dineren,
moest ik me generen.
Je knoeide en las mij de les.
En iedereen keek,
mijn God wat een week.
Vakantie dat was geen succes.

Thuis naar de dokter, want ik was het echt zat,
al was dat wel tegen jouw wil.
Toen de arts zei, dat jij dementie had,
stond onze wereld heel stil.
Ineens had ik spijt
van al mijn verwijt.
Maar ik heb nu niks aan berouw.
Ach, wat gaat het snel,
begrijp je nog wel,
dat ik nog veel houd van jou?

© Hans Cieremans